De Europese Commissie ligt op ramkoers met de Italiaanse coalitieregering van de rechtse  Lega Nord en de Vijfsterrenbeweging. Voor het eerst sinds ze deze bevoegdheid in 2013 kreeg, keurt de Commissie nu een nationale begroting in zijn geheel af.

(Door Gerrit Zeilemaker, oorspronkelijk verschenen op Ander Europa grafiek via wikipedia: By Spitzl - Own work, CC BY-SA 3.0)

Italië beloofde in het stabiliteitsprogramma van april 2018 een begrotingstekort van 0,8% van het bruto binnenlands product (bbp) te willen bereiken. Nu, met een gepland tekort van 2,4%, hebben ze die belofte (van de vorige regering) gebroken en de begrotingsregels van het Stabiliteitspact ‘schromelijk overtreden’. Er werd niet openlijk gedreigd met een verplichte tekortprocedure en een boete. De boete in het Stabiliteitpact is vastgesteld op 0,5% van het bbp, voor Italië zo’n acht miljard euro.

Het begrotingstekort van 2,4% ligt onder het voorgeschreven maximum tekort van 3%, maar de totale overheidsschuld is 130% op Griekenland (180%) na het hoogste van Europa en die moet volgens de begrotingsregels van het stabiliteitspact 60% zijn. Overigens is de overheidsschuld van Japan zo’n 230%.

Het ratingbureau Moody’s, met oud-minister Gerrit Zalm (erelid van de VVD) in de Raad van Bestuur, schatte onmiddellijk de kredietwaardigheid van Italië lager in. Van Baa2 naar Baa3 in het jargon van de ratingbureaus, dat wil zeggen de Italiaanse staatsobligaties worden als ‘junk’ ingeschat. Overigens is een derde van de Italiaanse staatsschuld in handen van buitenlandse banken waaronder de Nederlandse ING.

De markt reageerde door de ‘spread’ verder te verhogen. De spread is het verschil tussen de rente die Duitsland betaalt voor staatsleningen en de rente die geldschieters Italië opleggen. Volgens de krant het NRC “steeg eind juli dat renteverschil fors na uitspraken van minister Salvini over de afspraken met Brussel waar de markten niet blij mee waren. Eind vorige maand nam hij gas terug. Meteen daalde het renteverschil weer (…) In dat opzicht disciplineren de financiële markten de Italiaanse overheid.” Zo’n renteverschil kan Italië miljarden aan extra rentebetalingen kosten.

De vraag is nu: wie zijn dan eigenlijk die ‘financiële markten’?  De indruk zou kunnen ontstaan dat oneindig veel kleine marktdeelnemers Italiaanse staatsobligaties aan- en verkopen en daarmee een onafhankelijke en eerlijke prijs voor de Italiaanse leningen vaststellen. Kortom, de volmaakte marktdroom. Niets is minder waar.

In werkelijkheid gaat het om waarschijnlijk enige tientallen bankiers, hedgefondsmanagers en andere grote speculanten, die dikwijls gesteund door de Europese Centrale Bank en hun eigen nationale regeringen de rente opdrijven, het Italiaanse volk op hoge kosten jagen en de schulden verder verhogen.

Waar is de Europese Commissie nu zo boos over? In de Italiaanse begroting is ruimte gemaakt voor het terugbrengen van de pensioenleeftijd naar 62 jaar en de reddito di cittadinanza, het burgerinkomen. Een ieder zonder werk en die bereid is tot werken, krijgt recht op dit burgerinkomen. Echter zodra iemand twee keer werk weigert verliest deze het burgerinkomen. Een ander vangnet zoals een bijstandsuitkering heeft Italië niet. Ik zag vorige week in Nieuwsuur een Italiaanse man van zo’n zestig jaar die niet meer wist hoe lang hij al werkloos was. Hem werd de vraag gesteld waarvan hij leefde. Het antwoord luidde;”Mijn moeder koopt boodschappen voor mij van haar pensioen van 280 euro per maand.”

Dus enige tientallen speculanten en een zogezegd onafhankelijke Europese Centrale Bank stellen zich met de dictaten van de Europese Commissie tegen een regering die door miljoenen Italianen gesteund wordt. Democratie à la EU!

Bovendien helpt de spaarkoers van de Europese Commissie niet en is zelfs contraproductief. Zo heeft het IMF al toegegeven dat de behandeling van Griekenland de economische situatie zelfs verslechterd heeft. Ook in Griekenland leven duizenden mensen van het pensioen van hun ouders. Pensioenen die zojuist hun 23ste hervorming (lees verslechtering) hebben ondergaan. De voormalige SYRIZA-minister van financiën Yanis Varoufakis noemt Griekenland dan ook een debiteurengevangenis in een permanente coma.

Zowel de Griekse als Italiaanse schuld is niet zozeer het gevolg van een teveel aan uitgaven als een gebrek aan groei. Een keynesiaans beleid van vraagstimulering zal daarbij maar mondjesmaat helpen zolang het kapitaal niet wenst te investeren als gevolg van een te lage winstvoet.

De Italiaanse productiviteit stagneert al jaren en is in twintig jaar nauwelijks gestegen, de werkloosheid is officieel ongeveer 12%, maar wegens het sterk informele karakter van de economie waarschijnlijk hoger. De jaarlijkse groei van het bbp op lange termijn ligt op 1%. De productiviteitsgroei is laag, omdat de investeringen al jaren dalen als gevolg van een dalende winstvoet. Vooral de toetreding tot de Europese Unie leidde tot een scherpe daling van de winstvoet door de concurrentie van het Frans/Duitse kapitaal. Italië heeft relatief veel kleine en middelgrote bedrijven met een specifieke markt die door deze concurrentie zwaar in moeilijkheden kwam en nu onder schulden bedolven zijn die ze niet kunnen terugbetalen.

Of de rechtse Italiaanse regering voet bij stuk houdt of op de Griekse capitulatietoer gaat zal de komende dagen duidelijk worden. Wel heeft Italië economisch meer in de melk te brokkelen, want vele malen groter dan Griekenland.

Ondertussen heeft zich een oude bekende gemeld, Jeroen Dijsselbloem. Dijsselbloem die als gewillige loopjongen van één van de meest rechtse Duitse politici, de minister van financiën Schäuble, Griekenland de duimschroeven aangelegd heeft, meende tegenover Italië nog een duit in het zakje te moeten doen. De voormalige leider van de eurogroep verklaarde dat een stijging van de rente Italiaanse banken en investeringsfondsen in moeilijkheden zal brengen, omdat een stijging van de rente van nieuwe obligaties zal leiden tot een daling van de waarde van de oude obligaties.

Maar zei Dijsselbloem erbij: “Vanwege de manier waarop de Italiaanse economie en Italiaanse banken worden gefinancierd, zal het meer een implosie dan een explosie zijn.”

Met andere woorden; een eventuele crisis zal tot Italië beperkt blijven. Dit is klinkklare nonsens. Een economische crisis in de op twee na grootste economie van Europa zal natuurlijk zijn invloed hebben op de rest van Europa.

Wordt vervolgd!