Is het Doha Akkoord wel haalbaar? Tijdens het World Economic Forum besloten twintig handelsministers om een nieuw plan van Lamy te steunen: rond Pasen een (mini)ministers-top en voordat Bush jr. aftreedt een nieuw Doha Akkoord. Maar het ontbreken van een fast-track mandaat en de financiële crisis kunnen roet in het eten (van Lamy, de VS en de EU) gooien....

 

Op 26 februari, tijdens het World Economic Forum in Davos, kwamen de handelsministers van twintig belangrijke WTO-landen en toplieden van grote ondernemingen en van internationale instellingen op uitnodiging van WTO-voorzitter Lamy en de Zwitserse minister voor Economische Zaken Leuthard bijeen om te praten over een doorbraak in de Doha Ronde. De ministers namen daar het voorstel van Lamy aan om met hernieuwde inzet te proberen dit jaar de Ronde af te sluiten. Ze willen dit bereiken voordat de Amerikaanse president Bush in januari 2009 aftreedt.

Maar voor het zover is moeten eerst een tweetal nieuwe onderhandelingsteksten voor Landbouw (AG) en Industriële Goederen (NAMA) worden goedgekeurd door de lidstaten. Algemeen wordt aangenomen dat de voorzitter van de Landbouwonderhandelingen van de WTO, Falkoner, op dinsdag 5 februari zijn nieuwe (herziene) tekst zal presenteren zodat die tijdens de Algemene Raadsvergadering van 5 en 6 februari kan worden besproken. Kort daarna wordt ook een nieuwe (herziene) tekst van de voorzitter van de onderhandelingen over Industriële Goederen, Stephenson, verwacht. Deze teksten vormen de basis voor een serie van consultaties en discussies welke moeten resulteren in de vaststelling van de zogenaamde modaliteiten [1], de uitgangspunten voor de laatste fase van de onderhandelingen op beide terreinen. Deze besprekingen kunnen los van elkaar plaatshebben, maar Lamy heeft al aangegeven dat zijn voorkeur uitgaat naar een 'horizontaal' onderhandelingsproces, waarbij topambtenaren en 'ambassadeurs' onderling Landbouwtoezeggingen 'uitruilen' tegen NAMA-toezeggingen [2]. Tussen Pasen (23 en 24 maart) en begin april worden de resultaten van deze uitruil vastgelegd tijdens een ministeriele top (waarschijnlijk een mini-top).

Het is echter zeer de vraag of dit haalbaar is [3]. De afgelopen maanden wordt er weliswaar gesproken van enige vooruitgang bij Landbouw, maar dat is - gezien de heftige reacties op de voorstellen van Stephenson - tot nu toe niet het geval bij NAMA. En er zijn nog meer beren op de weg. Bijvoorbeeld de GATS-kwestie: de rijke landen proberen deze onderhandelingen tegen de afspraken in te koppelen aan die van Landbouw en NAMA. Ook vormen de controversiële voorstellen over het zogenaamde zeroing (nulstelling) bij de onderhandelingen over een anti-dumping tekst een belangrijke barrière [4].

Volgens recente persberichten zien de ministers van de VS, EU, Brazilië en India mogelijkheden om voor het eind van het Bush-regiem de Doha Ronde af te sluiten. De Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken, Celso Amorim, zei dat "de politieke verschillen vaak groter zijn dan de economische waar het gaat om de cijfers". En de Indiase handelsminister Nath gaf aan, dat "we het erover eens zijn dat het momentum, de intentie en de wil om deze rond tot een einde te brengen groter zijn dan ooit."

Scepsis

Een andere deelnemer aan de Davos-bijeenkomst is sceptisch. De Egyptische handelsminister Rachid Mohamed Rachid zei dat sommige landen zich afvragen of de belangrijkste spelers - de VS, EU, Brazilië en India - eigenlijk wel een deal wìllen. Hij riep op tot het aanpassen van de onderhandelingen aan de veranderde omstandigheden, zoals de torenhoge voedselprijzen. "De Doha Ronde roept steeds minder verwachtingen op omdat we elk jaar blijven zeggen dat de wereld ineen zal storten indien we de Ronde niet afsluiten, en elk jaar doen we juist dat niet en wordt de hele wereld beter," aldus Rachid tegen Reuters-journalisten [5].

Sceptisch mag zeker ook Chakravarthi Raghavan worden genoemd, de hoofdredacteur van de South-North Development Monitor (SUNS) en sinds 1978 waarnemer van de ontwikkelingen van GATT en WTO. In een recent artikel [6] gaf hij aan dat het publiekelijke optimisme van de hoofdrolspelers in de WTO over de mogelijkheid om de Doha Ronde dit jaar af te sluiten, niet is gebaseerd op de realiteit.

Er is een aantal 'olifanten in de donkere kamer' [7] (om met Martin Wolf, de belangrijkste economische commentator van The Financial Times te spreken). Het plan van Lamy - doorgaan met de Landbouw- en NAMA-onderhandelingen, twee herziene voorzittersteksten, een "horizontaal" uitruilproces in de beperkte 'Greenroom'-opzet om tot modaliteiten te komen en een ministers-top rond Pasen om een overeenkomst te kunnen bezegelen voordat Bush jr. aftreedt - stuit volgens hem tenminste op het ontbreken van een Trade Promotion Authority (TPA, of ook: fast-track mandaat) voor Bush en op de wereldwijde ontwikkelingen op financieel gebied waarvan de gevolgen niet zijn in te schatten en desastreus kunnen uitpakken en die vragen om een andere benadering van het begrip economie.

Olifant 1: fast-track mandaat

Lamy mag er dan van uitgaan dat zijn plan de Amerikaanse regering de mogelijkheid biedt om de grote ontwikkelingslanden te houden aan belangrijke concessies voor landbouw en industriële goederen, maar het is heel onwaarschijnlijk dat een Doha deal zal worden geratificeerd door het Congress zonder een Trade Promotion Authority voor Bush [8]. Zeker omdat het tot de zomer kan duren voordat de Democratische en Republikeinse partijen hun kandidaat hebben gekozen.

Uit een document over geschiedenis en werking van het TPA, het US Senate Committee Report over de Handelswetgeving van 2002 [9], blijkt ondermeer dat Congress de besluitvorming over een handelsakkoord onder bepaalde voorwaarden oneindig lang kan rekken. Het ontbreken van een presidentieel fast-track mandaat betekent een te grote onzekerheid voor de handelspartners van de VS om deals te sluiten in afwachting van een Congressioneel besluit (om een situatie van salami-tactiek te voorkomen).

Iedereen kan volgens Raghavan weten, dat het onmogelijk is te verwachten dat de Amerikaanse regering in 2009 of zelfs in 2010 over een TPA kan beschikken. Sinds het aflopen van het vorige fast-track mandaat van Bush wordt door Lamy cs. ten onrechte gesuggereerd dat Bush een tijdelijk en beperkt mandaat kan krijgen indien de WTO-partners akkoord gaan met een (voor de VS) aantrekkelijk pakket aan maatregelen voor markttoegang. Op deze basis presst Lamy voortdurend de grote ontwikkelingslanden om concessies te blijven doen.

Daarbij zal volgens een andere deskundige, de voormalige Indiase GATT-ambassadeur van 1989 tot 1994, B. K. Zutshi, Lamy's Plan B - de zogenaamde Dunkel-optie - nu niet werken. Zutshi schrijft dat de toenmalige voorzitter Dunkel in 1991, en met toestemming van de stuurgroep van de Uruguay Ronde onderhandelingen, zijn eigen onderhandelingstekst presenteerde als enig levensvatbaar compromis-pakket voor een eindakkoord. De heersende meningsverschillen werden daarin teruggebracht tot een beperkt en overzichtelijk aantal en de tekst was gebaseerd op uitgebreide consultaties met de lidstaten. Daarna ging het toch bijna mis. De VS en de EU wilden bij nader inzien op bepaalde terreinen inhoudelijke veranderingen doorvoeren zonder dat díe delen van de tekst zouden worden geopend voor heronderhandeling welke ongunstig uitpakten voor ontwikkelingslanden. Hun gezamenlijke strategie was gebaseerd op het beruchte Blair House akkoord dat de onderlinge verschillen over landbouw regelde.

Uiteindelijk zorgden ze ervoor dat Dunkel werd vervangen door de meer inschikkelijke Sutherland en kregen ze in december 1993 hun zin. Het uiteindelijke resultaat werd door de grote ontwikkelingslanden aan hun parlementen voorgelegd als een "fait accompli" (er zou geen alternatief zijn).

Onverlet de vele ondemocratische methodes die Lamy hanteert - zoals het niet schriftelijk vastleggen van stuurgroepbesluiten, het stelselmatig uitsluiten van (arme) lidstaten en het tegenhouden van de verplichte tweejaarlijkse algemene ministers-top - kan, volgens Zutshi, worden verwacht dat zo'n 'deal' nu door vele landen wordt afgewezen.

Olifant 2: de wereldwijde financiële crisis

De andere 'olifant' is de toenemende financiële crisis die leidt tot een algemeen verlies aan geloof en vertrouwen en die de VS en de wereldeconomie in een diepe recessie dreigt te storten. Een crisis die begon als een afgeleide hypotheekschuldencrisis, daarna vergezeld werd door een consumentenkredietschuldencrisis en nu is verworden tot een volledig ontwikkelde financiële crisis waarvan de vertakkingen in het geheel niet doorgrond worden door de financiële experts aan de top van banken en internationale instellingen.

Maar ook de onderhandelaars op het gebied van internationale handel (her)kennen de doorwerking van de crisis niet! Hoewel een correcte diagnose en passende oplossingen voor de crisis belangrijk zijn om de Doha Ronde onderhandelingen met goed gevolg te kunnen afsluiten, lijken die zich buiten het werkterrein van de onderhandelaars te bevinden.

Als de ontwikkelingslanden akkoord gaan met de huidige voorstellen voor de dienstenonderhandelingen (GATS) komt hen dat uiteindelijk duur te staan. De voorgestelde liberalisering van grensoverschrijdende transacties en internationale kapitaalstromen, van markttoegang voor handel in financiële diensten [10], maar ook van regels voor binnenlandse regelgeving zullen leiden tot, wat de New York Times columnist Paul Krugman noemt, de export van begraven "giftig, financieel afval" [11] vanuit het Noorden naar het Zuiden. De paar grote ontwikkelingslanden die de financiële crisis van de VS, Europa en Japan tot nu toe bespaard bleef, zullen daardoor worden overspoeld.

De Keynesiaanse (paniek)maatregelen van de Amerikaanse Fed (plotselinge grote renteverlagingen), de Amerikaanse regering (alle huishoudens voorzien van een geldcheque) en het IMF (een draai van 180 graden waarbij het aloude 'ontwikkelingsbeleid' gericht op fiscaal evenwicht en consolidatie wordt vervangen door beleid gericht op wereldwijde fiscale stimulans) toont aan dat de experts uit de financiële wereld niet weten waar de skeletten zich bevinden. Shrirang P. Shukla, van maart 1984 tot februari 1989 GATT-ambassadeur van India: "Wanneer financieel-kapitaal, losstaand van productie-kapitaal, de staatsmacht overneemt, dan is de grootste zorg van beleidsmakers om de waarde van de financiële aandelen te behouden en te verhogen: op deze wijze wordt het gehele beleid geheroriënteerd. Tenzij de onderliggende verschuiving in de machtsbasis op analytische wijze wordt aangetoond, zal er geen werkelijke corrigerende actie kunnen plaatsvinden of zelfs op papier worden gesteld."

Alleen een wereldregering gecontroleerd door 'verlicht' productie-kapitaal kan volgens hem Keynesiaans beleid uitvoeren. De compromissen gebouwd op de dunne fundamenten van transparantie, het intrekken van excessieve financiële deregulering of 'uitmuntende' toplieden van banken en een snufje New Deal bieden geen duurzame en effectieve oplossingen, zeker niet op wereldschaal. Terwijl dit soort beleid de economieën van de VS en andere OECD-lidstaten tijdelijk kan versterken, pakt het voor de rest van de wereld zeer nadelig uit. Het betekent de voortzetting of zelfs de toename van de oorlog over olie- en gasreserves in West-Azië en van de druk op de groeiende economieën van China en India om hun economische beleid af te stemmen op de expansiebehoefte van het financieel-kapitaal. Zonder de voortgang van de oorlog over olie- en gasreserves kan de overheersing van de dollar en daarmee van het financieel-kapitaal niet doorgaan. De druk op China en India zal doorgaan omdat deze "grote opkomende machten" een potentiële bedreiging vormen voor het domein van het financieel-kapitaal. Ze blijven echter een bedreiging tenzij ze snel worden geïntegreerd in het wereldsysteem als af te romen buitengebied dat groeit door de vooruitgang van productie-kapitaal of als platform voor het verspreiden van nieuwe risico's voor de activiteiten van financieelkapitaal, of voor beide, aldus Shukla.

Het probleem van de "financiële innovatie" [12] dat nu angst moet inboezemen bij investeerders is niet ideologisch zoals Krugman van mening is. Het probleem ligt dieper en heeft betrekking op de conceptuele funderingen van de economie die ten grondslag ligt aan het moderne financiële systeem en op het verdoezelen van het liquiditeitsrisico. Daardoor onderschatten de ontwerpers van financiële producten en de financiële risiko-managers het risico voor het functioneren van de financiële markten door het verdwijnen van liquiditeit. Daarenboven leidde een onvoorwaardelijk geloof in de marktwerking ertoe dat beleidsmakers waarschuwingssignalen negeerden.

Nu hun kaartenhuis is ingestort, lopen niet alleen de investeringsbanken en hun kapitaal gevaar, maar ook de fundamenten en theorieën van deze markteconomie.

Economie is geen wetenschap

Volgens prof. Robert Driskill [13] gaat de doorsnee econoom over het algemeen van de aanname uit dat "vrijhandel" iedereen bevoordeelt in plaats van dit door feitelijke empirische te bewijzen. Uit de aard der dingen kunnen economische theorieën niet worden bewezen op grond van oorzaak en gevolg. Het beste wat economen kunnen doen, is uitgaan van laagkwalitatief associatief bewijs door landen en economieën met "vrije" en "open" markten die groeien en gedijen te vergelijken met andere die gesloten en beperkt zijn. Maar zelfs de meetlatten voor "openheid" zijn subjectief en met het bewijs kun je alle kanten op. Zoals prof. Dani Rodrik en anderen [14] aanvoerden, is het bewijs tweeslachtig en kan het worden geïnterpreteerd als zou groei open markten en vrijere handel opleveren, in plaats van andersom.

De Bank for International Settlement, de centrale bank der centrale banken en bastion van de liberale economie, lijkt zich recent (voorzichtig) uit te spreken voor neo-Keynesiaanse macro-economie. De BIS zegt het volgende over pogingen om beleidsconclusies te generaliseren: "Economie is geen wetenschap, tenminste niet in de zin van herhaalde experimenten die altijd hetzelfde resultaat opleveren. Daarom slaan economische voorspellingen de plank vaak mis, vooral op cyclische keerpunten, door ontoereikende gegevens, gebrekkige modellen en schokken in het wilde weg die vaak samen optreden en dan onbevredigende resultaten opleveren... het is zelden overdreven te zeggen dat we te maken hebben met een fundamenteel onzekere wereld, een wereld waarin waarschijnlijkheden niet kunnen worden berekend meer dan simpelweg een risicovolle wereld." [15]

Noten:

[1] Modaliteiten in WTO-speak zijn de richtlijnen voor onderhandelingen (bijvoorbeeld boven- en ondergrenzen voor tariefstelsels, coefficienten van tariefreducties, andere cijfermatige uitgangspunten) die nodig zijn om de doelen te kunnen halen die in de Doha Ministersverklaring zijn gesteld.

[2] Er is sprake van twee scenario's en in geen van beide gevallen zal de besluitvorming transparant of met algemene deelname zijn ('invitation-only' Greenroom- en F-room-bijeenkomsten). Een aantal ontwikkelingslanden maakt zich zorgen over de wijze waarop de uiteindelijke onderhandelingsteksten zullen worden vastgesteld. Eveneens over het mogelijk inschuiven van andere thema's (zoals 'diensten' en 'intellectuele eigendomsrechten') in het 'horizontale'proces en of er weer oneigenlijke druk op hen zal worden uitgeoefend om voorgekookte besluiten te accepteren. Zie: "Davos meet urges new push for Doha deal, amidst economic uncertainty," ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 12 Nr 3, 30 januari 2008 (bron) en "Options and scenarios float around on way ahead for Doha," door Martin Khor, in TWN Info Service on WTO and Trade Issues, 2 februari 2008 (bron ).

[3] Zie daarvoor: "Ag Chair to Issue Revised Draft Text by End January," ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 12 Nr 1, 16 januari 2008 (link ); "23 January 2008 "NAMA Impasse Persists, As WTO Members Await New Draft Texts," ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 12 Nr 2, 23 januari 2008 (link) en "Options and scenarios float around on way ahead for Doha," door Martin Khor, in TWN Info Service on WTO and Trade Issues, 2 februari 2008 (link ).

[4] "Divisions persist on anti-dumping draft text," ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 12 Nr 3, 30 januari 2008 (link ).

[5] "Trade powers eye new WTO push around Easter," Sam Cage en Jonathan Lynn, 26 januari 2008 (link ).

[6] "Is what is good for "sealing" Doha talks good for the trading system?," door Chakravarthi Raghavan, 28 januari 2008 (link ).

[7] Het verhaal van de blinden en de olifant: iemand's waarheidsbevinding is afhankelijk van diens perspectief. Dat wat een absolute waarheid lijkt, kan berusten op de bedriegelijke aard van de halve waarheid (link ).

[8] Deze visie wordt gedeeld door B. K. Zutshi (Indiase GATT-ambassadeur van 1989 tot 1994): "Het akkoord voor de Uruguay Ronde kwam alleen tot stand doordat de Amerikaanse regering op het allerlaatst de beschikking kreeg over een TPA."

[9] Zie: dokument vs (pdf)

[10] Toegang voor buitenlandse ondernemingen tot hun aandelenmarkten, verzekeringen, banken en pensioenfondsen etc, en/of het opnemen van de modes 1 en 3 voor de bestaande markttoegang.

[11] 'Begraven' refereert aan de verborgen en plotseling aan de dag tredende, oninbare schulden van banken en investeringsmaatschappijen.

[12] Het proces (zoals bij de Amerikaanse hypotheekcrisis) waarbij schulden worden "gesecuritiseerd", herverpakt (in zogenaamde "collaterised debt obligations"), voorzien van de hoogste waardering (Triple A; hoewel ze niet zijn gebaseerd op reëel onderpand!) en doorverkocht aan instellingen en investeerders.

[13] "Deconstructing the argument for free trade (draft)," door Robert Driskill, 26 september 2007 (link, pdf ).

[14] Zie bijvoorbeeld de benadering van de Turkse econoom/econometrist Yanikkaya in "Waarschuwing: afschaffing van handelsbarrières kan uw groei ernstige schade toebrengen!," door Renate Ebner, in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 57, van 27 juli 2005 (link)

[15] "BIS 77th Annual Report ," 24 juni 2007.