Het aanvaarden van de verkiezingsuitslag betekent nog niet dat je kalm moet blijven. Democratie veronderstelt het recht om oppositie te voeren, schrijft Simon Schama

(Dit opiniestuk van Simon Schama verscheen eerder in de Financial Times, vertaling Menno Grootveld)

“Kalmeer, schat,” zei mijn tafelgenoot bij BBC Newsnight tegen me toen ik, een dag na de Amerikaanse presidentsverkiezingen, er nóg een schepje bovenop deed. Ik negeerde haar.

Kalmeren is steevast het medicijn dat de winnaars de verliezers voorschrijven om te voorkomen dat hun zelf-felicitaties worden verstoord door oppositie. Maar je neerleggen bij de stembusuitslag betekent niet dat je het nergens meer mee oneens mag zijn, zeker niet als er, zoals in dit geval, sprake is geweest van het schaamteloos onmogelijk maken van het uitoefenen van het stemrecht, de politisering van de FBI en de cyber-bemoeienis van de Russen. Als het koesteren van de democratie inhoudt dat je de stembusuitslag moet accepteren, veronderstelt het ook het recht om oppositie te mogen voeren. En als die oppositie wordt gedemoniseerd als deloyaal, moet zij haar stem verheffen.
Want er zijn veel redenen om rumoer te maken. Het is bijzonder vreemd dat het Amerikaanse publiek de vertrekkende president een populariteitsscore van 56 procent heeft gegeven, en tegelijkertijd iemand heeft gekozen die van plan is alle verworvenheden van het presidentschap van Obama ongedaan te maken. Nu de Republikeinen het Witte Huis én beide huizen van het Congres controleren, zal Trump de handen vrij hebben om de Affordable Care Act (ook wel 'Obama-care' genoemd) in te trekken, zodat miljoenen Amerikanen van hun ziektekostenverzekering zullen worden beroofd, een Hooggerechtshof samen te stellen dat de Roe v Wade-uitspraak over abortus ongedaan zal maken, het klimaatverdrag van Parijs af te wijzen, de nucleaire overeenkomst met Iran nietig te verklaren en de Dodd-Frank-wet over het toezicht op de banken naar de prullenbak te verwijzen, die bedoeld was om een herhaling te voorkomen van het gedrag dat tot de Grote Recessie heeft geleid.

Er wordt gezegd dat de neiging van Trump om met een tactiek van de verbrande aarde te werken zal worden getemperd door ervaren raadgevers, maar dat zal niet gebeuren. Hij heeft het op Zijn Manier gedaan, en de twijfelaars en uit-de-boom-kijkers zullen allemaal worden vervangen door betrouwbare pluimstrijkers. Omdat hij weet dat zijn aantrekkingskracht op de kiezers was gebaseerd op zijn brutale houding, zal Trumps presidentschap in het teken staan van “Ik ben de enige die het kan”.

Ongetwijfeld zullen zijn speechschrijvers nu al bezig zijn een inaugurele rede neer te pennen waarin de gebruikelijke gemeenplaatsen staan over het overwinnen van de verdeeldheid. Komend van iemand die heel goed weet dat de manier waarop hij zich van de meute wist los te maken het strooien met verdachtmakingen was, waardoor van Hillary Clinton een crimineel kon worden gemaakt, zal dit een slechte grap zijn. De sluimerende gevolgen van zijn boosaardige, opruiende retoriek zullen niet verdreven kunnen worden door een plotseling vertoon van “Kumbaya”. Ze zullen als een giftige mist in het politieke klimaat blijven hangen, niet in de laatste plaats omdat hij weet dat hij, als hij er niet in slaagt zijn talloze niet waar te maken beloften te verwezenlijken, altijd nog de fanatiekelingen kan opzwepen met een nieuwe ronde van zondebokken-makerij aan het adres van de usual suspects: de “internationale samenzwering” van banken en media, en de stedelijke “elites” die ervan worden beticht zich neerbuigend te gedragen tegen gewone mensen en de Amerikaanse Droom belachelijk te maken.

Dit zijn altijd al de spookbeelden van het Amerikaanse nationalistische populisme geweest. Een van de grote paradoxen van de Amerikaanse natievorming is dat zij tegelijkertijd is gebaseerd op de omarming én de afwijzing van de identiteit van de immigrant. Terwijl dit tot op zekere hoogte overal elders ondenkbaar was, heeft het Amerikaanse patriottisme altijd min of meer onverschillig gestaan tegenover de herkomst van de immigrant (zij het niet ten aanzien van de kwestie van zijn of haar ras). Maar het succes van de immigrantenrepubliek heeft zo nu en dan ook tot gewelddadige nationalistische uitbarstingen geleid. In de jaren vijftig van de negentiende eeuw waren de Ierse en Italiaanse katholieken de klos; in de jaren tachtig van de negentiende eeuw de Chinezen; en aan het begin van de twintigste eeuw de Joden uit Oost-Europa.
Het populisme van Trump is niets anders dan de jongste versie van deze broeierige agitatie. In tegenstelling tot de Clinton-campagne heeft hij precies de juiste toon weten te treffen, door de woede van de “achtergeblevenen”  te kanaliseren en in te spelen op het nostalgische verlangen naar een onbedorven vaderland, dat net zo denkbeeldig is als de dorpse idylle van de Britse Brexiteers.

Zulke koortsachtige dromen van verlossing en restauratie zijn de besmettelijke ziekte van deze tijd. Twee ongerelateerde fenomenen – een sociaal ongelijk opgaand herstel van de recessie en een golf van wanhopige migranten uit de hele wereld – zijn met elkaar in verband gebracht, waarbij het laatste het eerste zou moeten verklaren. De schuld voor het verdwijnen van laaggeschoold werk wordt in de schoenen geschoven van sluwe buitenlanders en laagbetaalde arbeid. De lont van de wrok, aangestoken door de demagoog, laait op tot een giftige vlam.

De manier waarop de overwinning van Trump tot stand is gekomen zal nationalisten en crypto-fascisten elders ervan overtuigen dat hun kans op succes bij hun eigen verkiezingen volgend jaar het grootst is als ze de paranoia aanwakkeren. Internationalisme en kosmopolitanisme zullen worden voorgesteld als het domein van het duivelse establishment. De beschermende muren en de wachttorens van de veiligheidsstaat zullen de citadel van de natie overschaduwen. Vrijheid zal worden opgeofferd aan veiligheid.

Dit alles staat beslist te gebeuren, tenzij de heterogene stadscultuur – met al zijn wanordelijke creativiteit en getijdestromen van nieuwkomers en vertrekkers – alsnog compromisloze kampioenen vindt. Het was een fatale misvatting van de Clinton-campagne om te veronderstellen dat een gortdroog menu van beleidsvoorstellen hetzelfde was als een volmondige verdediging van de moderniteit.

Wat er ook mag voortkomen uit de puinhopen van het liberale fiasco, diezelfde fout mag nooit meer gemaakt worden. De verworvenheden van het moderne leven moeten met militante passie van de daken worden geschreeuwd, zodat ze ook hoorbaar zijn voor mensen die geen kranten meer lezen. Wat Amerika noch de rest van de wereld zich nu kan veroorloven is kalm blijven en voortmodderen.