ImageEen artikel naar aanleiding van de brochure The Carbon Neutral Myth van Kevin Smith (TNI)

De laatste jaren is het mode geworden om de CO2 uitstoot te compenseren per reis die je maakt, per cd die je uitbrengt of zelfs per PC die je in gebruik hebt. Zo worden bomen geplant in Oeganda en spaarlampen uitgedeeld in Zuid Afrika. Dit alles gesteund door een groot aantal internationale beroemdheden die het goede voorbeeld geven. Het ziet er zo mooi uit; als jij iets doet waar het milieu last van heeft (CO2 uitstoot) kan je voor een paar euro's iets terug doen waardoor dat milieu wordt hersteld (bomen planten die CO2 op nemen). En als het niet echt veel zoden aan de dijk zet dan is het een leuke eerste stap, toch?

Deze vorm van CO2 boekhouden heeft een echter paar vervelende kanten. Zo wordt er vrijwel altijd voor gekozen om de compensatie in ontwikkelingslanden plaats te laten vinden. Een nieuw soort kolonialisme omdat de ontwikkeling van een ander land misschien wel beperkt wordt opdat men hier door kan gaan met vervuilen. De harde keuze die wij moet maken worden dus geëxporteerd. En de opbrengsten van dit soort projecten gaan natuurlijk niet naar de bewoners van de gebieden waar bomen geplant worden. Die worden maar al te vaak eerst verdreven van hun land.

Het uitdelen van spaarlampen gebeurt vaak op een manier die de lampen onaantrekkelijk maakt en aan mensen die zich de vervanging van kapotte lampen niet kunnen veroorloven. Aan de kant van de compenseerders zijn er nog wat andere dilemma's. Het is bijvoorbeeld heel erg lastig is om te becijferen hoeveel CO2 uitstoot een activiteit eigenlijk oplevert. Neem een vliegreis naar Mexico. Het vliegen zelf levert een bepaalde hoeveelheid CO2 belasting op maar de productie (aluminium!) en onderhoud van een vliegtuig ook, evenals de ondersteuning van het betrokken personeel dat zelf ook weer vliegt etc etc.. Verder wordt er in het geval van het planten van bomen maar al te vaak een garantie gegeven dat de bomen lang blijven staan. Deze garantie kan vrijwel nooit hard gemaakt kan worden en bovendien leveren boomplantprojecten pas na veel jaren resultaat op omdat bomen 10 tot 15 jaar nodig hebben voor ze behoorlijke hoeveelheden CO2 gaan opnemen. Dit type klimaatcompensatie is dus altijd een hypotheek op de toekomst en blijkbaar denken compenseerders dat we over 50 tot 100 jaar het broeikaseffect onder controle hebben. Met kolenvoorraden die mogelijk nog 100 tot 150 jaar toereikend zijn terwijl minder CO2 veroorzakende brandstoffen als aardgas en olie al eerder op zijn, is dit zeker niet vanzelfsprekend.

Keiharde bescherming van bijvoorbeeld bestaand tropisch regenwoud tegen industriële hardhout kappers, een maatregel waarmee de uitstoot van heel veel broeikasgassen bij ontginning wordt voorkomen, is blijkbaar te duur. Ook is het nog zeer te vraag of het tijdelijk uit de cyclus halen van CO2 door ze geologisch gezien 'even' in bomen vast te leggen wel daadwerkelijk het broeikaseffect vermindert. Het klimaatprobleem wordt immers veroorzaakt door fossiel koolstof dat in het ecosysteem gebracht wordt en dit soort klimaatcompensatie haalt geen koolstof uit het levende ecosysteem. De koolstof komt linksom of rechtsom een keer terug in de atmosfeer en de 'stofwisseling' van levend bomen en planten is heel erg complex. Ook lang levende bomen hebben immers een levensduur. Ooit komt de opgeslagen koolstof in de atmosfeer terecht en levert het alsnog een bijdrage aan het broeikaseffect. Er worden geen compensatieprojecten aangeboden die bijvoorbeeld CO2 voor miljoenen jaren opslaan en er worden ook geen projecten aangeboden die de economische ontwikkeling in het rijke westen (met zijn dure grond) beperken. Voorts leiden dit soort afkoopprojecten tot een heel eigen soort economische groei, waarbij land en lucht koopwaar worden. De projecten zijn vanwege de punten die net zijn aangehaald waarschijnlijk veel te goedkoop om werkelijk iets van effect te kunnen garanderen. Klimaatneutraal vliegen en autorijden op fossiele brandstoffen is dus een mythe.

Brochure

Over die mythe heeft Kevin Smith van Carbontradewatch in samenwerking met TNI een brochure geschreven. "The Carbon Neutral Myth, offset indulgences for your Climate Sins" is een uitgebreid commentaar op de manier waarop er gehandeld wordt in klimaat-aflaten. Aan de hand van enkele pregnante voorbeelden, waaronder die van het Nederlandse compensatieprogramma GreenSeat laat hij zien wat de effecten zijn klimaatneutrale projecten. Hij laat zien waarom ze niet werken en wat de schadelijke gevolgen kunnen zijn. GreenSeat verzorgt onder meer de compensatie van Amnesty International Nederland en de Tweede Kamer. Opvallend aan GreenSeat is het grote aantal schijven waarover de compensatie plaats moet vinden zodat nergens precies de verantwoordelijkheid is aan te wijzen voor wat er mis gaat. En er gaat veel mis; zo gaat de compensatie van de uitstoot van Amnesty Nederland indirect ten koste van de mensenrechten in delen van Oeganda. Hij laat ook zien hoe eng een campagne kan worden als "beroemdheden" zich er tegen aan gaan bemoeien. Door te beschrijven hoe Bob Geldof en Bono door de propagandamachine van Tony Blair tijdens de G8 van 2005 in Gleneagles werden misbruikt laat Smith de machtsaspecten en de hypes rond dit soort 'celebrity endorsement' zien. Iets dergelijks speelde bij het compensatieproject 'Future Forest" van voormalig Clash -lid Joe Strummer. Bekende Nederlanders zijn niet de enigen die gebruikt worden.

Smith trekt ook nog een parallel met de 'Clean Development Mechanisms" uit het verdrag van Kyoto, die in wezen een vorm van aflatenhandel tussen staten behelzen maar die wel tot op zekere hoogte getoetst worden op het werkelijke effect van de maatregelen.

Hoe nu verder?

De westerse, geïndustrialiseerde wereld veroorzaakt het leeuwendeel van CO2 uitstoot en dient gewoon als eerste haar uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen. Het heeft de technologie en de financiële middelen die dat ook mogelijk maken.

In de slothoofdstukken geeft Smith voorbeelden van hoe het volgens hem wel zou moeten, met beroemdheden ( muzikant/producer/dj Matthew Herbert en stand up comedian Robert Newman) die niet meer vliegen of dit zoveel mogelijk beperken. Hij geeft ook het voorbeeld van een bedrijf, het Londense opslag- en verpakkingsbedrjf Alexander, dat gewoon zoveel mogelijk CO2 productie beperkt in plaats van aflaten te kopen. Alexander houdt zelfstandig de stand van de techniek en de literatuur bij zodat het niet voor twijfelachtige ideeën op het gebied van klimaat hoeft te vallen. Zelf nadenken en geen beroemdheden volgen dus. En eventuele compensatie in de ontwikkelde wereld te laten plaatsvinden, waar het probleem ook veroorzaakt wordt. Het steunt wel uit zichzelf (en niet als CO2 aflaat) projecten in Thailand om gemeenschapen zichzelf te laten bedruipen op het gebied van energie. Van de manier waarop Thaise gemeenschappen de staats elektriciteitsmaatschappij hebben gedwongen het elektriciteitsnet aan te passen zodat dit mogelijk werd kunnen 'wij' weer veel leren.

Tenslotte, de belangrijkste en meest simpele manier om een klimaatcatastrofe te voorkomen is volgens Smith om het boven de grond halen van fossiele brandstoffen zoveel mogelijk te beperken. Het steunen van gemeenschappen die zich verzetten tegen mijnbouw, oliewinning en gaswinning in hun gebieden moet dus hoe dan ook een onderdeel zijn van een strategie tegen klimaatverandering. Maar dit raakt ook aan de meest fundamentele waarden en structuren in de hedendaagse industriële maatschappij.

De brochure legt de zwakte van de klimaatneutraal-initiatieven bloot en laat duidelijk zien dat 'business as usual' zinloos is als het gaat om het klimaat. De schrijver geeft ook aanzetten voor een antwoord op de vraag hoe het dan wel moet.

"The Carbon Neutral Myth" telt 80 pagina's en is als pdf-je hier te downloaden.

en te bestellen bij Carbontradewatch en het TNI.