CIR972-World-31-01-09Tijdens de Vietnam oorlog hing er boven een Amerikaanse legerbasis de tekst ‘Doden is onze business en business is goed’. Er werden dan ook goede zaken gedaan in Vietnam, trouwens ook in Cambodja, Laos en Korea. Het aantal burgerslachtoffers liep in de miljoenen. Ook in de jaren na Vietnam was dat aantal aanzienlijk. De moorden werden zowel direct als via handlangers gepleegd op ieder continent. Voor de ‘nationale veiligheid’ van de VS waren basissen, garnizoenen, moorden, invasies, bombardementen, steun aan moordregimes en terreurnetwerken en allerlei programma’s nodig als antwoord op terroristische dreigingen en uitdagingen aan het adres van de armzalige reus.

Origineel, oorspronkelijk verschenen in Z Magazine, vertaling Tijn van beurden/globalinfo.nl

Jan Knippers Black wees er jaren geleden in haar uitstekende boek United States Penetration of Brazil (1977) op, dat ‘nationale veiligheid’ een prachtig rekbaar concept is. Het kan worden opgerekt voor ‘wat een natie, klasse of instituut …denkt te willen hebben’. Met als resultaat dat zij “die door hun rijkdom en macht het veiligste zouden moeten zijn, feitelijk zeer paranoïde zijn. Door hun hectische pogingen veiligheid te krijgen, veroorzaken ze hun eigen vernietiging.” (Haar boek handelde over de bedreiging van de Braziliaanse sociaal democratie in de jaren zestig en de door de VS ondersteunde contrarevolutie en dictatuur.) Voegen we daarbij ook de belangen van het militair-industriële complex bij missies die budgetverhogingen rechtvaardigen en de medewerking van de mainstreammedia, dan ontstaat een angstaanjagend beeld.

Feitelijk heeft de zogenaamde paranoïde reus moeten worstelen om min of meer geloofwaardige dreigingen te produceren, zeker na de val van het “rijk van het kwaad” dat de VS naar men zegt zo lang heeft “bedwongen”. Na relatief korte periodes van aandacht voor het narco-terrorisme en toen de dreigende massavernietigingswapens van Saddam, was daar het godsgeschenk van het islamitisch terrorisme. Dat kwam vrijwel uit het niets op, om een volgende bedreiging te verschaffen, ongetwijfeld voortkomend uit vijandigheid ten opzichte van de Amerikaanse vrijheid en de onwil van de Islamitische wereld om Israël een onderhandelingspartner te laten vinden om zo alle geschillen met de Palestijnen op een vreedzame wijze te beslechten.

Naast de moorden en de daarmee samenhangende grote wapenhandel, produceert de VS op grote schaal failed states. Met een failed state bedoel ik een staat die militair is verpletterd en/of economisch gedestabiliseerd is met een bijbehorende chaos en voor lange tijd niet in staat is te herstellen en zorg te dragen voor de behoeftes van haar burgers. Natuurlijk produceerde de VS die staten al lang, zoals Haïti, de Dominicaanse republiek, El Salvador, Guatemala en die Indochinese staten waar het moorden zo goed beviel. Maar we hebben recentelijk een dramatische opleving gezien, enkele gevallen min of meer vreedzaam, zoals bij post-Sovjet Rusland en verscheidene Oost Europese staten, waar inkomens daalden en scherp gestegen sterftecijfers het gevolg waren van de “shock therapy” en door het westen mede georganiseerde en ondersteunde semilegale ontvreemdingen door de elite (lees privatiseringen onder uitzonderlijk corrupte omstandigheden).

Maar er is een nieuwe stroom van failed states op gang gekomen door de “humanitaire interventie” en “regime change” van de VS en de NAVO. Die werden agressiever uitgevoerd in de nasleep van het einde van de Sovjet Unie (en dus het einde van een belangrijke, maar beperkte tegenkracht). Humanitaire interventie in Joegoslavië heeft kleine zwakke staten doen ontstaan en Bosnië, Servië en Kosovo werden cliënt of afhankelijk van het westen, met een grote militaire basis van de VS in Kosovo, dat alles in plaats van een vroeger onafhankelijke sociaaldemocratische staat. Deze demonstratie van de verdiensten van imperiale interventie was de voorbereiding voor verdere failed state productiepogingen in Afghanistan, Pakistan, Irak, de Democratische Republiek Congo en Libië, een soortgelijk programma wordt nu ingezet voor Syrië. Een andere ontwikkeling is de behandeling van de dreiging van Iran door de vrije wereld, na een gelukkige relatie met de door het westen opgelegde dictatorschap van de Sjah.

Deze geproduceerde failures hebben vaak gemeenschappelijke kenmerken die laten zien dat ze het product zijn van imperiale politiek en macht. Een dikwijls voorkomende karakteristiek is de opkomst en/of erkenning van rebellerende etnische groepen die een slachtofferrol opeisen, hun regering met terroristische aanslagen bevechten, dikwijls bedoeld om een gewelddadig regeringsantwoord uit te lokken en die regelmatig de imperiale machten oproepen hulp te bieden. Soms worden buitenlandse huurlingen geïmporteerd om de rebellen te helpen, dikwijls zorgen de imperiale machten voor bewapening, training en logistieke ondersteuning met betrekking tot de inheemse rebellen en huurlingen. De imperiale machten moedigen de activiteiten van de rebellen aan, omdat ze bruikbaar zijn als rechtvaardiging voor het destabiliseren, bombarderen en eventueel omverwerpen van het aangevallen regime.

Dit proces werd duidelijk tijdens de hele periode van ontmanteling van Joegoslavië en de creatie van de resulterende verzameling failed states. De NAVO-machten wilden Joegoslavië uit elkaar halen en de Republiek Servië, het grootste en meest onafhankelijke bestanddeel, verpletteren. Ze moedigden nationalistische elementen in de andere republieken aan om te rebelleren en die begrepen allemaal dat de NAVO hen zou ondersteunen en eventueel een oorlog zou voeren. Dat resulteerde in een langdurige oorlog en etnische zuiveringen, maar uiteindelijk slaagde de vernietiging van Joegoslavië en de creatie van de overblijvende failed states. (Zie Herman en Peterson, “The dismanteling of Yugoslavia”, Monthly Review, oktober 2007). Vreemd genoeg werden Al Qaida elementen en huurlingen in Bosnië en Kosovo geïmporteerd om de beoogde republiek (Servië) te bevechten, met medeweten en hulp van de regering Clinton en Iran. (Zie John Schindler’s Unholy Terror, dat dit thema zeer goed belicht en daardoor nergens wordt besproken, behalve in Z Magazine! Zie mijn bijdrage: “Safari Journalism: Schindler’s Unholy Terror versus the Sarajevo Safari’s Mythical Multi-Ethnic Project”, Z-Magazine, april 2009). Al Qaida vormde ook een deel van de vrijheidsstrijders tijdens de Libische omwenteling. Er wordt nu in de New York Times toegegeven, al is het dan wat laat, dat ze ook een factor zijn in het Syrische regime-change programma (Rod Nordland, “Al Qaeda Taking Deadly New Role in Syria Conflict,” NYT, 24 juli 2012). En natuurlijk was Al Qaida de hoeksteen bij de regime change in Afghanistan en vormde de basis van de “blowback” van 9/11. (Bin Laden was een belangrijke Saoedi-VS gesponsorde rebel, die achtereenvolgens in de steek werd gelaten door die sponsors, later aanviel, werd gedemoniseerd en gedood door hen).

Deze programma’s omvatten altijd “atrocities management”, daarbij wordt de regering die onder vuur ligt, beschuldigd van ernstige geweldsdaden tegen de rebellen en hun aanhang. Dat doeltreffende demoniseren rechtvaardigt verdere interventies. Dat was erg belangrijk bij de Joegoslavische opsplitsingsoorlogen en mogelijk nog meer in Libië en Syrië. Dat proces wordt in hoge mate gesteund door de mobilisatie van internationale agentschappen, die mee doen aan het demoniseren, door de wreedheden aan de kaak te stellen en soms de beoogde schurken te beschuldigen en te vervolgen. In het geval van Joegoslavië, werkte het door de VN opgezette Joegoslaviëtribunaal nauw samen met de NAVO-machten om de Servische leiders te vervolgen en iedere actie die de VS en de NAVO wilden ondernemen te rechtvaardigen. Een mooi voorbeeld daarvan gaf de aanklager van dat tribunaal toen hij in mei 1999 Milosevic aanklaagde, net toen de NAVO opzettelijk Servische civiele doelen bombardeerde om de Servische overgave te versnellen, ofschoon dit oorlogsmisdaden waren die een schending waren van het handvest van de VN. Maar de aandacht van de wereld werd zo afgeleid van het onaangename en illegale NAVO gedrag en in plaats daarvan kwam de gedemoniseerde Milosevic in beeld.

Op dezelfde wijze heeft de aanklager van het Internationaal Strafhof snel Muammar Gaddafi aangeklaagd, zonder een onafhankelijk onderzoek te hebben uitgevoerd, waarbij opvalt dat door dat Hof nooit iemand is aangeklaagd buiten Afrikanen die niet tot de westerse clientèle behoorden. Dit soort “juridisch management” is van onschatbare waarde voor de imperiale machten en helpt goed bij regime change en de productie van failed states.

Er zijn ook de zogenaamd onafhankelijke groeperingen op het gebied van mensenrechten en “democratisering”, zoals Human Rights Watch, de International Crisis Group, en het Open Society Institute, die regelmatig de imperiale koers ondersteunen door aandacht te besteden aan het geweld van het aangevallen regime en zijn leiders. Dat voedt de mainstreammedia, waardoor een morele rechtvaardiging ontstaat voor interventie namens de slachtoffers.

Dat wordt nog versterkt door het feit dat de claims van begane wreedheden en de foto’s van rouwende weduwen en vluchtelingen, het schijnbaar overtuigende bewijs vormen en de heersende consensus over de “verantwoordelijkheid" om ”de bevolking" te "beschermen”, ook de liberale en linkse elementen in het westen beïnvloedt. Daardoor voegen sommigen zich bij de mainstream en veroordelen het regime dat wordt aangevallen, ze eisen humanitaire interventie en veel anderen houden zich stil vanwege verwarring en het niet beschuldigd willen worden van “ondersteuning van dictators”. Het argument van de interventionisten is dat we wellicht een expanderend imperialisme ondersteunen, maar dat uitzonderingen moeten worden gemaakt als er uitzonderlijk slechte dingen gebeuren en het binnenlandse publiek actie wil. Maar we kunnen dan onze progressieve zijde laten zien door via micromanagement de imperiale aanval in te dammen, bijvoorbeeld door het aandringen op het instellen van een no-fly zone in Libië. (Zie Gilbert Achcar, ”A legitimate and necessary debate from an anti-imperialist perspective,” ZNet, 25 maart, 2011; en mijn antwoord in “Gilbert Achcar’s Defense of Humanitarian Intervention,” MRZine, 8 april 2011, dat betrekking heeft op de “fijnzinnig linkse afstemming op het imperialisme”).

Er valt veel voor te zeggen dat de VS zelf kan worden aangemerkt als een failed of failing state. Ze zijn natuurlijk niet militair verpletterd door een buitenlandse mogendheid, maar de bevolking is sterk beschadigd door het eigen systeem van permanente oorlog. In dit geval heeft de militaire elite, met haar contractanten, de bankiers, de politici, de media en haar intellectuele bondgenoten de armoede van de bevolking sterk vergroot, de publieke voorzieningen ingekrompen en het land verarmd. Daardoor is het onmogelijk voor de verlamde en gecompromitteerde leiding, de gewone burgers goede dienstverlening te bieden, ondanks de gestage stijging van de productiviteit en BNP per hoofd van de bevolking. De overschotten worden afgevoerd naar het oorlogssysteem en een kleine minderheid in de vorm van consumptie en bezit. Die kleine groep streeft op agressieve wijze meer na dan het louter toe-eigenen van de overschotten, ze wil overheveling van het inkomen, het bezit en de publieke voorzieningen van de grote (en worstelende) meerderheid. Steven Pinker noemt dit het tijdperk van de “recivilization” in The Better Angels of Our Nature. De VS zijn als een failed state en ook op andere manieren waarlijk een uitzonderlijke natie.