Sinds het einde van het multivezel akkoord eind januari 2005, dat de export van textiel van ontwikkelingslanden naar Europa en De USA beperkte, is de Chinese export dramatisch toegenomen. Voor de Europese Commissie was dit aanleiding om op 14 april een speciale procedure te starten. Het commerciële offensief van Peking bereikt ook Afrika. Deze soms agressieve strategie van het Rijk van het Midden, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van het feit dat China een derde wereld land is, wekt verwachtingen, maar is ook omstreden.

Dit stuk van Jean-Christophe Servant (journalist) is afkomstige uit Le Monde Diplomatique van mei 2005, vertaling Tijn van Beurden

De Chinese functionarissen die begin december 2004 de Angolese president José Eduardo Dos Santos bezochten werden nogal in verlegenheid gebracht. Enkele dagen daarvoor had de Britse groep Global Witness bekend gemaakt dat de lening van de Chinese Eximbank van 2 miljard dollar aan Luanda, mogelijk gebruikt zou worden voor andere doelen. Officieel was die lening toegekend om de door dertig jaar oorlog verwoeste Angolese infrastructuur weer op te bouwen (elektriciteit, spoorwegen en overheidsgebouwen). In ruil daarvoor zou China per dag 10.000 vaten olie gaan ontvangen. Een deel van het geld werd aangewend voor regeringspropaganda voor de algemene verkiezingen van 2006. Op 9 december werd onder Chinese druk de zakenman M. Antonio Pereira Mendes De Campos Van Dunem, verzocht zijn post als secretaris van de Angolese ministerraad te verlaten.

In een moment van zwakte week China zo af van het onderliggende principe van haar commerciële intocht in Afrika: geen inmenging in de binnenlandse politiek van de betreffende landen. De Chinees-Afrikaanse betrekkingen kwamen geen moment in gevaar na deze inmenging in een notoir corrupt land, men kon zich beroepen op de druk van internationale investeerders.

Op zoek naar olie

China verbrak zijn betrekkingen met het nieuwe onafhankelijke Angola omdat het te dicht bij de Sovjet Unie zou staan. Dertig jaar later is die vergissing grotendeels hersteld. De oude Portugese kolonie is Chinas tweede handelspartner geworden in Afrika en exporteert 25% van zijn olie naar China. Luanda overweegt zelfs rechtstreekse vluchten naar China en er zou sprake zijn van de bouw van een Chinatown in Luanda om de Aziatische managers te kunnen huisvesten.

Het tegen een rente van 1,5 % over 17 jaar verleende krediet lijkt op korte termijn nadelig voor China. Maar de Chinese ondernemingen zullen het merendeel van de voordelige contracten voor de nationale opbouw binnenslepen. Volgens de bepalingen van het contract moet 30% toegekend worden aan locale ondernemingen legt de onafhankelijke econoom Jose Cerqueira uit. Maar de overige 70% worden dat dus niet. Terwijl de constructie sector een van de weinige gebieden is waar de Angolees werk kan vinden (1).

Tijden veranderen en pragmatisme heeft de retorische ideologie overwonnen in Peking. Buitenlandse handel en economische samenwerking worden voortaan door hetzelfde ministerie behandeld. Tot het midden van de jaren zeventig stond de solidariteit tussen de onderontwikkelde landen van de twee continenten centraal. Kenmerkend voor de Chinese aanwezigheid in Afrika waren de technici, die het broederland dat net van het kolonialisme was bevrijd, kwamen helpen. Vijftien duizend doktoren en meer dan tien duizend landbouwkundige ingenieurs werden zo uitgezonden naar gebieden in de derde wereld die het strijdtoneel waren van de koude oorlog.

China vormde een anti-imperialistisch tegenwicht ten opzichte van het westen en dringt door in delen van de wereld die de Verenigde Staten en de Sovjet Unie links hadden laten liggen. Ambitieuze projecten zoals de spoorweg tussen Tanzania en Zambia werden opgezet en militaire overeenkomsten werden gesloten met zijn ideologische vrienden in Oost Afrika (Ethiopië, Oeganda, Tanzania, Zambia, etc.) en andere belangrijke niet gebonden landen zoals Egypte.
Tussen 1955 en 1977 heeft China voor 142 miljoen dollar aan militair materieel verkocht aan Afrika. Het opende ook de deuren van zijn universiteiten: vijftien duizend Afrikaanse studenten hebben in China gestudeerd sinds het onafhankelijk werd.

In 1977 bereikte de totale waarde van de handel tussen China en Afrika een record van 817 miljoen dollar. In de jaren tachtig, toen de Noordelijke landen en de USSR zich uit Afrika terug trokken en de westerse ontwikkelingshulp halveerde, bleef Peking zijn verbindingen onderhouden. Het concentreerde zich voortaan op zijn buitenlandse handel en investeringen en liet de export niet meer kleuren door revolutionaire opvattingen. Toen de geopolitieke belangen van na de koude oorlog en de onzekerheden in het Midden Oosten de terugkomst van de noordelijke landen veroorzaakten, was China al de werkplaats van de wereld geworden met een begerig oog op de grondstoffen van het continent.

China is nu de tweede grootste verbruiker van olie op de wereld, waarbij meer dan 25% van zijn olieimport uit de Golf van Guinee en het achterland van Soedan komt. De dorst van een land dat 60% van zijn energie zal moeten importeren tegen 2020, kent geen grenzen, zelfs niet als het staten betreft zoals Tsjaad die diplomatieke betrekkingen onderhouden met Taiwan (2). Ofschoon in 2004 slechts 2% van de buitenlandse handel van China met Afrika was, heeft het continent bijzonder voordeel gehad van de opening van China naar de wereld: In de negentiger jaren groeide het handelsvolume tussen Peking en het continent met 700% (3). En sinds de organisatie in 2000 van het eerste Chinees-Afrikaanse forum (4) in Peking zijn meer dan 40 overeenkomsten getekend, die de waarde van handel verdubbelden tot meer dan 20 miljard dollar in de vier jaar tot einde 2004. Tegen het einde van 2005 wordt China naar verwachting de derde belangrijkste handelspartner van Afrika (achter de VS en Frankrijk, maar voor de UK). Een ruime ervaring met projecten van de wereldbank, vormt een bijdrage aan de opbouw in Afrika van een paradigma van globalisering waarvan China voordeel heeft (5)

De 674 Chinese staatsondernemingen die in Afrika opereren, hebben niet alleen geïnvesteerd in profijtelijke sectoren zoals de mijnindustrie, visserij, kostbaar hout en telecommunicatie, maar ook in sectoren die het westen heeft verwaarloosd of zelfs verlaten. Daardoor worden de Zambiaanse kopermijnen Chambezi weer geëxploiteerd en wordt er weer naar olie gezocht in Gabon waar de reserves uitgeput zouden zijn. In 2004 bedroegen de Chinese investeringen in Afrika meer dan 900 miljoen dollar op een totaal van 15 miljard directe buitenlandse investeringen. Duizenden projecten komen er aan; 500 worden uitsluitend geleid door het staatsbedrijf China Road and Bridge Corporation. Daardoor heeft China 43 van de 225 leidende ondernemingen ter wereld in die sector. In Ethiopië opereert China in de telecommunicatie sector; in de Democratische Republiek van Congo heeft China werk gedaan voor de mijnbouw onderneming Gécamine, in Kenya is de weg van Mombassa-Nairobi gerepareerd en de eerste Nigeriaanse satelliet is door China gelanceerd. Acht Afrikaanse landen zijn tot officiële toeristenbestemming benoemd, waardoor de Chinezen gestimuleerd worden die landen te bezoeken.

Naast dit economische en commerciële offensief is er een intensieve diplomatieke campagne geweest. President Hu Jintao heeft in maart 2003 , net aan de macht gekomen, een aandacht trekkend bezoek aan Gabon afgelegd. Verder zijn er al een honderdtal officiële ontmoetingen georganiseerd door de Chinese ministeries van handel en buitenlandse zaken, die beiden: Afrikaanse afdelingen hebben. In landen waar de betrekkingen met westerse landen problematisch zijn, profiteert China van zijn politiek van niet inmenging in binnenlandse affaires. De betrekkingen met Sudan, dat door de Verenigde Naties is veroordeeld aangaande de situatie in Dafur, is kenmerkend voor een strategie die geen last heeft van ethische overwegingen. Mevr. He Wenping is plaatsvervangend directeur van het departement van buitenlandse betrekkingen van het instituut van Afrikaanse studies van Chinese faculteit van Sociale Wetenschappen. Ze verklaart dat de bescherming van de rechten van de mens, uitoefening van de nationale soevereiniteit niet in de weg hoeft te staan. Er is geen twijfel dat het succes van Peking in Afrika deels te danken is aan die zienswijze.

Tien jaar na de komst op de olie velden van Muglad (Zuid Sudan) importeert China 50% van de lokale ruwe olie. Dertien van de vijftien belangrijkste oliemaatschappijen die in Sudan opereren zijn Chinees, van de China National Petroleum Corporation tot de Zhongyuan Petroleum Corporation. Het cynisme van China werd duidelijk toen in september 2004 de VN veiligheidsraad over resolutie 1564 stemde, waarin een embargo werd afgekondigd op wapenverkoop aan Sudan. De Chinese ambassadeur bij de VN dreigde tegen de resolutie te stemmen, uiteindelijk onthield hij zich van stemming . Terwijl de resolutie van de USA al sterk was afgezwakt. Dat incident is een indicatie van de sterkte van de banden tussen de regeringen van Peking en Kartoum.

Een andere manier van zaken doen

Veel Afrikaanse despoten loven de geest van wederzijds respecten de aandacht voor de diversiteit die de handel en samenwerking met China kenmerken. Zo ook Omar Bongo Ondimba, de president van Gabon die al lange tijd bevriend is met China (6). Maar deze safari in het el dorado van Afrika heeft bij de transnationale ondernemingen die traditioneel in Afrika opereerden verontrusting veroorzaakt (7). De USA, die officieel bezorgd is over good governance begint zich te irriteren aan de economische praktijken van China. M. Gal Luft, een specialist in energie-veiligheid en directeur van de neo-conservatieve denktank Institute for the Analysis of Global Security schat dat de Chinezen geneigd zijn hun zaken af te wikkelen op een manier die de Amerikanen en Europeanen beginnen te verwerpen: omkoopsommen en dergelijke onder de tafel betalen. Vandaar de interesse van sommige Afrikaanse landen om eerder met Chinese dan met westerse ondernemingen te werken, die veel beperkter kunnen opereren, sinds het begin van de campagnes zoals Publish what you pay die een grotere financiële transparantie tot doel hebben(8).

Die andere manier van zaken doen, volgens de woorden van Donald Kaberuka, is nog verontrustender voor de NGOs die de westerse werkwijzen in Afrika al veroordeelden. In het verleden werden internationale organisaties zoals de Wereld Bank veroordeeld omdat ze zonder discussie onder zeer strikte voorwaarden leningen verstrekten aan landen, waardoor die landen werden uitgeleverd aan de dictaten van leningverstrekkers. Nu is de situatie omgedraaid met China, die leningen zonder voorwaarden verstrekt met als gevolg dat witte olifanten (doodgeboren projecten) mogelijk worden en er geen enkele financiële transparantie meer is.

Volgens de vertrekkende directeur van het Angolese Care, M. Douglas Steinberg, bieden de voorwaarden waaronder de Chinezen leningen verstrekken veel meer mogelijkheden voor Angola in vergelijking met de vaste voorwaarden van andere overeenkomsten, zoals het IMF. In feite wordt het daardoor voor de regeringsautoriteiten mogelijk om transparantie te vermijden (9). Milieu-organisaties volgen de commerciële ontwikkeling van het land dat de grootste vervuiler is ter wereld en dat weigert het Kyoto protocol te ondertekenen: 60% van de 4 miljoen kubieke meter boomstammen die de Afrikaanse landen exporteren zijn bestemd voor Azië en daarvan is 96% voor China.

De verkoop van Chinese wapens zijn een andere bron van zorg. Na het moordende conflict in Eritrea waar China tegen het einde van de 20e eeuw meer dan een miljard dollar aan contracten had, wordt China ervan verdacht Sudan begin 2000 te hebben gebruikt als afzetgebied voor zijn militaire technologie. China blijft ook militaire steun aan Zimbabwe verlenen, een ander land dat door het westen in de ban is gedaan (10) Verder valt een indrukwekkende concentratie van militaire attachés op, in de landen die lid zijn van de Southern African Development Community (11). Ook hier, blijken de financiële overwegingen belangrijker dan de ideologische en geopolitieke ambities die in de koude oorlog overheersten(12).

Is hetChinees win-win model, dat nieuwe economisch spel waarin volgens Peking niemand kan verliezen, uiteindelijk niet een nieuwe vorm van neokolonialisme, omgeven door de illusies van de Zuid-Zuid ontwikkeling? Sommige Afrikaanse waarnemers zetten vraagtekens bij de grenzen van de Chinese commerciële politiek en de directe concurrentie voor de Afrikaanse economie die bepaalde Aziatische producten veroorzaken, zoals textiel en staal. Zuid Afrika was Chinas eerste handelspartner in Afrika, het verbrak in 1977 zijn betrekkingen met Taiwan als gebaar naar China. Volgens M. .Moeletsi, adjunct voorzitter van het Zuid Afrikaanse Institute of International Affairs van de universiteit van Witwatersrand in Johannesburg, is China tegelijkertijd een aantrekkelijke partner en een huiveringwekkende bedreiging voor Zuid Afrika: Wij kopen producten in ruil voor de verkoop van grondstoffen. En dat kan slechts een voorspelbaar resultaat hebben: een negatieve commerciële balans. Zien we hier niet de herhaling van een oude geschiedenis?(13).

Het tekort op de handelsbalans van Z.uid Afrika met China steeg van 24 miljoen dollar in 1992 naar meer dan 400 miljoen dollar. In september 2004 dreigde een van de leden van de machtige South African Trade Unions de verkopers van Chinese producten te boycotten, omdat ze bijdroegen aan de stijgende werkloosheid. Hetzelfde probleem kan men zien in de avenue Charles de Gaulle in Dakar waar de laag geprijsde Chinese producten -van schoenen tot medicijnen- de trottoirs en etalages overspoelen. En in Lesotho worden de textielfabrieken bedreigd door het einde van de multivezel overeenkomsten in januari 2005. (14)

China heeft hierop geantwoord met beloftes, toespelingen op de geest van Bandung (15) en symbolische maatregelen: sinds 2000 is 10 miljard dollar aan bilaterale schulden kwijtgescholden. Tien duizend Afrikanen volgen opleidingen in Peking, betaald door The Chinese governments African Human Resources Development Fund.(16) China is in toenemende mate betrokken bij de vredeshandhaving operaties, ze heeft in 2004 meer dan 1500 blauwhelmen naar het continent gestuurd, van Liberia tot de Democratische Republiek van Congo (DRC).
China erkent dat de uiteindelijke beslissing wordt genomen door de Afrikaanse Unie, maar ondersteunt wel openlijk de drie Afrikaanse kandidaten Nigeria, Zuid Afrika en Egypte (officieus vooral Nigeria) voor een permanente zetel in de veiligheidsraad.

Een andere grote commerciële stap vooruit wordt tegen 2006 verwacht, met de lancering van de New Asian-African Strategic Partnership (17), die is georiënteerd op de privé sector en waarvan China het meeste profijt zal hebben. En tijdens zijn bezoek aan Gabon in 2004 beloofde de Chinese president economische samenwerking met nadruk op infrastructuur, landbouw en de ontwikkeling van menselijk potentieel. Een vrome wens? Een ding is zeker, Peking zal zich voortaan, net als anderen laten leiden door zijn eigen belangen. Ze zal zich concentreren op samenwerking met landen die veel mogelijkheden hebben, of het nu gaat om grondstoffen, koopkracht of diplomatieke invloed (18).
Hoe zullen de traditionele partners van Afrika reageren op de Chinese aanwezigheid en tot hoe ver zullen ze bereid zijn te gaan. Het is normaal en natuurlijk dat de groeiende Chinese investeringen in Afrika zou kunnen leiden tot een belangen conflict met de oude koloniale machten, verklaart Mevr He Wenping. Maar ik geloof niet dat we ons erg ongerust hoeven te maken. De levensomstandigheden van de Afrikanen verbeteren en helpen met het halen van voordeel uit de globalisering is het gemeenschappelijke doel van mensen en landen over de hele wereld. De bevolking en regering van China willen graag aan dat doel bijdragen. Terwijl de ervaring leert dat dit een lange en moeilijke reis zal zijn.

Volgens het IMF zal Afrika in 2005 zijn hoogste groei in 30 jaar hebben: 5.8%. Dat zal voor een deel te danken zijn aan de Chinese investeringen. Eens de achterhoede basis van de koude oorlog, zal het continent morgen het middelpunt zijn van de intensiever wordende commerciële oorlog?

Noten

1) United Nations Office for the Coordination of Humanitarion Affairs, New York 14 januari 2005.
(2) China heeft met 47 van de 53 Afrikaanse landen diplomatieke betrekkingen.
(3) Zie www.chinafrique.com
(4) Het tweede Chinees-Afrikaanse forum werd in november 2003 in Addis Abeba gehouden. Daar werd de samenwerking tot 2006 geregeld.
(5) Drew Thomson, Economic growth and soft power 7-12-2004.
(6) Ondimba heeft negen staatsbezoeken aan China afgelegd.
(7) Zie Howard French, A resource-hungry China speeds Trade with China. The New York Times, 9-8-2004
(8) Zie het rapport Bottom of the barrel www.catholicrelief.org
(9) Oil backed loan will finance recovery projects 21-2-2005 www.irinnews.org
(10) Een deel van de Commonwealth en de Europese Unie hebben economische sancties tegen Zimbabwe afgekondigd, vanwege de electorale fraude en het politieke geweld. Zie Colette Braeckman le Monde diplomatique, mei 2002.
(11) Angola, Botswana, DRC, Lesotho, Malawi, Mozambique, Namibië, de Seychellen, Zuid Afrika, Swaziland, Zambia en Zimbabwe.
(12) Zie Logan Wright, Seizing an opportunity The Armed Forces Journal, Washington, oktober 2001.
(13) Zie Paul Mooney, Chinas African Safari Yale Global 3-1-2005. (14) Deze overeenkomst, die in 1974 door 47 landen werd ondertekend, biedt ontwikkelingslanden de mogelijkheid een deel van hun textiel productie naar de USA en Europa te exporteren.
(15) Zie Jean Lacouture, Bandung of het einde van het koloniale tijdperk Le monde diplomatique maart 2005.
(16) Dit fonds is gesticht na het eerste Chinees-Afrikaanse forum te Peking in 2000 www.chinafrique.com.
(17) Dit nieuwe partnerschap is gebaseerd op uitwisselingen en samenwerking op een breed politiek vlak.
(18) Zie Marc Aicardi de Saint-Paul, La Chine et lAfrique Géopolitique africaine, nr. 14 Paris 2004.

(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Jean-Christophe Servant.)