Foto http://flickr.com/photos/saarmaart/Verbonden aan de mondiale agribusiness, stuurt de landbouwelite in Bolivia aan op een staatsgreep. Door Roger Burbach, Censa (vertaling globalinfo.nl)

Zoals veel Derde Wereldlanden heeft Bolivia te maken met voedseltekorten en stijgende voedselprijzen die te wijten zijn aan een mondiaal voedselmarktsysteem dat wordt aangedreven door mondiale agribusiness bedrijven. Terwijl zestig procent van de Boliviaanse bevolking in armoede leeft en 33 procent in extreme armoede, is de prijs van het basis voedselpakket - waaronder meel, rijst, maïs, sojaolie en aardappels, evenals vlees - het afgelopen jaar met 25 procent gestegen. Op de lokale markten piekten de prijzen ook wild.

Zoals in de meeste andere landen die getroffen worden door de voedselcrisis, is de algemene stijging van voedselprijzen toe te wijzen aan de werking van de vrije markt - als de prijs van een of meerdere waren omhoog gaat, stapt de consument naar andere voedselwaren, waardoor ook daarvan de prijzen opgedreven worden. In een poging om de effecten van deze ongeregelde markt in te dammen, heeft de regering prijsbeheersingen ingesteld en zelfs de uitvoer van vlees verboden, waarvan het meeste op haciënda's (grote boerderijen) geproduceerd wordt. Maar deze maatregelen zijn grotendeels ineffectief gebleken. Een zwarte markt is opgebloeid terwijl agrarische handelsbelangen de prijscontroles van de centrale overheid openlijk uitdagen, en zelfs onomwonden waren als vlees en bakolie exporteren tegen hogere prijzen naar buurlanden Chili en Peru.

Dit alles geschiedt terwijl Bolivia's eerste inheemse president, Evo Morales, zich gesteld ziet tegenover een voortdurende uitdaging door een rechtse beweging voor autonomie die nauw verbonden is aan dezelfde agribusiness ondernemingen die profiteren van de stijging van de voedselprijzen. Gevestigd in de oostelijke provincie Santa Cruz, is een machtige agrarische bovenlaag vastbesloten om het programma van landbouwhervorming van de regering op z'n kop te zetten en Morales te stoppen in zijn pogingen tot eerlijker verdeling van de inkomsten die Bolivia binnenvloeien door de olie- en gasvelden. Het uiteindelijke doel is de omverwerping van Morales en de Beweging richting Socialisme (MAS) die achter hem staat.

Het door de bedrijven gedomineerde agro-industriële complex in Santa Cruz steunt vooral op de teelt, verwerking en uitvoer van sojabonen. Twee van de grootste agribusiness multinationals van de wereld, ADM (Archer Daniels Midland) en Cargill, spelen een belangrijke rol in de regionale economie. Zij zijn de voornaamste exporteurs van Boliviaanse sojabonen en zonnebloemzaden, terwijl ADM samen met een Boliviaans bedrijf mede-eigenaar is van de grootste verwerkingsfabriek van plantaardige olie, Sociedad Aceitera del Oriente.(1) Reusachtige agribusiness bedrijven als John Deere hebben verkoopstructuren in Santa Cruz, aangezien Bolivia zelf geen zware landbouwwerktuigen produceert. Multinationale bedrijven leveren het merendeel van Bolivia's agrochemicaliën, terwijl Monsanto en Calgene genetisch gemodificeerde zaden aanbieden. Peruviaanse en Colombiaanse agribusiness belangen hebben ook verwerkingsbedrijven in Santa Cruz opgezet, waaronder het bedrijf Romero uit Peru dat gezamenlijke internationale operaties met Cargill bedrijft, terwijl grote sojaverbouwers uit de naburige Braziliaanse staat Mato Grosso op Boliviaans landbouwgrond zijn neergestreken.

De agrarische bovenlaag van Santa Cruz heeft de touwtjes in handen van de beweging voor provinciale autonomie met als doel om de macht over de uitvoerige hulpbronnen in de regio over te nemen van de nationale regering. Het referendum over autonomie die ongrondwettelijk uitgevoerd werd en toestemde op 4 mei 2008 in Santa Cruz, zou het provinciale bestuur de macht geven om zelf contracten af te sluiten met multinationals en directe controle over politie en justitiële diensten uit te oefenen. Autonomie zou de provincie ook in staat stellen om nationale wetgeving te negeren die Morales en MAS voorstaan op het gebied van landbouwhervorming en het beheer van publieke bossen en rechten over exploitatie van hulpbronnen, waaronder aardgas en olie.

Het economische beleid ten gunste van de agrarische toplaag die verbonden is aan mondiaal agribusiness, kreeg vorm halverwege de jaren 1980 toen het Internationaal Monetair Fonds met zijn Structurele Aanpassings Programma kwam. Hyperinflatie had het land tussen 1983-85 in zijn greep en in ruil voor herfinanciering van Bolivia's publieke en internationale schulden stemde de regering in met een reeks "markthervormingen", waaronder de beperking van tarieven en het snijden in staatssubsidies en andere ondersteuning aan het telen van basis-voedselgewassen. (2)

Deze maatregelen maakten een eind aan de sterke rol die de staat was gaan spelen in de economie na de Boliviaanse revolutie van 1952. Naast nationalisatie van de tinmijnen, leidde de door boeren en arbeiders gesteunde revolutie tot een landbouwhervorming die het systeem van haciënda's openbrak in het hoogland van de Andes, waar een groot deel van de bevolking gedwongen was als een soort lijfeigenen te leven. Na de overname van de grote boerderijen door boeren, boerenbonden en inheemse gemeenschappen, steeg de productie en handel in basisvoedselgewassen, met name in de jaren 1950 en begin '60. (3)

Maar een andere agrarische dynamiek begon gedurende die jaren vorm te krijgen in het oostelijk deel van het land. Bolivia is verdeeld in drie geografische zones; het hoogland van de Andes - of plateau - in het westen waar de landbouwhervorming vooral op gericht was; de dalen meer in het centrum en het zuiden; en de laagvlaktes die uitstrekken tot meer vochtige en tropische regio's in het oosten.

In de jaren 1960 en '70 begon een nieuwe klasse op te komen, met als middelpunt de provincie Santa Cruz in het laagland. Zij bezit inmiddels grote delen van de velden en het regenwoud, dat ze vaak illegaal of door omkoping van regeringsconcessies verkregen. De nieuwe landbaronnen liete suikerriet en katoen verbouwen, terwijl ze ondertussen het regenwoud leeghaalden voor hout. Het reactionaire karakter van deze regio werd al snel duidelijk toen generaal Hugo Banzer, afkomstig uit Santa Cruz, in 1971 een staatsgreep pleegde tegen een linkse generaal die gesteund werd door een volksassemblee en het land vervolgens zeven jaar met ijzeren hand bestuurde. Dat leek sterk op de militaire regimes in andere landen in de Zuidkegel die in de jaren '70 de macht overnamen. (4)

De IMF-hervormingen van 1985 bevoorrechtten de rol van Santa Cruz ten opzichte van andere delen van het land. Met de privatisering en sluiting van veel van de staatstinmijnen in het hoogland van de Andes, werden tienduizenden mijnwerkers werkeloos. Velen migreerden naar de regio Chapare in het zuidelijk-centrale deel van het land en dienen als agrarische arbeidskrachten op de grote boerderijen die konden profiteren van kredieten en leningen voor infrastructuur, die met steun van de Wereldbank gegeven werden. Vervolgens werden in de jaren 1990 grote lappen grond gebruikt voor de teelt van sojabonen en tegen de eeuwwisseling was de exportopbrengst van sojaproducten alleen nog ondergeschikt aan die van aardgas en aardolie.

De opkomst van dit agribusiness complex betekende roofbouw op de natuurlijke hulpbronnen in het oosten van Bolivia. Terwijl de grens van de sojateeltgebieden verder de regenwouden binnendringt, worden de oudere uitgeputte gronden ofwel verlaten of omgevormd in graasgebieden voor de extensieve veeteelt. Gezien het sterk gemechaniseerde karakter van sojateelt, levert die maar weinig banen op het platteland op voor ofwel de inheemse bevolking of degenen die uit het Andesgebied migreerden op zoek naar werk. Zoals Miguel Urioste, de directeur van de Land Stichting in La Paz uitlegt: "Dit model van mono-export - die sinds 15 jaar actief door de Wereldbank wordt voorgestaan - is een triest voorbeeld van hoe degenen die besluiten over publiek beleid ... in de Derde Wereld, geen rekening houden met de gigantische milieukosten of de verschrikkelijke economische en politieke effecten die dit model voortbrengt. De monocultivering van soja heeft het land geconcentreerd in de handen van enkelen, het heeft eigendsomsrechten getransnationaliseerd, het heeft nieuwe, menselijk geplande nederzettingen verhinderd en duizenden arme boeren opgehoopt zonder land waarmee ze welvaart, werk en welzijn hadden kunnen verkrijgen." (5)

Terwijl Bolivia onder de tien grootste soja-exporteurs van de wereld figureert, is de productie van lokale voedselwaren door de boerenbevolking gestagneerd en afgenomen en is de stedelijke bevolking meer en meer afhankelijk geraakt van geïmporteerde granen. Momenteel importeert Bolivia 69 procent van zijn tarwe, 45 procent van zijn rijst en 42 procent van zijn maïs. (6) In 2004 moest zelfs de Wereldbank toegeven dat: "de rurale economie in toenemende mate gepolariseerd is geraakt tussen de sector van kleinschalige boeren die voedselwaren produceren aan de ene kant en de sector van agro-bedrijven die cash crops voor de export produceren aan de andere kant". (7)

Het Civiel Comité van Santa Cruz, een ondernemersorganisatie geleid door belangen van de agribusiness, vormt het middelpunt van de ruk naar provinciale autonomie. Volgens Bret Gustafson, die onderzoek doet naar de elite van Santa Cruz en diens politieke en culturele instellingen: "Het Civiel Comité is een onverkozen entiteit die gedomineerd wordt door elites uit het zakenleven en de agro-industrie die een lange geschiedenis hebben van verzet tegen overheersing door de centrale regering, waar ze tegelijkertijd subsidiering van vragen. Typische zakenleden zijn onder meer de particulier Kamer van Koophandel, grote veeboeren, de Kamer van agro-veeteelt, industriëlen, de Kamer van Houtbedrijven, de Kamer van sojaproducenten en beroepsorganisaties (artsen, advocaten, architecten). Andere "civiele" leden omvatten vertegenwoordigers van provinciale Civiele Comités, van feestverenigingen en van sociale clubs of studentencorpora." (8)

Branko Marinkovic, de machtige leider van het Civiel Comité wiens ouders in de jaren 1950 van Kroatië naar Bolivia migreerden, is de grootste landeigenaar in het land met 300.000 hectares, voor een groot deel verkregen voor een habbekrats of via fraudulente handelingen onder de dictatoriale en oligargische regeringen in het verleden. (9). Hij heeft ook aanzienlijke zakenbelangen, waaronder IOL S.A., een van Bolivia's grootste verwerkingsfabrieken van soja en zonnebloemzaden. Hij is een politiek ideoloog van de beweging voor autonomie en zit in de raad van de denktank Fundacion Libertad y Democracia (Vrijheid en Democratie) die verbonden is aan de Heritage en Cato Foundations. (10)

Sterke arm van het Civiel Comité is de Cruceño Youth Union (UJC), een organisatie voor jonge mannen die vaak optreden als knokploeg voor de beweging voor autonomie. Tijdens de volksraadpleging in mei trokken leden - voornamelijk tieners en twintigers door de straten van Santa Cruz en naburige steden, waar ze elke oppositie door lokale inheemse bewegingen en aan de MAS gelieerden krachten gewelddadig aanvielen en onderdrukten. Evo Morales die geen gewelddadige confrontaties wilde provoceren, zette het leger of de lokale politie niet in, waardoor de stedelijke gebieden onder de feitelijke heerschappij van de UJC kwam te liggen toen de stemming plaatsvond.

De andere minder dicht bevolkte provincies in het oosten die samen (vanwege de geografische vorm, vert.) de zogenoemde Halve Maan vormen - Pando, Beni en Tarija, hebben ook referenda gehouden voor autonomie onder vergelijkbare omstandigheden. Op nationaal niveau heeft de belangrijkste politieke partij van rechts, Podemos (Wij Kunnen Het) al een jaar lang pogingen gefrustreerd van een algemeen gekozen grondwetgevende vergadering om een nieuwe grondwet samen te stellen. Nu manoeuvreert deze met andere politieke krachten in La Paz om een landelijk referendum te blokkeren over de grondwet.

Tegelijkertijd werkt de rechterkant, geleid door het Civiel Comité aan het destabiliseren van de economie, waarmee geprobeerd wordt de regering Morales uit het lood te brengen. De manier waarop doet sterk denken aan wat de door de CIA gesteunde oppositie in Chili deed tegen Salvador Allende in de vroege jaren '70. Net als in Chili zijn de zakenelite en daarmee verbonden vrachtwagenchauffeurs betrokken bij "stakingen", waarbij ze goederen voor de markten in de steden tegenhouden of weigeren te vervoeren terwijl ze tegelijkertijd goederen op de zwarte markt verkopen tegen hoge prijzen die paniek zaaien onder de armen. De Nationale Confederatie van Particuliere Bedrijven van Bolivia roept op tot een nationale 'shutdown' als de regering "zijn economische beleid niet verandert." (11)

De sociale bewegingen die aan de kant van de regering staan, mobiliseren tegen de rechtervleugel. In de Halve Maan heeft een vakbondscoalitie van inheemse bewoners en boeren campagne gevoerd tegen stemmen in de autonomie-referenda en zich geweerd tegen de knokploegen van de UJC toen die de bewoners probeerde te intimideren en terroriseren. In het hoogland van de Andes zijn sociale bewegingen afgedaald naar La Paz voor demonstraties om de regering te steunen, waaronder een grote mobilisatie op 10 juni waarbij de Amerikaanse ambassade bestormd werd vanwege diens steun aan rechts, met name wegens de weigering van de VS om een ex-president uit te leveren die bevel had gegeven tot het doodschieten van demonstranten op straat in 2003. Vanwege de groeiende onrust, zindert het land van de geruchten over een staatsgreep en Morales ging half juni naar Caracas voor een topconferentie met Hugo Chavez, Daniel Ortega van Nicaragua en Carlos Lage, vicepresident van Cuba, om te bespreken hoe zijn regering verdedigd kan worden.

Het vermogen van de agrarische belangengroepen van Bolivia om het land aan de rand van een burgeroorlog te brengen, is een weerspiegeling van de krachtige agrarische elite die in veel Derde Wereld landen ontstaan is en in tandem met de mondiale agribusiness opereert. Als nationale regeringen proberen controle te krijgen over de scherpe stijging van de voedselprijzen, of als volksbewegingen de straat op komen voor landhervorming en voedselsoevereiniteit, komen ze tegenover machtige internationale agro-industriële belangen te staan, in feite een vijfde colonne die wordt gevoed en ontwikkeld door multinationale bedrijven in samenwerking met de Wereldbank en het IMF.

Deze nieuwe machtsstructuur is met name manifest in Zuid Amerika. In Argentinië, bijvoorbeeld: Toen president Christina Fernandez de Kirchner probeerde een exportbelasting in te stellen op sojabonen, organiseerden de grote sojatelers een opstand die de exporten van het land en de voedselhandel in het land al drie maanden in de wurggreep houdt. In naburig Brazilië is de agrarische toplaag misschien wel het sterkst en meest verankerd van het hele mondiale zuiden. Al jarenlang voert zij een felle strijd met de Beweging van Landlozen, waarbij de pogingen van de armen om braakliggende grond te bezetten en te bebouwen met geweld onderdrukt worden. In oktober vorig jaar werden vijf demonstranten neergeschoten en een doodgeschoten bij een vreedzame actie bij het onderzoeksstation voor genetische modificatie van planten van Syngenta (het grootste agrochemische bedrijf van de wereld). Het beveiligingsbedrijf dat de operatie uitvoerde, is nauw verbonden aan de Rurale Vereniging, een rechtse telersvereniging die bekend staat vanwege herhaaldelijk gebruik van geweld tegen de Beweging van Landlozen. (12)

Sommigen beweren dat we getuigen zijn van de opkomst van "petro-fascisme" nu multinationale bedrijven en natiestaten worstelen om de controle van het levenssap van de mondiale economie. (13) Nu we zien dat de multinationale agribusiness-bedrijven en de agrarische elite zich inspannen om de controle te hebben over de pure basisbehoefte van menselijk leven, zouden we wel eens aan de vooravond kunnen staan van een zelfs nog gewelddadiger periode van repressie, conflict en omwenteling.

----------------

Roger Burbach is directeur van het Center for the Study of the Americas (CENSA), gevestigd in Berkeley, Californie. Hij heeft uitvoerig geschreven over Latijns Amerika en het buitenlands beleid van de VS. Zijn eerste boek, geschreven samen met Patricia Flynn, was getiteld "Agribusiness in the Americas." Zie http://www.globalalternatives.org/ voor meer informatie.

Noten (niet vertaald)

1. Ximena Soruco (Coordinador) Wilfredo Plata and Gustavo Medeiros, Los Barones del Oriente: El Poder en Santa Cruz Ayer y Hoy, Fundacion Tierra, Observatorio de la Revolución Agraria en Bolivia, La Paz, Bolivia, pp. 206-12.

2. For a description of how the IMF and the World Bank imposed these structural adjustment programs on other countries in the Global South, see Walden Bello, "Manufacturing a Food Crisis," The Nation, June 2, 2008.

Urioste, "Bolivia's Unfinished Agrarian Reform: Rural Poverty and Development Policies, ISS/UNDP Land, Poverty and Public Action, Policy Paper No. 3, Institute of Social Studies, The Hague, Netherlands and United Nations Development Program, New York, NY, October, 2005, p. 11-13.

4. Forrest Hylton and Sinclair Thomson, Revolutionary Horizons: Popular Struggle in Bolivia, Verso Press, London, 2007, pp. 85-6.

5. Miguel Urioste, "El Banco Mundial Promovio los Moncultivos en Bolivia Durante 15 Anos, Fundacion Tierra, May, 2008,

6. Marcos Nordren Ballivian, "El Precio de los Alimientos," Foros del Banco Tematico, June 11, 2008.

7. Kay and Urisote, p. 15.

8. Bret Gustafson, "Spectacles of Autonomy and Crisis: Or, What Bulls and Beauty Queens have to do with Regionalism in Eastern Bolivia," Journal of Latin American Anthropology, Vol. 11, No. 2, 2006, p. 363.

9. BolPress, "Movilización para Aplastar la Conspiración Oligárquico-Imperialista en Bolivia," Unidad de Promoción Indigena y Campesina, Boletin N. 45, 20 de Mayo, 2008.

10. Bret Gustafson, "By Means Legal and Otherwise: The Bolivian Right Regroups," NACLA Report on the Americas, January/February, 2008, p. 25.

11. La Prensa, "La CEPB Amenaza con Paro y el Gobierno Percibe Complot," La Paz, June 21, 2008.

12. Isabella Kenfeld and Roger Burbach, "Corporate Murder in Brazil: Landless Rural Worker Shot by Security Company Hired by Multinational Syngenta," Strategic Studies, Global Alternatives , October, 2007.

13. See Michael T. Klare, "Behold the Rise of Energy-Based Fascism," Tomdispatch.com, January 20, 2007.