Hoe Shell Nigeria met een investeringsverdrag onder druk zette om het lucratieve olieveld OPL 245 te bemachtigen

(Bron: Website SOMO)

In 2011 verwierven Shell en het Italiaanse oliebedrijf ENI voor $ 1,3 miljard samen de vergunning om een groot Nigeriaans olieveld te exploiteren. Volgens het Openbaar Ministerie in Italië was hierbij ook sprake van corruptie en zij begonnen een proces. In september 2018 zijn in dit proces in Milaan al twee verdachten door de Italiaanse rechter veroordeeld. De organisaties The Corner House, Global Witness, HEDA en Re:Common brachten de zaak in Italië aan het rollen en hebben vanwege deze omstreden deal ook in Nederland aangifte gedaan tegen Shell, de huidige CEO Ben van Beurden, en drie oud-bestuurders van Shell.

Tot nu toe is onderbelicht gebleven hoe Shell tussen 2007 en 2011 met een arbitragezaak bij het ‘International Centre for Settlement of Investment Disputes’ (ICSID), een investeringshof in Washington, de Nigeriaanse overheid onder druk heeft gezet om tot een akkoord te komen over olieveld OPL 245. Deze ICSID-procedure was gebaseerd op het Nederland-Nigeria investeringsverdrag (BIT) uit 1992. De zaak had mede tot gevolg dat Shell het grote offshore olieveld tegen zeer gunstige voorwaarden verwierf.

Uit de zaak blijkt ook dat Shell haar complexe bedrijfsstructuur opportunistisch inzet in geschillen. In verschillende rechtszaken tegen Shell trekt het bedrijf de handen af van dochterbedrijven in Nigeria; in deze zaak wordt de link juist gebruikt om bedrijfsbelangen veilig te stellen. ‡‡

SOMO en Milieudefensie reconstrueerden de ISDS-zaak aan de hand van gelekte interne documenten en e-mails.

Download het rapport hier (pdf)

Shell zette Nigeria onder druk om lucratief olieveld te claimen

Shell misbruikte het handelsakkoord tussen Nederland en Nigeria om een lucratief olieveld in handen te krijgen tegen opvallend goede voorwaarden. Dit blijkt uit een rapport van SOMO en Milieudefensie, op basis van interne mails van het oliebedrijf. In 2006 werd de vergunning van olieveld OPL 245 aan een andere partij dan Shell gegund. Uit interne mails blijkt dat Shell een claimzaak op basis van een Nederlands-Nigeriaans investeringsverdrag gebruikte om Nigeria onder druk te zetten om alsnog akkoord te gaan met gunning van het olieveld.

Corruptie

Shell en het Italiaanse ENI betaalden 1,3 miljard dollar voor het olieveld. Een groot deel van het geld kwam niet terecht bij de Nigeriaanse overheid, maar verdween in de zakken van corrupte politici. Shell en ENI zouden daarvan geweten hebben en worden hiervoor inmiddels vervolgd in een Italiaanse strafzaak. Ook het Nederlandse OM onderzoekt de deal.

ISDS in handelsverdrag Nederland en Nigeria

Shell gebruikte voor het indienen van de schadeclaim het handelverdrag tussen Nigeria en Nederland. In dit verdrag is ook het ISDS-arbitragesysteem opgenomen. Dit systeem maakt het mogelijk voor een multinational om een overheid aan te klagen en een schadevergoeding te eisen als het bedrijf vindt dat het benadeeld wordt. Over het verloop van de meeste ISDS-zaken is zeer weinig bekend, maar de interne mails van Shell geven een unieke inkijk in hoe een multinational een ISDS-zaak kan gebruiken om een overheid onder druk te zetten.

Deal met Nigeria

Toenmalig CEO van Shell Jeroen van de Veer dreigde bij de Nigeriaanse president met een schadeclaim als Shell het lucratieve olieveld niet zou krijgen. Uit de mails blijkt echter dat Shell nooit uit was op een schadevergoeding en uitsluitend uit was op een deal met de Nigeriaanse regering om het olieveld alsnog in handen te krijgen. ¨Het is duidelijk dat in bijna alle gevallen een deal meer geld oplevert […] dan een arbitragezaak¨, schrijven de advocaten van Shell in 2007.

Uiteindelijk bindt Nigeria in en krijgt Shell het olieveld tegen zeer gunstige voorwaarden. Een aantal weken later trekt Shell de schadeclaim in. Nigeria loopt naar schatting 4,5 miljard dollar aan belastinginkomsten over het olieveld mis, ten opzichte van de oorspronkelijke overeenkomst, blijkt uit onderzoek van Resources for Development Consultancy.

Freek Bersch, campagneleider bij Milieudefensie: ¨Shell’s honger naar olie kent geen grenzen. Ze chanteren met schadeclaims, sluiten deals waar smeergeld aan te pas komt en pompen enorme olievoorraden op waarmee Shell het klimaat wederom aan zijn laars lapt.¨

Bart-Jaap Verbeek: ¨Jarenlang beweert Shell dat het geen juridische binding heeft met hun dochterbedrijven in Nigeria. Deze zaak laat zien dat ze zeer opportunistisch omgaan met hun complexe structuur.¨

SOMO en Milieudefensie zijn allebei betrokken bij de campagne ‘Geen VIP-rechten voor multinationals, kies voor mens en milieu!