De Groene Amsterdammer organiseerde een avond over ‘identiteitspolitiek tegenover klassenstrijd’. Duoraadslid van Amsterdam BIJ1 Jazie Veldhuyzen laat helder zien dat de strijd tegen het kapitalisme en de strijd voor minderheidsrechten niet tegenover elkaar staan, maar onlosmakelijk verbonden zijn. Lees hier de column die hij uitsprak terug: (aanvulling globalinfo: onderaan dit bericht een integrale video van de avond).

(Door Jazie Veldhuyzen, via grenzeloos.org, foto Laura Blanchard cc/flickr, zie hier eerdere aankondiging avond met commentaar op globalinfo.nl)

“Leidt de nadruk op ‘identiteit’ af van de te voeren antikapitalistische strijd? Dat is de fatale misvatting die bij reëel bestaand links lijkt te overheersen. Om te beginnen: ook dat is een positie die identitair rechts huldigt. De kritiek van rechtse pseudo-intellectuelen op wat ‘cultureel marxisme’ genoemd wordt, is feitelijk een kritiek aan het adres van links dat ze haar taken inzake de klassenstrijd verwaarloost. Dat alleen al is reden genoeg zulke kritiek te wantrouwen. Maar de realiteit is dat antikapitalisme zonder antiracisme en antiseksisme hol is.”

Dit zijn de woorden van Rogier van Reekum en Willem Schinkel. In een essay reageren zij op de column van Ewald Engelen waarin hij stelt dat “de terreur van de identiteitspolitiek” de belangrijkste reden is voor de teloorgang van links. Terwijl links zich bezig houdt met “het narcisme van de kleine verschillen” lachen de kapitalisten ons uit.

Van Reekum en Schinkel stellen dat links zichzelf gevangen houdt met de aan rechts ontleende en door Engelen gebezigde vocabulaire over identiteitspolitiek. Tevens zetten zij uiteen hoe kapitalisme, racisme en seksisme met elkaar zijn verweven. Om dit laatste punt te benadrukken neem ik jullie mee naar een belangrijk moment in de geschiedenis.

In 1602 werd de VOC opgericht. De eerste multinational ter wereld. Een imperialistisch en koloniaal bedrijf met een eigen leger. Het grootste handelsbedrijf in die tijd. De eerste naamloze vennootschap met vrij verhandelbare aandelen. Gespecialiseerd in het tot slaaf maken van niet-witte mensen. Expert in massale en systematische uitbuiting, onderdrukking, verkrachting en uitroeiing.

Dat kapitalisme, racisme en seksisme met elkaar zijn verweven is voor mij vanzelfsprekend. Ik ben namelijk een levend product van het koloniale, kapitalistische, racistische en seksistische project dat begon bij de oprichting van de VOC. De koloniale geschiedenis vormt niet alleen een belangrijk deel van waarom ik besta. Het vormt ook een belangrijk deel van wie ik vandaag de dag ben. En ja, natuurlijk vormt mijn identiteit ook een belangrijk deel van de basis van mijn politiek. Mijn politiek is echter niet meer ‘identiteitspolitiek’ dan de witte eurocentrische politiek van Engelen. Jan Willem Duyvendak legde dit in een antwoord op de column van Engelen haarfijn uit.

“Alsof identiteitspolitiek pas bestaat als de gediscrimineerde groepen gelijke rechten claimen. Alsof witte, heteroseksuele mannen niet eeuwenlang vanzelfsprekend de baas zijn geweest en dus eindeloos hun eigen identiteitspolitiek hebben gevoerd. Wie gaven en geven leiding aan ons land? Wie waren en zijn de baas bij werkgevers en vakbeweging? Dominante groepen hebben vaak niet in de gaten dat zij, nog veel sterker dan gemarginaliseerde groepen, publiekelijk identiteiten uitdragen en daarmee zowel impliciet als expliciet culturele normen opleggen aan anderen. Wat de norm is, wordt vaak niet herkend als identiteit, want door de ‘normalen’ als vanzelfsprekend, als ‘neutraal’ beleefd.”

Als je het aan mij vraagt dan maken Duyvendak, Van Reekum en Schinkel korte metten met de stelling van Engelen dat identiteitspolitiek afleidt van de klassenstrijd. Maar Engelen zelf slaagt erin om de conclusie te trekken dat hun reacties een ondersteuning zijn van zijn eigen stelling.

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben het met Engelen eens dat gevestigd links faalt omdat antikapitalisme geen centrale rol speelt in hun politiek. De PvdA staat inmiddels zelfs bekend vanwege het omarmen van het marktfundamentalisme. Maar ook GroenLinks heeft haar antikapitalistische wortels verloochent met de komst van de sociaalliberale koers van… mmmh, laat dat ik na de grote dag van gister maar niet zeggen. Tegenwoordig buigt zelfs de SP mee naar rechts omwille van de wens om mee te besturen.
Het is deze tendens in plaats van zogenaamde identiteitspolitiek waar we naar moeten kijken als belangrijkste reden is waardoor links zwakker is geworden. Gevestigde linkse landelijke partijen hebben in mindere of meerdere mate juist nationalistische en xenofobe frames van rechts geïnternaliseerd.

Bij dit laatste punt gaat het ook fout in het pleidooi van Engelen. Hij houdt het rechtse frame in stand dat antiracisten, feministen en queer-activisten zich enkel beperken tot culturele verschillenen. De oproep tot klassenstrijd van Engelen gaat over de rug van gemarginaliseerde groepen. Met zijn woorden bagatelliseert hij het leed van deze groepen en hij ridiculiseert de strijd die zij tegen hun onderdrukking voeren.

Sterker nog, de boodschap van Engelen impliceert dat links moet zwijgen over zwarte piet. Het impliceert dat links stil moet blijven als vrouwen met een hoofddoek van hun fiets worden getrokken door moslimhaters. Of dat links haar mond moet houden als asielzoekerscentra worden aangevallen door rechtsextremisten met vuurwerkbommen.
Het lijkt er bovendien op dat Engelen het verband niet ziet tussen wat er in hier en in de rest van de wereld gebeurt. Bijvoorbeeld hoe de moslimhaat in Nederland bijdraagt aan een politiek klimaat waarin de overheid er mee weg kwam om steun te verlenen aan een imperialistische oorlog in Irak. Een oorlog met inmiddels meer dan een één miljoen doden en vier miljoen ontheemden als gevolg.

Mijn politiek is daarom niet alleen antikapitalistisch. Mijn politiek is ook internationalistisch. Omdat de arbeidersklasse in Nederland niet in staat is om het kapitalisme te verslaan. En omdat mensen die het hardst worden getroffen door het kapitalisme niet in Nederland wonen. Hierbij wil ik overigens wel mijn solidariteit verklaren met ongedocumenteerde mensen in Nederland, in het bijzonder met de actiegroepen Wij Zijn Hier en de Indonesian Migrant Workers Union, wiens basisrechten worden ontzegd door de staat. Internationalistisch omdat ik solidair ben met onderdrukte groepen wereldwijd zoals de Koerden, de Palestijnen en de oorspronkelijke bewoners van West Papua. In het bijzonder wil ik mijn solidariteit met de Hirak-beweging benadrukken. Eergisteren werd Nasser Zafzafi, een van de leiders van de Hirak-beweging, en drie andere activisten veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf. 49 andere activisten werden veroordeeld voor straffen tussen de 2 en 15 jaar voor hun rol in de beweging die strijdt voor investeringen in bijvoorbeeld de zorg en onderwijs en zich verzet tegen corruptie en de achterstelling van de Rif.

Daarnaast is mijn politiek dekoloniaal en daarmee gericht op het bestrijden van de wijze hoe kolonialisme vandaag de dag doorwerkt. Hierbij denk ik niet alleen aan het culturele archief dat zo treffend is beschreven door mijn partijgenoot professor Gloria Wekker, maar bijvoorbeeld ook aan het economische aspect. In de woorden van Melissa Weiner en Antonio Carmona Báez:
“… de wereld is begonnen aan een nieuwe periode van kolonialiteit waarin economische belangen en grote bedrijven de op de natiestaat gebaseerde koloniale systemen hebben vervangen middels het opleggen van neoliberale structurerings- en ontwikkelingsprogramma’s.”

Mijn politiek is ook gebaseerd op solidariteit. Als we kapitalisme, imperialisme en neokolonialisme willen verslaan dan moeten we een massabeweging opbouwen. Want alleen via massale protesten en stakingen kunnen wij de economie platleggen en democratie van onderop organiseren om zo de macht van het grootkapitaal te doorbreken en een basis te creëren voor een samenleving waarin de belangen van mensen, dieren en de planeet in plaats die van het grote geld centraal staan.

Vrouwen, mensen van kleur, moslims, vluchtelingen, queers en andere groepen die worden gemarginaliseerd moeten onderdeel zijn van deze massabeweging. Sluit hen in, niet uit. Probeer je in te leven in de situatie van een ander. Probeer te begrijpen dat niet iedereen het privilege heeft om zich enkel op klassenstrijd te focussen. Zorg ervoor dat de strijd van de ander ook jouw strijd is. Dat is solidariteit.
Met het oog op de opkomst van extreemrechts en daarmee ook de noodzaak tot solidariteit eindig ik met een uitspraak van Martin Niemöller, een pastoor die eerst Hitler steunde maar later werd gearresteerd omdat hij tot inkeer was gekomen en zich begon te verzetten tegen de Nazipartij.

“Toen de nazi’s de communisten arresteerden, heb ik gezwegen; ik was immers geen communist. Toen ze de sociaaldemocraten gevangenzetten, heb ik gezwegen; ik was immers geen sociaaldemocraat. Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik niet geprotesteerd; ik was immers geen vakbondslid. Toen ze de Joden opsloten, heb ik niet geprotesteerd; ik was immers geen Jood. Toen ze mij kwamen halen was er niemand meer, die nog protesteren kon.”

Eerder verschenen op de site van Amsterdam Bij1.