Niet te voet met mestvorken – zoals de Franse boeren tweehonderd jaar geleden – maar lichtbewapend op motorfietsen trekt de bevolking van de Sahel op tegen nationale militaire eenheden en zwaar bewapende Franse en Amerikaanse speciale eenheden. Dat schrijft het conservatieve Franse weekblad “Le Point” in een achtergrondartikel over de Sahel-top die in het Franse Pau werd georganiseerd. Ter ere van de Franse soldaten die in strijd in de Sahel zijn omgekomen, moesten de regeringsleiders van de Sahel-staten Mauretanië, Mali, Niger, Burkina Fasso en Tsjaad op maandag 13 januari in Frankrijk aantreden.

Kort daarvoor waren honderden opstandelingen op 9 januari op motorfietsen vanuit Mali naar Niger gekomen en hadden daar de militaire basis Chinagoder aangevallen. Tijdens de aanval die 48 uren duurde, kwamen 89 soldaten uit Niger om het leven. Van de opstandelingen kwamen er naar verluid 63 om het leven. Frankrijk zette daarop Mirage-2000 gevechtsvliegtuigen in. Die doorbraken ter afschrikking de geluidsmuur, maar ze wierpen hun 250 kilo zware bommen niet af omdat de opstandelingen en de soldaten zich dicht bij elkaar bevonden. Pas nadat er Amerikaanse drones werden ingezet, zouden aan de opstandelingen zware verliezen zijn toegebracht. Le Point vraagt zich af hoe het mogelijk is dat er opnieuw honderden opstandelingen op motorfietsen ongemerkt konden oprukken omdat ze toch enorme stofwolken opwerpen. En waarom de grens tussen Mali en Niger niet met militairen wordt bewaakt. Het stille antwoord kan worden gevonden in het begrip “Afrikaanse Jacquerie” waar het weekblad mee komt: zonder actieve betrokkenheid van de bevolking zijn dergelijke aanvallen niet mogelijk. In Burkina Faso heeft de staat zich – ook in militair opzicht – al uit een derde van het land teruggetrokken, en zo ook in Mali.

Het dagblad “Liberation” is nog explicieter. Het publiceerde over de Sahel-top in Pau een interview met Marc Antoine Pérouse de Montclos die onlangs een boek over het thema heeft gepubliceerd (“Une guerre perdue. La France au Sahel”, éditions JC Lattès, 2020). De directeur van het Institut de recherche pour le développement (IRD) beschuldigt de Franse regering ervan dat ze oorlog in de Sahel door legitimatieproblemen verkeerd voorstelt. In werkelijkheid gaat het niet om een oorlog tegen jihadisten, maar tegen een sociale opstand die Frankrijk niet kan winnen.

De Sahel-top in Pau eindigde inderdaad met een politiek-militaire nederlaag. Frankrijk wilde haar eigen Berkhane-operatie (met 4.500 militairen) omvormen tot een macht die de strijdeenheden van de G5-Sahel-operatie (de diverse nationale strijdkrachten) direct ter plekke “assisteert”. Want het ontbreekt de Berkhane-operatie aan samenwerkende grondtroepen die de Franse aanvallen vanuit de lucht naar hun doelen kunnen leiden. De Afrikaanse regeringsleiders wezen dat voorstel in Pau af. Ze beschouwen het voorstel als een neo-koloniaal militair plan, want in werkelijkheid zouden de Franse speciale eenheden dan de nationale eenheden ter plekke aansturen en een onderdeel maken van de Franse tactiek van opstandsbestrijding van toeslaan en wegwezen.

De Sahel-top in Pau werd afgesloten met het plan om 200 extra Franse soldaten naar de Sahel te sturen met daarbij een dringend verzoek aan de VS om hun militairen niet terug te trekken. Die zijn soeverein op het terrein van infiltratie door de geheime diensten en de bewaking van het luchtruim van de Sahel.

Ook wat betreft Libië komt het de afgelopen dagen tot nieuwe militaire stuiptrekkingen van de EU. Italië zou graag tijdens de komende Libië-conferentie in Berlijn, samen met andere EU-staten, willen beslissen om meer soldaten naar Libië te sturen, met een mandaat van de Verenigde Naties. Italië heeft al 50 soldaten gestationeerd in de bocht van Tripoli, om de zogenaamde Libische kustwacht te coördineren, en 250 soldaten in een Italiaanse militair ziekenhuis in Misrata. De voormalige Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Marco Minniti, die de Italiaanse deal met de milities in West-Libië heeft gesloten (het veranderen van mensensmokkelaars in kampbewakers en kustmilities), is kandidaat voor EU-gezant voor Libië.

Het is de hoogste tijd om de onlusten en opstanden ten zuiden van de EU als een reactie op de uitbreiding van de Europese invloedssfeer te thematiseren. De recente Europese pogingen om de bewoners van Zuid-Libië en de Sahel, die zich historisch gezien altijd ver van staten hielden, militair en daarna ook politiek en economisch te controleren, zouden een doorslaggevende reden voor de “Jacqueriën” kunnen zijn. Terwijl Frankrijk de uitbreiding van de Europese invloed naar het zuiden probeert te rechtvaardigen met de wereldwijde strijd tegen terrorisme, wordt in Duitsland en Italië het ressentiment tegen migranten gestimuleerd. In de Sahel tekenen zich de contouren af van een zelfbestuur, dat sterk van onderop gedragen wordt en zich probeert te verzetten tegen de militaire stuiptrekkingen van de nationale strijdkrachten en de Frans-Amerikaanse speciale eenheden.

Dit artikel verscheen op 15 januari 2020 op de Duitstalige website FFM-Online onder de titel “Sahel Libyen: „Afrikanische Jacquerie“ und EU-militärische Zuckungen”. Het is in het Nederlands vertaald door Harald Minkens. De enige link is gemaakt door de redactie.

Een paar Nederlandse publicaties over de achtergronden van de conferentie in Pau: