Protesten, demonstraties en stakingen in Columbia (*1)

(Door Estefanía Martinéz, Eerder, 4 mei 2021, verschenen bij Jacobin, vertaling Roland Siebe, solidariteit, foto wikimedia via Nacla)

Wat begon als een massale, algemene staking op 28 april 2021 is inmiddels uitgelopen op een grote uitdaging voor het autoritaire neoliberale regime van Colombia. De druppel die de emmer deed overlopen, was het voorstel van een zeer regressieve 'wet belastinghervorming'. Duizenden Colombianen sloten zich aan bij de protesten sinds 28 april, toen de staking de ontsteking bleek te zijn voor grote onrust en breed verzet tegen het bewind van president Iván Duque.

Hoewel Duque onlangs meedeelde de belastinghervorming te schrappen, blijven demonstranten de straat op gaan. Ze verwachten dat de Colombiaanse regering het wetsvoorstel alleen maar anders zal aankleden. Daarom riepen de grootste vakbondsfederaties van het land op tot een nieuwe, algemene staking op 5 mei.

De situatie blijft gespannen en escaleert door het repressieve optreden tegen de protesten door de politie en het leger. Duque kondigde onlangs aan dat hij de staat van beleg zal uitroepen als de protesten voortduren. Maar de Colombianen blijven de straat op gaan. De demonstraties ontwikkelen zich van een protest tegen de belastingwet tot een regelrechte confrontatie met de gewelddadige staatsmacht en de sociaal-economische ongelijkheid in het land.

Omslagpunt

Sinds de massale demonstraties in november 2019 tegen de bezuinigingsmaatregelen van Duque over de werkgelegenheid, belastingen en pensioenen, nadert Colombia een omslagpunt. De sociale situatie vertoont een grimmig beeld. Meer dan 72.000 Covid gerelateerde sterfgevallen, meer dan de helft van de beroepsbevolking te werk gesteld in de informele sector en ook nog eens vier miljoen werklozen, zo'n 10 procent van de bevolking. De boerensector is tijdens de pandemie grotendeels aan zijn lot overgelaten. Ondertussen dreigt het vredesproces tussen de Colombiaanse staat en de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC) te worden ondermijnd vanwege de toenemende door de staat gesponsorde para militarisering.

De door Duque voorgestelde hervormingswet is een reactie op de door de pandemie veroorzaakte fiscale crisis. Hiervoor wil hij de werkende bevolking laten opdraaien. Het oorspronkelijke wetsvoorstel richt zich op verhoging van de belasting van de lonen en de consumptie. De kapitalistische oligarchie van Colombia en andere dominante klassen zijn daarvan grotendeels vrijgesteld. Erger nog, het wetsvoorstel is bedoeld om het aanzienlijke militaire budget van het land in stand te houden. Elke aanval op het neoliberale model van Colombia - gebaseerd op geconcentreerd landbezit en gedwongen onteigening – zal met meer geweld beantwoord worden.

Solidariteit met de rijken

De verdachte naamgeving Wet inzake duurzame solidariteit is in wezen een wetsvoorstel gericht op solidariteit met de heersende klasse van Colombia. Ingebracht door de extreemrechtse, nationale Álvaro Uribe (oud-president) Bank, is het doel de vermogenspositie van de door crises geteisterde overheidsfinanciën te versterken en tegelijkertijd het vertrouwen van buitenlandse investeerders en geldschieters te herwinnen.

In Latijns-Amerika bezit de rijkste 10 procent van de bevolking 71 procent van de rijkdom en betaalt slechts 5,4 procent inkomstenbelasting. In Colombia bezit de rijkste 1 procent iets meer en betaalt aanzienlijk minder.

Het begrip 'solidariteit' is een eufemisme, overgenomen uit Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië, waarbij een tijdelijke belasting wordt geheven op grote vermogens in een poging om economieën na de pandemie nieuw leven in te blazen.

In Colombia stelt de wet een belasting voor van 1 procent op vermogens van meer dan 4,8 miljard peso (1,12 miljoen euro) en 2 procent op die van meer dan 14 miljard peso (3,33 miljoen euro). Daarnaast is het voornemen de vennootschapsbelasting te verlagen en groene belastingen in te voeren om de klimaatverandering tegen te gaan. Zoals bijvoorbeeld toeslagen op benzine, diesel, biobrandstof en brandstofalcohol en belastingen op plastic. Plus de inning van belastingen van werknemers in de publieke of private sector die meer verdienen dan 10 miljoen peso per maand, ongeveer 2.312,31 euro.

Belastingongelijkheid

Volgens de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, bezit de rijkste 10 procent in Latijns-Amerika 71 procent van de rijkdom en betaalt slechts 5,4 procent inkomstenbelasting. In Colombia bezit de rijkste 1 procent iets meer en betaalt aanzienlijk minder. Hoewel de belastingverhoging bij grote vermogens een progressief vernis heeft, is de werkelijkheid anders. De belastinghervorming zorgt ervoor dat de rijken minder bijdragen door hen toe te staan hun vermogensbelasting af te trekken van hun inkomstenbelasting. De laatste is gebaseerd op zeer lage tarieven, ook wel de marginale tarieftruc genoemd. Tegelijkertijd wordt de belasting niet toegepast op bedrijfswinsten die juist een ronde van belastingvermindering te wachten staat.

Maar het meest regressieve aspect van het wetsvoorstel is de poging om de omzetbelasting (btw) op een aantal basis consumentenproducten, zoals eieren, koffie en melk uit te breiden. Uitmondend in een verhoging van 16 naar 19 procent voor de tarieven van energie, gas, water, riolering en andere openbare voorzieningen.

Volgens de officiële statistieken heeft een gemiddeld Colombiaans gezin ongeveer een half maandelijks minimuminkomen nodig om de voedselkosten te dekken en iets meer dan één wettelijk minimumloon voor andere basisbehoeften, zoals vervoer. In deze inkomens zijn niet begrepen de dure ziektekosten, noch de schulden van een door de staat gesponsorde instelling die verantwoordelijk is voor de privatisering van onderwijs door studieleningen te financieren.

Per saldo is de Colombiaanse regering van plan haar fiscale crisis op te lossen door het hoogste percentage, 74 procent, van de belastingen te heffen van mensen die als 'natuurlijke personen' worden beschouwd, terwijl bedrijven slechts 25 procent zouden bijdragen.

Populistische kruimels

Zelfs na toe te geven aan de druk van de actievoerende bevolking, blijft Duque het wetsvoorstel verdedigen. Zijn weg ziet hij als de enige om de nationale schuld te verminderen, de inkomsten te verhogen en de fiscale rekeningen te stabiliseren. En tegelijkertijd de sociale welzijnsprogramma's te handhaven met de regeling solidaire inkomens. Dat is een uitkering van 160.000 peso, minder dan 37 euro per maand, aan vijf miljoen Colombiaanse huishoudens. Daarnaast steunt Duque studenten met een laag inkomen om te studeren aan privéscholen en universiteiten en aan kleine en middelgrote bedrijven om jongeren tussen de 18 en 28 een sociale zekerheid te bieden.

In plaats van te zorgen voor hoogwaardige openbare diensten om de huidige gezondheidscrisis beter aan te pakken, stelt de regering voor om het neoliberale model voor een kleine bevoorrechte minderheid te handhaven en het Colombiaanse volk de kruimels te geven.

Deze programma's zijn ogenschijnlijk gericht op de terugdringing van armoede en ongelijkheid, maar maken deel uit van een breder beleid dat gebaseerd is op fiscale discipline en vermindering van sociale basisvoorzieningen.

Duque's 'post pandemische' solidariteitshervorming is eigenlijk een nieuwe verpakking van de economische groeiwet van 2018, geheel volgens de aanbevelingen van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Toegespitst op fiscale discipline, overheidsbezuinigingen, financiële liberalisering, vrijhandel, buitenlandse directe investeringen en privatisering van staatsbedrijven.

Deze wet was bedoeld om de economie te reactiveren en het vertrouwen van investeerders te winnen na de productiedalingen tijdens de val van de grondstoffenprijzen in 2014.

Brood en spelen

De regering Duque dicteerde bezuinigingen op de overheidsuitgaven, verlaagde de belastingen voor bedrijven en stimuleerde particuliere leningen. Maatregelen die leidden tot een groei van het bruto binnenlands product met 2,7 procent tegen het einde van 2018. Een groei die voornamelijk het gevolg is van de hoge stijging van de winsten van de financiële sector (12 procent). Al die tijd werden Colombianen armer.

De protesten van november 2019 hekelden onder meer de verlaagde levensstandaard, de voorgestelde pensioenhervorming en de ontmanteling van arbeidswetten. Maar ook toen baarde de huidige wet belastinghervorming een groeiende zorg.

Na de protesten in november probeerde de regering Duque weer aan populariteit te winnen met acties van 'brood en spelen'. Ze kondigde op het hoogtepunt van de pandemie een dag van 'waanzinnig btw-vrij winkelen' aan: Covid Friday. Duizenden mensen haastten zich naar winkelcentra en supermarkten, waarbij sommigen de subsidieregeling 'solidaire inkomens' gebruikten om belastingvrije producten te kopen. Bij dit alles nam de verkoop toe van de grote winkelketens en supermarkten, terwijl de poging om de steun van de bevolking te stimuleren, mislukte.

'Ontwikkelde economie' in 2035

De regering Duque heeft verschillende redenen om zo geobsedeerd te zijn door de vermindering van het begrotingstekort en de zoektocht naar nieuwe inkomstenbronnen voor programma's 'armoedesubsidie'.

Enerzijds wil ze de steun onder de lagere klassen behouden met het oog op de presidentsverkiezingen van 2022. Maar, zoals de voormalige president Álvaro Uribe voorzag naar aanleiding van de recente golf van protesten: de hervorming zal de partij schaden. Anderzijds handhaaft Duque een ideologische, bijna religieuze gehechtheid aan de principes van de neoklassieke economie, waarin hij werd opgeleid en die hem de fiscale discipline leerde dat het belang van de tekortvermindering nodig is om groei te kunnen verzekeren. Hij deelt die ideologische gehechtheid met de groep Colombiaanse Chicago Boys die hem over het economische en monetaire beleid adviseerde. Een van hen, de opsteller van de huidige wet over belastinghervorming en voormalig minister van Financiën Alberto Carrasquilla, kondigde overigens aan af te treden vanwege de toenemende straatprotesten.

Duque maakt zich ongetwijfeld ook zorgen dat ratingbureaus (kredietregistratie) zoals Fitch en Moody de score van het land zullen verlagen en de toegang tot de buitenlandse investeringen en internationale leningen zouden worden beperkt. Het land is hier afhankelijk van om grote infrastructuurprojecten te kunnen financieren die Colombia in staat stellen tegen het jaar 2035 een ??land met een 'ontwikkelde economie' te worden. Volgens een rapport dat op de Davos agenda is opgesteld, staat Colombia op de 104e plaats op een lijst van 141 landen voor wat betreft de kwaliteit van zijn infrastructurele netwerk. Dit is met name de reden waarom de regering Duque van plan is een aanzienlijk deel van het overheidsbudget (3,3 miljard peso) te gebruiken om de nieuwste netwerken te introduceren om het goederentransport in verschillende regio's van Colombia verbeteren. Deze infrastructurele projecten vertegenwoordigen een potentiële goudmijn voor ontwikkelaars en internationaal kapitaal.

Behalve de betrokken aannemers (zoals de Colombiaanse tycoon Luis Carlos Sarmiento Angulo, één van de rijkste mannen ter wereld), zouden deze projecten ook veel van de oligopolies van het land ten goede komen. Zo zouden de suikerrietsector, de Nationale Federatie van Veehouders en supermarktketens hiervan kunnen profiteren. Hetzelfde geldt voor de multinationale ondernemingen die momenteel in het land actief zijn.

Accumulatiemodel

Het huidige model van kapitalistische accumulatie in Colombia werd in de jaren negentig geconsolideerd met het programma van de neoliberale economie. Een agenda met onder meer decentrale financiering en verminderde staatsparticipatie in productie en distributie van energie, gezondheidszorg en andere sociale basisdiensten. Zij het onder handhaving van protectionistische maatregelen voor de oligarchische sectoren van het land. Sindsdien is het groeimodel van Colombia gebaseerd op de uitbuiting van de stedelijke bevolking door tarieven voor consumptiegoederen, energie en openbare diensten. Dit is mogelijk gemaakt door de uitbuiting van het platteland en de plattelandsarbeiders. In Colombia produceert de agrarische sector 70 procent van het voedsel, terwijl maar 1 procent de grote landelijke eigendommen in bezit heeft. De boeren en kleine plattelandsproducenten bezetten minder dan 5 procent van het totale platteland en bezitten gemiddeld minder dan twee hectare land.

Zoals David Harvey stelde in zijn analyse van accumulatie door onteigening, is de expansie van kapitaal in de neoliberale fase gebaseerd op speculatie, roof, fraude en diefstal van sociaal geproduceerde rijkdom. Hoewel deze dynamiek zeker niet uitzonderlijk is voor Colombia, is de accumulatie vooral gebaseerd op de onteigening van duizenden mensen en ontheemden uit hun leefgebieden. Dit treft met name de boeren, inheemse volkeren en Afro Colombiaanse bevolkingsgroepen. Zij maken gedwongen plaats voor grote landbouwgronden, waarmee belastingvoordelen worden verkregen door grootschalige productie van palmolie, biobrandstoffen, dierconcentraties en vlees voor de export.

Als onderdeel van dit model wijst de regering Duque een groot deel van de staatsbegroting toe aan de voortzetting van de interne oorlog in Colombia. Het resultaat van dat conflict is de ontheemding van bijna zeven miljoen mensen en de dood van talloze burgers. Militaire uitgaven maken het mogelijk om feitelijke controle uit te oefenen over bevolkingsgroepen die geen toegang hebben tot publieke voorzieningen.

In dat opzicht heeft het militaire 'anti-verzetsprogramma' een sleutelrol gespeeld door te garanderen dat oliemaatschappijen en de grootgrondbezitters (grotendeels veeboeren) veilig toegang hebben in gebieden die onder guerrillacontrole blijven. Dit programma stelt de Colombiaanse regering ook in staat internationale financiële steun te blijven halen uit de 'war on drugs'.

Systeem in het geding

De huidige stakingsgolf in Colombia is ook een reactie op de steeds meer militaristische en autoritaire koers die het land onder Duque is gaan varen. Naast de moord op de inheemse gouverneur Liliana Peña van het cocaproducerende departement van Cauca, hekelen demonstranten de moord op meer dan elfhonderd boeren, vakbondsleiders, Afro Colombianen en vrouwen sinds de ondertekening van het Havana Vredesakkoord tussen de staat en de FARC guerrillagroep in 2016.

Niet alleen heeft Duque die overeenkomst genegeerd, hij heeft ook een beleid gevoerd van buitengerechtelijke executies volgens het model van 'valse voorwendselen' dat in 2006 de regering van Álvaro Uribe invoerde. Daarbij worden vermoorde burgers vermomd als guerrillastrijders en voorgesteld als 'gevechtsslachtoffers'.

De volksopstand die aanleiding gaf tot de revolutie van februari 1917 in Rusland, begon onder vergelijkbare omstandigheden als in het Colombia van vandaag: een autocratisch, repressief geregeerd land, met een fundamenteel agrarische economie. Een elite die het land in eigendom heeft en zich verrijkt op basis van feodale verhoudingen. Een opkomende stedelijke arbeidersklasse, gevormd door de groei van buitenlands kapitaal in industrieën. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd het rijk in een crisis gestort met wijdverbreide voedseltekorten en hongersnood.

Het was de onderdrukking van de protesten op bevel van de tsaar die leidde tot de dood van honderden demonstranten, hetgeen de woede en verontwaardiging opwekten die uitmondden in de revolutie.

Verbreding protesten

Het repressieve, neoliberale regime van Colombia heerst over een uitgebuite boerensector. De agro-industriële eigendommen zijn in handen van enkelingen. Een verarmde, informeel werkende en vaak werkloze stedelijke arbeidersklasse die moet betalen voor de toegang tot elementaire goederen en diensten. De woede groeit en er is geen teken dat de protesten zullen afnemen, de toekomst van Colombia is onzeker.

De protesten worden steeds gewelddadiger. De afgelopen dagen zijn meer dan twintig mensen gedood door ordetroepen, waren er honderden arrestaties en verdwenen mensen. Duque beval het leger om de protesten in Cali, het epicentrum van de aanval in het zuidwesten, te onderdrukken. Een teken van wat komen gaat.

De protesten hebben de regering ertoe gebracht de wet op de belastinghervorming te schrappen en een nieuwe, naar verluidt minder zware, wet aan te kondigen, maar deze concessies lijken niet langer voldoende en Colombianen blijven op straat om meer te eisen.

Naarmate de protesten voortduren, eisen steeds meer mensen dat de staat zijn geweld tegen en de onderdrukking van demonstranten moet beëindigen en willen ze dat de minister van Defensie aftreedt. Ook eisen ze de vernietiging van de wet gezondheidshervorming. Financiële bemiddeling bij de verlening van gezondheidsdiensten moet mogelijk zijn. Een einde aan de privileges van banken is bitter hard nodig, zo ook van particuliere ondernemingen, milities en politici; dus vooral van degenen die deel uitmaken van de heersende elite.

Hoewel het nog te vroeg is om te weten hoe dit zal eindigen, brengt de toenemende woede over de reactie van de regering op de economische en gezondheidscrisis velen samen: de armen, gezondheidswerkers, studenten, boeren, inheemsen, LGBT's, Afro Colombianen, straatverkopers en informele arbeiders. Na drie decennia te hebben geleden onder één van 's werelds meest gewelddadige neoliberale regimes, beginnen Colombianen zich te verenigen en proberen zij het tij te keren.

Meer informatie:

* fos.ngo/nieuws/colombia-sociaal-protest

* fos.ngo/nieuws/colombiaanse-activisten-slaan-handen-in-elkaar-voor-grondrechten-en-vrede

* www.fnv.nl: fnv-stuurt-brief-aan-mijnbedrijf-cerrejon

(*) Eerder, 4 mei 2021, verschenen bij Jacobin, Amerikaans tijdschrift en website over 'politiek en cultuur': jacobinmag.com –titel: Columbians are in the streets against a violent neoliberal order: Vertaling: Roland Siebe.