Eindafrekeningen tot 7.000 euro? De schuld van de voorkeurspolitiek van onze beleidsmakers jegens de energiereuzen, niet gewoon van Rusland.

(Door Mathieu Strale (*), overgenomen van Lava illustratie van website energids.be)

De energiecrisis in Europa duurt nu al enkele maanden. Eerst zijn de prijzen geëxplodeerd, nu is er sprake van een mogelijk tekort aan aardgas tegen volgende winter. De voor de hand liggende boosdoener is Rusland, dat zijn gasexport zou inzetten als chantagemiddel in het kader van de oorlog in Oekraïne. Over de echte reden wordt niet gepraat. De liberalisering van de Europese energiemarkt heeft een handvol privéreuzen aan de macht gebracht en dit blinde vertrouwen in de markt heeft ons naar de huidige catastrofe geleid.

Wij gebruiken aardgas voor drie belangrijke toepassingen: om ons te verwarmen, elektriciteit op te wekken en om het te verwerken in de industrie.(*1) Daardoor ligt het gasverbruik hoger in de winter, dan hebben we immers meer behoefte aan verwarming en elektriciteit. De Europese landen passen zich aan die wisselende behoefte aan met opslagcapaciteit die ze in de zomer kunnen aanvullen. Voor onze bevoorrading zijn we hoofdzakelijk afhankelijk van externe bronnen, aangezien de Europese gasproductie maar 10% van onze behoeften dekt.

Het grootste deel van het benodigde gas bereikt ons via pijpleidingen vanuit producerende landen. Dit is de goedkoopste manier omdat het gas niet hoeft te worden verwerkt. Rusland levert 40% van onze gasvoorraad, Noorwegen 20 tot 25%, en Libië, Algerije of Azerbeidzjan samen ongeveer 10%. De andere bevoorradingsbron is vloeibaar aardgas (lng).(*2) De aanvoer van lng vereist een andere en ook duurdere techniek: er zijn installaties nodig die het gas samenpersen en decomprimeren, en speciale schepen die veel weg hebben van een grote thermoskan. Maar vloeibaar gas heeft ook een voordeel: het kan over de hele wereld worden vervoerd. Lng dekt 10 tot 20% van het Europese verbruik en komt uit Qatar, de Verenigde Staten of Nigeria.

De oorlog in Oekraïne en de toenemende spanningen met Rusland vormen dus een bedreiging voor onze belangrijkste bevoorradingsbron. Het is niet makkelijk om op korte termijn alternatieven te vinden. Onze andere leveranciers die gas transporteren via pijpleidingen, draaien al op volle capaciteit. Ook de invoer van vloeibaar aardgas wordt beperkt, enerzijds door de vaak al verzadigde capaciteit van de Europese terminals, met name in Zeebrugge, en anderzijds door de vloot van gespecialiseerde schepen, die al op volle capaciteit wordt ingezet. De meeste deskundigen zijn dan ook van mening dat de Europese Unie tegen een gastekort zal aankijken als Poetin de kraan dichtdraait. Dat zou mogelijk al de komende winter het geval kunnen zijn en wellicht ook in die van 2023-24 aangezien investeringen in nieuwe pijpleidingen of terminals en schepen meerdere jaren vergen.Moeten we dit interpreteren als chantage door Rusland als vergelding voor de Europese steun aan Oekraïne? Misschien. Toch is de huidige zeer kwetsbare situatie in de eerste plaats te wijten aan ons eigen energiebeleid.

In de voorbije twintig jaar is het Europese energiesysteem geliberaliseerd. Met een grote continentale energiemarkt en vrije concurrentie zouden de Europeanen kunnen kiezen voor betere tarieven en lagere prijzen, en zou er sneller geïnvesteerd worden in hernieuwbare energie. Zo motiveerde de EU althans de liberalisering. In werkelijkheid hebben enkele energiegiganten de kleinere spelers en voormalige overheidsbedrijven kunnen opkopen en de volledige controle gekregen over de markt. Zo is de Europese energie een zaak van de monopoliebedrijven geworden. Een handvol ondernemingen bepaalt de regels en de prijzen. Energie is een handelswaar geworden in dienst van de sectorgiganten.

Intensief gelobby

Wat die energiegiganten in eerste instantie willen is zoveel mogelijk winst maken met zo weinig mogelijk investeringen. Patrick Pouyanné, ceo van TotalEnergie, zegt vlakaf: “Waar de aandeelhouders vooral op uit zijn, is de duurzaamheid van onze dividenden”.(*3) In die context is een coalitie van belangen tot stand gekomen om het gebruik van gas te bevorderen.Voor olie- en gasmonopolies zoals Total, Shell of BP is de productie van aardgas een manier om hun bedrijfsmodel in stand te houden, d.w.z. de winning, verwerking en verkoop van fossiele brandstoffen. Daarbij spelen ze onbeschroomd het “groenere” imago uit van gas in tegenstelling tot olie. Monopolies op het gebied van elektriciteitsopwekking zoals Engie, E.ON of RWE, zagen de ontwikkeling van gasgestookte elektriciteitsproductie als de beste manier om minder te investeren en tegelijk uit steenkool en olie te stappen. Het overheersende model voor de ontwikkeling van de opwekking van duurzame elektriciteit door de industriereuzen is ook het gebruik van gasgestookte centrales, die kunnen worden in- en uitgeschakeld bij weinig wind, weinig zonlicht of een hoog verbruik. Deze combinatie is op individuele basis het meest kosteneffectief en voorkomt dat er energie-opslagcapaciteit moet worden ontwikkeld, waarvoor meer planning of investeringen nodig zijn.

De olie- en gasmonopolies willen gas presenteren als de beste “tussenliggende” technologie, die nodig is voor de uitbouw van duurzame energieproductie en de uiteindelijke verbanning van vervuilende energiebronnen als steenkool of olie. Om hun ambities te verwezenlijken, hebben ze uiteraard de nodige middelen ingezet. De ngo Corporate Europe Observatory schat dat de energiereuzen meer dan 1.000 lobbyisten hebben ingehuurd en honderden miljoenen euro’s hebben uitgegeven.(*4) Dit lobbyen is zo doeltreffend geweest dat de Europese Unie nu voor haar energiebeleid vertrouwt op de “expertise” van die monopolies.

Corporate Europe Observatory schat dat de energiereuzen meer dan 1.000 lobbyisten hebben ingehuurd en honderden miljoenen euro’s hebben uitgegeven.

De energiebedrijven mogen dus van de EU zelf de Europese gasbehoeften ramen en de daarvoor benodigde infrastructuur voorstellen. Dit belangenconflict leidt tot een permanente overschatting van de volumes, wat op zijn beurt voortdurende overheidsinvesteringen in gastransport, -opslag en -productiecapaciteit rechtvaardigt. Tussen 2013 en 2020 heeft de EU 4,5 miljard euro besteed aan nieuwe gasinfrastructuurprojecten.

Tegelijkertijd ijveren de energiereuzen al meerdere jaren voor de erkenning van gas als groene technologie, om te kunnen profiteren van de overheidsfinanciering voor de energietransitie.(*5) Al dat gelobby heeft hen geen windeieren gelegd: onlangs heeft het Europees Parlement zowel kernenergie als gas erkend als groene energie. Waterstofproductie uit fossiel gas zal ongetwijfeld hetzelfde label krijgen.(*6) De energiereuzen hebben ook aangedrongen op de invoering van compensatiemechanismen, d.w.z. de betaling van overheidsgeld aan de privésector.(*7) Hun argument: ze moeten kunnen beschikken over elektriciteitscentrales die gemakkelijk kunnen worden in- en uitgeschakeld om de productie van hernieuwbare elektriciteit in evenwicht te houden. In feite wordt dat geld hoofdzakelijk gebruikt om gasgestookte elektriciteitscentrales te onderhouden of te bouwen.

Samen sluizen die maatregelen overheidsgeld weg naar privéactoren en beschermen de winsten van de monopolies. Ze leiden tot overinvesteringen en een overconsumptie van gas. Tegelijk blokkeren ze de technologie, wat op zijn beurt de ontwikkeling van hernieuwbare energie vertraagt. Er wordt zodanig gelobbyd voor gas dat ngo’s een speciaal daaraan gewijd waarnemingscentrum hebben opgericht.(*8)

Chronische onderinvestering

De onderwerping van ons energiebeleid aan de markt heeft nog een ander gevolg: de winst op korte termijn is de enige regel die telt; met mogelijke toekomstige tendensen wordt geen rekening gehouden.

Tot het begin van de jaren 2000 dekte de Europese gasproductie een derde van het verbruik. Ze diende als buffer om de consumptiebehoeften in de winter op te vangen en prijsstijgingen of tekorten te voorkomen door in die periode de productie te verhogen. De voorraden in de Noordzee raken echter uitgeput en dekken momenteel nog maar een tiende van de huidige Europese behoeften. Tegelijkertijd zijn in Duitsland en Frankrijk kernreactoren gesloten, evenals kolen- en oliegestookte elektriciteitscentrales in heel Europa. De Europese productiecapaciteit is dan ook fors gedaald.

Toch heeft de EU geen investeringsstrategie uitgewerkt om aan die te voorziene structurele veranderingen het hoofd te bieden.

Elke staat heeft zijn eigen beleid gevoerd en door de afhankelijkheid van de marktprijzen en de rentabiliteitseisen van de monopolies zijn vaak wisselende keuzes gemaakt. Doordat de energieprijzen in het begin van de jaren 2010 laag waren, is er maar weinig geïnvesteerd in nieuwe alternatieve gasgestookte productiecapaciteit.

Vooral de investeringen in hernieuwbare energie waren veel te laag. Als we de Europese klimaatdoelstellingen willen halen, moet drie keer meer geïnvesteerd worden. Een tweede mogelijk antwoord op de dalende gasproductie in de EU is de ontwikkeling van windenergie. In de winter wordt immers veel gas verbruikt en dat zou kunnen gecompenseerd worden door windenergie die net in dat seizoen veel productiever is.

Rusland is de duidelijke boosdoener, maar het is het Europese liberale beleid dat deze kwetsbaarheid in ons energiesysteem heeft gecreëerd.

Het trage tempo van de investeringen in de renovatie en isolatie van gebouwen verergert de situatie nog. Naar schatting kan een goede isolatie van de gebouwen het energieverbruik met twee derde verminderen. Gas is immers de belangrijkste verwarmingsbron in Europa. In het huidige tempo zal het zowat vijftig jaar duren om alle warmteverliezende woningen in Europa te isoleren.

Dat ons gasverbruik niet noemenswaardig is gedaald terwijl we op een derde van de vroegere productie zijn teruggevallen, is te wijten aan dat gebrek aan investeringen. We zijn voor onze energiebevoorrading afhankelijker geworden van de invoer van gas en hebben onvoldoende alternatieven ontwikkeld voor het gebruik ervan.

Geen prijscontrole

Tot slot heeft het Europese beleid het kader geschapen dat de huidige stijging van de energieprijzen mogelijk maakt en verergert. De liberalisering van de energiemarkt werd doorgevoerd in de context van de nasleep van de crisis van 2008, met een overvloed aan energieproductiecapaciteit en lage internationale grondstoffenprijzen, en dus weinig spanning op de energiemarkten. Die strategie had geen onmiddellijke opwaartse invloed op de energieprijzen, maar heeft wel een tijdbom gecreëerd.
Tot 2005 waren de meeste Europese gascontracten met het buitenland gebaseerd op stabiele prijzen, die werden geïndexeerd aan de gemiddelde olieprijs over een lange periode, en op langetermijncontracten van gemiddeld 20 jaar.

De liberalisering van de gasvoorziening in de EU heeft geleid tot een dubbele transformatie: voortaan zou de prijs uitsluitend berekend worden op basis van vraag en aanbod van gas; daarnaast werden gasbeurzen opgericht en de looptijd van de leveringscontracten verkort. Zo kon de concurrentie tussen de leveranciers haar werk doen en zou de prijs dalen. Die liberalisering kreeg uiteraard de steun van de energiemonopolies. Voor hen werd immers een nieuwe en lucratieve markt geopend: de internationale handel in gas.

Europa is het enige grote economische blok dat zo is blootgesteld aan de grillen van de energiemarkten.

Dit heeft enerzijds geleid tot grote instabiliteit in de tarieven en anderzijds een nieuwe speculatieve markt in het leven geroepen. Voor elke liter gas die daadwerkelijk in Europa wordt geleverd, vinden gemiddeld meer dan 25 transacties (aan- en verkoop) plaats. De energiereuzen hebben speciale handelsdiensten opgericht, die miljardenwinsten opleveren.

Dat heeft Europa in hoge mate blootgesteld aan de grillen van de markten. De EU is immers afhankelijk van externe aanvoer en heeft geen controle over de prijzen. Het is overigens het enige grote economische blok dat zich in zo’n situatie bevindt. De meeste Aziatische landen, die eveneens gas invoeren, hebben vastgehouden aan langlopende leveringscontracten met prijzen die worden gestabiliseerd door de indexering van de olieprijs. Hoewel de VS net als Europa afhankelijk is van gasbeurzen voor de bepaling van de prijs, wordt het beschermd door zijn binnenlandse gasproductie. De Amerikanen kunnen in hun eigen behoeften voorzien en zelfs overschotten uitvoeren.

Naar een perfecte storm

Hoog gasverbruik, grotere afhankelijkheid van invoer en minder alternatieven voor het gebruik van gas, en dat alles zonder prijscontrolemechanisme: alle omstandigheden waren aanwezig voor een perfecte storm, het enige dat nog ontbrak was de wind.
En die steekt op in 2021. Om te beginnen moest door het coronavirus het onderhoud van verscheidene gasinfrastructuren worden uitgesteld, waardoor de gasproductie daalde. Vervolgens heeft de combinatie van een koude winter en dito lente en het nog steeds wijdverbreide telewerken het gasverbruik doen toenemen. En tot slot heeft het economisch herstel na COVID de Europese en wereldwijde vraag naar gas fors omhoog geduwd.

Gevolg: de prijzen op de gasbeurzen zijn tussen het voorjaar en de zomer van 2021 verdubbeld. In die situatie hebben de energiemonopolies het in 2020 opgeslagen en goedkope gas gebruikt in plaats van zich te bevoorraden op de markten. Dit heeft uiteraard onze reserves voor de winter van 2021-2022 aangevreten.

In deze context kwamen daar ook nog eens de spanningen met Rusland over Oekraïne bij vanaf het najaar van 2021. Die spanningen worden voor het eerst zichtbaar in het uitstel en vervolgens het afzien van de opening van de nieuwe gaspijpleiding “NorthStream 2” tussen Rusland en Duitsland, en vervolgens in een vermindering van de hoeveelheden gas, geleverd door Gazprom, de Russische onderneming die een monopolie heeft op de uitvoer van Russisch gas. Het zijn die spanningen in combinatie met de geringe gasvoorraden die een bedreiging vormden voor de bevoorrading waardoor de prijzen op de beurzen omhoog schoten. Tegen het einde van 2021 waren de prijzen al verviervoudigd.

Na de inval in Oekraïne in het voorjaar van 2022 en in antwoord op de Europese sancties, heeft Rusland aanvankelijk de gasleveringen stopgezet voor wie weigerde te betalen in roebels. Vervolgens heeft het de hoeveelheden die via pijpleidingen worden geëxporteerd, sterk beperkt, naar eigen zeggen omdat de westerse sancties het onderhoud van de infrastructuur verhinderen want zij blokkeren de aankoop van reserveonderdelen. Samen hebben die maatregelen de gasstroom van Rusland naar Europa met 80% doen krimpen en de prijzen verder de hoogte in gejaagd. Nu liggen ze al acht tot tien keer hoger dan het gemiddelde van de voorgaande jaren.

Heeft Rusland nog meer in petto? Voorlopig haalt Gazprom dankzij de stijgende prijzen nog altijd meer inkomsten uit de verkoop van gas aan Europa dan vóór de crisis. Ironisch genoeg was het de Europese Unie die Gazprom dwong de verkoop van gas op basis van vaste volumeprijzen te beperken ten gunste van variabele tarieven op basis van de beurskoersen, een keuze die ons nu zuur opbreekt.(*9)

Volgens ramingen van het Internationaal Energieagentschap zouden Europese energiebedrijven tegen 2022 dankzij hogere prijzen meer dan 200 miljard winst kunnen boeken.

En vervolgens? Een verdere daling van de export zou de Russische inkomsten in gevaar kunnen brengen. Rusland kan echter niet werkeloos blijven toezien als de EU nog strengere sancties aankondigt en zo snel mogelijk van het Russische gas af wil. Als Rusland druk wil uitoefenen op de EU, is het nu het moment om de krachtsverhouding in zijn voordeel te veranderen: in de herfst moeten immers de stocks aangevuld worden.

De vermindering van de gasleveringen is dan ook meer een opportunistisch beleid van Rusland dan wat anders. Maar die kwetsbaarheid in ons energiesysteem is wel een gevolg van het Europese liberale beleid. Het is de combinatie van blind vertrouwen in de markt en Europa’s afhankelijkheid van het buitenland die ons de das omdoet. Willen de Europese landen een tekort vermijden, dan moeten ze elders op zoek naar gas. Bij gebrek aan langlopende contracten met vaste prijzen moeten zij echter enerzijds een hoge prijs betalen en anderzijds genoegen nemen met het marginale aanbod dat niet door anderen wordt afgenomen.

Wie het laatst lacht…

Wie hier uiteindelijk het gelag betaalt, zijn de huishoudens. Hun verwarmings- en elektriciteitsrekeningen zijn gestegen van gemiddeld 2.500 euro per jaar begin 2021 tot meer dan 5.000 euro begin 2022. En de stijging zet zich door. Nu gaat het al over jaarlijkse bedragen die tegen volgende winter kunnen oplopen tot 7.000 euro. Los daarvan is er ook het risico van gastekorten.

De grote winnaars zijn de energiemonopolies. Voor de acht grootste ondernemingen die in Europa actief zijn, liep de gezamenlijke winst in 2021 al op tot meer dan 40 miljard. Volgens ramingen van het Internationaal Energieagentschap begin 2022 zouden de Europese energiebedrijven in de loop van het jaar meer dan 200 miljard winst kunnen boeken. 200 miljard betekent dat elk Europees gezin in 2022 gemiddeld 1.000 euro zal betalen om die woekerwinsten te voeden.

Aangezien de prijzen sindsdien opnieuw zijn gestegen, zal de winst waarschijnlijk nog hoger liggen.
We moeten niet ver zoeken naar de drijvende kracht achter die woekerwinsten. Hoewel de productiekosten van gas stabiel zijn gebleven, is de verkoopprijs ervan door het dak gegaan.(*10) Daar zitten de historische winsten van producenten als TotalEnergie, Equinor, Shell of BP. De mechanismen van de liberale energiemarkt, zoals uiteengezet in het artikel van Wim Debucquoy, maken dat de stijging van de gasprijzen een weerslag heeft op de elektriciteitsprijzen.(*11) De energiemonopolies kunnen dus ook al hun elektriciteit verkopen tegen de productiekosten van gasgestookte centrales, terwijl 80% van hun productie (kernenergie, waterkracht, windenergie of zonne-energie) niet afhankelijk is van de gasprijzen. Zo kan Engie bij ons elektriciteit uit kerncentrales verkopen tegen een prijs die tot tienmaal hoger ligt dan de reële prijs. Die centrales zijn immers oud, nog gebouwd met overheidsgeld en grotendeels afgeschreven. Daarnaast zijn hun productiekosten niet gestegen want zij zijn niet afhankelijk van olie of gas.

De belangrijkste voorstanders van de liberalisering van de Europese energiemarkt, die dus in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor de huidige impasse op sociaal, economisch en klimaatgebied, profiteren hier het meest van. En wat is hun antwoord op de crisis? “TotalEnergie, EDF en Engie vragen u om minder te verbruiken”, zeggen hun ceo’s. Alsof de consumptie van de mensen het probleem is.

Europa zet de deur wagenwijd open voor (schalie)gas

De EU komt ook niet met overtuigende antwoorden. De onmiddellijke uitdaging is om over genoeg gas te beschikken. Hier krijgt de EU te maken met een tegenstelling tussen collectieve doelstellingen en marktlogica, die we als volgt kunnen samenvatten: “De marktspelers staan voor een dilemma: als zij ter voorbereiding op een gastekort dat zich uiteindelijk niet voordoet, voorraden aanleggen wanneer de prijs hoog is, verliezen zij geld; en als zij zich niet voorbereiden, lopen zij het risico niet over voldoende gas te beschikken om hun klanten te bevoorraden.”(*12) De situatie wordt een echte paradox als je bedenkt dat het risico dat Rusland de bevoorrading afsnijdt (een mogelijke bedreiging), toeneemt met het gebrek aan voorbereiding. Indien deze paradox niet wordt opgelost, zal de EU ongetwijfeld overheidsgeld ter beschikking stellen van de monopolies om voldoende gas te kopen.

Toch zijn er geen plannen om de prijzen of de energiebeurzen te bevriezen. Zelfs het voorstel tot een eenmalige belasting op de winsten van de energiegiganten in de sector, dat door sommige regeringen wordt gesteund, krijgt geen gehoor met als argument dat het de investeringen in hernieuwbare energie zou kunnen “ontmoedigen”!

Het beleid van Europa en de lidstaten is dan ook vooral een wanhopige zoektocht naar alternatieven voor de invoer uit Rusland. Zoals Natalie Eggermont in detail beschrijft, profiteren de westerse gasmonopolies hiervan, zonder enige sociale of ecologische overweging.(*13)

Ten eerste zet Europa de deur wagenwijd open voor Amerikaans schaliegas. Dit is het resultaat van intensief lobbyen door de regering van de VS: in de eerste plaats door steun te verlenen aan de liberalisering van de Europese gasmarkt om de langlopende leveringscontracten te verbreken; vervolgens, onder Trump en daarna Biden, door sancties op te leggen aan bedrijven die betrokken zijn bij de aanleg van nieuwe gaspijpleidingen tussen Rusland en de EU. De VS plukt nu de vruchten van dit beleid en doet zich voor als de grote redder… die Europa zal overspoelen met duur en milieuvervuilend gas.

Wij zijn niet veroordeeld tot een hoge prijs voor ons gas en een mogelijk gastekort. Het betekent wel dat we onze medeplichtige afhankelijkheid van energiemonopolies moeten doorbreken.

De Europese energiereuzen blijven niet achter. In naam van de veiligheid en de diversificatie van de bevoorrading heeft de Europese Commissie massale investeringen in nieuwe gasinfrastructuur aangekondigd: lng-terminals, nieuwe pijpleidingen enzovoort. Erger nog, de lobby om de productie van schaliegas in Europa op gang te brengen, kan weer flink aan de bak. Het is nu of nooit. Hoge prijzen maken die technologie winstgevend en de EU en de lidstaten proberen koste wat kost van het Russische gas af te komen.

Voor de Europese werknemers lost dit niets op: overschakelen op duur lng en tegelijk nieuwe gasinfrastructuur aanleggen zal de prijzen niet doen dalen en de EU zal even afhankelijk blijven van externe energiebronnen als voorheen. Voor het klimaat en het milieu is het een ramp, want we gaan weer voor vele jaren vastzitten aan fossiele brandstoffen.

Pascoe Sabido van de ngo Corporate Europe Observatory windt er geen doekjes om: de EU stelt de belangen van de gasindustrie boven die van de mensen en het klimaat, en dat vloeit voort uit de langdurige incestueuze relatie tussen de gasindustrie en de beleidsmakers.

De logica van de monopolies doorbreken

Maar ook al zijn wij voor ons gasverbruik voor 90% afhankelijk van niet-Europese bronnen, dan nog zijn wij niet tot het einde onzer dagen veroordeeld tot hoge gasprijzen en een mogelijk gastekort. Het betekent wel dat we onze medeplichtige afhankelijkheid van energiemonopolies moeten doorbreken.
In eerste instantie moeten we de oorlogsprofiteurs aanpakken. We moeten de confrontatie aangaan met de energiereuzen door de invoering van een belasting op overwinsten die alleen wordt geheven wanneer de verkoopsprijzen van gas dalen, en waarvan de opbrengst wordt gebruikt om de energierekeningen te verlagen en de gasvoorraden weer aan te vullen.

Vervolgens moeten we de controle over onze voorraden weer zelf in handen nemen. Afgezien van de Russische leveringen komt meer dan een derde van ons gas via pijpleidingen uit Noorwegen, de Noord-Afrika of Azerbeidzjan. Op korte termijn kunnen die landen hun gasstromen niet naar andere afnemers verleggen, aangezien dat zware investeringen vereist voor de aanleg van nieuwe pijpleidingen of infrastructuur om gas samen te persen en vloeibaar te maken. Wij kunnen steunen op onze wederzijdse afhankelijkheid om buiten de markt te onderhandelen en leveringstarieven af te spreken. Zelfs als we rekening houden met de stijging van de olieprijzen, zouden we met een terugkeer naar geïndexeerde contracten onze gasbevoorrading drie tot vier keer goedkoper kunnen maken. Ook de leverancier vaart er wel bij: hij krijgt perspectief op stabiele inkomsten op lange termijn. Sommige landen, waaronder Italië en Spanje, profiteren nog altijd van zulke contracten voor hun gasbevoorrading uit Algerije en Azerbeidzjan. Qatar, de grootste verkoper van lng in de Golf, is vragende partij voor zulke contracten.

Uiteraard willen we ons gasverbruik zo snel mogelijk afbouwen. Uit nieuw onderzoek blijkt dat meer steun voor zonnepanelen op daken en de isolatie van gebouwen ons gasverbruik in de komende drie jaar met een kwart kan doen dalen. Tegelijk moeten we de investeringen in hernieuwbare energie versnellen. Snel en efficiënt investeren kan niet zonder overheidssturing. Pas dan worden die investeringen collectief en democratisch gepland op basis van hun effectiviteit in plaats van hun rentabiliteit. Met zo’n openbaar investeringsplan kunnen ook duizenden mensen opgeleid en in dienst genomen worden en zullen hun energiefacturen niet langer zo angstaanjagend hoog zijn.

Tot slot: als de energiesituatie dringend besparingen vereist om een tekort te voorkomen, moet er democratisch bepaald worden waar moet bespaard worden en niet met de belangen van de energiereuzen in het achterhoofd. Tegelijk moet de overheid de dekking van de basisbehoeften garanderen en mag niemand worden uitgesloten van de toegang tot warmte of licht.

Als we de huidige energiecrisis het hoofd willen bieden en ons bevrijden uit de omstandigheden die ons in die crisis hebben gestort, moeten we niet alleen van koers maar ook van kapitein veranderen. Dat betekent: Engie-Electrabel, TotalEnergie of Shell uit de bestuurdersstoel en herstel van de publieke en democratische controle over de sector. Alleen zo zullen we weer de macht in handen krijgen om onze energie- en klimaattoekomst te transformeren. (*) Mathieu Strale is onderzoeker aan het Institut de Gestion de l’Environnement et d’Aménagement du Territoire (het Instituut voor Milieubeheer en Ruimtelijke Ordening, DGES-IGEAT) van de ULB. Hij doet onderzoek naar de problematiek van de grootstedelijke mobiliteit in Brussel en Europa.

Noten:

*1) De verwarming van gebouwen vertegenwoordigt 40% van het Europese verbruik, 30% van het verbruikte gas dient voor de opwekking van eletriciteit en 25% is voor industrieel gebruik: productie van meststoffen, gebruik in raffinaderijovens, cementfabrieken, glasfabrieken enzovoort.

*2) Het gas wordt samengeperst en afgekoeld tot het een vloeibare toestand bereikt, zodat het per schip kan worden vervoerd.

*3) « Le PDG de Total juge le débat sur le réchauffement climatique “trop manichéen” », Sciences et Avenir, 15 januari 2020.

*4) “The Great Gas Lock-in”, Corporate Europe Observatory, oktober 2017.

*5) “Dag wetenschap, welkom bij de lobby’s: gas, kernenergie en de EU-taxonomie”, Reclaim Finance, 22 juli 2022.

*6) Mike Parr, “Europe’s hydrogen split: blue vs green and north vs south”, Euractiv, 20 juli 2021.

*7) In België wordt dit mechanisme CRM (Capacity Remuneration Mechanism) genoemd. Het betekent dat nieuwe gasgestookte elektriciteitscentraleprojecten geveild worden. Maar zulke regelingen bestaan in heel Europa: https://cadmus.eui.eu/bitstream/handle/1814/72460/RSC%202021_71.pdf?sequence=1.

*8) “Innovative tracking tool trained on fossil gas lobbyists”, Global witness, 3 juni 2021.

*9) Vitaly Yermakov, Big Bounce: Russian gas amid market tightness, The Oxford Institute for Energy Studies, september 2021.

*10) Hetzelfde geldt voor olie, waarvan de prijzen sinds begin 2021 zijn verdubbeld.

*11) Wim Debucquoy, “Groene, goedkope en dus publieke energie”, Lava, 30 december 2021.

*12) “How to make the EU Energy Platform an effective emergency tool”, Bruegel org, 16 juni 2022.

*13) Natalie Eggermont, “Oorlog verbrandt de aarde”, Lava, zomer 2022.