Mei 1978, ‘coucou nous revoila’, hier zijn we weer, zongen we op betogingen, feesten, fuiven. Mai 68 leefde voort, al was het toen al niet meer duidelijk wat “Mai 68” wel was geweest. Was dat die studentenrevolte in Parijs en omstreken waarvan de beelden wekenlang de wereld waren rondgegaan? Of was Mai 68 ook de stakingsgolf met bedrijfsbezetting van tien miljoen Fransen? Of een wereldwijde prerevolutionaire golf?

(Door Freddy De Pauw, oorspronkelijk verschenen bij uitpers.be foto: Arbeiders studenten één front, luidde het in Mei 68. (foto met dank aan NPA))

Met Mei 68 in Frankrijk, met de Vietnamese oorlog als voorpost van de koloniale revolutie en met de Praagse lente als het begin van de anti-bureaucratische revolutie, leefde de hoop dat een andere wereld mogelijk was. Het was beslist een memorabel omwentelingsjaar waaraan “deelnemers” zoals ik 50 jaar later blij zijn dat ze “er bij waren”.

Kasseien

‘Sous les pavés la plage” , onder de kasseien het strand, stond op een van de tientallen met zeefdruk snel vervaardigde affiches aan de Boulevard Saint-Michel in Parijs. Ik had een handje geholpen om op die laan het strand onder die kasseien bloot te leggen. De barricades moesten die afschuwelijke CRS tegenhouden. Aan de Gare de Lyon had ik bij vertrek van een dagelijkse betoging keurige uitziende jongemannen, pak en das, met een boomzaag bomen zien omhakken voor barricades tegen een afwezige CRS. Langs het parcours gooiden bewoners citroenen die we in een doek moesten wrijven als bescherming tegen traangas. Het was een bewijs voor de demonstranten dat “het volk met ons is”.

Solidariteit was er inderdaad alom. Ik had het vanaf de Spaans-Franse grens onmiddellijk gemerkt, autostop was nooit zo makkelijk geweest, iedereen was ineens open en genereus. We kwamen voorbij de ene “usine en grève avec occupation” naar de andere “usine occupée” – fabriek in staking en bezet. In één ruk hadden  arbeiders en bedienden overal in het land het werk neergelegd en de bedrijven bezet.

Niemand die daartoe had opgeroepen, de twee grote linkse partijen – de communistische PCF en de socialistische SFIO – wisten niet waar ze het hadden. De vakbonden – de communistische CGT, de sociaaldemocratische Force Ouvrière, de uit de christelijke vakbond ontsproten CFDT – wisten het al evenmin. Ze waren compleet verrast door zoveel strijdlust. Tot in de theaters en de filmwereld, tot bij de Galeries Lafayette waar nog de oude reclamedoek hing “Il se passe toujours quelque chose aux Galeries Lafayette” (er gebeurt altijd wel iets in de GL) met daaronder de spandoek  “Grève avec occupation”.

Verveling

Frankrijk, hoe dan ook, verveelde zich niet meer. In februargi had de krant Le Monde nog getiteld “la France s’ennuie”, Frankrijk verveelt zich. Tien jaar eerder, op 13 mei 1958, was generaal Charles de Gaulle aan de macht gekomen. Links zat sindsdien aan de grond, met een PCF die domineerde bij de arbeiders en de CGT die sterk stond in de grote industriële  bolwerken. Met een socialistische SFIO van vooral ambtenaren. En met een ontluikend maar erg verdeeld uiterst-links, met onder meer drie belangrijke trotskistische stromingen.

Sommige van die stromingen hadden een reële arbeidersinplanting. Maar het waren de groepen op de campus die mee waren met de beweging. Want Mai 68 startte vanuit de universiteiten, meer precies op de campus van Nanterre, bij Parijs. Op 22 maart hadden trotskisten van de JCR (Jeunesse Communiste Révolutionaire), situationnisten, anarchisten, mao-spontaneïsten een beweging opgericht als protest tegen de aanhouding van enkele studenten die tijdens een Vietnambetoging in Parijs de kantoren van American Express hadden beschadigd. Er was de oorlog in Vietnam, er was ook de eis dat jongens en meisjes in elkaars kamers mochten, er waren protesten tegen het autoritair doceren… De Beweging van 22 maart vond dat de studenten niet op de campus mochten blijven rondhangen, hun plaats was naast de arbeiders – en voor sommigen ook de boeren.

De repressie van de dagen  daarop lokte dan weer grote reacties uit in andere universiteiten en bij de scholieren. Op 13 mei, de tiende verjaardag van de machtsgreep van de Gaulle, stapten in Parijs bijna één miljoen –  in andere steden samen een miljoen – betogers op tegen de repressie. De vakbonden hadden mee opgeroepen voor die betogingen, maar wilden het daartoe beperken. Maar spontaan legden die dag miljoenen Fransen het werk neer. Alles lag plat, ook de metro bij voorbeeld. Dat was wel vervelend voor betogers, want hoe zich te verplaatsen? Soms reden de metrostellen speciaal daarvoor uit. Maar ook de benzinestations waren dicht, zodat groepen met internationale vertakkingen zoals de JCR, kameraden uit het buitenland inschakelden voor bevoorrading in benzine en vlugschriften.

Grenelle

Vanwaar die plotse brede opstoot in de samenleving? Om de verveling te verdrijven?  Om wat meer te verdienen? Daar gingen de eisen niet om. Degenen die het werk neerlegden, vonden gewoon dat het zo niet verder kon, dat er iets moest veranderen aan de maatschappelijke verhoudingen. “De verbeelding aan de macht” stond er op de muren. Vaak waren het uiterst-linkse groepen die het diffuse ongenoegen politiek maakten, die het hadden over klassentegenstellingen en klassenstrijd.

Vooral de CGT en de PCF voelden zich bedreigd, zij trachtten die explosie om te buigen naar de klassieke eisenbundels rond lonen, sociale statuten, sociale zekerheid. Zij hadden leiding kunnen geven aan de massale contestatie, want een andere leiding was er niet. Vooral de CGT deed haar best het protest te kanaliseren naar enkele concrete ongevaarlijke eisen. Op initiatief van de regering gingen vertegenwoordigers van regering, vakbonden en patronaat op 25 mei, terwijl de stakingen en betogingen volop bezig waren, op het ministerie van Arbeid, rue de Grenelle, aan tafel zitten. Twee dagen later lagen de “akkoorden van Grenelle” op tafel. Het minimumloon ging met 35 % omhoog, de lonen gemiddeld 10 %, er kwam een vierde vakantieweek en het recht op vakbondsdelegaties in de bedrijven.

Reactie

Eind mei dook de Gaulle weer op en betoogden honderdduizenden van zijn aanhangers op de Champs Elysées. De contestatie hield niet op, maar verzwakte. Post en transport kwamen na een week weer op gang. Het kwam tot gewelddadige botsingen tussen gendarmes en arbeiders waarbij doden vielen. De regering ontbond diverse linkse organisaties. Half juni was de contestatie grotendeels voorbij, arbeiders, studenten en scholieren riepen nog “Ce n’est qu’un début, continuons le combat” – Het is maar een begin, we gaan door met de strijd. Maar die strijd was alvast opgeschort.

Intussen was ook het parlement ontbonden en verkiezingen uitgeschreven. De regering had de ganse tijd strak de openbare media gemuilband en gebruikte ze nu inde campagne om de Fransen schrik aan te jagen voor “les casseurs”. Met succes, na een angstcampagne kreeg Frankrijk een parlement met een ongezien grote rechtse meerderheid.

Tet, Praag enz.

Contestatie 1968 was niet alleen Frankrijk, ze was wereldwijd. In Mexico kwamen studenten massaal op straat; bij de repressie op het Tlatelolcoplein vielen honderden doden. In de VS demonstreerden dagelijks mensen tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam. Japan, Duitsland, Joegoslavië, Spanje, Italië en elders, Mei 68 was niet alleen Parijs.

En overal speelde het verzet tegen de oorlog in Vietnam heel sterk mee. Sinds het spectaculaire Têtoffensief van de communistische Vietcong begin 1968, leek de nederlaag van de VS en hun lokale bondgenoten slechts een kwestie van tijd. In West-Europa keken sommige jongeren ook op naar de zogenaamde Chinese Culturele Revolutie die heilige huisjes bestormde. Anderen putten hoop uit het “socialisme met een menselijk gezicht” dat in Praag opdook. Parijs, Praag, Vietnam, de proletarische, de politieke en de koloniale revolutie in opmars, dachten velen, onder wie ikzelf, hoopvol.

Katers

“De wereld zal nooit meer zijn zoals daarvoor”, zei ik op radio De Brug (studentenrestaurant in Gent) na mijn terugkeer uit Parijs. Vijftig jaar later hopen we nog altijd dat een andere wereld mogelijk is. Maar in 1968 zelf viel het al erg tegen. Frankrijk zat vol revolutionaire energie, maar eind juni zat het wel met een erg rechts parlement, en dat tot 1981. In augustus maakten de tanks van de Sovjet-Unie en haar ‘bondgenoten een einde aan de Praagse lente. Er zou nog 21 jaar kille “normalisatie” op volgen. De Vietcong had wel zijn kracht bewezen, maar werd teruggeslagen. Daar zou het nog zeven jaar duren eer het regime van Saigon instortte. In China stuurden Mao en legerleider Lin Biao de jongeren die de culturele revolutie ernstig hadden genomen, naar het platteland “om er van de massa’s te leren”.

Het was niet al kommer. In Italië bij voorbeeld sprak men van een “aanslepende Mei”, een 13 jaar lange massale contestatie die tot nieuwe (maar tijdelijke) krachtsverhoudingen leidde. In de VS speelde de anti-oorlogsbeweging een sleutelrol in de terugtrekking van de VS uit Vietnam. Wereldwijd groeide de solidariteit met de strijd tegen kolonialisme en Apartheid.

Maar om een ruimere balans op te maken is er nog de rest van 2018. Wordt vervolgd en – kruip zelf in de pen.