Het coronavirus legt de zwakten in ons voedsel- en landbouwsysteem bloot. Veel mensen in Nederland zoeken daarom naar lokaal geproduceerd voedsel. Dat is in veel plaatsen mogelijk. Maar alleen met een radicaal andere visie én beleid maken we daadwerkelijk de omslag naar een toekomstbestendig, gezond landbouw- en voedselsysteem. Nu en na de crisis.

 (Tekst en foto's afkomstig van website Voedsel Anders, foto hierboven: Goei Eete)

Het coronavirus houdt Nederland en de rest van de wereld in zijn greep. Angst en onzekerheid heersen over wat ons nog te wachten staat, naast verdriet over het leed dat wordt geleden. Tegelijkertijd zien we veel blijken van solidariteit en worden er nieuwe menselijke relaties gelegd, op basis van andere waarden dan economische winst.

Niet alleen is de waardering voor de zgn. ‘vitale beroepen’  groter dan ooit tevoren, ook zien veel mensen nu de waarde van hun voedsel. Toegang tot voedsel voelt voor veel mensen ineens niet meer zo vanzelfsprekend. Dat uit zich op verschillende manieren: hamstergedrag in supermarkten, en het daaropvolgende gebrek aan eten voor mensen met weinig geld (zoals bijvoorbeeld ervaren wordt bij de voedselbank), boeren en tuinders die hun producten niet kwijt kunnen of te weinig (buitenlands) personeel hebben voor de oogst die voor de deur staat.

Onderzocht wordt wat de herkomst van het Covid19-virus is. Het lijkt vooralsnog een zoönose (een op mensen overdraagbare dierziekte) uit een gebied in China waar veel mensen en dieren dicht op elkaar leven. Besmettelijke en voor de mens gevaarlijke zoönoses komen vaker voor. Voorbeelden zijn BSE eind jaren negentig, Q-koorts in 2007 en ebola de afgelopen jaren. De Verenigde Naties en diverse wetenschappers wijzen op het verband tussen deze ziekten en de destructieve manier waarop wij als mensheid met de natuur omgaan. Denk hierbij aan de grootschalige ontbossing voor landbouwgronden, waardoor de fysieke afstand tussen wilde dieren en mensen verkleint en virussen ons sneller bereiken. De relatie van zoönoses met industriële voedselproductie, waarbij dieren te dicht op elkaar worden gehouden, wordt steeds meer benadrukt.

Het coronavirus legt bovendien de zwakke plekken bloot in het huidige, mondiaal verknoopte landbouw- en voedselsysteem. Zo hangt het op peil houden van de productie en beschikbaarheid van voedsel in veel landen, waaronder Nederland, teveel af van open import- en exportkanalen. Als daar een kink in de kabel komt, loopt het systeem zorgwekkend snel vast. Landen als China en Kazachstan verlagen momenteel de export van hun landbouwproducten en verhogen hun nationale voorraden. Daardoor dreigt er een voedseltekort voor voedsel-importerende landen. Het belang van lokale producenten en de nationale voedselvoorziening wordt daarmee nog eens onderstreept.

Foto: Lekker Nassuh

Meer vraag naar lokaal voedsel

Na enkele weken coronacrisis blijkt de vraag naar lokaal voedsel behoorlijk toe te nemen. Om lokale ondernemers te ondersteunen en vanwege de drukte en lege schappen in de supermarkt, zoeken veel mensen nu naar voedsel van dichtbij. Dat is heel welkom, want er zijn talrijke Nederlandse boeren die momenteel de noodklok luiden omdat zij hun met zorg geteelde producten niet kwijt kunnen. Een deel van hen leverde aan horeca en restaurants die noodgedwongen hun deuren moeten sluiten. Er worden in rap tempo nieuwe regionale en nationale initiatieven uit de grond gestampt om de verbindingen tussen boer en burger te versterken, zoals Support Your Locals en Kies Lokaal.

De Noordelijke Boerencoöperatie de Streekboer telt behalve boeren ook bakkers en vissers en zag het aantal bestellingen van onder meer brood, zuivel, groente door Groningers en Friezen in twee weken verdubbeld. De landelijk bezorgde maaltijdboxen van Boerschappen met gezonde, duurzame producten van kleinschalige Brabantse boeren bevatten nu ook producten van boeren en telers die door de coronacrisis niet meer aan horeca en catering kunnen leveren. Het liep vanaf de eerste dag storm. Boerderijwinkels krijgen meer klanten, ondermeer via webshops.

Dit geeft aan hoe burgers ervoor kiezen om al tijdens de crisis een impuls te geven aan de ontwikkeling van een steviger, gezonder en regionaal georiënteerd voedselsysteem, door hun eten zoveel mogelijk af te nemen van lokale, duurzame producenten. Hiermee winnen niet alleen producent en consument, maar ook het klimaat, het milieu, de biodiversiteit, het landschap, de lokale economie en de dieren.

Foto: Goei Eete

Korte ketens in Nederland: enkele sprekende voorbeelden

Er zijn steeds meer lokale voedselinitiatieven te vinden in heel Nederland. Je kunt eigenlijk bijna overal lokaal geproduceerd eten kopen. Dat wordt op verschillende manieren georganiseerd. Zo bestaan er voedselcoöperaties in verschillende plaatsen, zoals die van de biologische Ulebelt in Overijssel. Steeds meer organiseren burgers zich ook breder in een gebiedscoöperatie, waarbij voedsel in combinatie met andere thema’s zoals bijvoorbeeld duurzame energie en zorg wordt aangepakt. Gebiedscoöperatie Westerkwartier in Groningen herbergt onder meer een natuurvleescoöperatie en een maaltijdenfabriek met voornamelijk producten uit de regio. In de Gebiedscoöperatie Rivierenland werken burgers samen met telers aan een duurzame, circulaire fruitteelt, waarbij de waardestromen in de regio gehouden worden.

Gemeenschapslandbouw, ofwel community supported agriculture (CSA), waarbij boeren en consumenten samen de risico’s dragen, zijn in opmars. Daaronder vallen bijvoorbeeld veel tuinderijen met groentenpakketten en zelfoogsttuinen. Het onlangs opgerichte CSA-netwerk heeft op de site een mooie kaart staan van CSAs in Nederland. Herenboeren is weer net een ander concept: leden leggen eenmalig een bedrag in waarmee zij mede-eigenaar worden van een boerenbedrijf en samen de boer in dienst nemen. Inmiddels zijn er draaiende Herenboerderijen in Brabant, Gelderland en Zuid-Holland, met in heel Nederland belangstellende aspirant-Herenboeren.

Ook zijn er diverse netwerken, vaak ontstaan als burgerinitiatief, waarbij mensen op een website de producten van lokale boeren kunnen bestellen en ze vervolgens op particuliere afhaalpunten kunnen ophalen. Bij Boeren en Buren kun je bijvoorbeeld online duurzame producten bestellen en afhalen bij een lokale Buurderij. In Den Haag maakt Lekker Nassuh via 400 pakketten gezond, eerlijk en duurzaam voedsel van circa 20 boeren toegankelijk voor iedereen in de stad. In Tilburg kun je online je streekproducten bestellen via Goei Eete. Daarnaast vind je in verschillende steden coöperatieve winkels zoals De Nieuwe Graanschuur (Amersfoort) en Gedeelde Weelde (Maastricht). Daar gaan winkeliers, boeren en bugers samen in gesprek over de ontwikkeling van de winkel.

Foto: Lekker Nassuh

Producenten bundelen steeds meer de krachten. In oprichting is het Brabantse RIJP, een platform waarin boeren die niet of niet alleen van de grote machtige afnemers afhankelijk willen zijn elkaar gaan helpen met de verwerking en vermarkting van hun producten: eerst business to business en daarna naar de consument. In Wageningen brengt het platform Wageningen Eet Duurzaam lokale boeren, verwerkers en cateraars bij elkaar om samenwerkingen te versterken en de zichtbaarheid en toegankelijkheid van duurzaam, lokaal voedsel te vergroten.

En dan zijn er nog de vele stads- en buurttuinen, zoals bijvoorbeeld de Voedseltuin Overvecht, waar buurtbewoners in ruil voor vrijwilligerswerk in de tuin al dan niet gratis zelf verbouwd voedsel mee naar huis kunnen nemen. Voor nogal wat mensen met een beperkt inkomen is dat een uitkomst. Ook in opkomst zijn voedselbossen waarvan studies uitwijzen dat zij in de toekomst een duurzame en belangrijke plaats kunnen gaan innemen in de voedselvoorziening.

En nu… beter beleid

Deze initiatieven en het signaal van de burger die zich er in toenemende mate aan verbindt, geven hoop. Maar dat is niet voldoende voor een systeemverandering. Vooralsnog zien we in de huidige coronacrisis een ongekende omzet van het supermarktkanaal. Supermarkten maken torenhoge winsten, terwijl zij zeer centraal georganiseerd zijn en de prijs voor de boer vaak laag houden. De horeca, kleine winkels en markten komen juist in de verdrukking. Het grote gevaar van de coronacrisis is dat kleine, veelbelovende bedrijven en initiatieven omvallen terwijl we juist hen zo hard nodig zullen hebben in het post-corona- tijdperk. Bovengenoemde initiatieven voor korte ketens en de lokale economie zijn een prima start voor een omslag, maar hebben structurele ondersteuning vanuit overheid en samenleving nodig.

Veel van de hier genoemde initiatieven lopen tegen complexe kwesties aan die te maken hebben met logistiek en distributie, kennisuitwisseling, marketing en regelgeving. Er worden momenteel op heel veel plaatsen en in regio’s los van elkaar heel veel kleine en grotere wielen uitgevonden. Stel je eens voor dat dat goed passende tandwielen zouden worden die niet allen zichzelf maar ook elkaar draaiende houden. En die zo door heel Nederland kunnen voldoen aan die sterk groeiende behoefte aan lekker en goed voedsel uit de buurt en aan meer bestaanszekerheid voor duurzame boeren en andere kleinschalige voedselproducenten.

Foto: Goei Eete

Voedsel Anders roept lokale, regionale en nationale overheden dan ook op om actief bij te dragen aan de versterking van volhoudbare regionale voedselsystemen door te investeren in veerkrachtige, efficiënte processen en voedselnetwerken. Dit betekent allereerst ondersteuning (via beleid en regelgeving rond bijv. kennisdeling, logistiek, zichtbaarheid, inkoop) voor regionale korte ketens die al jaren bouwen aan een gezonde, duurzame en lokale voedseleconomie. Ook moeten supermarkten hun verantwoordelijkheid nemen door lokale, duurzame producten volop in de etalage te zetten met een eerlijke prijs voor de boer.

Een brede agenda voor een eerlijk, duurzaam voedselsysteem

Dat een ander, eerlijker en duurzamer landbouw- en voedselsysteem nodig is en mogelijk is, is al geruime tijd duidelijk. Daar wordt door de organisaties en individuen die betrokken zijn bij Voedsel Anders ook volop aan gewerkt. En dat gaat niet alleen over korte ketens. Zo pleiten wij voor het aan banden leggen van vrijhandelsverdragen en meer regionale voorziening van milieuvriendelijk geproduceerd, gezond voedsel met eerlijke prijzen voor boer en burger. We zoeken via de principes van agroecologie naar een evenwichtige samenwerking tussen natuur en landbouwsystemen. Toegang tot land voor (jonge) boeren is hierbij cruciaal.

De coronacrisis onderstreept de urgentie om hier als (internationale) samenleving serieuzer in te gaan investeren. De huidige steunmaatregelen van het kabinet voor de boeren en de groeiende maatschappelijke steun voor lokaal voedsel zijn welkom en hard nodig. Maar de crisis maakt vooral duidelijk dat het dominante systeem onhoudbaar is. Om de kans op nieuwe virusuitbraken te verkleinen en een toekomstige voedsel- en milieucrisis te voorkomen, is het belangrijk dat ons denken én doen over voedsel en landbouw radicaal verandert.

Voorlopig vereist de gezondheid van elk persoon op de planeet ieders volle aandacht. Maar zodra het coronavirus (voorlopig) is getemd, leggen we deze bredere agenda van Voedsel Anders graag op de tafel van overheden en organisaties, om samen op basis van jarenlange pionierservaring een ander voedselsysteem te helpen vormgeven. Een eerste stap daartoe zetten we wellicht op de Voedsel Anders Conferentie 2020, die we in het najaar hopen te houden en waar je van harte welkom bent om deze uitdaging samen met ons aan te gaan.


Veel van de hier genoemde initiatieven zullen zich presenteren op de Voedsel Anders conferentie 2020. Ze zijn ook terug te vinden op onze Korte KetensKaart en in de Good Food Club van de natuur- en milieufederaties. We bezochten verschillende initiatieven tijdens regionale pleisterplaatsen in de Voedselkaravaan 2018, waarvan je enkele mooie video’s kunt terugkijken.


Foto: Lekker Nassuh
--------------------------------
Aanvuling: ook het platformbedrijf maaltijdbox heeft nu maaltijdboxen ingesteld met zuiver lokale producten