Wat is de invloed van sociale bewegingen op de politiek van de Wereldhandelsorganisatie WTO en hoe gaat de WTO om met de alternatieve globaliseringsbewegingen en organisaties? In de afstudeerscriptie "Sociale Bewegingen en Wereldhandelspolitiek" voor de studie politicologie aan de Universiteit van Amsterdam analyseert Robin van Stokrom het onderwerp en komt tot de conclusie dat veel mogelijkheden tot beïnvloeding van de wereldhandelspolitiek onbenut blijven.

Inleiding
De scriptie bestudeert de politieke processen waarbij sociale bewegingen invloed uitoefenen, of invloed proberen uit te oefenen op de huidige economische en staatspolitieke globalisering die neoliberaal en kapitalistisch van aard zijn. De WTO is momenteel de belangrijkste organisatie op het gebied van economische globalisering. De alternatieve globaliseringsbeweging (ook wel de anders of antiglobaliseringsbeweging) wordt vanuit haar confrontatie en interactie met de WTO geanalyseerd. Centraal daarbij staan mogelijkheden tot beïnvloeding van wereldhandelspolitiek.

De WTO kwam volop in het nieuws met de protesten in Seattle 1999. Maar ook ruim daarvoor waren er al protesten tegen de WTO en haar voorloper, de GATT. In de scriptie komt kort de historie en ontwikkeling aan bod van de bewegingen die protesteren tegen de WTO. Daarnaast staat de WTO en haar doeleinden, structuur en machtsverhoudingen centraal. Hoe heeft zich dit ontwikkeld? Het belangrijkste element van de scriptie zijn de tegenstellingen van de WTO, zoals nationale economische belangen en milieu-vrijhandel. Een belangrijke vraag hierbij is hoe deze tegenstellingen binnen de WTO gekaderd worden en hoe zij tot uiting komen in de wetten en jurisprudentie van de WTO. Aan de andere kant is het de vraag hoe sociale bewegingen deze tegenstellingen proberen te politiseren en hierlangs burgers proberen te mobiliseren. Zitten hier grote verschillen tussen, of valt het wel mee?

Daartoe wordt het algemene discours (probleemstelling en oplossingstrategiën) bestudeerd van de alternatieve globaliseringsbewegingen en de daaraan verbonden organisaties en netwerken. Een centrale conclusie is dat er meer succes geboekt kan worden op de lange termijn als de bewegingen zich meer toeleggen op de bevordering van lokale en regionale 'sociaal-ecologische praktijken' en deze te verbinden met een gefundeerde kritiek en mobilisatie op de voorstellen van de WTO-lidstaten tot verdere economische liberaliseringen. Een eigen alternatieve agenda is daarbij een noodzaak. De meeste huidige strategieën, zo is een van de conclusies, hebben nu nog vooral de neiging om een discours te ontwikkelen dat zich isoleert, danwel een discours dat zich te veel comprimeert aan het dominante WTO-discours. De achtergronden van Fair-Trade en een radicaal-democratische discours spelen een centrale rol in deze analyse.

Opzet en inhoud
De scriptie bestaat uit zeven hoofdstukken die niet voor iedereen even interessant zijn. Er zijn drie centrale onderdelen die aan bod komen. Op de eerste plaats de beweging, op de tweede plaats de WTO en op de derde plaats theorieën over sociale bewegingen. De hoofdstukken kunnen apart van elkaar gelezen worden.

Het grootste deel is een analyse van de WTO. Hoofdstuk 3 (“Formele structuren van de WTO”) behandelt de geschiedenis en doel van de WTO en de interne machtsverhoudingen. In hoofdstuk 4 worden de tegenstellingen zoals die zich binnen de WTO en de wereldhandel in het algemeen zich manifesteren, uitgediept. Het gaat hier om tegenstellingen tussen economische belangen, Noord en Zuid (arm en rijk), milieu en vrijhandel, arbeid en kapitaal en de centrale ideologische tegenstelling tussen protectionisme en vrijhandel. De tegenstellingen worden kort in een abstractieniveau behandeld. Vervolgens wordt gekeken hoe zij zich binnen de WTO manifesteren en wat de algemene oplossingen zijn die naar voren worden gebracht door WTO-lidstaten.

Sociale bewegingen komen aan bod in de inleiding en vooral in hoofdstuk 5 (“De WTO en invloed van sociale bewegingen”). In hoofdstuk 6 (“Strategie van globaliseringsbewegingen en organisaties”) wordt nader ingegaan op een aantal vertogen die in de beweging centraal staan, zoals het discours over Fair Trade en de politiek van Oxfam (Novib) ten opzichte van de WTO. Deze wordt vergeleken en bekritiseerd vanuit een meer radicaal vertoog dat onder meer geassocieerd kan worden met Walden Bello en Vandana Shiva aan de ene kant, en Peoples' Global Action aan de andere kant. In dit hoofdstuk wordt gezocht naar wat voor vertoog en welke politieke praktijk geschikt kan zijn voor een betere beïnvloeding van de handelspolitiek en praktijk op de lange en korte termijn. Het gaat in op huidige discussies binnen de beweging. Een centrale conclusie hierbij is dat de politiek en de economie juist in het Westen moet veranderen, om de spiraal van liberaliseringen te doorbreken. Door problemen vooral in een Noord-Zuid tegenstelling te kaderen, zoals bijvoorbeeld Novib doet, speelt de beweging zichzelf in de kaart door nauwelijks met alternatieven voor de politiek en economie in bijvoorbeeld de EU te komen.

Het deel over de theorieën van sociale bewegingen komt vooral aan bod in het tweede deel van het tweede hoofdstuk en in de slotconclusie (hoofdstuk 7). Dit biedt het kader voor de analyse over de interactie tussen WTO, sociale bewegingen en maatschappelijke organisaties.

De scriptie is hieronder te downloaden in pdf-formaat. Voor een andere bestandsformaat van de scriptie, mail


(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Robin van Stokrom.)

zie ook robinwto.pdf