Website Solidariteit pakt uit met beschouwingen over de bijennkomst voor een nieuw offensief van de FNV. Hierbij de beschouwing van Jan Verhagen. In een overzichtsartikel van Hans Boot vindt u links naar vele andere beschouwingen en analyses van de poging tot een nieuwe - of niet zo nieuwe - koers voor de vakbeweging.
(Door Jan Verhagen, oorspronkelijk verschenen op solidariteit.nl)

Het zijn een paar heftige weken geweest voor de FNV. Zaterdag 13 januari 2018 moet het Offensief tegen de race naar beneden van start gaan. In Utrecht. Over die start hangen ondertussen donkere wolken: het Ledenparlement van de FNV nam een week geleden een motie aan. Daarin wordt gepleit voor het opschorten van de campagne: aan noodzakelijke randvoorwaarden voor succes wordt niet voldaan. Bovendien is de campagne inhoudelijk te ongericht.Voorzitter Han Busker legt de motie naast zich neer. De week daarna treedt vicevoorzitter Mariëtte Patijn af. Ook zij ervaart onvoldoende draagvlak voor het Offensief, zij het vanuit een andere benadering dan het Ledenparlement, om niet te zeggen: tegengesteld aan.

Wollige 'vaagtaal'

De rest van het Dagelijks Bestuur, bij monde van de voorzitter, herkent zich niet in het beeld dat Patijn schetst. Helemaal verbazingwekkend is het allemaal niet. Ruim zeven jaar heeft de FNV geopereerd onder het motto 'toedekken die verschillen'. Over het antwoord op vragen als 'wat voor vakbond willen wij zijn' en 'hoe moet die vakbond in de huidige maatschappelijke verhoudingen opereren' werd en wordt fundamenteel verschillend gedacht. Dat leidde tot de bijna implosie van de FNV in 2010/2011.

Daarna heeft de vakbond, via het 'akkoord van Dalfsen' en het rapport van de kwartiermakers gekozen voor de vlucht naar voren. Onder het propageren van fraaie, maar verder holle kreten als Van Bond naar Beweging zijn in organisatorisch en personeel opzicht ingrijpende wijzigingen gerealiseerd, resulterend in de 'megafusie' van 2015. Maar inhoudelijk worden de tegenstellingen al die tijd onder een dikke laag wollige 'vaagtaal' bedekt.Kansen om tot heldere keuzes en een duidelijk antwoord op de hierboven geformuleerde vragen te komen, zoals het visietraject 2016 en het congres van 2017, worden gemist. En dus blijft er een tijdbom onder de FNV tikken die in de aanloop naar het Offensief tot ontploffing dreigt te komen.

En nu?

Grote vraag is: hoe nu verder? Ook daarop bespeuren we fundamenteel verschillende antwoorden. Een deel van de FNV, voorop de van oudsher kritische sector havens en in iets minder mate andere delen van de sector vervoer, lijkt te kiezen voor terugtrekken binnen de veilige muren van het eigen gelijk. Inclusief een eigen variant op het Offensief. Dat is één manier om de noodzakelijke herbezinning op taak en karakter van de FNV te ontlopen.Anderen, onder meer in het Ledenparlement, kennelijk geschrokken van de gebeurtenissen, gaan aan de slag met plakband: nieuwe lijmpogingen en pogingen 'het Offensief te redden'. Daarmee en passant het regenteske gedrag van voorzitter Busker rondom de motie van een week eerder voor lief nemend. Tot slot lijkt het erop dat het bestuur zelf, dat zich immers niet herkent in 'het gebrek aan draagvlak' halsstarrig dóór wil gaan op de ingeslagen weg en het richtingloze, maar stinkend dure Offensief (meer dan 25 miljoen euro vakbondsgeld) door wil drukken.

Herbezinning

fnvoffensiefGeen van de drie aanvliegroutes biedt een oplossing voor de op de klippen lopende FNV. Toch is het verbazingwekkend dat tot op heden slechts een handvol mensen binnen de FNV een koers van herbezinning wenst te bewandelen. Weinigen pleiten er voor grondig en inhoudelijk en vooral eerlijk de ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar onder het vergrootglas te leggen. Weinigen lijken de moed op te brengen in de spiegel te kijken en de verschillen van inzicht open te benoemen.Logo FVN Offensief met vuist Akkoord, dat vraagt nogal wat: diepgaand , respectvol, inhoudelijk debat en zelfonderzoek, op basis van een feitenanalyse die verder gaat dan het oppervlakkig gedoe van de afgelopen jaren. Daarin is - laten we eerlijk zijn - de FNV niet erg bedreven. Toch is het de enige weg om te komen tot een perspectiefvol antwoord op de vragen wat voor vakbond willen wij zijn en hoe moet die vakbond zich onder hedendaagse maatschappelijke verhoudingen positioneren en profileren. Dat in een dergelijke aanpak niet iedereen aan boord zal kunnen of willen blijven, is onvermijdelijk. Maar een dergelijke herbezinning is nu meer dan ooit nodig om de FNV kans van overleven te geven. Zoals iemand alweer enige tijd geleden zei: het is niet vijf vóór, maar vijf over twaalf.

Nog is de hoop niet verdwenen dat een flink aantal vakbondsmensen nog breekt met de koers van 'pappen en nathouden', zonder daarbij meteen de eenheid van de FNV op het spel te zetten. Wie durft de schouders eronder te zetten?