In 2012 kreeg de Europese Unie de Nobelprijs voor de vrede. Volgens de Nobelprijsorganisatie kreeg ze de prijs, omdat “de Unie en haar voorlopers meer dan zes decennia hebben bijgedragen aan de bevordering van vrede en verzoening, democratie en mensenrechten in Europa.” Wie de prijs voor de vrede krijgt wordt ieder jaar bepaald door een comité van vijf leden van het Noorse parlement.

(Door Gerrit Zeilemaker, oorspronkelijk verschenen bij Ander Europa, foto: EU, Nobelprijs voor de vrede 2012)

Bij de winnaars zijn er veel grootheden die ik ook graag een prijs voor de vrede zou willen uitreiken, zoals die van Martin Luther King in 1964, en natuurlijk Nelson Mandela in 1993 en vele anderen. Maar wat moeten we met  de prijswinnaar van 1973, Henry Kissinger, waarvan velen vinden dat het eerder een oorlogsmisdadiger is. Je kunt dus gemengde gevoelens hebben over het verlenen van de Nobelprijs.

Die gemengde gevoelens heb ik zeker over het verlenen van de Nobelprijs aan de Europese Unie. Want is de EU wel zo vredelievend? En hoe bevordert ze de vrede dan, met welke daden en middelen? En is de vrede in Europa wel gegarandeerd door het bestaan van de EU­?

De Europese Defensie Gemeenschap

Na de Tweede Wereldoorlog was het algemene motto: “Nooit meer oorlog! Het aantal doden wordt geschat op meer dan 60 miljoen waarvan het overgrote deel burgerbevolking. Het grootste aantal slachtoffers viel in de toenmalige Sovjet-Unie. Naar schatting 23 miljoen, waarvan 11 miljoen burgers. De materiële schade was enorm. Europa lag in puin.

Al snel bekoelde de relatie tussen de voormalige geallieerde bondgenoten in een decennia durende Koude Oorlog. In 1950 stelde de Verenigde Staten herbewapening van het West-Duitse leger voor, waarop Frankrijk in antwoord hierop de oprichting van een Europees leger voorstelde in een Europese Defensie Gemeenschap (EDG). Na jaren van onderhandelen mislukte het project uitgerekend in het land dat het initiatief genomen had. Op 29 augustus 1954 stemde het Franse parlement met een meerderheid van Gaullisten en communisten tegen de EDG. Na de stemming werd enthousiast door de tegenstemmers zowel de Marseillaise als de Internationale gezongen. Het mislukken van de EDG was een teken aan de wand. Een zo diepgaande ingreep in de soevereine rechten van Europese landen was duidelijk een stap te ver.

Het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB)

Na het sneven van de Europese Defensiegemeenschap duurde het tot 1986 voordat de integratie van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid in een verdrag werd vastgelegd. In het verdrag van Maastricht werd de GVDB tot een peiler van de EU opgewaardeerd, maar bleef het nog bij algemene verklaringen.

Van een echt gemeenschappelijk beleid was in werkelijkheid geen sprake. Tijdens de crisis tussen Kuweit en Irak in 1990/1991 handelden Groot-Brittannië en Frankrijk zelfstandig. Duitsland erkende in 1990 overhaast Kroatië en Slovenië. In 1999 volgden 78 dagen bombardementen van de NAVO op Servië, Montenegro en Kosovo zonder toestemming van de VN-veiligheidsraad. Europese landen als Frankrijk, Engeland, Duitsland, België en Italië namen deel aan de bombardementen. Nederland nam zelfs deel zonder toestemming van het parlement. Tijdens de bombardementen sneuvelden veel burgers en werden clusterbommen gebruikt. Ook werd de Servische omroep gebombardeerd (*1) Persvrijheid stond even niet op de agenda van het Vrije Westen. Ook tijdens de oorlog met Irak traden EU-leden op. EU-leden als Groot-Brittannië, Italië en Spanje, steunden de oorlog. Ook Nederland dat volgens de toenmalige premier Balkenende slechts ‘politieke steun’ verleende, leverde aan het begin van de oorlog commando’s en voerde verkenningsvluchten met F-16’s uit. EU-leden als Frankrijk, Duitsland, België en Luxemburg verklaarden zich tegen de oorlog.(*2)

Actie tegen de wapenlobby , Berlaymontgebouw, 10 november 2016 (Foto Campaign against Arms Trade, Creative Commons)

Wel blijft men pogen om tot meer gemeenschappelijkheid te komen. Een reeks van initiatieven, verklaringen, rapporten, evaluaties en een Europees defensiefonds wordt gepresenteerd. In het defensiefonds worden voorstellen gepresenteerd om defensie-investeringen te stimuleren en te structureren. Steun aan de defensie-industrie komt tot uiting in een voorstel voor een verordening voor een industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie. Op 11 december 2017 werd de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) ingesteld met 25 deelnemende lidstaten. PESCO gaat werken aan opleiding, capaciteitsopbouw en operationele paraatheid op het gebied van defensie. De operationele paraatheid blijkt uit de oprichting van twee zeer mobiele battlegroups van ieder 1.500 manschappen die voor interventies beschikbaar zijn in een actieradius van 6.000 km rond Brussel (*3).

Het Europese Parlement heeft het recht onderzoekingen te doen en zich tot de Europese Raad en de Hoge Vertegenwoordiger voor het Veiligheidsbeleid (Mogherini) te wenden. Het Parlement heeft zeggenschap over de begroting voor het beleid, houdt twee keer per jaar debatten over voortgang en uitvoering van het GVDB en keurt verslagen goed. “Het Europees Parlement toont zich een fervent initiatiefnemer en voorstander van deze kwesties” wordt op haar website vermeld (*4).

Kernwapens in Europa

In maart 1957 werd het verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap gesloten, ook wel het Verdrag van Rome genoemd. Een onderdeel hiervan was de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom). Euratom was bedoeld voor de ontwikkeling van civiele nucleaire programma’s. Maar “een civiel nucleair programma is reden tot zorg. De landen met zo’n programma kunnen kennis opdoen voor het vervaardigen van kernwapens, en de faciliteiten kunnen dienen als infrastructuur voor een militair programma. De technieken die bij een civiel nucleair programma komen kijken, kunnen gebruikt worden voor de ontwikkeling van kernwapens.” (*5).

Frankrijk ontwikkelde na de oorlog om het Suezkanaal in 1956 kernwapens en heeft nu naar schatting 300 kernwapens. De Franse krijgsmacht heeft sinds de jaren ’60 zo’n 210 kernproeven uitgevoerd, waarvan de laatste serie in 1996 op het atol Muraroa midden in de Stille Oceaan (*6). Groot-Brittannië heeft sinds 1952 kernwapens. In Nederland en België liggen overigens in respectievelijk Volkel en Kleine Brogel Amerikaanse atoomwapens opgeslagen (*7).

In 2010 liet president Sarkozy weten dat de Franse nucleaire doctrine grotendeels ongewijzigd blijft. Kernwapeninzet is een mogelijkheid tegen welke vorm van een aanval tegen Frankrijk dan ook. Eerder liet president Chirac expliciet weten dat gebruik van kernwapens in reactie op een terroristische aanval een optie is en dat de Franse krijgsmacht hier op ingesteld is. In tegenstelling tot de Amerikaanse en Britse kernwapens zijn de Franse kernwapens niet geïntegreerd in NAVO-verband. Opmerkelijk is ook de verwevenheid met Airbus (*8).

De Bondsregering van het toenmalige West-Duitsland maakte zich in 1956 zorgen dat de VS tot een akkoord zou komen met de Sovjet-Unie en de Poolse grens en het bestaan van de DDR zou accepteren. Tenslotte had de VS ook niet tijdens de Hongaarse opstand ingegrepen. In een besluit van het Bondskabinet staat: “Het is noodzakelijk de opbouw van de Bundeswehr versneld door te voeren, het samengaan van Europa te promoten en kernwapens in de Bonsrepubliek te produceren.” (*9). Nu Trump twijfel zaait over zijn trouw aan de NAVO klinkt weer de roep om kernwapens in de heersende kringen in Duitsland. De conservatieve krant de Frankfurter Allgemeine Zeitung vroeg zich in een commentaar af of het niet tijd werd om over de “behoefte aan een nucleair wapen” na te denken. Gelukkig is 93% van de Duitsers tegen kernwapens en wil maar liefst 85% de in Duitsland gestationeerde Amerikaanse kernwapens het land uit (*10).

Een ander teken dat de Duitse regering de weg naar kernwapens open wil houden is haar boycot van de onderhandelingen tussen 129 landen in VN-verband om tot verbod op atoomwapens te komen. Het verdrag wil tot verbod van opslag, ontwikkeling en productie van atoomwapens komen. Dan kan ook transport door de wateren en het luchtruim van de 129 staten verboden worden, waardoor bijvoorbeeld het gebied waarin atoomonderzeeboten patrouilleren beperkt wordt (*11).  Inmiddels heeft de VS het INF-verdrag opgezegd onder beschuldiging dat Rusland het verdrag schendt. Dit verdrag verbiedt grondgelanceerde raketten en kruisvluchtwapens met een bereik van 500 tot 5.500 km. De angst is gerechtvaardigd dat het tot een nieuwe wapenwedloop komt en stationering in Europa. De wapenindustrie verheugt zich zeer op de toenemende spanningen in Europa en de wereld en droomt zelfs van een militaire supercyclus (*12). De eis van Trump dat de Europese landen hun defensiebudget naar 2% van hun bruto nationaal product verhogen zal hier niet vreemd aan zijn. Nederland zal over langere termijn zijn defensie-uitgaven fors verhogen!

Is de EU een vredesproject?

Jürgen Habermas, Duits filosoof en socioloog, die als een van de meest vooraanstaande hedendaagse filosofen wordt gezien, ziet de EU als een ‘beschavende kracht’ als de ‘pacificatie van een bloeddruipend continent.’

Maar de EU heeft in het kader van de gemeenschappelijke veiligheids- en defensiepolitiek sinds 2013 aan 24 militaire interventies op drie continenten deelgenomen. Veel interventies in Afrika en het Midden-Oosten waren niet veel meer dan Engelse en Franse koloniale avonturen, maar nu doorgevoerd onder de blauwe vlag van de EU. Zo namen Frankrijk en Engeland in Libië het voortouw bij het verjagen van Gadaffi en schiepen vervolgens een moorddadige chaos met elkaar bevechtende milities en een noodtoestand (*13). Ook in Syrië grepen EU-landen militair in en nemen deel aan een economische boycot die het herstel van het land ernstig bemoeilijkt.

Ondanks deze defensiepolitiek en militaire interventies wordt de EU als vredesstichtende organisatie gezien. Ook de eerdere Europese Gemeenschap werd algemeen als gedreven door vredelievendheid gezien. Dit is vooral een Europese zienswijze. Zo benadrukken ook Guy Verhofstadt en Cohn-Bendit in hun Voor Europa de vredelievendheid van Europa. Democratische landen die met elkaar handel drijven voeren geen oorlog met elkaar, zo is hun redenatie. Oorlogen tegen landen buiten Europa tellen blijkbaar niet mee.

De vredelievendheid van de EU is een hardnekkige mythe. De toenemende bewapening en deelname aan oorlogen buiten Europa laten een toenemende agressiviteit zien, maar ook binnen Europa neemt de repressie toe. Het agressieve optreden van de Franse oproerpolitie tegen de demonstraties van de Gele Hesjes laat een reeks van wapens zien, gaande van de aloude gummiknuppels, traangasgranaten en waterkanonnen tot wapens waarmee een reeks rubberkogels afgeschoten kunnen worden. De verwondingen van vreedzame demonstranten zijn talloos en vreselijk.

De hardnekkige koppigheid van de massademonstraties van de Gele Hesjes die zaterdag overal in Frankrijk hun elfde acte houden markeren het failliet van het EU-beleid en ontmaskeren de Mythe van Vredelievendheid.

Een herlevende vredesbeweging onder de Europese volkeren is dringend nodig.