In "Het recht van rijkste" beschrijft journalist John Vandale de belangrijkste internationale instellingen hun macht en de manier waarop ze functioneren. Zijn boek leidde in het federale parlement reeds tot een interpellatie van de Belgische vertegenwoordigers van het IMF en de Wereldbank. De uitgever gaf het boek de ondertitel: "Hebben andersglobalisten gelijk?" Volgens John Vandaele hebben ze gelijk.

Boekbespreking
(bron)


Mondialisering. Velen denken daarbij aan een wild, ongrijpbaar proces. Toch is de politiek minder machteloos dan meestal wordt beweerd. In internationale instellingen als de Wereldhandelsorganisatie, het IMF, de Wereldbank, de Internationale Arbeidsorganisatie en de Verenigde Naties wordt door de sterkste landen, waartoe ook België en Nederland behoren, het internationale (en dus ook het nationale) beleid ontwikkeld op het vlak van veiligheid, handel, milieu, ontwikkelingssamenwerking en sociale rechten. Dat beleid raakt ons allemaal. Maar hoe werken die internationale instellingen? Waarom weten wij er zo weinig van? Welke visie verkondigen België en Nederland daar? Kun je er naar binnen wandelen om er een kijkje te nemen? Hebben alle landen er een gelijkwaardige stem of domineren de rijke landen het spel? Kortom, hoe democratisch zijn die mondiale instellingen?

In "Het recht van de rijkste" stelt en beantwoordt John Vandaele nog andere vragen: bieden de internationale instellingen oplossingen voor de noden van de armsten en de milieuvervuiling? Is dat mondiale bestuur zoals het nu werkt opgewassen tegen de groeiende problemen? Of ondergraven de VS, de enige supermacht ter wereld, dat mondiale bestuur in eigen voordeel? Veel vragen waar "Het recht van de rijkste" heldere antwoorden op geeft. Inzicht ter zake is namelijk van wezenlijk belang, want terwijl de media en de politiek zich in België en Nederland almaar meer op 'de dorpsstraat' concentreren, woedt de strijd over economische, commerciële, sociale of ecologische waarden ver van ons bed, ook al beïnvloedt dat gevecht fundamenteel ons dagelijks leven.

Uitgeverij: Houtekiet
Kostprijs: 20 euro (ex portokosten).
Het boek is te bestellen via

John Vandaele (1959) is journalist bij het maandblad MO*. Hij publiceerde jaren voor De Morgen over mondialisering, schrijft freelance voor het weekblad Knack, publiceerde boeken over mondialisering en treedt sinds enige tijd op met acteur 'Vuile' Mong.




Interview met John Vandaele: "We groeien naar een samenleving met meer ongelijkheid"
Door Han Soete
18 april 2006

(bron)

In "Het recht van rijkste" beschrijft journalist John Vandale de belangrijkste internationale instellingen hun macht en de manier waarop ze functioneren. Zijn boek leidde in het federale parlement reeds tot een interpellatie van de Belgische vertegenwoordigers van het IMF en de Wereldbank. De uitgever gaf het boek de ondertitel: "Hebben andersglobalisten gelijk?" Volgens John Vandaele hebben ze gelijk.


JV: "Door de globalisering is het arbeidsreservoir ongeveer verdubbeld terwijl de hoeveelheid kapitaal ongeveer gelijk is gebleven. India, China en de vroegere Sovjet Unie brachten niet veel nieuw kapitaal in wel veel arbeidskrachten. Die verhouding is dus grondig veranderd waardoor de inkomens uit kapitaal (winsten) zullen toenemen en de druk op inkomens uit arbeid zal toenemen, vooral voor mensen die niet zo goed geschoold zijn.
Tien jaar geleden vertelde men dat globalisering voor iedereen goed zou zijn. Nu zie je dat het niet voor iedereen een goede zaak is en dat het enkel voor mensen met kapitaal een goede zaak is, misschien ook voor mensen met een hoge opleiding. In de Angelsaksische zakenpers zegt men open en bloot dat de inkomens uit arbeid de komende decennia onder druk zullen komen te staan. Het protest in Frankrijk dan is dus eigenlijk zeer rationeel.

Dat jongerencontract in Frankrijk wil eigenlijk de (arbeid) van jonge mensen flexibiliseren. Men wil de macht van jonge mensen op de arbeidsmarkt verzwakken. Dat heeft natuurlijk te maken met die globalisering precies omdat men het doet om competitief te blijven met de rest van de wereld. Dat is dan ook wat je regelmatig hoort in de betogingen en acties: "Het is niet omdat de chinezen of Indiërs zich laten uitbuiten dat wij dat ook willen." We zitten hier midden in het globaliseringsdebat.
De globalisering dat is mensenwerk. De Wereld Handels Organisatie (WTO) dient om deurtjes open te zetten tussen landen voor goederen, diensten en geld. Vijf jaar geleden is China daar bijgekomen. Europa heeft daar zo goed als geen voorwaarden aan gesteld. Men had bijvoorbeeld kunnen vragen dat werknemers zich vrij zouden kunnen organiseren in een vakbond zodat ze in plaats van 40 wat meer zouden kunnen verdienen.
Er zijn geen sociale clausules in de akkoorden van de WTO en Europa heeft als groep nooit echt gevochten voor minimale sociale regels in de wereld-economie. Mocht je dat nu voorleggen aan de Europese bevolking: "Vinden jullie dat we aan bijvoorbeeld de Chinezen mogen vragen om een aantal minimale sociale regels te respecteren alvorens ze lid worden van de WTO", dan denk ik dat de meeste Europeanen daarmee zouden instemmen.
We groeien naar een samenleving met meer ongelijkheid terwijl de hele discussie over welke wereldeconomie we willen nooit als dusdanig op tafel kwam. Nu zie je dat dat in Frankrijk wel gebeurt en men heeft duidelijk laten verstaan dat men niet akkoord gaat met dergelijke keuzes."

HS: Je schetst in je boek de belangrijkste internationale instellingen die een enorme impact hebben ons dagelijks leven. Toch begrijp ik uit je boek dat je als burger weinig greep hebt op die instellingen. Het blijkt zelfs zo te zijn dat we minst van al greep hebben op de instellingen die de grootste impact hebben.

JV: "Hoe meer macht instellingen hebben hoe minder democratisch ze functioneren. Er is een probleem bij de manier waarop het aantal stemmen wordt verdeeld maar nog meer als je kijkt naar de link naar de lokaal (nationaal) bestaande democratieën. Weten wij wie er ons in die instellingen vertegenwoordigt, welke standpunten er in onze naam worden ingenomen en hoe die tot stand komen. Bij de machtigste, de WTO en het Internationaal Monetair Fonds (IMF), is dat minst duidelijk. Voor het IMF is het zeer extreem, het duurt daar 10 jaar voor we kunnen weten wat de Heer Kiekens daar namens ons verdedigd heeft.

Het IMF en Wereld Bank worden bestuurd door 26 directeurs en België heeft daar al 60 jaar iemand aan tafel. België heeft 2% van de stemmen, wat meer is dan bijvoorbeeld India dat 100 keer meer mensen telt. We vertegenwoordigen daar ook nog eens 10 andere landen waardoor we meer dan 5% van de stemmen hebben en dus na Duitsland, Japan en de VS over het meeste aantal stemmen beschikken. Als er één plaats is waar België dus echt iets betekent dan is het wel in die twee instellingen, maar de stellingnames van de Belgische directeurs zijn geheim."

HS: Je boek is aanleiding geweest tot een debat in het Belgische federale parlement. Hoe reageren parlementairen op dergelijke gang van zaken?

JV: "Het was blijkbaar de eerste keer in 60 jaar dat die vraag gesteld werd. Als argument voor de geheimhouding gebruikt men de gevoeligheid van monetaire informatie en het feit dat vertegenwoordigers vrijuit moeten kunnen spreken.
In de commissie globalisering kon ik samen met nog een paar anderen mijn mening komen geven. Dan zijn die mensen die ons vertegenwoordigen in het IMF en de Wereld Bank gehoord. Ze zijn dus komen antwoorden op vragen van de parlementairen die zich hadden laten inspireren op onze tussenkomsten. Maar op de meest pertinente en dus moeilijkste vragen kwam er geen antwoord.

Ik kreeg toevallig inzage in een paar Belgische standpunten. Onze vertegenwoordiger stelt vragen bij de invoering van het minimumloon in bepaald land. Hij sprak zich ook zeer positief uit over geprivatiseerde pensioenstelsels. België heeft een minimumloon en heeft absoluut geen volledig geprivatiseerd pensioenstelsel. Namens wie spreekt die persoon daar dan?
Het gaat maar om enkele splinters. Alleen als er transparantie komt kunnen weten of die splinters representatief zijn voor de gehele visie die er namens België word ontwikkeld.

We gaan nu proberen een echte parlementaire vraag te stellen waarop dan een schriftelijk antwoord moet komen.
We gaan ook proberen om via de Wet op Openbaarheid van Bestuur die standpunten publiek te maken. We zouden toch moeten weten wat België de afgelopen jaren heeft ingebracht in die instellingen. Iedereen, zelfs Fonds Verplaetse (de vroegere voorzitter van de Nationale Bank), is het er over eens dat het IMF een zeer Amerikaanse instelling is. Je kan de prijs van de arbeid niet vrij laten evolueren op het ritme van vraag en aanbod als er minimumlonen zijn. Voor het IMF is een minimumloon dan ook iets dat de vrije arbeidsmarkt belemmert. Het IMF ziet ook het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten als een belemmering.
Het IMF maakt jaarlijks over elk land een rapport. Over de Amerikaanse arbeidsmarkt is er niet eens een hoofdstuk, de Europese arbeidsmarkt word dan weer elk jaar hevig bekritiseerd. Europa heeft nochthans 32% van de stemmen en de VS slechts 17%. We zouden het Europese model van meer herverdeling van inkomsten en betere sociale bescherming in het IMF kunnen verdedigen en laten uitvoeren. We weten nu niet eens of onze vertegenwoordiger in het IMF met zijn 5% van de stemmen het Europese model tracht te verdedigen."

HS: Uit je boek blijkt dat Europa een belangrijkere rol speelt in de huidige globalisering en de manier waarop dat loopt. Europa lijkt soms harder en vasthoudender het Amerikaanse model te verdedigen dan de VS zelf.

JV: "In de WTO en het IMF is dat zeker zo. Als je gaat kijken naar de milieu-akkoorden dan is het wel Europa die al die akkoorden tekent en ook de secretariaten betaalt. De Internationale Arbeids Organisatie is zelfs een zeer Europese organisatie. Maar Europa lijkt wel een gespleten persoonlijkheid te hebben want in de WTO en het IMF bijvoorbeeld verdedigen ze totaal andere standpunten.
Als je vraagt aan het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen) of ze tevreden zijn over de Belgische en Europese posities in de WTO, dan antwoorden ze zeer positief. Ze zijn dan weer minder te spreken over de Europese houding over milieu.

De instellingen met macht zijn die instellingen die de commerciële regels bepalen. Die regels moeten nageleefd worden anders volgen er ook reëel sancties. Wie bij de WTO wil moet 26.000 pagina's akkoorden onderschrijven en naleven.
Bij de Internationale Arbeids Organisatie (IAO) kies je welk verdrag je al dan niet ondertekent, bij de milieu-akkoorden is dat ook zo. Je kan Kyoto tekenen en een ander verdrag niet. Zelfs als je die verdragen tekent en ze nadien niet naleeft, gebeurt er helemaal niets. Er zijn geen sancties in IAO of voor het niet naleven van Kyoto.

De slotsom is een wereld waarin de commerciële regels met meer kracht verdedigd worden. Alles wat de handel onnodig belemmert is onwettig. Dat is kort samengevat het basisprincipe van de WTO. Het is precies de WTO die de machtigste organisatie is."

HS: In je boek kom je ook een paar keer terug op de impact die de andersglobalisering tot nu toe heeft gehad.

JV: "Het IMF zegt nu bijvoorbeeld dat de ontwikkelingslanden meer eigenaar moeten zijn van de programma's dan dat vroeger het geval was. Het IMF heeft natuurlijk vooral macht op landen die het IMF nodig hebben. Het IMF mag dan al elk jaar zeggen tegen België dat de werkloosheidsuitkeringen zouden moeten beperkt worden in de tijd, België lapt dat gewoon aan zijn laars. Als een ontwikkelingsland de aanbevelingen van IMF naast zich neer legt dan wordt de kraan dichtgedraaid. Door ze meer te betrekken in het opstellen van de programma's wil men de scherpe kanten wat afronden. Uit studies blijkt dat er in sommige landen toch wel echt iets gewijzigd is daardoor, al zijn er ook studies die dat tegenspreken.
In de WTO heeft heel die contestatie toch voor wat meer openheid gezorgd. De regelgeving over patenten bijvoorbeeld hebben ze door de druk en de protesten moeten bijsturen.
De belangrijkste evolutie is natuurlijk dat de derde wereld landen zich beter zijn gaan organiseren. Ze hebben zich het jargon en de geplogenheden (gebruiken?, RB) eigen gemaakt en zien ook veel beter de consequenties in van de verschillende voorstellen. Ze durven nu neen te zeggen tegen akkoorden die voor hen niet gunstig zijn."

HS: je besteedt heel wat aandacht aan de VS. Ze blijken de natie te zijn die de instellingen zeer goed gebruiken als het hen goed uitkomt maar die zich onttrekken aan diezelfde instellingen als het moeilijker ligt.

JV: "Democratie is onder andere de rechtsregels naleven die de macht van de machthebber wat inperken. Op internationaal vlak zien we dat de VS die staat is die zo weinig mogelijk internationale verdragen ondertekent. Van de 25 belangrijkste milieu, arbeids- en mensen-rechten verdragen ondertekende China er 18 en de VS slechts 8. Van alle grote landen is er geen enkel dat er minder ondertekent.
Als de VS de democratie wil exporteren, waarom voeren ze dan geen democratische principes uit in het bestuur van de wereld? De VS zijn goed voor ongeveer de helft van de defensie uitgaven in de wereld. Als ze moeite hebben om regels te aanvaarden dan is dat zeer beangstigend.
Nochtans is het precies het Amerikaanse parlement dat het meest en het best op de hoogte is van wat er wordt besproken en besloten in de verschillende instellingen. Als er in de Wereldbank nu een milieu-effecten rapport moet zijn voor grote projecten dan is dat door de druk van Amerikaanse milieubeweging op het parlement. Dan zie je dat je impact kan hebben als je de instellingen volgt, maar de VS is het enige land waar dat gebeurt. Dat op zich is positief al kan je best zeer veel vragen hebben bij de inhoud van die inbreng."

HS: Dieter Lessage zegt dat als de internationale instelling zouden functioneren volgens het principe van 1 man 1 stem de wereld er wellicht anders zou uitzien.
Het is toch ook raar dat een land als België zelfs in de International Arbeids Organisatie evenveel stemmen heeft als China of India die meer dan honderd keer meer inwoners hebben.

JV: "Op termijn is dat natuurlijk waar we naartoe moeten. Dat zou het meest democratische zijn maar vandaag en de komende decenia is dat niet haalbaar. Ik zie het nu niet gebeuren dat India en China samen goed zouden zijn voor 50% van de stemmen in die instellingen. Wat daar het dichtst bij in de buurt komt is het principe van 1 land 1 stem met een informele vertaling van het gewicht van de verschillende landen."

HS: Dat India en China samen zijn goed zijn voor de helft van de wereldbevolking is toch iets waar we hier nauwelijks bij stilstaan.

JV: "Daarom noemt het boek ook "Het recht van de rijkste". In de machtige instellingen als het IMF heeft één zesde van de wereldbevolking 60% van de stemmen. In de WTO was het tot nog toe zo dat als Europa en de VS het onderling eens waren er een akkoord tot stand kwam. Tot nu toe speelde het recht van de rijkste.
Kijk naar de veiligheidsraad met zijn vijf permanente leden en bijhorende veto's. Dat is een volledig achterhaald idee, maar om dat veranderen heb je het akkoord nodig van die vijf. De laatste twintig jaar gebruikten de Amerikanen 11 van de 14 uitgesproken veto's in de veiligheidsraad. 10 van die 11 veto's gingen over Israël en Palestina. Dat veto geeft de VS de mogelijkheid om Israël te beschermen tegen de rest van de wereld, maar creëert dat veiligheid?"

HS: In je boek wijs je ook een paar keer naar de media en het gebrek aan berichtgeving. Het is toch niet zo gemakkelijk om dit verhaal op een toegankelijke manier te vertellen, je hebt zelf een boek nodig.

JV: "Een krant heeft elke dag zo'n 40 pagina's en je zou dat dagelijkse kunnen opvolgen. Dat zou zelfs kunnen op het TV journaal. Maar als de baas van het VTM journaal zegt dat nieuws eigenlijk een entertainment programma is zoals de andere, dan kan dat natuurlijk niet.
Ik denk dat er inspanning nodig is om het eenvoudig en toegankelijk uit te leggen. Als je gaat goochelen met moeilijke woorden bewijs je eigenlijk dat je het niet begrijpt. Het gaat om redelijk eenvoudige dingen. Ik vertel dat verhaal ook via theater (met Vuile Mong) aan arbeiders. Dat is nooit een probleem. Je hebt echt geen boek nodig om dat verhaal te vertellen.
In de huidige commerciële dynamiek is het natuurlijk wel zeer moeilijk om dat verhaal te vertellen. Het kost geld om dat op te volgen en je bent niet zeker dat je daar lezers mee gaat winnen.
Men zou het huidige media systeem grondig moeten wijzigen en media veel meer steun toekennen zodat ze niet enkel functioneren volgens de commerciële logica.
De manier waarop de media nu functioneren heeft ook een enorme impact op de samenleving. In sommige kranten lijkt het wel of Vlaanderen het gevaarlijkste gebied ter wereld is, terwijl het één van veiligste regio's is. Dat heeft maatschappelijk consequenties, ook in het stemgedrag van mensen.
Maar er is nu absoluut geen klimaat om die commercialisering te bevragen. Het ziet er naar uit dat commerciële logica nog verder de media zal veroveren en het zal nog heel wat erger worden."

HS: Nico Carpentier van de VUB die stelt dan weer dat we de neiging hebben om de invloed van de media te overschatten. Uit onderzoek blijkt dat onderwijs, sociale bewegingen, .... ook een grote impact hebben op het wereldbeeld van veel mensen. Zouden sociale bewegingen en het middenveld zich niet wat bewuster moeten worden van die rol.

JV: "Misschien zullen sociale bewegingen de media die ze ooit verkochten terug tot stand moeten brengen. Misschien moet dat dan op een meer moderne manier. Het gaat er niet om dat dat soort media de megafoon moeten zijn van de een of andere voorzitter. Wat van belang is zijn de thema's en onderwerpen waarover men gaat berichten.
Een van de kranten waarvoor ik werkte, bracht ooit een VN conferentie over honger in de wereld in een klein artikeltje op blz. 9. Diezelfde dag opende de Metro op de voorpagina met dat nieuws. Op de voorpagina van mijn werkgever stond het negende slachtoffer van de sniper in Washington.
Dat is het soort keuzes die alternatieve media moeten maken, ze moeten andere vragen durven stellen en die dan ook zeer goed proberen te beantwoorden."

END

(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Zie in bericht.)