Trots meldde DNB in een persbericht op 9-8 j.l. dat Nederland de wereldranglijst van het IMF voor buitenlandse directe investeringen aanvoert. De totale inkomende directe investeringen bedroegen maar liefst 3.000 miljard dollar en de uitgaande investeringen bedroegen 3.700 miljard dollar in 2009, omgerekend 377% en 465% van het BNP. De VS, een land met een nationaal inkomen van ruim 14.000 miljard dollar, stond op de tweede plek met inkomende en uitgaande directe investeringen van respectievelijk 2.300 miljard dollar en 3.500 miljard dollar, oftewel 16% en 25% van het BNP in 2009. De verhouding tussen BNP en buitenlandse directe investeringen is in Nederland dus 20 keer groter dan die van de VS.

 

Dit is geen reden voor trots, maar zou vooral in tijden van financiële instabiliteit kritische vragen bij DNB moeten oproepen. Het is overigens ook geen nieuws. Het IMF en de Bank voor Internationale Betalingen, de centrale bank voor centrale banken, hebben ook lijstjes van andere wereldwijde kapitaalstromen. In de top tien van grootste inkomende en uitgaande portfolio investeringen en interbancaire leningen scoren landen als Nederland, Zwitserland, de Kaaimaneilanden, Ierland en Luxemburg, altijd hoge ogen. Volgens het IMF zijn buitensporige financiële stromen een maat voor het zijn van een “offshore financial center”, een term die benadrukt dat de financiële stromen met niet ingezetenen vele malen groter is dan de nationale economie zou rechtvaardigen. Deze kleine economieën met gigantische financiële waterhoofden, zijn schakels in een keten van financiële centra die multinationale ondernemingen, banken en hedge funds in staat stellen om onvoorstelbare kapitaalstromen de wereld rond te pompen. Deze financiële stromen hebben geen relatie met enige reële economische activiteiten in het land waar ze in de boeken komen. De inkomende en uitgaande financiële stromen vinden grotendeel plaats in lege hulzen, beter bekend als ‘brievenbusondernemingen. Nederland heeft er naar schatting een slordige  20.000. Het belangrijkste doel hiervan is het ontwijken van belastingsverplichtingen en het omzeilen van regulering.

Internationale instituties als de OESO en het IMF zijn al jaren bezig om deze  schimmige wereld in te dammen. Tot dusver met weinig succes. Tussen de ICT crash van 2000 en het begin van de schuldencrisis namen de financiële stromen in dit verborgen circuit alleen maar verder toe. Onderdeel hiervan zijn  investeringsbanken en hedge funds die buiten het gereguleerde kader op grote schaal producten uitgaven en verhandelden. Zoals het Nederlandse filiaal van Lehman Brothers dat net voor de bank in 2008 ineenstortte was gemachtigd om voor 100 miljard euro aan schulden uit te geven, gedekt door in de VS verboden complexe producten. Het Nederlandse filiaal was niet verantwoordelijk voor de ineenstorting van Lehman Brothers maar was wel een cruciale schakel waardoor de bank zoveel schulden kon opbouwen en trucage kon toepassen.

Lehman Brothers zou de spreekwoordelijke kanarie in de mijn geweest moeten zijn voor DNB en het ministerie van financiën. Het tolereren van dusdanig grote en oncontroleerbare financiële stromen, of het nu gaat om directe investeringen, portfolio investeringen of interbancaire leningen, brengt de stabiliteit van het financiële systeem in gevaar. Daarom is het onbegrijpelijk dat ten tijde van een complexe en gevoelige soevereine schuldencrises in Europa, DNB met trots het resultaat presenteert van het feit dat Nederland een belangrijke schakel is in een netwerk dat grote multinationals, banken, maar ook een Khadaffi, in staat stelt om hun belastingverplichting te ontwijken. Terwijl iedereen de broekriem moet aantrekken, ontkomen de breedste schouders en wordt de legitimiteit van het fiscale regime ondermijnd.

DNB zou juist kritische vragen moeten stellen over de fiscale en regulatieve vrijplaats die door een klein leger van 15.000 fiscalisten, notarissen en juristen is opgebouwd op de Amsterdamse Zuidas. Tegenover belastingopbrengsten van een miljard euro in Nederland, staat een veelheid aan belastinginkomsten die elders verloren gaat. Cijfers over de rol van individuele fiscale vrijplaatsen zijn moeilijk te geven maar de non-gouvernementele organisatie Christian Aid becijferde in 2008 dat alleen ontwikkelingslanden jaarlijks ruim 160 miljard euro mislopen aan belastingopbrengsten, tegenover de totale stroom aan ontwikkelingshulp van 100 miljard.

Nederland zou niet van deze parasitaire sector moeten willen profiteren. Wat we winnen aan belasting en de dik belegde boterhammen van een kleine groep staat in geen verhouding tot de kosten van de financiële instabiliteit en belastingderving elders. De financiële vrijplaats aan de Zuidas is een Zwaard van Damocles boven de reputatie van Nederland in het algemeen en die van de veel omvangrijkere rest van de financiële sector in het bijzonder. Recentelijk speelde Nederland een bedenkelijke hoofdrol in een filmpje op de website van de New York Times. Niet de bekende tulpen, joints en molens waren onderwerp van de film, maar de rol van Nederland als roversnest voor Amerikaanse multinationals die in eigen land de belasting ontwijken. DNB als onafhankelijk adviesorgaan met als taak de financiële stabiliteit te garanderen, doet er beter aan de minister van Financiën te adviseren om een einde te maken aan deze vlek op het Nederlandse financiële blazoen.

------------------------

Rodrigo Fernandez is als financieel geograaf verbonden aan de UVA en associate researcher bij SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen).

Katrin McGauran is onderzoeker bij SOMO. SOMO maakt onderdeel uit van Tax Justice Nederland

Op zaterdag 20 augustus 2011 stond dit artikel in het NRC-Handelsblad: 'Ontmantel die vrijplaats aan de Zuidas'