Tegen het etnocentrisme van het ontwikkelingsidee.

In november 2003 publiceerde Le Monde diplomatique het artikel Naar een krimpsamenleving . Vanaf die tijd stond dit onderwerp centraal in het debat bij de andersglobalisten, maar ook bij een groter publiek. Kunnen de aanhangers van krimp het Zuiden een eigen alternatief model aanbieden?

Het hierboven genoemde eerste artikel (Naar een Krimpsamenleving) is hier te vinden.

Door Serge Latouche* (Vertaling Tijn van Beurden)

In navolging van de reclame noemen de media voortaan alle nieuwe projecten, ook de culturele een concept, het wordt als het lanceren van een nieuw speeltje beschouwd.
Onder die omstandigheden is het niet verwonderlijk, dat men zich ging afvragen wat toch dat nieuwe concept krimp inhield. Op het gevaar af de media teleur te stellen, herhalen we dat krimp geen concept is in traditionele zin, en dat er geen theorie van de krimp is, zoals economen theorieën hebben kunnen uitwerken over de groei. Krimp is eenvoudig een term die bedacht is door radicale critici van de groei theorie teneinde een alternatieve oplossing te kunnen bedenken voor een politiek van de post-ontwikkeling (1).

In feite is krimp niet echt een concreet alternatief, maar het is eerder een model dat heel veel alternatieven mogelijk maakt (2). Het gaat dus om een noodzakelijk voorstel om de geblokkeerde inventiviteit en creativiteit van het totalitaire economisme te bevrijden. Het getuigt van kwade trouw, dat sommige economen de voorstanders van krimp er van verdenken dat ze tegen een oplossing zijn van de problemen van de zuidelijke landen.

Het doel in het noorden en zuiden is solidaire, autonome en spaarzame samenlevingen te creëren wat eerder een non-groei betekent om het wat scherper te stellen. Dat komt neer op het verlaten van een geloof en godsdienst: die van de economie. Om dit te bereiken moeten we onvermoeibaar het wezen van de ontwikkeling afbreken.

Het concept ontwikkeling is een inhoudsloos begrip geworden dat al duizend keer opnieuw is gedefinieerd en ondanks alle mislukkingen verhindert de irrationele binding aan dat concept een breuk met het economisme en uiteindelijk met de groei zelf. De paradox is dat de antiglobalistische economen in het nauw gebracht, toegeven dat groei schade veroorzaakt, maar ze blijven volhouden, dat de zuidelijke landen moeten profiteren van groei. En ze beperken zich voor het noorden tot groeivertraging . Een toenemend aantal andersglobalistische activisten geven nu toe dat groei zoals wij die hebben gekend, niet wenselijk en houdbaar is in sociaal en ecologisch opzicht. Maar ze hebben weinig vertrouwen in krimp als grondbeginsel en het zuiden zou, omdat het geen ontwikkeling heeft gekend, aanspraak kunnen maken op een periode van die vervloekte groei.

Gevangen in de impasse van noch groei noch krimp beperkt men zich tot een problematische groeivertraging, waardoor men uiteindelijk, volgens een beproefde traditie in dit soort debatten, iedereen akkoord laat gaan met een misverstand. Groeivertraging zal nooit de voordelen van een solidaire, autonome en spaarzame krimpsamenleving opleveren, maar het zal wel het enige voordeel van een snelle, onrechtvaardige en milieu vernietigende groei aantasten, te weten de werkgelegenheid.

Groeitegenstanders

Om te begrijpen waarom de opbouw van een samenleving zonder groei nodig en wenselijk is in het zuiden en noorden, moeten we de geschiedenis van het idee onderzoeken. Het idee van een autonome en spaarzame samenleving is niet nieuw, het is onderdeel van de traditionele kritiek op ontwikkeling. Een kleine anti of postontwikkelings- internationale analyseert en veroordeelt al meer dan 40 jaar de wandaden van ontwikkeling in het zuiden (3). Die internationale richt zich niet alleen tegen het kapitalisme en de ultraliberale beweging maar ook op het Algerije van Houari Boumedien en het Tanzania van Julius Nyerere die formeel socialistisch, participatief, zelfvoorzienend en solidair waren. Die ontwikkeling werd dikwijls opgezet en ondersteund door humanistische NGO's. Maar afgezien van enkele opmerkelijke kleine succesprojecten, was het een grote mislukking. Wat had moeten uitmonden in de ontwikkeling van de hele mens en alle mensen heeft geleid tot corruptie, verwarring en structurele aanpassingsplannen die armoede veranderde in misère.

Voorkomen moet worden dat zuidelijke landen die bezig zijn met de opbouw van een groeieconomie steeds meer in moeilijkheden raken door dit avontuur. Als er nog tijd is, gaat het er om de obstakels te verwijderen om zich anders te ontwikkelen. Het gaat zeker niet om het ongenuanceerde ophemelen van de informele economie. Het is duidelijk dat krimp in het noorden een voorwaarde is voor de ontwikkeling van alle alternatieve vormen in het zuiden. Zolang Ethiopië en Somalië gedwongen zijn om voedsel te exporteren dat bestemd is voor onze huisdieren, en onze dieren vetgemest worden met soja dat van de kaalgekapte vlaktes van het amazone regenwoud komt, verstikken we elk echte poging tot autonomie in het zuiden (4). Krimp in het zuiden aandurven, dat kan alleen door een spiraalvormige beweging op gang te brengen door: herbeoordelen, reconstrueren, herverdelen, reduceren, hergebruik en recycling. Aan die spiraal kunnen we beginnen door: breken, hervatten, hervinden, herintroduceren, herstellen enz. Breken met de economische en culturele afhankelijkheid van het noorden. Hervatten van ontwikkeling en mondialisering na de breuk met het verleden door de kolonisering. Hervinden en herwaarderen van de eigen culturele identiteit. Herstel van traditionele techniek en vaardigheden. Als men in het noorden werkelijk een dieper rechtvaardigheidsgevoel wil tonen, dat verder gaat dan alleen de nodige afname van de milieubelasting, dan zou men een andere dikwijls door inheemse volkeren geclaimde schuld kunnen inlossen: restitueren. De restitutie van de verloren eer (die van het geplunderde erfgoed is veel problematischer) zou kunnen bestaan uit het aangaan van een bondgenootschap met het zuiden, ter bevordering van krimp.

Het tegendeel, handhaving of erger nog het introduceren van de logica van de groei in het zuiden onder het voorwendsel van het afschaffen van de armoede die door diezelfde groei is veroorzaakt, kan slechts alles wat verder verwesteren. In al die goed bedoelde voorstellen, om scholen en gezondheidscentra te bouwen, waterleidingnetten aan te leggen en de voedsel zelfvoorziening te herstellen (5)schuilt een etnocentrisme dat samengaat met het ontwikkelingsidee.

We kunnen aan de betreffende landen via hun regeringen of via door de media gemanipuleerde enquêtes vragen wat de fundamentele behoeftes zijn, het antwoord zal zonder twijfel zijn: air conditioning, mobiele telefoons, koelkasten, en vooral auto's (Volkswagen en General Motors zijn van plan in de komende jaren 3 miljoen auto's in China te produceren en Peugeot is gigantische bedragen aan het investeren om maar niet achter te blijven), en tot vreugde van de regerende elites kunnen we daar aan toe voegen, nucleaire centrales, Rafale straaljagers en AMX tanks. Of we luisteren naar de hartenkreet van de Guatemalteekse boerenleider: Laat de armen met rust en praat niet meer over ontwikkeling (6).

Sociale inventiviteit

Al de leiders van de volksbewegingen van Vandana Shiva in India tot Emmanuel Ndione uit Senegal zeggen hetzelfde. Want als het uiteindelijk belangrijk is dat de landen in het zuiden hun voedsel-zelfvoorziening herstellen dan is dat alleen maar omdat ze die hebben verloren. Die bestond nog in Afrika tot het grote ontwikkelingsoffensief begon in de jaren zestig. Hebben niet het imperialisme, het ontwikkelingsidee en de mondialisering die autonomie vernietigd en vergroten die niet elke dag de afhankelijkheid wat meer? Water was al of niet uit de kraan, drinkbaar totdat het op grote schaal werd verontreinigd door industrieel afval. Zijn scholen en gezondheidscentra echt de goede instellingen om cultuur en gezondheidszorg te introduceren en te verdedigen? Ivan Ilich heeft onlangs serieuze twijfels uitgesproken over hun deugdelijkheid, zelfs voor het noorden (7).

Wat men ontwikkelingshulp blijft noemen, benadrukt Majid Rahnema terecht, zijn slechts uitgaven om de structuren te versterken die armoede veroorzaken. Ontwikkelingshulp bereikt nooit de slachtoffers die al van hun echte bezit zijn beroofd. Die zoeken naar andere manieren van leven die beter geschikt zijn voor hun behoeftes, buiten het mondiale productie systeem(8). Desondanks betekent het alternatief voor ontwikkeling niet dat een onmogelijke weg terug wordt ingeslagen verder is er ook geen uniform model voor non-groei.Voor hen die zij de uitgesloten, voor de schipbreukelingen van ontwikkeling, rest slechts een zwakke mengeling tussen de verloren traditie en de ontoegangkelijke moderniteit. Een paradoxale formule die de dubbele uitdaging goed samenvat. Als eenmaal de creativiteit en de vindingrijkheid bevrijd zijn van het keurslijf van het economisme en de ontwikkelingsdwang, dan kan men de sociale inventiviteit volledig aanwenden om het probleem op te lossen. Het post-ontwikkelingsmodel is overigens niet eenvormig. Het gaat om het onderzoek naar de wijze van collectieve ontplooiing waarin geen plaats meer is voor een welvaart die het milieu en de sociale bindingen vernietigt.

Een goed leven kan, afhankelijk van de omstandigheden, op meerdere manieren gestalte krijgen. Anders gezegd het gaat erom nieuwe cultuurvormen te reconstrueren/hervinden.
Als we dit per se een naam zouden moeten geven, zou het umran (ontplooiing) kunnen heten, zoals bij Ibn Khaldun (9), of swadeshi-sarvodaya (verbetering van de sociale omstandigheden voor iedereen) zoals bij Ghandi, bamtaare (gedeeld welzijn) zoals bij de Afrikaanse Toucouleurs, of fidnaa/gabbina (de uitstraling van iemand die goed doorvoed is en bevrijd van alle zorgen) zoals bij de Borana uit Ethiopië (10). Waar het om gaat is een breuk met de vernietigende praktijken die voortduren onder de vlag van ontwikkeling of mondialisatie. De originele alternatieven die we al tegenkomen openen de weg voor een post-onwikkeling samenleving.

Om deze politiek van krimp toe te passen is zowel in het noorden als in het zuiden een collectieve en omvangrijke ontwenningskuur nodig. Groei is feitelijk tegelijkertijd een ziekte en een drug geweest. Zoals Majid Rahnema het schreef: Homo Economicus had twee strategieën om inheems terrein te veroveren een werkte als HIV en de ander als een drugs dealer (11). Het vernietigt het afweersysteem en het schept nieuwe behoeftes. Het zal moeilijk zijn om de ketenen met de drugs te verbreken omdat het in het belang van de dealers is (in dit geval de mistige transnationale ondernemingen) om ons in slavernij te houden. Toch zijn er kansen, wij zullen er door een heilzame botsing met onze behoeftes toe gedwongen worden.

Noten

(*)Emeritus hoogleraar economie aan de universiteit Paris-Sud.

(1) Zie En finir une fois pour toute avec le dévelopement Le Monde diplomatique, mei 2001.
(2) Zie Brouillons pour l'avenir. Les Nouveaux cahiers de l'IUED, nr. 14, PUF, Paris/ Genève 2003.
(3) Deze groep heeft The Development Dictionary gepubliceerd, ZED Books, Londen, 1992.
(4) Al die verplaatsingen dragen ook bij aan de ontregeling van het klimaat.
(5) Jean-Marie Harribey, Développement durable L'Humanité, 15 juni 2004.
(6) Geciteerd door Alain Gras, Fragilité de la puissance, Fayard, Paris, 2003 p. 249.
(7) Némésis médicale, Fayard, Paris 2004.
(8) Majid Rahnema, Quand la misère chasse la pauvreté, Fayard/Actes Sud, Paris-Arles, 2003, p. 268.
(9) Historicus en Arabisch filosoof (Tunis 1332-Cairo 1406).
(10) The Post-Development Reader, Zed Books, Londen, 1997,p. 52.
(11) Majid Rahnema idem, p 214.

(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Serge Latouche.)