Fascisme verbindt privaat kapitalisme met de staat. Politieke macht legt daarbij de kapitalistische hoofdregels op: de economische dominantie van de grootste aandeelhouders en hun belangrijkste directeuren en managers.’ Geen paniek, Wolff schrijft over de VS en niet de EU.

(Door Richard Wolff, via Brave New Europe, vertaling Tijn van Beurden/globalinfo.nl)

(Dit is een artikel van Economy for All, een project van het Independent Media Institute)

De conventies van de Republikeinse Partij van de laatste jaren laten steeds meer niet al te fijnzinnige tekenen van ontluikend fascisme zien. We zagen extreem nationalisme, immigranten en buitenlanders overal de schuld van geven, witte suprematie, ‘sterke (narcistische)-man’ regering, agressieve buitenlandse politiek, en hysterisch afgeven op de roden. Die verschijnselen geven aan hoe de steeds diepere crisis van het kapitalisme, centrumlinks (Democraten) en centrumrechts (Republikeinen) ondermijnt, en de politiek verder rechts en verder links verschuift. Trump vertegenwoordigt het anti-centrum rechts en Bernie Sanders het anti-centrum links. De meeste kapitalisten willen geen van beide; het centrum werkte de laatste 75 jaar heel goed voor hen. Als het politieke centrum implodeert, geven de Amerikaanse kapitalisten de voorkeur aan rechts. Ze hebben een goed oog voor de verschillen tussen fascisme en socialisme. Ze laten zich niet voor de gek houden door de pogingen, uit eigen belang, van het afbrokkelende oude centrum om socialisme en fascisme gelijk te stellen.

Fascisme kan hier inderdaad ‘ook nu komen’, maar wel op geheel eigen wijze. Fascisme kent net als alle andere systemen, verschillende vormen. Omdat het fascisme in de 20e eeuw gestalte kreeg in Italië, Duitsland en Spanje, om een paar voorbeelden te noemen, was de wisselwerking tussen het basissysteem en de specifieke geschiedenis en condities in elk land verschillend. Het fascisme waar het VS-kapitalisme nu op af koerst zal ook unieke eigenschappen vertonen.

Het fascisme dat hier gestalte krijgt, is niet hoofdzakelijk het ruwe politieke spektakel dat de huidige zogenaamde fascisten bieden. Het gevlei van het Trump-regime in de richting van witte suprematie-aanhangers en andere extreme nationalisten, zijn virulente houding tegenover immigranten, Latino’s, en Afrikaanse Amerikanen, en zijn aanmoediging van politie repressie zijn te dikwijls contraproductief. Die symbolen lijken teveel op de verschrikkingen van het fascisme uit de 20e eeuw, zodat ze te makkelijk als gevaarlijk kunnen worden herkend. De VS beweegt nu stiller en effectiever naar het fascisme via zijn snel groeiende krediet systeem. Tijd om lenen als een weg naar fascisme toe te lichten.

De huidige door crises geteisterde kapitalistische economie is nog nooit in zijn geschiedenis zo afhankelijk geweest van krediet. Meer dan ooit ondersteunt krediet de koopkracht van consumenten en regeringsprogramma’s. Kapitalisten zijn afhankelijk van die koopkracht. Ondernemingen hebben nu als regel meer directe schulden dan ooit in de geschiedenis van dit land. Er zijn nu behoorlijk wat zombie ondernemingen, bedrijven waarbij de winst niet langer genoeg is om de directe schulden te voldoen, in het VS-kapitalisme.

Ooit waren particuliere entiteiten -rijke families, banken, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen- de belangrijkste kredietverstrekkers voor ondernemingen. Ze kochten en bewaarden de bedrijfsobligaties en schuldbekentenissen. Die particulieren verkopen nu hun bedrijfsobligaties steeds meer aan de Federal Reserve. Dat gebeurt als de bedrijfsleningen verpakt worden in asset-backed securities die aan de Federal Reserve worden verkocht. Sinds kort koopt de Federal Reserve op de beurs verhandelde fondsen (exchange-traded funds (ETFs) op de markt, die zijn samengesteld uit bedrijfsobligaties en bedrijfsobligaties die direct afkomstig zijn van de emittenten. Hij verschafte ook direct beschikbare ‘krediet faciliteiten’ aan bedrijven, van belastingen vrijgestelde entiteiten en gemeentes. Als snel groeiende kredietverstrekker of last resort, vormt de staat steeds meer de sociale basis van krediet. De Federal Reserve krijgt dus de middelen voor de directe controle van krediettoewijzing in een krediet-afhankelijk kapitalisme, dat wordt bedreigd door zijn inherente cyclische instabiliteit, een ernstige virale pandemie, geaccumuleerde binnenlandse sociale problemen, en een toenemende internationale concurrentie en isolatie.

De belangrijkste transacties en de innige banden tussen de voornaamste niet-financiële ondernemingen en hun banken kregen ooit de speciale aandacht ven carrière politici, en onderzoekers en critici van het kapitalisme. ‘Financieringskapitalisme’ werd een belangrijk nieuw concept. Toen krediet sterk doordrong in alle aspecten van het kapitalisme en steeds centraler werd voor zijn functioneren, ontstond een nieuwe term; ‘financialisering’. Vroeger was het doorgaans privaat, dat is niet langer zo.

Misschien moeten we deze laatste fase ‘staats- financialisering’ noemen. De centrale bank van de staat werd steeds belangrijker door het beheersen van de kredietvoorwaarden en kredietstromen in het kapitalisme. Dat werd steeds duidelijker toen het kapitalisme zich voortsleepte van de dot-com crisis in 2000 naar de subprime-hypotheekcrisis van 2008 en verder. Krediet voorzieningen van de Federal Reserve zijn nu cruciaal om het Amerikaanse kapitalisme door de Covid-19 megacrisis en de periode daarna te krijgen. Ze zijn cruciaal voor de overleving van het kapitalisme zelf.

De hoeveelheden krediet die de Federal Reserve nu verstrekt zijn van historisch ongekende omvang. Terwijl ze het systeem gaande houden, koersen de kapitalisten, de Federal Reserve en de rest van de regering af op een Amerikaans fascisme. Stap voor stap, onderkennen ze hun wederkerige afhankelijkheid en zien de mogelijkheden van krediet als cement - en mogelijk het enige cement - dat een onderlinge samenwerking bij elkaar houdt. Ja ze zijn bezorgd over hun nieuw gecreëerde geldberg en hoe die de beurskoersen kan opdrijven en andere markten ontwrichten. Maar die bezorgdheid is overvleugeld door de urgentie om het voortstrompelende huidige kapitalisme te redden. Kapitalisten die ooit klaagden over stijgende overheidstekorten en exploderende nationale schulden horen we nu bijna niet. Ze weten dat voor de kapitalistische overleving omvangrijke schulden van de regering, bedrijven en huishoudens nodig zijn. Het systeem laat de elites de huidige noodzaak van de transitie van kapitalisme naar fascisme zien. Maar veel van de betrokkenen zijn zich nog niet bewust van de transitie of zien haar nog niet.

Fascisme treedt op in kapitalisme als werkgevers vinden dat ten eerste de problemen die zich in hun systeem opstapelen de capaciteit om ze op te lossen overtreffen en ten tweede sterke (dikwijls dictatoriale) staatsinterventie nodig is voor de overleving van het kapitalistische systeem. Fascisme kan ook het kapitalistische antwoord zijn als de slachtoffers van de kapitalistische ongelijkheid (economisch, politiek, en cultureel) en instabiliteit (conjunctuurcyclussen) ze niet langer tolereren. En als kapitalistische critici - voornamelijk socialisten - een voldoende massa bewustzijn creëren en massaorganisaties mobiliseren, die het kapitalisme bedreigen met wezenlijke hervormingen of revolutie, kunnen kapitalisten een alliantie zoeken met een sterke politieke tegenkracht om fascisme op te bouwen. Zo’n sterke tegenkracht kan een politicus of politieke partij zijn, die grote groepen slachtoffers van het kapitalisme aanspreekt, en niet het kapitalisme, maar eerder immigranten of etnische of religieuze minderheden de schuld geven. Als zulke politici of partijen het socialisme aanvallen en tegenwerken en de kapitalisten de massabasis bieden die ze missen, maar nodig hebben, zullen de kapitalisten hen steunen. Fascisme - een samensmelting van privaat kapitalisten en een staat die hun systeem versterkt - ontstaat als een fascistische partij staatsmacht krijgt. Terwijl socialisten voor systeemverandering zijn, bepleit fascisme een nationalisme bestaande uit een samengaan van privaat kapitalisme en het staatsapparaat, ter verheerlijking van het nationalistische ideaal.

Het socialisme daarentegen ontstaat als de opeengestapelde problemen van het kapitalisme de capaciteit van het systeem om ze op te lossen te boven gaan, of als werknemers niet langer bereid zijn aan een oplossing mee te werken. Socialisten zijn de slachtoffers en critici van het kapitalisme die een systeemverandering als de enige oplossing zien. Met systeemverandering bedoelen socialisten doorgaans combinaties van sociale (niet privaat) eigendom van productiemiddelen, via een centrale planning (niet-markt) verdeling van grondstoffen en producten, en democratische coöperatieve-achtige (niet-hiërarchisch) organisatie van ondernemingen. Socialisten waren lang geïnteresseerd in het verkrijgen van de staatsmacht als middel om systeemverandering te bereiken. Over hoeveel het systeem precies zou moeten veranderen zijn felle twisten geweest door verschillende soorten socialisten, en die kwesties worden nog steeds heftig bediscussieerd.

Socialisten hebben zich vanaf Marx tot nu dikwijls met anarchisten verenigd rond een doel dat velen voor ogen hadden: Lenin noemde dat ‘het afsterven van de staat.’ Socialisten hebben meestal gepleit voor internationalisme - ‘arbeiders aller landen verenigt u tegen het kapitalisme’ en tegen het fascistische nationalisme. Dat zijn enkele belangrijke verschillen die fascisme scheiden van socialisme.

Fascisme voegt privaat kapitalisme samen met de staat. Politieke macht legt dan de kapitalistische basisregels op: de economische dominantie van de grootste aandeelhouders en hun belangrijkste directeuren en managers. Bij het fascisme, strekt die dominantie zich ook uit tot het domein van het culturele en sociale leven. Het gaat ver buiten de regels die gelden in niet-fascistische samenlevingen die zijn gebaseerd op een kapitalistische economie. Vakbonden zijn dan bijvoorbeeld verboden of omgevormd tot overheidsinstellingen. Alle onafhankelijke arbeidersactiviteiten zijn verboden. Ook wordt bijvoorbeeld het openbaar onderwijs zo ingericht, dat het rechtstreeks naar tewerkstelling leidt. Monetaire politiek, wisselkoersen, en handelsbalansen dienen om nationale doelen te bereiken. Culturele organisaties worden aangepast en gereorganiseerd om het fascisme te verheerlijken. In de vroege geschiedenis van het fascisme nam men socialistische kritiek op het kapitalisme over, om zo aanhangers van de arbeidersklasse aan te trekken. Toen die partijen afspraken en samenwerkingsverbanden met kapitalisten tot stand brachten, werd die vroege socialistische kritiek de mond gesnoerd en de daders uitgestoten of nog erger.

Bij het fascisme nemen de raden van bestuur alle belangrijke beslissingen in private ondernemingen (wat er geproduceerd wordt, hoe en met welke technologie, en het gebruik van de netto opbrengsten of winsten) net als bij het privaat kapitalisme. Maar de belangrijkste staatsambtenaren krijgen sterke invloed op de beslissingen van de directies of ze kunnen ook een plaats opeisen in de besturen. De fascistische staat legt doorgaans het zwijgen op aan de opponenten van het kapitalisme, meestal wordt dan aangevoerd dat hun activiteiten van verraderlijke gebtrek aan trouw getuigen. Op gelijke wijze worden politieke partijen van socialisten, communisten, en andere critici van het kapitalisme vernietigd. Van hun kant verheerlijken en financieren de werkgevers de fascistische partij en de door die partij geleide staat.

De overgang van het VS-kapitalisme van een privaat naar een staatssysteem van kredietverlening wordt nu noodzakelijk geacht door de betrokkenen. Privaat kapitalisten aan de ene kant, en de belangrijkste politici in beide grote partijen aan de andere kant, zijn dus op weg naar een specifieke vorm van fascisme. De financialisering van de staat vergemakkelijkt dat samengaan. Dat een aantal partners Trump en zijn traditionele manipulatie van fascistische symbolen niet zien zitten, verandert niets aan de, met instemming van de betrokken partners, in gang gezette overgang naar het fascisme.

---------------------------------

Richard D. Wolff is emeritus professor aan de Massachusetts Amherst universiteit, daarnaast is hij gasthoogleraar bij het Graduate Program in International Affairs van de New School University, in New York. Wolffs wekelijke programma wordt door meer dan 100 radio stations uitgezonden en gaat naar 55 miljoen TV ontvangers via Free Speech TV. Zijn twee recente boeken bij Democracy at Work zijn Understanding Marxism and Understanding Socialism, beiden verkrijgbaar bij democracyatwork.info.