Over de hele wereld vliegen de voedselprijzen omhoog. Die stijging wordt veroorzaakt door een combinatie van slechte oogsten, boeren die overstappen op de teelt van biobrandstoffen, verhoging van de vraag naar vlees en recordprijzen van olie. De prijsverhogingen zijn zo ernstig, dat ze een eigen naam gekregen hebben: agflatie. Het is geen mooi woord, maar het verschijnsel is dan ook kwalijk.

 

Vertaling: Tijn van Beurden. Van Raj Patel is onlangs in Nederlandse vertaling verschenen het boek Buy This, Alles Wat je Niet over Voedsel Wilde Weten.

'Met $14 per week konden we net rond komen. Met de huidige prijzen zouden we met $2 per dag niet kunnnen overleven.' De vrouw die dat zei, zou uit elk derde wereld land hebben kunnen komen dat in de afgelopen maanden agflatie-gerelateerde voedselrellen heeft meegemaakt. Dat zou Indonesië, India, Mexico of de Filippijnen kunnen zijn. Toch is dit een uitspraak uit  1917 van een  lid van de East Side Jewish Women protestgroep uit New York. 

Het onderzoeken van voedselrellen uit het verleden is belangrijk voor iedereen die zich zorgen maakt over politieke instabiliteit die veroorzaakt wordt door agflatie. En die zorgen zijn gerechtvaardigd. In de afgelopen twee maanden waren er protesten op plaatsen die doorgaans als zeer stabiel bekend staan. Steden in Mauritanië, Senegal en Burkina Faso waren getuige van allerlei soorten voedselrellen.

De armste landen van de wereld hebben veel jaren geleden onder langdurige voedselcrisissen, ze hingen voortdurend dicht in de buurt van volledige hongersnood, een toestand van chronische ondervoeding. Deze gemeenschappen zullen het hardste worden getroffen door de agflatie. Maar rellen hoeven niet noodzakelijkerwijs in de allerarmste plaatsen uit te breken. Er is geen rechtlijnig verband tussen hongerende magen en gebalde vuisten.

Als de mate van lijden de uitbraak van voedselrellen niet kan voorspellen, wat dan wel? De Britse historicus E.P. Thomson geeft een verklaring. Bij het bestuderen van de voedselrellen van de achttiende eeuw in Engeland vielen twee bepalende factoren op. Ten eerste introduceerde het kapitalisme een behoorlijke discrepantie tussen dat, waar mensen recht op dachten te hebben en wat ze feitelijk ontvingen. Ten tweede, straatprotesten waren de enige middelen die beschikbaar waren om hun stem te laten horen.

Beide factoren, de discrepantie, en de straatprotesten als belangrijkste manier om politieke grieven tot uitdrukking te brengen, helpen de voedselrellen bij andere gelegenheden te verklaren. Voedselrellen waren vrij gebruikelijk in Europa tot het midden van de 19e eeuw. Daarna importeerde Europa voortaan zijn graan uit de koloniën om de arbeiders te voeden. De discrepantie werd zo gedeeltelijk weggenomen en de rellen vervangen door verfijndere en meer gecoördineerde vormen van actie, zoals arbeidersstakingen.

[Rellen staken weer de kop op in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, de discrepantie speelde hier dus weer een rol. In de frontlinie van deze protesten bevonden zich vrouwen, dikwijls georganiseerd door lokale socialistische groepen, in steden als Philadelphia, Chicago, Toronto en New York. Die vrouwen hadden dus grote hoop dat ze hun gezinnen konden voeden. Maar door de prijsinflatie die op de oorlog volgde werd dat steeds moeilijker. En ze waren feitelijk uitgesloten van de formele politiek, waardoor er weinig anders overbleef dan protest. Door het vrouwenkiesrecht en de lokale en nationale inkomensherverdeling verdwenen de voedselrellen.]

Uit de geschiedenis kunnen we dus de les trekken dat we aandacht moeten hebben voor de kloof tussen verwachting en werkelijkheid, en het belang van democratische betrokkenheid. De landen die voedselrellen hebben meegemaakt, waren landen waar agflatie het basisrecht op voedsel in gevaar bracht, maar ook waar ontwikkelingspolitiek toenemende ongelijkheid heeft veroorzaakt, waardoor de verwachtingen toenamen, maar de kansen van realisering van die verwachtingen daalden. De discrepantie wordt steeds groter. Tegelijkertijd, bieden nauwelijks functionerende representatieve democratieën weinig andere effectieve mogelijkheden aan de armen om hun ontevredenheid te uiten.

De langzame ondermijning van voedselrechten en het inkrimpen van de grassroot democratie hebben een gemeenschappelijke oorzaak. Beide zijn het gevolg van de neoklassieke ontwikkelingspolitiek sinds 1980. De Washington consensus is nog steeds springlevend, ondanks overtrokken berichten van z'n teruggang. De gevolgen zijn bekend, drastische verlaging van door de staat geleverde voorzieningen aan de armen, waardoor de kloof tussen verwachting en werkelijkheid verder vergroot wordt.

De impopulaire politiek van rigide bezuinigingen en ontwikkeling vereist een regering die zichzelf kan afschermen van druk vanuit de bevolking. Internationale financiële instellingen hebben - en dat is nog steeds de praktijk - alleen leningen verstrekt als de regering bezuinigingsprogramma's implementeert, ongeacht de felle protesten van de bevolking. Het gevolg is dat wat eerst een fel nationaal democratisch debat was, muteert in een slap soort 'participatie' in een ontwikkelingspolitiek waar de meerderheid van de bevolking tegen is.

Door de kloof tussen verwachting en werkelijkheid kan agflatie tot sociale beroering leiden, temeer omdat er weinig andere manieren zijn om uiting te geven aan de noden. De terugkeer van voedselrellen toont, meer dan andere zaken aan, hoe rot de economie en democratie van veel ontwikkelingslanden is. En ook hoezeer de internationale ontwikkelingspolitiek gefaald heeft.