De succesvolle opmars van de wereldwijde globaliseringsbeweging is het resultaat van een tweetandige strategie. Ondemocratische instellingen worden op transnationaal niveau aangevallen terwijl op lokaal niveau democratische ruimte wordt geschapen waarin een 'andere wereld' kan worden opgebouwd. Nu alle aandacht uitgaat naar de protesten komt er van die opbouw weinig terecht. Raakt de beweging tandeloos?



(Dit stuk verscheen eerder in Ravage

De andere wereld laat op zich wachten

De onvrede over de koers die de globaliseringsbeweging is ingeslagen groeit. Hiërarchisch georganiseerde NGO's, vakbonden en linkse politieke partijen manifesteren zich steeds meer op de voorgrond. Basisdemocratische meer libertair of anarchistisch geïnspireerde groepen worden verdreven naar de marge waar ze, zoals tijdens het Europees Sociaal Forum in Florence, noodgedwongen hun eigen programma organiseren. Ook tijdens demonstraties wordt de veelkleurige 'multitude' van onaangepasten en uitgeslotenen overvleugeld door een met rode vlaggen zwaaiende 'massa' die verlangt naar een eenduidig programma, leiders en een baan.
In Nederland, waar de globaliseringsbeweging maar niet wil wortelen, is de situatie niet veel anders. Ook hier bepalen traditioneel linkse groepen en partijtjes steeds meer het gezicht van de beweging. Steeds vaker wordt gekozen voor parlementarisme, autoritarisme, statisme en het teruggrijpen naar een oubollig linkse politieke praktijk waar de staat niet wordt aangevallen maar omhelst, zo beklaagt Marco van het Leidse anarchistische collectief Eurodusnie zich in het Leidse blad Dusnieuws (oktober 2002). Terwijl volgens hem het verzet tegen de neoliberale globalisering lange tijd juist gedomineerd werd door libertaire waarden als anti-parlementarisme, autonomie, directe actie, collectivisering en basisdemocratie.
Ook volgens het Belgische schrijverstrio David Dessers, Jan Dumolyn en Peter Tom Jones was het 'nieuwe' van de globaliseringsbeweging haar spontanistische en libertaire karakter. Maar, zo laten ze in het zeer lezenswaardige boek Ya Basta! zien, ook een hervormingsgezinde groepering als Attac heeft vanaf het begin een grote rol gespeeld in de opbouw van de beweging.
De conclusie dat de globaliseringsbeweging na een anarchistisch en revolutionair begin nu is verzand in reformisme en oudlinkse organisatievormen, lijkt wat te vroeg getrokken. In feite is alles nog mogelijk en zijn we er bovendien zelf bij. De beweging heeft geen leider en wordt niet centraal gestuurd en kan dus nog alle kanten op.

Zapatistas
In feite is de globaliseringsbeweging niet eens een beweging maar een netwerk van actiegroepen, sociale centra, organisaties en bewegingen die zo autonoom als ze willen hun eigen acties kunnen voeren, campagnes starten en (des-)organisatievormen kiezen. Wat ze samen delen is, zo stelt Naomi Klein in haar Dagboek van een activiste: een hardnekkige weigering om mee te doen met de klassieke machtsstrijd. Hun doel (...) is niet om zélf de macht te grijpen, maar om principieel de centralisatie van macht te bestrijden.
Niet voor niks vormen de Zapatistas voor velen een belangrijke inspiratiebron. Zij vertelden een nieuw verhaal dat niet alleen een einde maakte aan het einde van de geschiedenis, maar ook de linkse politiek op z'n kop zette. Voor het eerst was er een guerrilla-beweging die niet de macht wilde overnemen, maar een democratische ruimte wilde veroveren waarin een nieuwe of andere wereld kon worden opgebouwd, zo meent Klein. Een democratische ruimte waarin de stemlozen - hun zwarte maskers maakten duidelijk dat iedereen dat kon zijn - konden spreken en hun leven los van de staat en de markt vorm konden geven.
De essentie van het Zapatismo is een mondiale oproep tot revolutie die je vertelt niet te wachten op de revolutie, maar slechts te staan voor datgene waar je voor staat en te strijden met je eigen wapen. Dat kan een videocamera zijn, woorden, ideeën, hoop, aldus Klein. Met andere woorden, het is een miniatuurrevolutie die je hier en nu in je eigen omgeving kan aanvangen. Het is niet nodig de wereld te veroveren. Het is voldoende om haar nieuw te maken, zo stelt Marcos. En hij voegt daar aan toe: Wij. Vandaag.

Sociale centra
Deze miniatuurevoluties vinden inmiddels overal plaats, met name in de zuidelijke landen. Bijvoorbeeld bij de beweging van landloze boeren in Brazilië die braakliggende grond opeist om te gebruiken voor duurzame landbouw, markten en scholen onder de slogan Occupar, Resistir, Producir ('Bezet, Verzet, Produceer'). Maar ook bij de Indiase boeren die strijden tegen de patentering van 'hun' rijst en de macht van multinationals over hun leven en in Argentinië waar lokale geldsystemen de nationale muntcrises omzeilen door parallelle geld- of ruilsystemen op te zetten, los van de kapitalistische vrije markt.
In West-Europa kun je haar onder andere terugvinden bij de centri sociali in Italië. Deze gekraakte pakhuizen, fabrieken, kazernes en scholen zijn getransformeerd tot bloeiende culturele en politieke vrijplaatsen die een belangrijke rol vervullen voor de Italiaanse globaliseringsbeweging. Het netwerk van sociale centra vormt een parallelle politieke en sociale wereld die net als de Zapatistas niet uit is op het veroveren van de staatsmacht, maar zelf publieke diensten als kinderopvang en rechtsbijstand voor vluchtelingen verleent en tegelijkertijd de overheid en het bedrijfsleven uitdaagt door middel van actie.
Dit heeft overigens niet belet dat enkele van deze uit de sociale centra afkomstige anti-autoritaire militanten als onafhankelijk raadslid in de gemeenteraad van Venetië, Rome en Milaan zijn gekozen. Volgens Beppe Caccia van 'Disobbedienti' ('de ongehoorzamen', voorheen Tute Bianche) die in de gemeenteraad van Venetië zit, past dit uitstekend in de tweetandige strategie van de globaliseringsbeweging. Hierin worden ondemocratische instellingen op wereldniveau (G-8, WTO en IMF) aangevallen en wordt tegelijkertijd op lokaal niveau een democratische ruimte geschapen. In dit laatste kunnen volgens Caccia zowel sociale centra als gemeenteraden een rol vervullen.

Netwerk
De combinatie van het opbouwen van een parallelle wereld om van daaruit overheden en bedrijven te bestoken met creatieve en vaak confronterende acties was ook de 'succesformule' van de kraak- en actiebeweging in Nederland in de jaren zeventig en tachtig. Een groot netwerk van kraakpanden, basisgroepen (met name tegen kernenergie) en lokale actiegroepen zorgde voor een sociale structuur waarin mensen elkaar ontmoeten en informatie, kennis, vriendschap, diensten en soms zelfs goederen deelden en uitwisselden. Vanuit deze structuur werden talloze campagnes gestart en acties ondernomen tegen overheid en bedrijfsleven.
Door een combinatie van inkapseling, repressie en interne strijd over de koers van 'de beweging' bloedde deze langzaam dood. Een deel van de activisten zetten hun verzet 'professioneel' voort in de talloze NGO's die nu deel uitmaken van de globaliseringsbeweging. Een ander deel trok zich terug in haar eigen subcultuur waarin het prettig leven was, maar de strijd met de 'boze buitenwereld' van secundair belang werd geacht.
Wat in de jaren negentig restte was een los verband van vrijruimtes, bladen, vrije radio's, boekhandels, actiegroepen en onderzoeksgroepen die voornamelijk op hun eigen deelterrein actief bleven. Wel gingen verschillende (oude en nieuwe) groepen in dit netwerk al vroeg aan de slag met onderwerpen die nu centraal staan in de globaliseringsbeweging, zo blijkt uit de bijdrage van Robin van Stokrom aan de vorige maand verschenen bundel Leven volgens je idealen onder redactie van Saskia Poldervaart.
Begin jaren negentig waren er al enkele acties en campagnes tegen de Europese eenwording en de macht van het bedrijfsleven. De anti-MAI campagne leidde zelfs tot een groter samenwerkingsverband tussen een aantal van deze clubs, maar kritiek van met name de Leidse actiegroep Fabel van de Illegaal op de vermeende protectionistische en nationalistische inhoud van de anti-MAI campagne, gecombineerd met persoonlijke vetes en ideologische scherpslijperij, leidde er toe dat dit netwerk al snel uit elkaar viel en een mogelijk bloeiende beweging nog voor Seattle in de polder smoorde.
Een aantal groepen stortte zich weliswaar vol overgave in de campagnes van de globaliseringsbeweging tegen ondemocratische instellingen als de G8, WTO en IMF en begon enthousiast te tophoppen, maar vergat - of vond het onbelangrijk - om dit te koppelen aan de lokale situatie. De opbouw van een democratische ruimte waarin de andere wereld 'van onderop' kan worden opgebouwd, werd zo door bijna niemand ter hand genomen. Initiatieven waarmee dit wel werd geprobeerd, zoals het 'basisdemocratisch netwerk voor directe actie en antikapitalisme', leverden weinig op, omdat, zo meent Van Stokrom, de aangesloten groepen het te druk hebben met hun eigen campagnes. Hetzelfde lot lijkt het aanvankelijk succesvolle initiatief de Vrije Zone in Amsterdam beschoren.

Structuur
Dat die drukte mede veroorzaakt wordt door het feit dat deze groepen vaak uit slechts enkele personen bestaan, noemt Van Stokrom niet, maar is wel relevant. Vooral omdat de door deze basisdemocratische groepen verfoeide Internationale Socialisten (IS) er wel in slagen (jonge) mensen voor zich te winnen. Nu bestaat de campagne van de IS in feite alleen uit het winnen van zieltjes voor de (eigen) strijd en het mobiliseren van mensen voor demonstraties bij topbijeenkomsten, maar in plaats van voortdurend de IS te veroordelen zouden anti-autoritaire clubs zich beter kunnen afvragen waarom mensen zich niet bij hen 'aansluiten'.
De veel geopperde stelling dat door de 'individualisering' en 'verrechtsing' bijna niemand meer geïnteresseerd is in radicaal-linkse strijd, gaat niet (meer) op en was misschien altijd al vooral een excuus om de eigen positie niet ter discussie te hoeven stellen. Het ontbreken van een open structuur van ontmoetingsplekken, zoals de sociale centra in Italië, is denk ik een veel belangrijkere verklaring voor het isolement waarin veel radicaal-linkse groepen zich (naar eigen zeggen) bevinden. De kraakpanden die vroeger deze functie vervulden zijn veelal verdwenen, ingedut of vormen een voor buitenstaanders onneembare vesting. Ook veel campagne- en onderzoeksgroepen verschuilen zich ergens in een kantoor en zijn voor buitenstaanders nauwelijks toegankelijk.

Eurodusnie
Dat een laagdrempelige ontmoetingsplaats van groot belang is om nieuwe mensen te interesseren en te betrekken bij acties en campagnes bewijst het 'succes' van het anarchistische collectief Eurodusnie in Leiden, zo blijkt ook uit de studie van Camiel Donice in Leven volgens je idealen. Het eetcafé Las Vegas in de Koppenhinksteeg bijvoorbeeld vervult een belangrijke functie als ontmoetingsplek voor activisten en aanspreekpunt voor nieuwkomers en buitenstaanders. Bovendien vertaalt Eurodusnie (inter)nationale campagnes naar de lokale situatie en voert ze ook op lokaal niveau actie én geeft ze haar idealen hier en nu vorm in bijvoorbeeld de Weggeefwinkel en het eetcafé.
De mede door Eurodusnie geïnitieerde campagne Lokaliseer Verzet, die het creëren van vrijplaatsen en het voeren van lokale acties tot hart van de beweging wil maken, sloeg echter niet aan. Het gevolg is dat de Nederlandse actiebeweging nauwelijks geworteld is in sociale verbanden en 'potentieel geïnteresseerden' door een club als de IS worden weggekaapt (en na verloop van tijd gedesillusioneerd afhaken).
Omdat ook de door de IS geïnitieerde platformen 'D14' en 'De Wereld is niet te Koop' mobilisatie voor protestbijeenkosten verwarren met het opbouwen van een sociale structuur waarin een 'andere wereld' kan worden opgebouwd, lijkt de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen de 'neoliberale' globalisering vooral te bestaan uit het leveren van demonstranten voor massale protestbijeenkomsten elders.

Nieuwe wegen
Juist die massale protestbijeenkomsten hebben hun verzadigingspunt nu wel bereikt. Honderdduizend betogers, vijfhonderdduizend, een miljoen... waarschijnlijk goed voor de moraal maar als iedereen de volgende dag gewoon weer aan het werk gaat, zal geen kapitalist of regeringsleider er wakker van liggen. En waren het juist niet de fragmentatie en lokalisering van verzet en de verstrooiing van macht die de beweging haar moeilijk grijpbare, anarchistische en vernieuwende karakter gaven? Wie is er eigenlijk op dat onzalige idee van massademonstraties gekomen?
Velen zijn het er dan ook over eens dat er nieuwe wegen zullen moeten worden ingeslagen wil dit massale protest niet verzanden in een ritueel 'McProtest', zoals Noami Klein het noemt. Klein en het drietal auteurs van Ya Basta zijn op dit punt opmerkelijk eensgezind. De globaliseringsbeweging moet (weer) uiteenvallen in duizend en één lokale bewegingen die in de woorden van David Dessers, Jan Dumolyn en Peter Tom Jones ook op het concrete microniveau weerstand bieden tegen de neoliberale politiek, waarvan de gevolgen zich keer op keer manifesteren als dakloosheid, loonmatiging, stijging van de huurprijzen, meer blauw op straat, criminalisering van migranten en allerlei aanvallen op de openbare dienstverlening.
Wel moet in deze micropolitieke gevechten voortdurend de relatie tussen globale ontwikkelingen en de lokale situatie worden benadrukt. Basisgroepen die met eenzelfde onderwerp bezig zijn kunnen bijvoorbeeld internationaal campagnes op elkaar afstemmen.We moeten leren globaal én lokaal te denken en lokaal én globaal te handelen, aldus het drietal.
Nu nog worden deze verbanden volgens Klein veel te weinig gelegd: Aan de ene kant heb je de internationale globaliseringsactivisten die lijken te vechten tegen problemen ver weg, die geen relatie zouden hebben met de dagelijkse problemen van gewone mensen. (...) Aan de andere kant heb je duizenden in de gemeenschap gewortelde organisaties die dagelijks vechten om te overleven, of voor het behoud van de meest elementaire openbare voorzieningen Volgens Klein is de enige weg voorwaarts het samenbrengen van deze twee krachten.
Essentieel daarbij is, zo meent ze, het ontwikkelen van een politiek discours dat niet bang is voor diversiteit, dat niet probeert elke politieke beweging binnen één enkel model te passen. De neoliberale globalisering is zelf een oorlog tegen de diversiteit en daarom is er een tegenbeweging nodig die zich inzet voor diversiteit: culturele diversiteit, ecologische diversiteit, agrarische diversiteit - en ja, ook politieke diversiteit: verschillende manieren om politiek te bedrijven. Het doel is niet betere regels en bestuurders ver weg maar democratie dicht aan de basis, aldus Klein.

Klasse
Vreemd genoeg wordt het politieke discours steeds meer gedomineerd door de eendimensionale neo-marxistische analyses van 'het' kapitalisme. Het woord klassenstrijd wordt weer regelmatig uit de kast gehaald - óók de auteurs van Ya Basta! lijken er door hun marxistische achtergrond geen afstand van te kunnen nemen - evenals die andere versleten twintigste eeuwse begrippen als 'linkse machtsvorming' en 'solidariteit'.
Van klassen kunnen we toch moeilijk meer spreken nu vrijwel iedereen zowel loonarbeider als kapitalist is, immers ook de FNV belegt in aandelen en directeuren van grote bedrijven staan gewoon op de loonlijst. Toni Negri en Michael Hardt spreken daarom niet meer van klasse, maar van multituden om aan te geven dat de strijd niet meer gaat tussen arbeid en kapitaal, maar eerder tussen in- en uitgesloten. De multitudes zijn de individuen en groepen die aan de basis vechten tegen de kapitalistische logica van deze wereld; ze strijden voor al datgene wat niet reduceerbaar zou mogen zijn tot koopwaar: lucht, water, grond, ether, cyberspace... het eigen lichaam. De multitudes verzetten zich dus ook tegen de loonarbeid en onderscheiden zich daarin uitdrukkelijk van traditioneel linkse arbeidersstrijd.
In plaats van de arbeiders hebben Negri en Hardt hun hoop gevestigd op de mondiale nomade: het subject dat zich onttrekt aan de discipline van het kapitalistisch systeem en rebelleert. De wil om tegen te zijn heeft een lichaam nodig dat ongeschikt is om zich aan te passen aan een gezinsleven, fabriekswerk, een traditioneel seksleven, enzovoort. Als je merkt dat je lichaam die 'normale' manieren van leven afwijst, wanhoop dan niet - prijs jezelf gelukkig, schrijven Negri en Hardt in Empire. De multituden strijden dan ook tegen veel meer dan alleen het kapitalisme, maar bouwen voort op de strijd die er de afgelopen decennia door talloze bewegingen, groepen en individuen overal ter wereld - ook in Nederland - is gevoerd.
Wil je deze bewegingen, groeperingen en individuen met elkaar verbinden zonder hun diversiteit geweld aan te doen, dan zul je niet naar één verhaal of één beweging moeten streven, maar momenten en plekken moeten creëren waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, bijstaan en verhalen kunnen vertellen en nieuwe samenlevingsvormen van onderop kunnen worden opgebouwd. Deze democratische ruimtes kunnen zich overal bevinden (in gebouwen, de ether, de kabel, papier, cyberspace) en dienen gemakkelijk toegankelijk te zijn zodat nieuwkomers zich welkom voelen - ook als ze niet het juiste kapsel hebben of er minder radicale ideeën op na houden.
Natuurlijk is het geen nieuw verhaal en wordt het links en rechts ook door veel mensen onderschreven. Maar gek genoeg gaat niemand er echt mee aan de slag. In plaats daarvan maakt men zich weer op voor de volgende massademonstratie, platformbijeenkomst of actiecampagne. Maar met slechts één tand kun je maar moeilijk bijten.

* David Dessers, Jan Dumolyn, Peter Tom Jones, 'Ya Basta!. Globalisering van onderop', Academia Press, Gent, 2002.
* Naomi Klein, 'Dagboek van een activiste', Lemniscaat, Rotterdam, 2002.
* Saskia Poldervaart (red.), 'Leven volgens je idealen. De andere politieken van huidige sociale bewegingen in Nederland', Aksant, Amsterdam 2002.
??








(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Freek Kallenberg.)