Image
De auteur op bezoek bij een collectieve textielfabriek in Venezuela in 2006
Een interview met de Amerikaanse politicoloog William Robinson, die niet schroomt om Marxistische instrumenten te benutten om aan te geven hoe de wereld in elkaar zit (en wat daar aan veranderd kan worden).

(oorspronkelijk verschenen op Znet, als vertaling uit de Griekse krant Eleftherotypia, 13 april 2007, vertaling globalinfo)

1. U stelt dat we getuigen zijn van een historische mondiale overgang naar een nieuwe fase van kapitalisme, met nieuwe vormen van macht en nieuwe vormen van verzet daartegen. Ten eerste, wat is er nieuw aan het kapitalisme van nu?

Het voornaamste kenmerk van dit nieuwe tijdperk is de opkomst van echt transnationaal kapitaal en een nieuwe mondiaal geïntegreerd systeem van productie en financieel. Productie is gefragmenteerd in ontelbare en voortdurend verplaatsende fases die gedecentraliseerd zijn en over de planeet verspreid. Tegelijkertijd zijn de verschillende segmenten functioneel opgenomen in enorme mondiale ketens van productie en distributie. Elke autonome nationale economie is geherstructureerd en extern geïntegreerd, zodat elke 'nationale' economie onderdeel is gaan vormen van een groter mondiaal productiesysteem.

We hebben nu ook een waarlijk mondiaal financieel systeem. Er bestaat niet langer zoiets als een nationaal financieel systeem. In feite is het financieel kapitaal het meest mobiele en meest getransnationaliseerde deel van het kapitaal. Dit heeft grote gevolgen. Geld-kapitaal bestaat in cyberspace, waar het geen grenzen erkent en nauwelijks of geen staatscontrole ondergaat. Geld-kapitaal stelt het vastgezette kapitaal onder zich. Degenen die geld-kapitaal beheersen kunnen overal op de wereld waarde vergaren door financiële manipulatie en dat vervolgens voortdurend verplaatsen naar plekken elders op de wereld.

Dit mondiaal- geïntegreerde systeem van productie en financiën onderstreept de groeiende penetratie en vervlechting van kapitaal in alle delen van de wereld, georganiseerd rond de reusachtige transnationale bedrijven die de mondiale economie aansturen.

Er zijn belangrijke nieuwe mechanismen die deze transnationalisering van kapitaal bevorderen. De verspreiding van aandelenbeurzen bijvoorbeeld, van de central van de wereldeconomie tot in de meeste, zo niet alle, hoofdsteden in de wereld, gecombineerd met rond de klok handel, faciliteert een steeds mondialer en dus transnationaler eigendom van aandelen. De mondiale integratie van nationale financiële systemen en nieuwe vormen van geld-kapitaal, waaronder markten in secundaire derivaten (= afgeleide producten van aandelenhandel, vert.) heeft het ook makkelijker gemaakt voor kapitaalbezit om te transnationaliseren.

Andere mechanismen van integratie zijn de sterke stijging van buitenlandse directe investeringen (foreign direct investments, fdi) en de verspreiding van dochterondernemingen van multinationals, de ongelofelijke groei van internationale fusies en overnames, de groei van transnationaal vervlochten raden van bestuur, de toename van grensoverschrijdende strategische allianties in allerlei soorten en maten en de groeiende invloed van transnationale "peak business associations"

Op deze manier is een transnationale kapitalistische klasse ontstaan als de uitvoerende vertegenwoordiger van kapitalistische globalisering.

2. U wilt toch niet beweren dat nationaal of regionaal kapitaal niet meer bestaat, of wel?

Nee dat zal ik niet zeggen. Maar je ziet wel een nieuw soort uiteenvallen van klasse tussen aan de ene kant lokale en nationale fracties van kapitaal en aan de andere kant transnationale fracties. Transnationaal kapitaal is nu de overheersende fractie op wereldschaal. Transnationaal georiënteerde kapitalistische groepen en elites zijn nu gevestigd in alle landen in de wereld, en ook binnen de staat. Deze fracties, of hun bureaucratische partners, oefenen aanzienlijke invloed uit op de meeste staatsapparaten, als ze die niet al geheel beheersen. Vaak dicteren ze het beleid.

We moeten begrijpen hoe kapitalisme georganiseerd is in een nieuwe netwerk-structuur zodat het systeem functioneert via onderling verbonden webben die de wereld overspannen. Dit is belangrijk omdat de oude verticale bedrijfsstructuur uit de steentijd uitgestorven zijn. Kapitaal functioneert nu via omvangrijke netwerken van onderaanneming en delocalisering ("outsourcing"), via talloze constellaties tussen verschillende kapitalistische groepen en andere economische actoren.

Ik wijs hier met name op omdat het het transnationale kapitaal is dat op de knooppunten van deze mondiale netwerken zit. Dat betekent dat er nog steeds lokaal en nationaal kapitaal kan zijn, maar dat die niet op kan boksen tegen het mobiele transnationale kapitaal. Als ze concurrerend willen blijven, als ze het spel willen kunnen blijven spelen, dan moeten ze wel banden aanknopen met het transnationale kapitaal. En dat moeten ze op structureel niveau doen, op een manier die ze in een ondergeschikte positie brengt ten opzichte van het transnationaal kapitaal.

3. Kunnen we dan ook spreken van een mondiale arbeidersklasse

Ja. Er is een mondiale arbeidersklasse die de fabrieken laat draaien, de boerderijen en kantoren van de mondiale economie. Hun leden kunnen gevonden worden in de maquiladoras (vrijhandelszones), in de agro-industriële complexen over de hele wereld, onder de legers van dienstverleners in de wereldsteden. Maar die mondiale arbeidersklasse is intern gelaagd. Die is gescheiden naar nationale en sociale, etnische en gender-scheidslijnen. Het voortduren van het bestaan van de natie-staat zorgt ervoor dat het bewustzijn en de subjectieve ervaring van de mondiale werkende klasse verwrongen wordt.

In contrast daarmee beschikt de transnationale kapitalistische klasse over een subjectief besef van zichzelf en de eigen belangen. Diens deelnemers komen in toenemende mate bijeen in hun private instellingen zoals het World Economic Forum in Davos en ze ontwikkelen een transnationaal klassebewustzijn. In deze zin is het een klasse-voor-zich, om Marx's woorden te gebruiken, terwijl de mondiale arbeidersklasse wel een klasse-in-zich is, maar nog niet voor-zich.

4. Waar zit de politieke macht dan momenteel in deze nieuwe vorm van mondiaal kapitalisme die je beschrijft?

Er is een nieuwe transnationale samenstelling van macht. Ten dele zien we hier een soort transnationale staat ontstaan, wat weer een nieuw aspect van dit tijdperk is. De vraag is; hoe kan de transnationale klasse z'n politieke autoriteit uitoefenen? Nou, een manier is door bestaande staatsapparaten in elk land te gebruiken, daar zijn genoeg voorbeelden van. Een andere is door de omvorming van bestaande internationale instellingen, zoals de oude Bretton Woods-instellingen (IMF en Wereldbank, vert.). Of de afdelingen van het systeem van de VN en de vorming van geheel nieuwe, zoals de WTO. Transnationaal kapitaal probeert de structurele macht van de mondiale economie over afzonderlijke landen en werkende klassen in elke natie-staat, om te vormen in directe politieke zeggenschap of invloed via dit transnationale staats-apparaat.

Transnationale instellingen proberen om mondiaal kapitalisme te coördineren en de kapitalistische overheersing op te leggen over nationale grenzen heen. Neem het IMF bijvoorbeeld. Door een structureel aanpassingsprogramma op te leggen dat een land dwingt om zich open te stellen voor de penetratie van transnationaal kapitaal, de onderschikking van lokale arbeid en de extractie van rijkdom door transnationale kapitalisten, fungeert het IMF als een transnationale staatsinstelling die faciliteert dat de lokale arbeid door mondiaal kapitaal uitgebuit wordt.

Hoewel het waar is de macht en autonomie van natie-staten verminderd is ten opzichte van transnationale machtsstructuren, is dat beeld enigszins misleidend aangezien die transnationale machtsstructuren verankerd zijn in elke natie door concrete sociale krachten die materieel en politiek deel uitmaken van het opkomende transnationale machtsblok.

5. Hoe moeten we in deze context Amerika's strijd om hegemonie en mondiale expansie interpreteren?

Je vraag veronderstelt dat het buitenlandbeleid van de VS beschouwd moet worden als een strijd voor VS-hegemonie. Ik denk niet dat we mondiale hegemonie, of de rol van de VS-staat in de wereld, kunnen begrijpen als we die bekijken vanuit zo'n natie-staat/interstaat kader. Analyses die de natie-staat centraal stellen, slagen er niet in om het integratieve karakter van mondiaal kapitalisme op zijn waarde te schatten.

Als we met imperialsme bedoelen de onophoudelijke druk voor buitengerichte expansie van kapitalisme en de afzonderlijke politieke, militaire en culturele mechanismen die die expansie faciliteren, dan zien we inderdaad een duidelijke voortdurend imperialisme in de 21e eeuw. Maar er is niets in dit 'nieuwe' imperialisme dat erop wijst dat het een drang van de VS is om een imperium op te bouwen in competitie met kapitalisten van andere natie-staten. Degenen die dit beweren, zijn met hun historische analyses blijven steken in een eerder stadium. Ze zitten gevangen in de wereld van het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw. Ze beschouwen het wereldkapitalisme nog alsof het zich nog in z'n nationale 'monopolie'stadium bevindt van de dagen van Lenin en Hilferding, waardoor interventionisme van de VS alleen maar gezien kan worden als een operatie voor "VS"-hegemonie over andere staten.

Recente beleid van de VS, zoals het opleggen van neo-liberale structurele aanpassingsprogramma's en de bevordering van vrijhandelsverdragen, hebben ervoor gezorgd dat regio's en landen over de hele wereld zich verder opengesteld hebben voor mondiaal kapitalisme, voor transnationaal kapitaal. Het IMF en andere transnationale staatsinstellingen hebben niet opgetreden als eenvoudige instrumenten van "VS"-imperialisme. Ik ken geen enkel structureel aanpassingsprogramma van het IMF dat de omstandigheden schept in het betreffende land dat "VS"-kapitaal op enige manier bevoordeelt. Wat er gebeurt is dat het land waar de operatie plaats vindt, z'n arbeid en grondstoffen open moet stellen voor kapitalisten uit elke uithoek van de wereld. Het eerste dat de bezettingsmacht van de VS deed na de invasie van Irak, was niet het land af te sluiten van al het kapitaal behalve zijn eigen, maar was het afkondigen van een wet op buitenlandse investeringen die kapitaal uit elke uithoek van de wereld uitnodigde om te investeren.

De VS-staat heeft geprobeerd een leidende rol te spelen ten behoeve van transnationale kapitalistische belangen. Dat ze daar in toenemende mate in falen, duidt niet op toenemende nationale rivaliteit maar op de problematische omstandigheden van de klus die ze moeten klaren gegeven de crisis van mondiaal kapitalisme. In deze zin zijn interventionisme en gemilitariseerde globalisering minder een campagne voor VS-hegemonie dan een tegenstrijdig antwoord op de crisis van globaal kapitalisme - op economische stagnatie, legitimeringsproblemen en de opkomst van tegenhegemonische krachten.

6. Welke specifieke nieuwe problemen worden er door dit nieuwe globalisme veroorzaakt?

Het systeem bevindt zich in chaos; z'n tegenstrijdigheden zijn explosief en eerlijk gezegd bevindt de mensheid zich in groot gevaar. De mondiale crisis is er een van sociale polarisatie en sociale reproductie, die een dieper structureel probleem weerspiegelt van over-accumulatie. Het is ook een crisis van duurzaamheid. Een ecologische holocaust is al begonnen. Als we niet terugwijken van de afgrond, en dat behoorlijk snel ook, zouden we wel eens rampzalige gevolgen tegemoet kunnen zien.

Laten we een stapje terugdoen en het grote geheel bekijken. De jaren 1980 zagen een herstel van winsten, volgend op de afname in de jaren '70. Er was een massale golf van transnationale investeringen in de jaren 1980 en 1990, die leidden tot overcapaciteit en overproductie. Kapitaal begon in toenemende mate om een uitweg voor investeringen te vinden via financiële speculatie - het beruchte "casino kapitalisme". De vluchtigheid van financiële speculatie bij deze overaccumulatie, leidde in 1995 tot de Mexicaanse peso-crisis en diens "tequila effect" elders, gevolgd door de Aziatische financiële ineenstorting van 1997-98, de Russische, Turkse en Braziliaanse crises en een wereldwijde recessie in 2001-02.

Het is op dat tijdstip dat structurele en politieke drukgolven die binnen het systeem opgehoopt zijn, leiden tot een militarisering van mondiale accumulatie. De VS-staat als beschermheer van het systeem, zocht naar openingen voor nieuwe uitwegen voor het mondiale surplus door middel van een militair Keynesianisme en een oorlogsmobilisatie, door de "creatieve destructie" van de oorlog. Sinds de jaren 1990 hebben we een voortdurende verschuiving gezien in de as van accumulatie, van computer- en informatietechnologie als het snijvlak, samen met financiële speculatie in aandelen, onroerend goed, en zo meer, naar een militair-industrieel-aardolie-constructie-ingenieurs-complex.

Staten zijn ontvankelijk voor de eisen van transnationaal kapitaal maar zijn tegelijkertijd niet in staat om de overschotten op te vangen en te herverdelen, om de kringen van accumulatie te regelen en dus sociale functies te vervullen. Staten kunnen de behoeftes van de bevolking niet vervullen en de tegenstrijdigheden oplossen. Dit alles lijdt tot een crisis van legitimiteit en bestuurbaarheid, tot chronische instabiliteit, golven van criminaliteit, sociale ontbinding, toenemende vervreemding.

Het probleem van sociale controle wordt in de mondiale kapitalistische orde fundamenteel. Dit werd bijvoorbeeld duidelijk aan het voorbeeld van de opstand van de uitgeslotenen aan het einde van 2005 in Parijs. We zien een overgang van sociale welvaartsstaten naar sociale controlestaten, de opkomst van politiestaten die gevangenisindustriële complexen beheren waar de uitgesloten bevolking in gestopt wordt, nieuwe vormen van apartheid op sociaal gebied en op het gebied van ruimte, sociale zuivering, Katrina-achtige antwoorden van militaire controle op rampen en andere crises. We gaan wellicht meer in het algemeen in de richting van een mondiale politiestaat.

7. Heeft globalisering niet ook veel landen uit onderontwikkeling getild?

Je vraag is gesteld vanuit een misleidend analysekader van de natie-staat, alsof wat "ontwikkelt" of wat "onderontwikkeld" is, een natie-staat is. Dit negeert het bestaan van klasse-polarisatie, machtsrelaties en sociale ongelijkheid binnen elke natie-staat. Globalisering heeft veel mensen in het Zuiden in deelnemers -consumenten - omgevormd van de mondiale markt - en heeft de cultuur van mondiaal kapitalisme verspreid, met zijn individualisering, consumentisme, escapisme en banaliteit. Maar het heeft ook een afglijden naar beneden (downward mobility) gegenereerd, marginalisering en armoede voor veel meer mensen.

Ongelijkheden hebben wereldwijd ongekende proporties bereikt. Het patroon is een polarisering tussen de 20 procent van de bevolking die vooruit gaat aan de ene kant en de 80 procent die achterblijft aan de andere kant. Er zijn nieuwe transnationale klasse-ongelijkheden die niet begrepen kunnen worden vanuit een Noord-Zuid-kloof. Het mondiale Zuiden is in toenemende mate verspreid over de planeet, evenals het Noorden. India heeft nu 200 miljoen middenklasse consumenten die deelnemen aan de globale markt, evenals China, ook al zinken meerderheden in die landen in bestaansonzekerheid. Mondiale sociale polarisatie snijdt op nieuwe manieren door de nationale grenzen heen.

7. Welke werkbare strategieën zie je om transnationaal kapitalisme het hoofd te bieden?

Sociale rechtvaardigheid vereist een zekere mate van transnationaal sociaal bestuur over dit mondiale systeem van productie en financiën als een noodzakelijke eerste stap naar een radicale herverdeling van rijkdom en macht naar de arme meerderheden. Wat zou zo'n nieuwe component van herverdeling inhouden en hoe zou die verwerkelijkt kunnen worden? Het zou in ieder geval een ommekeer van neo-liberaal beleid vereisen op natie-staat-niveau. Maar herverdeling alleen is niet genoeg. Deze zou verbonden moeten zijn aan de transformatie van klasse- en eigendomsverhoudingen. Lokale klasse- en eigendomsverhoudingen hebben mondiale implicaties. Webben van onderlinge afhankelijkheid verbinden het lokale met het mondiale.

Haarden van tegenhegemonie beginnen nu duidelijker vorm te krijgen, bijvoorbeeld met de opkomst van een anti-neoliberaal machtsblok in Latijns Amerika rond Venezuela. Desalniettemin is de uitdaging hoe te komen van een reactief mondiaal verzet naar een proactief mondiaal programma. De recente ervaringen van onder anderen Venezuela, Brazilië, Zuid-Afrika en Haïti, laten ook duidelijk zien wat de beperkingen zijn van de invoering van een project dat op herverdeling gericht is als het zich alleen op het niveau van de natie-staat afspeelt.

Elke aanval op de kapitalistische staatsmacht moet een belangrijke transnationale component bevatten. Strijden op niveau van de natie-staat zijn allerminst onbelangrijk. Ze blijven doorslaggevend voor het vooruitzicht op sociale rechtvaardigheid en progressieve sociale verandering. Maar elke van deze gevechten moet deel uitmaken van een breder transnationaal tegenhegemonisch project en een programma ter beteugeling van de mondiale markt en de macht van mondiaal kapitaal. Een alternatief voor mondiaal kapitalisme moet een transnationaal project zijn, met deelname van transnationale vakbewegingen, transnationale sociale bewegingen, transnationale politieke organisaties, en zo verder.

-------------------------

De auteur William Robinson is professor in sociologie, mondiale en internationale studies en Latijns Amerikaanse en Iberische Studies, aan de Universiteit van Santa Barbara in Californië. Zie verder de website van de universiteit over zijn werk.