Ga naar de inhoud

Vennootschapsbelasting in Europa: voor de kleintjes, niet voor de multinationals

Zijn er regeringen die een bedrag van 14 miljard € voor hun schatkist zouden weigeren? Zeg niet dat het onmogelijk is, want de Ierse regering doet er alles aan om te verhinderen dat Apple een verschuldigde belasting van die grootte zou terugbetalen! De Europese Commissie had immers in 2016 berekend dat de Ierse belastingsregeling met de IT-gigant (in het Engels gepast een sweetheart deal genoemd) neerkwam op ‘illegale staatssteun’ ten bedrage van 13 miljard, een som die vermeerderd moest worden met 1,3 miljard rente. Dublin heeft ondertussen al meer dan 7 miljoen € aan consultants en juridisch advies uitgegeven om die 14.3 miljard toch maar niet te krijgen (*1) [leestijd 8 minuten]

9 min leestijd

(Bron: Grenzeloos, Dit artikel van Herman Michiel verscheen eerder onder de titel “De contradicties van fiscaal Europa’ op Ander Europa

Maar wijs niet alleen Ierland met de vinger: op 28 november besloten naast Ierland 11 andere EU-lidstaten iets gelijkaardigs dat over nog veel meer miljarden gaat. De Europese Commissie had in 2016 een richtlijn ter goedkeuring voorgelegd waardoor multinationale bedrijven met een omzet van minstens 750 miljoen euro hun winsten per land bekend zouden moeten maken, alsook de belastingen die daarop betaald worden. Het voorstel is bekend als de country-by-country reporting directive. De toepassing ervan zou ons in staat gesteld hebben te weten hoeveel winst Amazon in België maakte en wat ze daarvoor aan belastingen betaalde; idem voor de winsten van Apple in Ierland of die van Google in Nederland, enzovoort. Nu is het immers zo dat die internationale megabedrijven de winsten geboekt in land A boekhoudkundig kunnen verplaatsen naar land B, waar de vennootschapsbelasting veel lager is; een kleine operatie van profit shifting die het bedrijf miljarden kan opbrengen; een schatting is dat het de grote spelers jaarlijks 500 miljard $ oplevert (ca. 450 miljard €, het bbp van België). Anderzijds derft land A die miljarden aan staatsinkomsten, terwijl land B onrechtmatig belastingen int op opbrengsten waarmee het niets te maken heeft.

Het Commissievoorstel werd echter verworpen door Cyprus, Estland, Ierland, Letland, Luxemburg (thuishaven van afscheidnemend commissievoorzitter Juncker), Malta, Oostenrijk, Kroatië, Slovenië, Tsjechië, Hongarije en Zweden (*2). Duitsland onthield zich, de anderen waren voor (*3)

Profit shifting: een deeltje van het verhaal

Drie opmerkingen. Ten eerste had het voorstel van de Europese Commissie niet de bedoeling nu een eind te maken aan de sweetheart deals, maar alleen om publiek te maken hoeveel winst een multinational maakt in een bepaald land, en hoeveel belasting daarop betaald wordt (en dit alleen voor bedrijven met een omzet van minstens 750 miljoen euro). Een soort name and shame benadering dus, maar wetend dat bedrijven creaturen zijn zonder schaamtegevoel is het de vraag hoeveel dit zou uithalen. Maar goed, het was misschien een begin …

Ten tweede is er de schandalige verlaging van de vennootschapsbelasting zelf in de voorbije decennia en de nog verdere verlaging van de effectieve vennootschapsbelasting. De onderstaande grafiek toont de evolutie sinds 1981 van de gemiddelde ‘nominale’ (officiële) aanslagvoet op bedrijfswinsten in de OESO, de verzameling van rijkere economieën. Die aanslagvoet is dus gehalveerd, van 43% naar 22%.

  

Gemiddelde vennootschapsbelasting (% van de winst) in de OESO 1981-2017. Van 42-43% begin jaren ’80 naar 22% nu. 

Maar dat is niet het tarief dat effectief aangerekend wordt als men rekening houdt met allerlei vrijstellingen, tegemoetkomingen enzovoort. Het verschil is eigenlijk ontstellend (wat bedrijven er niet van weerhoudt om zich te beklagen over de ‘loodzware fiscaliteit’ en te schermen met de nominale cijfers.) De onderstaande grafiek toont de kloof tussen nominaal en effectief voor een aantal landen. 

  

De grote kloof tussen de nominale waarde van de belasting op bedrijfswinsten (zwarte balk) en de effectieve (grijze balk). 

In België bijvoorbeeld bedraagt het effectief tarief (14%) minder dan de helft van het nominale (33,99%, inmiddels verlaagd tot 29,58%, met 25% in het vooruitzicht vanaf 2020) .

Derde opmerking: We hadden het tot nog toe over gederfde belastingsinkomsten ten gevolge van legale praktijken. Het is niet tegen de wet dat een multinational zijn winsten boekt in een land met een zeer laag belastingtarieff, en verliezen in een met een zeer hoog; het procédé heet gewoon profit shifting. Ook de basis waarop belastingen geheven worden kan variëren, en dat kan geoptimaliseerd worden. Zo bedraagt de vennootschapsbelasting in Ierland een schamele 12,5%, maar op patenten en intellectueel eigendom is het maar de helft daarvan. Een voorbeeld van base erosion… Legale praktijken dus, maar die zouden maar 15% uitmaken van het geheel aan gederfde belastingen. Met andere woorden: 85% van wat bedrijven niet betaalden aan belastingen was op illegale basis. Deze cijfers, die zoals alles in de criminele sfeer slechts benaderend kunnen worden, worden geciteerd in een rapport van de studiedienst van het Europees Parlement; daarin wordt over de uitspraak van gewezen Europees president Herman Van Rompuy, namelijk dat er “jaarlijks in de EU ongeveer duizend miljard euro verloren gaat tengevolge van belastingsontwijking en belastingsontduiking”, hetvolgende geciteerd uit een onderzoeksrapport:

“(…) van het geschatte [jaarlijks] verlies van 1000 miljard euro, kunnen er 150 miljard toegewezen worden aan belastingsontwijking (de minimalisatie van de belastingen binnen het wettelijk kader), wat aangepakt kan worden door regelgeving en verplichtende maatregelen, terwijl het resterende verlies van 850 miljard euro het gevolg is van belastingsontduiking (het illegaal niet of te weinig betalen van belastingen).”

U las dit correct, de man van de ‘rustige vastheid’ had het over 1000 (duizend) miljard euro die jaarlijks niet in de staatskassen terechtkomen. En zeggen dat er heroïsche gevechten plaatshebben tussen Parlement en Raad of de jaarlijkse EU-begroting 150,23 dan wel 164,48 miljard euro zal bedragen… 

Hoe kan dit nu?

Hoe valt dit te verklaren? Zijn politici onnozel? Of kwaadaardig? Omgekocht door de grote bedrijven? Elk van deze mogelijkheden zal wel op bepaalde individuen van toepassing zijn, maar de doorsnee politicus of politica – over alle traditionele politieke families heen – wordt geleid door een simplistisch riedeltje, dat goed samengevat wordt door Hilde Crevits, christendemocrate (CD&V) en minister van economie in de Vlaamse regering Jambon. In Humo (26 november 2019) wordt haar voor de voeten geworpen dat multinationals als ArcelorMittal en ExxonMobil volgend jaar voor 93 miljoen euro korting krijgen op hun energierekening, drie keer meer dan dit jaar. “Het gaat om energie-intensieve bedrijven die zich anders blauw betalen aan energie”, antwoordt Crevits. Als Humo opwerpt dat het bedrijven zijn die miljarden verdienen, terwijl gezinnen en kleine en middelgrote ondernemingen ook hoge energiekosten hebben, verandert Crevits het geweer van schouder: “Ook in Duitsland, Frankrijk en Nederland krijgen die bedrijven zulke compensaties. Anders zijn ze in een vingerknip weg.” Maar een staalfabriek of olieraffinaderij verhuis je toch niet in een vingerknip, brengt Humo in. Crevits: “Als je wil dat ze hier blijven investeren, moet je hen koesteren. In ruil vragen we tegenprestaties qua tewerkstelling en ecologie.”

Er zit meer venijn in dit riedeltje dan op het eerste gezicht lijkt. Want als bedrijven lagere energierekeningen (of belastingen…) krijgen ‘omdat ze anders in een vingerknip weg zijn’ en gezinnen krijgen die verlaging niet, is het blijkbaar omdat gezinnen niet zomaar kunnen verdwijnen. De minister zegt dus dat we door de grote bedrijven gechanteerd worden, en dat de overheid er daarom moet aan toegeven. Stel je de minister eens voor die deze redenering toepast op terrorisme…

Er zit ook een flinke dosis boerenbedrog in de redenering. Als bedrijven zich alleen vestigden in de landen met de laagste belastingen, de laagste lonen, de zwakste vakbonden en de hoogste tegemoetkomingen, zouden België, Nederland, Duitsland of Frankrijk al lang geen industrie meer kennen: buitenlandse bedrijven zouden wegblijven, binnenlandse vertrekken. Maar dat is blijkbaar niet het geval.

Maar er blijft toch een grond van waarheid in het argument dat een bedrijf dat de keus heeft tussen drie vestigingsplaatsen en, ceteris paribus (het overige gelijk blijvend), de één biedt een nog lager belastingstarief dan de andere, die laatste veel kans heeft om gekozen te worden? Hebben Crevits en consoorten dan toch gelijk?

Merkwaardig, al die ‘goede Europeanen’ die zo graag paraderen voor een EU-vlag en in vervoering geraken als de Ode an die Fraude aangeheven wordt, al deze voorbeeldige Europese leiders en leidsters hebben zich neergelegd bij een eengemaakte munt, een eengemaakte vrijhandelspolitiek, een eengemaakte markt, maar … worden kleine nationalistjes en steken in een gebaar van onmacht de armen in de lucht als het bedrijfsbelastingen betreft…

Dat is de schuld van een aantal lidstaten of regeringen, zullen europeanisten zeggen, niet van de EU of haar instellingen; het was uiteindelijk de Europese Commissie die het voorstel voor een country-by-country reporting directive lanceerde en 12 leden van de Raad die het verwierpen. Wat deze europeanisten blijkbaar niet inzien, is dat dit net de EU karakteriseert. Het vrije verkeer van kapitalen, goederen, diensten en arbeidskrachten zit in het DNA van de EU, want het is in de verdragen van Rome ingeschreven. Fiscale concurrentie tegengaan daarentegen vereist unanieme instemming van alle lidstaten. In een constructie die op kapitalistische concurrentie – onder andere tussen lidstaten en hun wetgeving – gebaseerd is, is dit uitgesloten. Voor het kapitaal zijn de grenzen afgeschaft, maar wat sociale integratie betreft is de EU een nationalistische slangenpoel. Dit is nog veel meer het geval sinds Oost-Europese landen met veel minder concurrentiekracht tot de EU toetraden.

De fiscale politiek is één voorbeeld, er zijn er andere. Zoals sommige lidstaten hun lage vennootschapsbelasting uitspelen als ‘comparatief voordeel’ doen anderen (en vaak dezelfden) het met de lage loonkosten. Een hoop Oost-Europese landen (Polen, Bulgarije…) zijn tegen de opheffing van de loondiscriminatie van hun gedetacheerde werknemers, niet uit sadistisch genoegen, maar omdat dit de troef is die deze landen in concurrerend Europa kunnen uitspelen. Zo sprak de sociaal-democratische Hongaarse eurocommissaris László Andor zich indertijd uit tegen de gelijke betaling van gedetacheerde en inlandse werknemers, want dat zou neerkomen op het weggooien van het kind met het badwater…

Crevits en Andor hebben dus gelijk, maar dan vanuit de kapitalistische concurrentielogica die de EU hanteert. Redenen genoeg dus om die logica te bestrijden!

Voetnoten

(*1) Zie The Journal, 17 sept. 2019, Ireland’s appeal over €14.3 billion Apple tax bill to get under way in Europe today

(*2) Er is onenigheid tussen de juridische experts van Raad en Commissie of de richtlijn nu unanimiteit dan wel een gewone meerderheid vereist om goedgekeurd te worden!

(*3) Zie The Guardian, 28 november 2019, 12 EU states reject move to expose companies’ tax avoidance