Sinds de opstand in januari 2011 en de daaropvolgende val van Mubarak is in Egypte sprake van een uiterst kwetsbaar democratiseringsproces. In juni 2012 werd Mohamed Morsi, lid van de Moslimbroederschap, verkozen tot president. In de strijd met de legertop dolf hij vervolgens het onderspit en werd hij in juli 2013 afgezet door het leger. Daarna trok legerleider Abdul Fatah al-Sisi langzamerhand de macht naar zich toe. Eind mei dit jaar werd Sisi uitgeroepen tot winnaar van de presidentsverkiezingen.

(Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de website solidariteit.nl)

Onder Mubarak lieten arbeiders al van zich horen door fabrieksbezettingen, fabrieksovernames en de oprichting van vrije vakbonden. De huidige, wankele democratisering gaat gepaard met een repressie van wisselende intensiteit. Dit bemoeilijkt in ernstige mate de verdere opbouw van een vrije vakbeweging die erin slaagt de werk- en leefomstandigheden van de Egyptische arbeiders te verbeteren.1

Maximumloon

Een scan van de website Mada Masr - onafhankelijke, progressieve journalistiek - en de blog van onafhankelijk journalist Jano Charbel geven het volgende beeld van de afgelopen twee maanden.
Op de invoering van een minimumloon eerder dit jaar volgde de invoering van het maximumloon. Deze Egyptische Balkenende-norm stelt dat werknemers in de publieke sector niet meer mogen verdienen dan 35 maal het minimuminkomen van 1.200 Egyptische Pond (112 euro) per maand. In de maatschappelijke discussie hierover wordt gewaarschuwd voor het risico van een 'brain drain'. Maar ook klinkt de eis voor een verdere aanscherping, omdat de inkomensverschillen nog steeds te groot blijven. Bovendien is er een sterk wantrouwen dat op naleving van het maximumloon toch niet zal worden toegezien, aangezien dat met het minimumloon ook niet gebeurt.
Dit maximumloon speelt ook een rol in het kader van de terugdringing van de overheidsuitgaven. Egypte heeft nog steeds een omvangrijke publieke sector, de loonkosten maken daar een groot deel van uit. De afgelopen jaren van politieke en sociale onrust hebben de staatstekorten flink doen toenemen. De overheid wil in het komende fiscale jaar dat tekort terugdringen van 12 naar 10 procent van het bruto binnenlands product. Sinds Sisi president werd, zijn dan ook een aantal forse belastingverhogingen doorgevoerd: 10 procent belasting op winst uit aandelen, 120 procent extra belasting op sigaretten, verdubbeling van de belasting op alcohol, stijging van de belasting op elektriciteit, korting van subsidies op brandstof en gas waardoor de prijs effectief met meer dan 70 procent steeg.

Sit-in en ontslagen

De situatie lijkt er niet beter op te worden. Een impressie van de laatste twee weken van augustus.
Dinsdag 26 augustus kwamen twee arbeiders om en belandden er drie in het ziekenhuis, toen ze aan de riolering voor een woningbouwproject werkten in de zuidelijke stad Samalout in het gouvernement Minya. De week ervoor hielden meer dan zeventig arbeiders van de Samamoud Felt Company in Gharbiya, samen met familieleden, een sit-in bij de door de overheid gecontroleerde Algemene Bond voor Textielarbeiders. Meer dan elfhonderd arbeiders van het bedrijf zitten zonder werk en salaris sinds de productie in het bedrijf eind mei stopte. Eenzelfde beeld komt naar voren uit onderstaande artikel over acties op de werkvloer in de eerste helft van 2014. Dit publiceerde de website Mada Masr op 2 juli.2

In half jaar 1.651 acties

Het Mahrousa Centrum voor sociaal-economische ontwikkeling publiceerde de statistieken over werknemersacties sinds het begin van het 2014. Daaruit blijkt dat er in de eerste zes maanden van het jaar 1.651 acties op de werkplaats plaatsvonden. De belangrijkste aanleiding voor deze acties zijn loonconflicten (gevolgd door onder andere straf-ontslagen), arbeidsomstandigheden, veiligheidsmaatregelen, vermeend mismanagement en corruptie. Volgens de cijfers die deze onafhankelijke non-gouvernementele organisatie verzamelde, daalde het aantal acties fors in april tot en met juni. Vonden in het eerste kwartaal nog 1.420 acties plaats, in het tweede kwartaal waren dat er nog maar 231.
De piek in werknemersacties tijdens het eerste kwartaal wordt hoofdzakelijk toegeschreven aan het feit dat de overheid het nieuwe maandelijkse minimumloon dat neerkomt op 112 euro, niet wil of kan betalen. Slechts 4,9 miljoen van de totale werkende bevolking van 27 miljoen mensen heeft de afgelopen maanden dat minimumloon ontvangen. Van januari tot en met maart hielden arbeiders die hun minimumloon niet ontvingen, met name overheidspersoneel, verspreid door het land honderden stakingen, sit-ins, protesten en demonstraties om dit loon op te eisen.

 

De daling in het tweede kwartaal wijdt Mahrousa vooral aan de inmenging door het Ministerie van Arbeid, de premier en zijn kabinet, maar ook door de bedrijfsbesturen. Kort na zijn benoeming eind februari, bezocht premier Ibrahim Mehleb bedrijven die ernstige arbeidsonrust kenden. Hij sprak met de stakende arbeiders en overtuigde hen ervan de acties af te breken en de autoriteiten een kans te geven de eisen in te willigen.
In samenwerking met de door de staat gecontroleerde Egyptische vakbondsfederatie dwong de minister van Arbeid, Nahed al-Ashry, in Alexandrië vanaf 10 mei een éénjarig stakingsverbod af. Ashry heeft ook in andere steden en gouvernementen geprobeerd dergelijke verboden door te voeren. De reguliere media hebben zowel de premier als de minister geprezen voor hun inzet om de arbeidsonrust te kalmeren. Mehleb en Ashry waren beiden sinds de jaren negentig lid van Hosni Mubaraks politieke regime.

Van korte duur

De daling van het aantal acties zou wel eens van korte duur kunnen zijn. Begin juli brachten werknemers van de door de overheid ingestelde Nationale Raad voor Inkomens persberichten uit, waarin zij waarschuwden voor een nieuwe golf van stakingen en arbeidsonrust als de komende maanden bezuinigingsmaatregelen zouden worden geïntroduceerd. Ze waarschuwden dat een korting op de brandstofsubsidies zou kunnen resulteren in een explosieve toename van het prijspeil voor consumenten en een drastische daling van het besteedbaar loon. Ook waarschuwden ze dat er een "arbeidersopstand" zou kunnen uitbreken als het minimumloon niet overeenkomstig de inflatie zou worden verhoogd. Gedurende de heilige maand Ramadan, lijkt het aantal acties op de werkplaats en andere protesten echter, overeenkomstig de jaarlijkse trend, te dalen.

De cijfers die Mahrousa presenteerde, laten zien dat van april tot en met juni onrust in de fabrieken de hoofdoorzaak van de acties was, met 55 stakingen, sit-ins, demonstraties en protesten. Op de tweede plaats volgden 23 acties door medisch personeel en 21 door textielarbeiders. Onder de veiligheidsdiensten braken 18 acties uit en in het onderwijs 16.
De meeste acties vonden plaats in het gouvernement Caïro, respectievelijk gevolgd door de gouvernementen Suez, Gharbiya, Monufiya en Sharqiya.
Van de 231 acties in het tweede kwartaal, waren 78 stakingen/werkonderbrekingen, 57 protestmanifestaties, 32 sit-ins/bezettingen, 29 demonstraties, 8 petities, 5 hongerstakingen en 22 andere vormen van protest.

Wat Mada Masr op basis van het rapport van Mahrousa schrijft, werpt een ander licht op de werkelijkheid van Egypte dan we uit de reguliere media halen. De politieke aardverschuivingen, die soms een terugkeer naar de dagen van Mubarak lijken te veroorzaken, verhinderen de strijd van de Egyptische arbeiders niet. Een beweging die al onder Mubarak in gang werd gezet, strijdt door. Een moeizame strijd die de volhardendheid des te bewonderswaardiger maakt. Het is te hopen dat overtuigende resultaten niet lang meer op zich laten wachten.

--------------------

1) Zie hierover:
* Militaire junta probeert vakbondsrevolutie tot stilstand te brengen (26 februari 2012),
* Egypte op een keerpunt? (28 augustus 2011),
* Bonden laten Egyptische arbeiders in de steek (18 juli 2010),
* In afwachting van legalisering: toenemende politisering (22 november 2009). 

2) Dit artikel is in de oorspronkelijke Engelse versie te vinden op: www.madamasr.com. Vertaling/bewerking: Herre de Vries