timthumbDit is de laatste aflevering in de serie “Wie heeft de crisis veroorzaakt?” Er is geen college gegeven maar een paneldiscussie georganiseerd. In het panel zitten een journalist, een econoom, een politcus, een toezichthouder en een bankier. Ik doe hiervan geen verslag omdat U het zelf kan bekijken (zie hier onder). Ter afsluiting heb ik een een nabeschouwing geschreven. De collegeserie mag dan wel beeindigd zijn, de crisis gaat door… Voor de duidelijkheid: dit is mijn visie, ik pas toe wat ik geleerd heb tijdens de colleges.

Origineel op sargasso.nl

Het is misschien geen core-business, maar een ding weet ik zeker: betrouwbaarheid en degelijkheid zijn een essentieel onderdeel van het bankiersbedrijf. Aan banken vertrouwen we ons geld toe. Sinds mensen hun geld in bewaring geven bij de eerste banken, zoals de Amsterdamsche Wisselbank, is een degelijk imago essentieel. Ewald Engelen liet de afgelopen weken zien dat de moderne façade van banken allang niet meer bestaat uit een imposante gevel van marmer en glas (ook al hebben zie die vaak nog wel) maar vooral uit de verhalen die ze vertellen over voordelen van financiële innovatie en geavanceerd risico-management.

In negen colleges lieten Ewald Engelen, Tijo Salverda en Karel Williams zien wat zich de laatste dertig jaar achter die façade heeft afgespeeld. Hoewel banken “makelaars in geld” zijn, zitten zij zelf op dit moment helemaal niet zo goed bij kas. De afgelopen dertig jaar zijn de banken veranderd in broodmagere gratenpakhuizen. Bij de gemiddelde Nederlands bank is 96% van het geld dat op de balans staat vreemdvermogen. Leg dat feit naast de constatering dat in geen enkele sector de salarissen zo hoog zijn als bij banken, dan weet je ook wat er met dat geld is gebeurd. Al die jaren hebben zij de schijn opgehouden en iedereen verteld dat zij met behulp van geavanceerd risico-management alles onder controle hadden. Maar niets is minder waar gebleken: met goedkoop geld zijn onverantwoorde risico’s genomen die hen uiteindelijk fataal werden. Het geld dat daarmee is verdiend werd op eigen rekening gestort en toen het mis ging in 2008 is de maatschappij als dank opgezadeld met de schillen en de dozen.

Achter die mooie façades van de banken werken geen goden, maar gewone mensen zoals u en ik die af en toe iets te hebzuchtig zijn, of gewoon domweg crimineel. Ze zien er niet uit als boeven, integendeel, ze dragen mooie pakken van wel 5000 dollar, maar het zijn wel degelijk criminelen die er met de poet van vele miljarden vandoor zijn gegaan. Het is verbijsterend om te zien dat er nog niet één is opgepakt. Integendeel, zowel in Amerika als Europa hebben de masters of the universe nog steeds grote invloed op het gevoerde beleid. Nu het feest voorbij is hebben banken te weinig kapitaal om de klap op te vangen van de noodzakelijke schuldafschrijvingen van hypotheken (Amerika) en van overheden (Europa). Daarom wordt de rekening verhaald op de burger. Amerikaanse huiseigenaren die onder water zitten krijgen geen schuldreductie maar worden onteigend en de Zuid-Europese economieën worden drooggelegd door draconische bezuinigingsmaatregelen (“hervormingen”).

Maar niet alleen de bankiers zijn schuldig. Door gebrek aan interesse van de politiek en de journalistiek, die meer in sappige onderwerpen als hoofddoekjes en de capriolen van Geert Wilders zijn geïnteresseerd kunnen ze ongehinderd hun gang gaan. Ook de financiële toezichthouders verzaken hun taak: zij zijn bang de kip met gouden eieren te slachten en zijn meer geïnteresseerd in groei van de financiële sector dan in toezicht houden.

Door het ontbreken van controle en de extreem losse monetaire politiek is een criminogeen milieu ontstaan. Goedkoop geld is de grondstof voor een gigantische financiële kaartenhuis (wereldwijd 600 biljoen dollar). Sinds Bazel-II worden banken geacht zelf risico-management te doen. Het is ook te complex geworden om te controleren. Hoe, is zaak van de banken zelf. Het is de omgekeerde wereld: niet de dader maar het slachtoffer moet boeten voor de begane misdaden.

Waar je staat bepaalt wat je ziet

Een van de dingen die ik heb geleerd van de colleges van Ewald Engelen is het belang van perspectief. Kijk je naar de crisis als Noor-Europeaan of als Zuid-Europeaan? Ben je bankier of werkloos? Iedereen ziet een bepaald aspect van de werkelijkheid en we moeten er voor waken ons te beperken tot onze eigen point of view en open staan voor andere invalshoeken omdat die een ander aspect van de werkelijkheid belichten. Niemand kan alles overzien.

Engelen laat zien hoe je naar het fenomeen “bankier” kan kijken door de bril van een antropoloog. Hij gebruikt dan  termen als bricolage en nomadic warmachine. De mooiste illustratie hiervan is niet ter sprake gekomen in het college maar staat in zijn boek. Op blz. 77 staat de volgende beschrijving van private equity en hedge funds:

In this section, we set private equity and hedge funds in a different frame by borrowing a Deleuzian analogy so that hedge funds and private equity are like ‘nomadic war machines’. Their value-extracting activities then become visible and intelligible in ways that are important because they allow us to develop arguments about the character of bricolage and conjunctural opportunism introduced in Chapter 2. First, hedge funds and private equity are not separate from, but rather connected to, banks in complex latticeworks. Second, devices such as shorting and derivatives are not tools to facilitate work but weapons to exert pressure and force position. Third, within this frame, questions of morality, efficiency, and social contribution are irrelevant to the practice of finance because bricolage is about working the ‘conflicts of interest’ in finance.
The concept of nomadic war machine comes from the work of Deleuze and Guattari (1988). Nomadic war machines are a marauding, rootless army – a self-organizing structure without central control that exists for itself, and where the purpose of the march from battle to battle is the journey itself. They are countercultural by instinct, separate from mainstream values, and antagonistic to dominant apparatus and modes of intervention, but nevertheless the irregulars will often be funded by the state of other dominant institutions in an attempt to harness the irregulars to do their bidding (in ways which can afterwards be denied). Our analogical use of their ideas is coherent with Deleuze and Guattari’s original concept insofar as they argue that nomadic war machine is not description of actually existing phenomena, but a representation of action that can be applied across a range of domains, including science as well as modern warfare (Deleuze and Guattari 1988).

Zo had ik het nog ooit bekeken: de “vrije markt” als oorlog, maar dan met geld.

Ideologie

De motor achter deze crisis is de ideologie van de afgelopen 30 jaar die vrijheid en markt met elkaar verwart. We gingen zoveel mogelijk dereguleren. Niet het vingertje van de politiek bepaalt wat er moet gebeuren maar de markt. Government is not the solution to our problem; government is the problem volgens Ronald Reagan. In de eeuwige strijd tussen Links en Rechts heeft Rechts nu de overhand: niet gutmenschen met hun gemoraliseer beheersen de politiek, maar de markt met marktpartijen zich niet laten leiden door moraal maar door hebzucht. Het is de tijd van de negatieve vrijheid: niemand mag en kan een ander voorschrijven wat goed en slecht is – dat leidt maar tot dwang en communisme. Niet Keynes maar Hayeck was de architect van deze tijd. Niet de democratie maar de onzichtbare hand regeerde ons.

Maar ook links is schuldig aan de crisis: na de overmoed van de jaren zestig en zeventig lijkt het wel of het denken is opgehouden. In de jaren negentig doen linkse sociaal democratische partijen mee met het vrije markt denken en dragen daar zelfs actief aan bij als ze in de regering zitten. Clinton in de Verenigde Staten, Blair in het Verenigd Koninkrijk, Schröder in Duitsland en Kok in Nederland werken mee aan de afbraak van de verzorgingsstaat en de deregulering die de aanloop is naar deze crisis.

Wim Kok verwoordt dit het beste met zijn uitspraak dat de PvdA haar ideologische veren aflegt. Misschien is dat terecht: oude leerstellingen moeten in veranderende tijden worden bijgesteld. Maar dat gebeurt niet: de veren worden wel geplukt maar er komt niets voor in de plaats. Links heeft nieuwe veren nodig en liefst niet voor elke vogeltje een ander kleurtje, maar de vraag is natuurlijk, wat dan? Hoe en op welke manier weet ik ook niet, maar zoals Karel Williams uitlegt in zijn college is het belangrijk dat het denkende deel van de natie weer aansluiting vindt bij het volk, zoals dat tijdens de wederopbouw na WO-II, het geval was.

In tegenstelling tot Rechts heeft Links moeite om een duidelijk antwoord op de problemen te formuleren. Dat was goed te zien tijdens de verkiezingen in 2010. De VVD voerde campagne met “VVD, juist Nu!”. Bij veel mensen leeft nog steeds de gedachte dat Rechts verstand heeft van economie en Links bezig is met mooie, maar naïeve plannen die alleen maar geld kosten. “Links, juist nu even niet” is de onuitgesproken gedachte. Dat dat helemaal niet waar is maakt niets uit, waar het mij om gaat is dat Links blijkbaar niet in staat is die boodschap over te brengen.

Links heeft geen duidelijk verhaal over de maatschappij en hoe het verder moet gaan. Niet alleen omdat zij onderling verdeeld is, maar ook omdat zij hierin onvoldoende investeert. Linkse partijtjes en actiegroepen lopen van kwestie naar kwestie. Alles is even belangrijk, van de bedreigde korenwolf tot klimaatverandering, kernenergie, genetische manipulatie en fracking, maar men heeft geen duidelijk verhaal over de toekomst van de samenleving en de economie. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat de huidige regering plannen durft te presenteren voor nieuwe bezuinigingen. Maar heeft u Links horen vragen, “hé VVD, juist nu”?

Hoe nu verder met de banken?

Wie een beetje de gebeurtenissen heeft gevolgd moet met verbijstering constateren dat deze fraude die heeft geleid tot de grootste financiële crisis van de afgelopen eeuw (*) onbestraft is gebleven.

Enkele banken zijn genationaliseerd, maar de overige banken die dankzij grootschalige overheidssteun nog bestaan worden nog steeds door dezelfde mensen geleid. Een van de redenen waarom de banken niet worden aangepakt is hun omvang. Enkele banken zijn zo groot geworden dat de stabiliteit van het hele financiële systeem wordt bedreigd als ze omvallen (“to big to fail”). In 2008 en 2009 zijn Amerikaanse banken door de FED met 7700 miljard dollar overeind gehouden. Het meeste geld ging naar grote banken die daardoor nog groter zijn geworden.

Door marktdeskundigen wordt altijd gewaarschuwd voor moral hazard, maar daarbij wordt altijd heel selectief naar één partij gekeken: de schuldenaar die te veel heeft geleend. Maar de crediteur die onverantwoorde risico’s heeft genomen blijft buiten schot. Met calvinistische strengheid gaat men er van uit dat schulden altijd afbetaald moeten worden. De banken, de aandeelhouders en de bankiers die minstens even zondig zijn geweest worden niet gestraft. Ook dat is moral hazard.

Monopy Tower, detail van poster gemaakt voor Occupy Wallstreet. Lalo Alcaraz.

Banken zullen in de toekomst veel beter gecontroleerd moeten worden en mogen nooit meer zo groot worden dat een faillissement het financiële systeem in gevaar brengt. Het management van banken die gefaald hebben moet ontslagen worden. Banken die dreigen om te vallen moeten genationaliseerd worden, zoals het met de ABN-AMRO en bijna met de ING is gebeurd. Na gezondmaking kunnen de goede delen weer verkocht worden. De grote winsten die in het verleden zijn gemaakt moeten teruggevorderd worden.

Maar dat gebeurt nu niet. Uit vrees voor systeemrisico worden de te grote banken gesteund en durft men het niet aan om slechte schulden af te schrijven. Democratisch gekozen bestuurders worden afgezet en vervangen door strenge bewindvoerders die hard bezuinigen. Het is de slechtst denkbare oplossing: banken worden overeind gehouden door geld aan de economie te onttrekken voor schuldaflossing. Het gevolg is stagnerende groei, en nog grotere schulden bij de overheden. Als men op deze weg doorgaat is een tweede recessie onvermijdelijk.

Selectief vergeten

Wat mij vooral opvalt bij de crisisbestrijding is dat we zo selectief leren van het verleden. De depressie in de jaren dertig was extra diep door verkeerd monetair en fiscaal beleid. Natuurlijk, de wereld is veranderd en we maken ook niet precies dezelfde fouten. Toen werden de banken aan hun lot overgelaten. Die fout wordt nu niet meer gemaakt maar er zijn ook verontrustende overeenkomsten. Net als toen wordt er nu weer bezuinigd door de overheden. De tekorten lopen op door lagere belastinginkomsten en hogere uitkeringskosten. En weer wil men deze tekorten te snel compenseren met bezuinigingen. Hierdoor krimpt de economie en wordt de crisis nog erger. We komen zo in een negatieve spiraal die leidt tot deflatie en uiteindelijk zal eindigen in een depressie.

Florence Owens Thompson, 32, moeder van 7 kinderen in Nipomo, California, maart 1936. foto: Dorothea Lange.

De crisis, die is begonnen in 2006-2007 met het instorten van de huizenmarkt in de Verenigde Staten, is nog steeds in volle gang. In de periode van 11 weken dat het college werd gehouden waren er steeds weer nieuwe ontwikkelingen. Wij naderen nu een nieuw hoogtepunt: op 9 december is er weer een Europese top. Hoe het zal aflopen weten we niet. Volgens Ewald Engelen moet het eerst erger worden voor het beter wordt. Hoe erg weet niemand, en als de politici die we nu hebben – en waar we het op dit moment even mee moeten doen – hun hoofd koel houden, kan men misschien het ergste voorkomen.

We leven in intressante tijden, vergelijkbaar met de jaren dertig. Het is fascinerend om de gebeurtenissen te volgen. We zijn, zoals Ewald Engelen het in zijn eerste college noemt ramptoeristen. De gevolen van de ramp zullen ons echter ook raken. Wij zijn zelf slachtoffer en moeten lijdzaam toekijken hoe de politiek bezig is om de ramp groter te maken door incompetent gestuntel. Of gaan we wat anders doen?


Voetnoot:

(*) Het is zelfs de grootste financiële crisis in de afgelopen 300 jaar, na de Napoleontische oorlog, de Eerste en de Tweede Wereld Oorlog. Sorry, ik kan me niet meer herinneren waar ik dit gelezen of gezien heb.


Room for Discussion:

De laatste avond was er geen college maar een paneldiscussie, georganiseerd door de studievereniging “Room for Discussion

Het panel is als volgt samengesteld:

  1. Mathijs Bouman: econoom en journalist RTLZ

  2. Marike Stellinga: redacteur economie NRC Handelsblad

  3. Paul Tang: voormalig politicus en tegenwoordig econoom Boer & Croon

  4. Theodor Kockelkoren: directielid Autoriteit Financiële Markten

  5. Peter Verhaar: voormalig bankier en o.a. oprichter Alex beleggingsbank


Verantwoording figuren:


Eerdere afleveringen:

Net als op een blog staat deel 1 onderaan. Het college “De tribale bankier” heb ik niet zelf bijgewoond. Het verslag is daarom van Dimitri. Dit is de laatste aflevering