Wie voor Europa is, stemt tegen de grondwet, wordt onderbouwd beweerd door Joris den Blanken.

Dit artikel is overgenomen van de website van Eurodusnie Collectief

Voor veel progressieve organisaties was het vanzelfsprekend tegen de Europese Grondwet te zijn. Opererend vanuit een traditie van verzet tegen het aristocratische en kapitalistische project van de Europese Unie leek deze stap logisch. Opvallend is wellicht dat verschillende vooraanstaande linkse intellectuelen wel wat zien in de grondwet.Toni Negri (bekend van Empire, 1999 en Multitude, 2004) is voor: The yes-voter is realistically revolutionary (1). En ook Rosi Braidotti (schreef Metamorphoses, 2002) ziet in de Europese Unie mogelijkheden voor een post-nationalistisch project (2). Het komt er op neer dat zowel Negri als Braidotti in de Europese Unie, en de Europese grondwet, mogelijkheid zien om oude en nieuwe vormen van nationalisme uit Europa te verdrijven.

En Negri en Braidotti hebben een punt. Veel Europeanen hadden na 1945 het voornemen de nationalistische ziekte die het eurocontinent de afgelopen eeuwen had geteisterd definitief te genezen. Dit verlangen heeft mede een belangrijke rol gespeeld in het tot stand komen van de Europese Unie; niet voor niets hebben oud-verzetsstrijders als Schuman (3) Spinelli (4) en Mansholt (5) een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van Europese integratie. De vernietiging van minderheden als roma, joden en homoseksuelen vormde de definitieve morele ondergang van het nationalisme in Europa. Het project van Europese samenwerking is daarom altijd verbonden geweest met de ontwikkeling van een niet-nationalistische politiek in Europa met oog voor minderheden en diversiteit. Ook Braidotti meent dat het proces van Europese integratie nog altijd verbonden is met de mogelijkheid een nieuwe post-nationalistische vorm van burgerschap te ontwikkelen (6). Voor dit post-nationalistische burgerschap valt veel te zeggen: Europese integratie kan immers gezien worden als een machtig wapen ter vernietiging van het steeds de kop opstekende nationalisme.

De functionalisten van toen

De kern van de eerste stappen naar Europese integratie werd gevormd door het maken functionele afspraken op internationaal niveau: oplossingsgerichte pragmatische afspraken gericht op concrete zaken. Deze functionele afspraken betekenden een nieuwe manier van denken over internationale politiek. Het oude denken over internationale politiek was altijd gebaseerd op nationale belangen, vertegenwoordigd door de staat. De zogenaamde functionalisten onder de architecten van de Europese integratie doorbraken de impasse met de overtuiging dat supranationale samenwerking op functionele basis uiteindelijk zou leiden tot verdere samenwerking die de nationale belangen definitief zou overstijgen. Controle over strategische industrieën als de kool- en staalindustrie werden op deze wijze als eerste onttrokken aan de nationale soevereiniteit door het oprichten van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS). En de functionalisten hadden gelijk: binnen enkele tientallen jaren werden op bijna alle mogelijke beleidsterreinen Europese afspraken of zelfs bindende regelgeving gemaakt. Deze steeds verdergaande Europese samenwerking vormde de eerste grote barst in het principe van nationale soevereiniteit. Maar we moeten ons natuurlijk ook realiseren dat de Europese integratie andere, conservatieve, kanten heeft. De Europese Unie draagt weliswaar succesvol bij aan de vervaging van de nationale grenzen en de verdwijning van het oude Europa, maar vormt tegelijkertijd met bepaalde vormen van beleid weer nieuwe grenzen, een nieuw machtscentrum, nieuwe tegenstellingen en nieuwe vormen van soevereiniteit.

Post-nationalisme

Maar hoe zou dan een niet-nationalistisch Europa er uit moeten zien? Braidotti spreekt graag over de totstandkoming van een Europees post-nationalistisch burgerschap. In deze geheel nieuwe definitie van het burgerschap wordt het begrip burgerschap ontkoppelt van de natiestaat en de nationale identiteit. Burgerschap wordt in de post-nationalistische situatie hybride: burgerschap is niet meer verbonden met nationale afkomst, nationale identiteit of de ligging van nationale en Europese grenzen. Het burgerschap wordt ingevuld door een functioneel gedifferentieerd netwerk van verbindingen en loyaliteiten (7) Burgerschap wordt dus niet vormgeven door een vastliggende identiteit (zoals de nationale identitieit) of een bepaald territorium, maar wordt ingevuld door de concrete verbanden die burgers met elkaar aangaan (bijvoorbeeld op het werk, op de universiteit, op de kinderopvang, op straat of op internet). Een idee dat dus in principe in lijn ligt met de functionalistische architecten van de Europese integratie. Samenwerking op basis van veranderbare functionele lijnen: ook de functionalisten verkozen concrete praktische samenwerking boven samenwerking gericht op een nationale identiteit en nationale grenzen. Een interessant en bruikbaar idee in een tijd waarin statelijke vormen van organisatie op hun retour zijn en mobiliteit en flexibiliteit de codewoorden zijn. Een nieuwe vorm van burgerschap en samenwerking lijkt daarbij noodzakelijk. Kijk naar het succes van de andersglobalisten die een geheel nieuwe (mondiale en actieve) invulling hebben gegeven aan het burgerschap of het succes dat nieuwe vrijwillige organisatiemodellen hebben in de productie van software (8).

Flexibele samenwerking = macht

Een fundamentele misvatting van de huidige politieke leiders in de Europese Unie en de schrijvers van de grondwet is het idee dat eenheid en eenvormigheid machtig maakt. We vinden dit idee terug in de veronderstelling dat Europa één vuist moet maken tegen de agressie van de Verenigde Staten, om een nieuw Irak te voorkomen en ook in alle plannen een eenvormig migratiebeleid te formuleren. Het credo 'eendracht maakt macht' is in wezen een Hegeliaanse: het was Hegel (1770-1831) die eenheid en oppositie tegenover elkaar plaatste. Het idee gaat echter volledig voorbij aan de mogelijkheid om vanuit verschillende opvattingen en verschillend - soms zelfs schijnbaar tegenstrijdig - handelen toch samen te werken (zoals mieren, maar in feite ook mensen, succesvol plegen te doen). Juist het flexibel en functioneel omgaan met verschillen en het respecteren van verschillen blijkt in de geschiedenis van de Europese politiek tot succesvolle en werkbare coalities te leiden.
Eenheid is pas sinds enkele jaren weer in symbolische zin tot stand gekomen in de Europese Unie in de vorm van één munt, één volkslied en één vlag. Met het in de grondwet geformuleerde voornemen een Europese interventiemacht in te stellen en een commissie voor een uniform migratiebeleid te vormen lijkt de symbolische eenheid van de Unie te worden uitgebreid naar concrete instituties en beleid. Alsof niet juist een uiteenlopend buitenlandsbeleid, met verschillende coalities binnen Europa, met tegenstanders, tussenposities, twijfelaars, neutralen, en voorstanders, meer invloed zou kunnen uitoefenen op de internationale veiligheidssituatie; het is de Verenigde Staten die succesvol missies uitvoert met het flexibele concept van de coalition of the willing terwijl Europa het nakijken heeft omdat we willen werken met rigide organisaties als de Europese Unie of de Verenigde Naties. Dit flexibiliteitsdenken kan ons ook helpen in de vraagstukken rond het migratiebeleid: een hybride en functionele opvatting van burgerschap zou een beter en realistischer antwoord zijn op de honderdduizenden nieuwe Europeanen die nu als illegalen of tweederangsburgers door het leven moeten gaan.

Tegen de grondwet

Het post-nationalistische Europese project dat na de Tweede Wereldoorlog is gestart is nog maar met heel veel moeite terug te vinden in de huidige starre vormen die de Europese Unie aanneemt. In de grondwet herinnert slechts de holle retoriek in de preambule ons aan de geest van vrijheid en democratie. Deze grondwet staat haaks op het veeltalige, innovatieve, veelvormige en multiculture Europa waar deze tijd om vraagt. De grondwet geeft ons meer centraal georganiseerde eenheid en eenvormigheid, die in het ergste geval kan leiden tot het vastlopen van de Europese integratie en een voedingsbodem kan vormen voor nieuwe vormen van agressie en nationalisme binnen het ons zo veilig gewaande Europa. Samenwerking kan alleen succesvol tot standkomen wanneer er een flexibele ruimte is voor verschillen en de samenwerking voortkomt uit concrete verlangens van burgers. Een van bovenaf opgelegde eenwording, zoals we in het verleden hebben gezien in staten als Joegoslavië en de Sovjetunie, is gedoemd tot mislukking. De post-nationalistische samenwerking die de we in Europa hopelijk nog steeds voor ogen hebben, vraagt daarom om een tegenstem bij het komende referendum!

Verwijzingen:
1.Zie: Libération, vrijdag 13 mei 2005
2.Braidotti, R. (2003) De terugkeer van grote verhalen
3.http://en.wikipedia.org/wiki/Robert_Schuman
4.http://lexicon.izynews.be/nl/lexw.aspx?doc=Altiero_Spinelli
5.http://en.wikipedia.org/wiki/Sicco_Mansholt
6.Braidotti, R. (2003) De terugkeer van grote verhalen
7.idem: p 22
8.zie: Weber, S. (2004) The success of open source, Harvard University Press, Cambridge, Mass.





(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Joris Den Blanken.)