In Libanon laten tienduizenden demonstranten met hun leuzen en actie waarlijk het vuur van de revolutie ontbranden. Ze staan tegenover een hardhandige oproerpolitie maar laten zich niet langdurig van de straten verdrijven. Ze staan tegenover politieke heersers die onderling de lucratieve baantjes verdelen en op economische crisis weinig beters weten te bedenken dan belastingverhogingen. Ze hebben die belastingverhogingen inmiddels al onmogelijk gemaakt, althans voor het moment. Ze hebben vier ministers al tot aftreden bewogen. En ze wekken niet de indruk dat ze met minder dan het aftreden van de hele regering genoegen gaan nemen. Waarom zouden ze ook?

(Door Peter Storm, van zijn website, via krapuul foto van twitter Afram Siwahji)

De protesten begonnen afgelopen donderdag, 17 oktober, en zijn inmiddels vier dagen bezig. Aanleiding was vooral een belasting op het gebruik van Whatsapp: 20 dollarcent voor elke dag dat je die app belt. Dit was onderdeel van een pakket belastingverhogingen, waarmee de regering reageert op economische crisis. De woede explodeerde vrijwel onmiddellijk. Donderdag gingen mensen de straat op. In de hoofdstad Beiroet, waar sommige demonstr5anten ‘ Revolutie, revolutie!’ riepen. Mmaar ook in Tyrus en Tripoli en elders. Dezelfde dag trok de betreffende minister de Whatsapp-belasting in. Daar lieten de boze menigten zich niet meer door kalmeren. Bosbranden van enkele dagen eerder hadden het vuur van de volkswoede extra aangewakkerd. Mensen hebben het gevoel dat de regering die niet bepaald adequaat heeft aangepakt. (1)

De woede richtte zich duidelijk tegen de hele politieke toplaag. Mensen zijn boos wegens de corruptie. En mensen doorbreken daarbij de religieus-politieke scheidslijnen die het politieke bestel van Libanon typeren. Het werkt daar als volgt. Het land is verdeeld over Soennitische, Sjiitische en Maronitisch-christelijke gemeenschappen, allemaal met eigen partijen. De topfuncties worden langs die lijnen verdeeld, met bijvoorbeeld een Soenniet als premier, een Maronitisch christen als president en een Sjiiet als parlementsvoorzitter(2). Politici winnen aanhang door mensen uit de eigen geloofsgemeenschap beloftes te doen, en zich religieus-politiek te profileren. Intussen verdelen ze onderling de baantjes en vergeten ze zichzelf bepaald niet. Zo worden arme sjiieten voor het karretje van rijke Sjiitische politici gespannen, zo worden arme Maronieten als achterban van rijke Maronitische leiders gebruikt, zo doen arme Soennieten dienst als instrument voor rijke Soennitische kopstukken. Aan de armoede in die bevolkingsgroepen verandert zodoende weinig. De aldus aangewakkerde afgunst tussen de bevolkingsgroepen leidt de aandacht af van het feit dat alle armen feitelijk tegenover alle rijken staan, welk geloofsopvatting ze ook aanhangen. Het is verdeel en heers, verankerd in instituties en geleid door corrupte politici. Tegen die politici richt zich nu het protest.

Vrijdag gingen de protesten door, net als zaterdag en zondag. Op vrijdag waren er wegblokkades in de Bekaavallei en elders, brandende autobanden op straat in Beiroet, en schoot de politie traangas af in Beiroet. Een van de demonstranten: ‘Wij zijn een volk, verenigd tegen de staat. We willen dat die valt.’ En ja hoor, de klassieke leus van de Arabische Lente van 2011-2011 weerklonk: ‘Het Volk Wil de Val van het Regime!’ Een Libanese krant sprak van een ‘belasting-intifada’.(3) Dat ‘Intifada’ is het woord waarmee vooral de Palestijnse opstand van 1987-90 (Eerste Intifada) en 2000-2002 (Tweede Intifada) wordt aangeduid. Dat het woord nu hier opduikt, is veelbetekenend.

Premier Hariri eiste intussen maatregelen van zijn mede-regeerders. Hij gaf ze daarvoor 72 uur de tijd. Intussen raasde de woede door steden en dorpen. ‘Geen politiek leider, Moslim of Christelijk, werd de toorn bespaard. Ze riepen de leiders, waaronder Hariri, president Michel Aoun en parlementsvoorzitter Nobib Berri, op om af te treden.’ Dat niet alleen: ‘Sjiitische betogers vielen ook de kantoren aan van de invloedrijke Amal- en Hezbollah-bewegingen in Zuid-Libanon.’

Fadi Issa, demonstrant: ‘We kwamen de straat op omdat we deze situatie niet langer kunnen verdragen. Dit regime is totaal corrupt…. Het zijn allemaal dieven, ze komen de regering in om hun zakken te vullen, niet om het land te dienen.’ Tegenover de bevolking raast intussen ook de repressie: al op vrijdag was sprake van 160 gewonden, aldus het Rode Kruis. Niet alleen demonstranten trouwens. Uit het Libanese veiligheidsapparaat wordt gemeld dat er 52 politieagenten gewond zijn geraakt. Het aantal arrestanten bedroeg vrijdag 70, volgens diezelfde bron.(4)

Nieuws op zaterdag. Hezbollah-leider Nasrallah spreekt weliswaar sympathie uit voor de demonstrerende bevolking, maar wil tegelijk dat de regering de ruimte krijgt om maatregelen te nemen. Daarmee komt ook hij tegenover die bevolking te staan die immers de regering gewoon wil zien verdwijnen. Wel dreigt hij nog even zijn aanhangers te mobiliseren als er belastingen komen die de armen raken. Alsof mensen nog op een oproep van Nasrallah hebben zitten te wachten voor ze actie gingen voeren. Ook in het zuiden van Libanon, waar juist Hezbollah veel aanhangers heeft protesteerden mensen op zaterdag.(5)

Ook op zaterdag vertrokken vier ministers uit de regering, allemaal mensen van een Christelijke partij. Nu de rest nog! De zondag was weer een dag van demonstraties, met tienduizenden actievoerders. In de avond schoot de politie met traangas en rubberkogels. ‘Het leger riep op zaterdag betogers op om “zich vreedzaam uit te drukken zonder openbaar en particulier bezit te schaden.”’(6) Als militairen zoiets beginnen te zeggen, wordt het tijd om erg goed op te letten. Als de politie de zaak onder controle wist te houden, zou het leger zich waarschijnlijk niet op deze manier in de discussie mengen. Als het leger niet minstens overwoog om zelf in te grijpen echter evenmin.

De vastberadenheid onder actievoerders is intussen groot. Een van hen: ‘We willen dat iedereen zich bij ons aansluit op zondag en ook op maandag om de regering ten val te brengen’.(6) Het zou ze nog kunnen lukken ook. De vraag is dan natuurlijk: wat komt er voor in de plaats? Want met een verlangen naar verandering en vervanging van een corrupte regering is de aard van die verandering en een beter soort bestuur, natuurlijk helemaal niet gegarandeerd. Maar een bevolking die in vier dagen tijd een corrupte regering weet te verdrijven, is vast tot veel meer in staat.

Intussen wordt meer duidelijk over niet alleen de omvang van de volkswoede, maar ook over de radicale inhoud die hier en daar de kop op steekt. Mensen keren zich rechtstreeks tegen politieke leiders en partijen, en tegen bijbehorende vlaggen en dergelijke. Politici en partijen krijgen gene ruimte om het protest te kapen. Uitingen van woede zijn soms grof, soms plat seksistisch. Maar dat blijft binnen de protestbeweging niet onweersproken. Er klinken expliciete geluiden tegen seksisme, en trouwens ook tegen racisme. ‘In Beiroet voerde een groep demonstranten menigten aan in het roepen van leuzen tegen racisme tegen vluchtelingen en migrant-arbeiders, en tegen het gebruik en de normalisering van seksistisch woordgebruik binnen de groeiende en in toenemende mate georganiseerde beweging.’ Hoezeer de beweging is gegroeid blijkt uit een enkel cijfer. ‘Volgens Reuters hebben de laatste dagen 1,2 miljoen mensen gezien die gingen demonstreren in heel Libanon. Als context, er wonen naar schatting 6,8 miljoen mensen in Libanon, waarvan ongeveer 75 procent burgers zijn.’

Dat lezen we op een artikel op de website Jadaliyya(7), een stuk dat werkt als een soort liveblog, met af en toe aanvullingen, een artikel dat me hielp inzien hoe indrukwekkend deze opstand is, en me er mede toe bewoog aan het schrijven te beginnen van het stuk dat je nu dus leest. Op dat stuk baseer ik me in de vorige alinea vooral. Daar lezen we ook over wrede repressie – onder andere van een knokploeg van Amal-aanhangers. Amal is de partij/militie van parlementsvoorzitter Berri. De knokploeg hanteerde stokken, met daaraan bevestigd Libanese vlaggen. Dezelfde vlag die ook door demonstranten geheven wordt, als soort van symbool van eenheid tegen de politieke elite. Dat die elite zich achter dezelfde vlag verschuilt, laat zien hoe onzinnig, maar ook hoe breekbaar, zulk vertoon van nationale eenheid feitelijk is.

Hoe dit verder zal gaan? Ik ben zeer benieuwd. Maar nu al kunnen we vaststellen dat voorheen onaantastbare patronen en structuren door vier dagen van protest grondig aan het wankelen zijn gebracht. Dat hier iets gebeurt van prachtige, revolutionaire strekking, is overduidelijk.

Noten:

1 ‘Lebanon protests: Five things you need to know’, Aljazeera, 19 oktober 2019

2 Timour Azhari, ‘ Protests over taxes threaten Libanon’s establishment’, Aljazeera, 18 oktober 2019

3 ‘Lebanon protests: Thousands demand “fall of the regime” in Beirut’, Aljazeera, 18 oktober 2019

4 Over vrijdag: ‘Violence flares in Lebanon as protesters tell their leaders to go’, Guardian, 18 oktober 2019

5 Lebanon’s Nasrallah backs government amidst raging protests’, Aljazeera, 19 oktober 2019

6 Gegevens en citaten over de zaterdag: ‘Lebanon’s anti-austerity protests enter fourth day’, Aljazeera, 20 oktober 2019, https://www.aljazeera.com/news/2019/10/lebanon-protesters-vow-continue-demonstrations-fourth-day-191020081200316.html

7 Jadaliya Reports, ‘Ongoing Post on Protests in Beirut/Lebanon (Jadaliya Co-Editors in Beirut), 18 oktober 2019