Na klimaatverandering en honger op het platteland van veel ontwikkelingslanden is COVID-19 slechts een volgend fenomeen dat bewijst dat de industriële landbouw geen toekomst heeft. Uit een onderzoek in Afrika blijkt dat alleen geldstromen achter de 'groene revolutie' dit industriële model tot een succes maken. En alleen een economisch succes.

(door Marc van der Sterren, FarmingAfrica vertaling globalinfo.nl)

Slechts een klein deel van de middelen voor landbouwonderzoek die naar Kenia en andere landen in Afrika ten zuiden van de Sahara komen, wordt gebruikt ter ondersteuning van agro-ecologie en andere duurzame, regeneratieve benaderingen. De geldstromen in de Afrikaanse landbouwontwikkelingssector versterken vooral schadelijke industriële modellen. Dit is de conclusie van een rapport van Biovision International, IPES-Food en het in het Verenigd Koninkrijk gevestigde Institute of Development Studies.

Slechts 13% van de projecten van Keniaanse onderzoeksinstituten zijn agro-ecologisch. Nog eens 13% richt zich op het vervangen van synthetische inputs door organische alternatieven.

De Bill & Melinda Gates Foundation, de grootste filantropische investeerder in landbouwontwikkeling, stuurt slechts 3% van haar steun naar duurzame, regeneratieve benaderingen - of agro-ecologie. Tegelijkertijd gaat maar liefst 85% van hun projectfinanciering naar de ontwikkeling van industriële landbouw of het verhogen van de efficiëntie ervan.

Afhankelijkheid

Olivia Yambi, medevoorzitter van IPES-Food, benadrukt de noodzaak van een verandering in de financieringsstromen en ongelijke machtsverhoudingen: "Het is duidelijk dat in Afrika, net als elders, gevestigde belangen de landbouwpraktijken opvoeren die gebaseerd zijn op een obsessie voor technologische oplossingen die de bodem en het levensonderhoud schade berokkenen, en een afhankelijkheid van 's werelds grootste landbouwbedrijven creëren. Agro-ecologie biedt een uitweg uit die vicieuze cirkel."

Biovision voorzitter Hans Herren zegt: "Met de samenvallende uitdagingen van de klimaatverandering, de druk op land en water, aan voedsel verbonden gezondheidsproblemen en pandemieën zoals COVID, hebben we nu verandering nodig. En dit begint met geld dat naar de agro-ecologie stroomt."

Op dit moment verwaarlozen de donoren het potentieel van de agro-ecologie, verklaart Olivier de Schutter, medevoorzitter van IPES-Food, en de speciale VN-rapporteur voor extreme armoede en mensenrechten. "Particuliere investeerders zijn niet erg geïnteresseerd in het ondersteunen van kleinschalige boeren die voedselgewassen verbouwen voor de behoeften van lokale gemeenschappen, en vooral die kleinere volumes van minder uniforme dingen produceren".

Focus op export

Hij wijst ook op de noodzaak voor landen om hun buitenlandse schuld terug te betalen. De Schutter vindt dit een grote belemmering voor de ontwikkeling van een meer agro-ecologisch landbouwsysteem. "De buitenlandse schuld is vastgelegd in sterke valuta en dit vereist dat deze landen exporteren op de wereldmarkten - je kunt dit niet terugbetalen met de teelt van cassave of zoete aardappelen. Daarom is er een tendens om zich te richten op de export van gewassen, in plaats van op gewassen die aan de lokale behoeften kunnen voldoen; en er is een tendens om boeren (en soorten landbouw) te ondersteunen die toegang kunnen hebben tot de wereldmarkten en tot de wereldwijde toeleveringsketens, in navolging van de eisen van de grote grondstoffenkopers en voedselverwerkers.”

Agro-ecologie

De Schutter legt uit dat agro-ecologie niet verward moet worden met biologische landbouw. "Agro-ecologie is niet gecertificeerd, het heeft geen label. Het is een geheel van landbouwkundige praktijken die het gebruik van externe inputs verminderen en het gebruik van lokale middelen maximaliseren, door te werken met de diversiteit op het veldniveau en die berusten op meervoudige gewassen, die zich minder goed lenen voor mechanisatie en schaalvergroting".

Agro-ecologie kreeg nog geen eerlijke kans op een doorbraak.

De voordelen van agro-ecologische oplossingen zouden inmiddels bekend moeten zijn. Al in 2009 concludeerde een rapport van de FAO dat "biologische systemen in de meeste gevallen winstgevender zijn dan niet-biologische systemen". Uit onderliggende studies bleek dat zelfs met minder opbrengsten en hogere productiekosten, biologische systemen winstgevender bleven door een 400 procent hogere marktprijs, maar ook dat lagere productiekosten een significant verschil in netto rendement veroorzaakten, zelfs zonder premies.

Agro-ecologie kreeg nog geen eerlijke kans op een doorbraak, terwijl het meeste onderzoeksgeld naar de traditionele, industriële landbouw gaat. Niet alleen in Afrika maar ook in Europa. Al in 2015 wees een onderzoek van het Britse Organic Research Centre erop dat minder dan 10% van het onderzoeksgeld naar agro-ecologisch en biologisch onderzoek gaat.

Media

Naast de ongelijke positie in het onderzoek worden ook agro-ecologische oplossingen in de media gemarginaliseerd. De invloed van adverteerders op de inhoud van agrarische tijdschriften en programma's kan niet worden overschat, zoals ik in mijn essay Smarter Farmers beschrijf. In Afrika speelt ook corruptie in de media een rol.

© Marc van der Sterren  |  Farming Africa

Lees ook: