De algemene staking in Frankrijk en de wereldwijde studentencontestatie van 1968 vielen niet uit de lucht. Ook al schreef Le Monde begin van dat jaar “La France s’ennuie” (Frankrijk verveelt zich), al jaren was het tij aan het keren. Voor mij was 1960 het kanteljaar, samengevat in: de rede van Lumumba op Congo’s onafhankelijksdag, de revolutie op Cuba, de grote staking 1960-61 in België. Het leek er meer en meer op dat een andere wereld van vrijheid en solidariteit mogelijk was. Mei 68 en al wat daarvoor doorgaat, kiemde op alle continenten..

(Door Freddy De Pauw, uitpers.be, foto: De vrouwen van Herstal maakten geschiedenis. (foto Rouges Flammes))

Congo, Algerije

Op 30 juni 1960 hield Patrice Lumumba als premier van het onafhankelijk wordende Congo in het gezicht van de Belgische koning Boudewijn een toespraak die me wakker maakte. Dit was een compleet ander beeld dan wat er op school over het Belgische beschavingswerk was verteld. Lumumba had het over 80 jaar koloniaal bewind dat voor de Congolese bevolking dwangarbeid en foltering betekende. Boudewijn verstijfde, mijn republikeinse familie zat te glunderen, te genieten van de vernedering die de koning onderging. Lumumba werd mijn held. Wat later ging ik in Gent luisteren naar wat communistisch parlementslid Jean Terfve, een adviseur van Lumumba, te vertellen had; en meteen werd ik dan maar lid van de communistische studenten, kort daarop van de partij. Dat leek me de beste manier om dat verfoeide kolonialisme efficiënt te bekampen.
Niet alleen Congo beroerde de gemoederen. Er was l’Algérie Française, de strijd van het FLN van Ben Bella tegen een kolonialisme dat niet moest onderdoen voor dat van de Belgische kolonisatoren. Toen Jean-Paul Sartre op 12 maart 1962 in het Martini Center aan het Brusselse Rogierplein een meeting kwam geven tegen de Franse bezetters, was een zaal van 5000 man veel te klein, de glazen deuren beneden barstten onder de druk van de mensenmassa die haar solidariteit met het Algerijnse FLN kwam tonen. Algerije werd in 1962 onafhankelijk.

Ho Ho Che Che

En dan was er Cuba. Met Fidel Castro die op 1 januari 1959 dictator Batista had verjaagd. Washington was daar niet blij mee, vooral omdat Castro Amerikaanse belangen naastte. Begin 1961 verbrak Washington de diplomatieke betrekkingen en in april vielen door de CIA gesteunde anti-castristen de Varkensbaai binnen. Het werd één groot fiasco. Cuba was de nieuwe hoop, met een socialisme vrolijker dan dat van Moskou.

Het was duidelijk dat de VS het hierbij niet zouden laten. In Europa werd Cuba een nieuwe lichtbaken voor jong links. Mijn allereerste opdracht bij de KPB (het was toen nog kommunist met K) luidde: proffen mobiliseren voor een Cuba-betoging. De vier die ik aansprak, kwamen (Apostel, Picard, Dhondt, Kruithof). W e waren vooral wild enthousiast over Che Guevara met zijn oproep ‘Twee drie vele Vietnams’.

Want intussen escaleerde onder VS-president John Kennedy de oorlog in Vietnam. Op de Amerikaanse campussen volgden massa’s jongeren de Vietnam ‘teach-ins’. Europa volgde, met Gent in 1964 als eerste. De Vietnambetogingen volgden elkaar op, miljoenen scandeerden ‘Ho Ho Ho Chi Min, Che Che Guevara’. Op de jaarlijkse Anti-Atoommarsen in België liepen de plakkaten ‘Vrede in Vietnam’ en ‘Leve de Vietcong’ (Vietcong,benaming voor communistisch verzet in Zuid-Vietnam) niet broederlijk naast elkaar. De KPB, die me intussen had uitgesloten, zwoor bij de ‘vreedzame coëxistentie’ van Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov, vrede eisen was meer dan genoeg. Die Vietcong-leuze, dat waren ‘gauchisten’, trotskisten die altijd al “verraders waren” (de communisten bleven langer stalinist dan ze wilden toegeven.

Gauchisten

Maar bij die communisten, in talrijke West-Europese landen (Italië, Frankrijk…) nog zeer invloedrijk,, sloop de twijfel binnen . De “destalinisatie” die toenmalig Sovjetleider Chroesjtsjov in 1956 had ingeluid, bracht hen in de war.

Daar kwam in 1960 bovenop de breuk tussen Moskou en Peking. Met scheuringen. België was voor China een proefterrein, de groep rond Jacques Grippa richtte een eigen KP op die vanuit Peking heel veel fondsen kreeg voor een eigen drukkerij, een eigen blad, een omvangrijke partijstructuur. Interne afrekeningen en ultra-sectarisme deed hen snel de das om.

Elders groeiden linkse oppositiegroepen binnen de sociaaldemocratie, zoals Links en La Gauche in België. De grote staking van 1960-61 had links nieuwe kracht gegeven. De leiding van de BSP nam geen risico, in 1964 kwam er een congres van de onverenigbaarheid: wie de regels niet volgende, moest eruit. La Gauche koos voor de breuk, Links bleef.

De ‘gauchisten’ kwamen stilaan uit hun getto. Ze kwamen tussenbeide in sociale conflicten, ze kregen wat aanhang bij studenten en scholieren. Ze vonden proffen en leraars al te autoritair, ze stelden de opgelegde vakidiotie in vraag. Ze zochten alternatieven voor de conservatieve maatschappij waarin ze opgroeiden. Het aanbod aan alternatieven was verscheiden. De nieuwe groepen riepen op tot eenheid van arbeiders en studenten (en soms onder maoïstische invloed ook de boeren), naar eenheid of zelfs maar samenwerking was niet de grootste deugd van links, soms volstond één paragraaf voor een scheuring.

Bloemen

Daar hadden ze in de bloeiende flower power wereld minder last van, iedereen was er lief voor elkaar. Samen blowen en naar protestsongs luisteren was erg in. En daar vonden zowel de flower powers als de provo’s en de revolutionairen elkaar, rond de liedjes van Pete Seeger, Joan Baez , Bob Dylan. Al klaagden de zuiveren de hypocrisie aan van zangers die voor kapitalistische labels zongen…

De Beatles brachten dan wel geen echte protestsongs, maar voor miljoenen jongeren waren zij de vertolkers van hun protest. Wie die Beatles wel zachtgekookt vond, haalde zijn hart op aan de ruigere Rolling Stones die met ‘Satisfaction’ explicietere seks serveerden. Seks, werd niet alleen bespreekbaarder, de pil nam veel praktische remmen weg. Lang haar als verzetsdaad tegen het patriarchaat, met de meisjesfans bovendien in minirok, een stijl die een uiting van het zelfbewustzijn van de vrouw werd genoemd.

Herstal

Dat zelfbewustzijn nam militante vormen aan, in bij voorbeeld Women’s Lib in de VS, een vertakking van de Civil Rights Movement dat snel bewegingen in Europa zou inspireren. In 1966 richtten Betty Friedan en haar medestanders NOW (National Organisation of Women) op dat andere vrouwen dan weer veel te mainstream vonden en radicalere groepen oprichtten.

Het softenonproces’ van 1962 in Luik – waar een moeder en haar familieleden terechtstonden omdat ze een zwaar misvormde baby hadden gedood –had gans Europa geschokt. Veel vrouwen zagen hierin het zoveelste bewijs dat ze in deze maatschappij extra te lijden hadden: de fabrikant van softenon, een product voor zwangere vrouwen, had dat slordigweg op de markt gegooid, met meer dan 10.000 zwaar misvormde kinderen tot gevolg. Net 50 jaar later bood de firma excuses (maar geen geld) aan.

Het was een andere gebeurtenis in het Luikse die 4 jaar later zowel in België als erbuiten veel vrouwen (en mannen) een bewustzijn schopte: op 16 februari 1966 legden 3000 arbeidsters van de wapenfabriek FN in Herstal het werk neer. Ze staakten twaalf weken lang met de zeer eenvoudige slogan ‘Gelijk loon voor gelijk werk’. Ze konden rekenen op de solidariteit van de mannen binnen en buiten het bedrijf. Ze bekwamen een loonsverhoging, maar gelijk loon voor gelijk werk werd het niet. Toch was deze staking jarenlang ook buiten de grenzen een model. En de vakbonden beseften dat ze geen mannenbastion mochten blijven.

Torens

Milieubewustzijn was nog erg groen; her en der ontstonden lokale groencomités, maar in Vlaanderen pakte de vrijzinnige studentenbeweging‘t Zal wel Gaan uit met de leuze “Evenveel fabriekschouwen als kerktorens in Vlaanderen”. Die jeugd lag meer wakker van economische toekomstmogelijkheden dan van milieuvervuiling. Anderzijds bloeiden jeugdvereniging als Jeugdbond voor Natuurstudie en zo veel andere. Maar ecologisch betekende nog het verband tussen een verschijnsel en de omgeving (mijn thesis ging over ‘ecologische studie van jeugdmisdadigheid in Gent, dat was het verband tussen sociaal milieu en jeugdcriminaliteit).

Intussen werden we in Europa met het jaar welvarender en gezonder. De jongeren hadden geen herinneringen aan de oorlogsverschrikkingen en nauwelijks aan de oorlog in Korea (1950-1953) toen er nog volop was gehamsterd. Er was wel angst geweest voor een nieuw, mogelijks nucleair, conflict met de Cuba-crisis van 1962 tussen de VS en de Sovjet-Unie, maar dat was tenslotte zonder slag of stoot afgelopen.

Opgroeien in vrede en welvaart leek een redelijke verwachting. Die ging gepaard met een sterke drang naar meer vrijheden en dat botste met het conservatieve maatschappelijk keurslijf, voor, tijdens en na Mei 68.