De boeren zijn weer boos, en iedereen heeft er natuurlijk een mening over en die meningen knallen nogal op elkaar. Veel van de ‘stedelingen(*)’ vinden dat de boeren niet moeten zeuren omdat ze zelf onderdeel van het probleem zijn en daarom maar eerst met een alternatief moeten komen. Het is zeer de vraag of we dat van die boeren moeten en kunnen verwachten (**). Maar hoe dan ook: er ligt plotseling een plan (of een opzet daartoe) onder de titel ‘Groenboerenplan’.

(Foto koe: Hindrik Sijens, Flickr CC2.0)


*) Met stedelingen wordt hier bedoeld: degenen die niet direct dagelijks met het boerenbedrijf in aanraking komen, maar wel hun produkten zo goedkoop mogelijk in de supermarkt verwachten aan te treffen. Of de biologische variant daarvan. Als we de hilarische taferelen van GroenLinks in Amsterdam bezien, die momenteel bezig is om de Lutkemeerpolder te asfalteren, begrijpen we heel goed dat boeren van hen geen moreel verhaal lusten over hoe ze zich dienen te gedragen. Verder is het een idiote schematische tegenstelling, die door de corporate Lanbouw-professor Louise Fresco wordt ingezet

**) Door niet de burgers al te zeer lastig te vallen met acties, maar het grootwinkelbedrijf en mogelijk Schiphol, hebben ze in ieder geval een goeie richting voor de acties gevonden. Een oplossing in deze neoliberale ellende is daarmee echter nog niet gevonden en zo lang ze extreemrechtse politici in hun kringen tolereren en ontkennen dat er uberhaupt een milieu- en klimaatprobeem is, hoeven ze niet op sympathie uit linkse kring te rekenen. Maar het probleem is door jarenlang neoliberaal landbouwbeleid veroorzaakt, dus door de VVD en de PVDA (CDA niet te vergeten) die dat als oplossing propageerden. Ze werden daarbij geholpen door de landbouwlobby, met vooraan de LTO, gesteund door big business. Dus als ze nog doelen zoeken voor blokkades door trekkers, moeten ze vooral daar zijn.

Het Groenboerenplan is niet opgestelde door die lieden op hun trekkers, maar door 2500 boeren uit de biologische sector.

Via dagblad Trouw vonden we een pdf van het plan dat vandaag gepresenteerd wordt

Hieronder gekopieerd:

Groenboerenplan: 10 Aanbevelingen voor een nieuw perspectief voor boeren
en tuinders

“Kies nu voor een échte omslag van ons landbouw- en
voedselsysteem.”

Terwijl het aantal boeren in Nederland de afgelopen 50 jaar is gedecimeerd, groeit tegelijkertijd een beweging van boeren en tuinders die werken aan een duurzame landbouw met meer nadruk op plantaardige voeding en afzet in de korte keten. Pioniers die soms al decennia werken aan een landbouw met een wezenlijke bijdrage aan ons welzijn vanuit een plattelandscultuur die mensen verbindt. Inmiddels is er ook een nieuwe generatie boeren die daar op hun eigen wijze invulling geven.

Deze pioniers delen hun visie en ervaring graag met de ministers Staghouwer en Van der Wal om zo bij te dragen aan een overheidsbeleid dat perspectief biedt voor alle boeren die mee willen in de landbouwtransitie. Het klimaat, de bodem- en waterkwaliteit, de biodiversiteit: het zijn allemaal onderwerpen die de landbouw in het hart raken. Er is een grote urgentie om het produceren van voldoende en gezond voedsel vanuit een vitale landbouwsector veilig stellen voor de generaties na ons.

Kernpunten om tot een omslag te komen én perspectief te bieden:
Landbouw en natuur zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Boeren die grondgebonden werken, geen of heel beperkt gebruik maken van geïmporteerd veevoer en afzien van kunstmest en chemie hebben een rijke biodiversiteit en bodemkwaliteit nodig om hun oogst te beschermen tegen ziektes en plagen. Deze boeren leveren ook een grote bijdrage aan dierenwelzijn, bodem- en waterkwaliteit, leggen koolstof vast en stimuleren biodiversiteit. Ze dragen bij aan voedselzekerheid en zorgen in samenhang met natuurgebieden voor een platteland waar natuur en landbouw hand in hand gaan. Ook boeren ‘in transitie’ kunnen stap voor stap bijdragen aan deze thema’s. Dat is de inzet van onderstaande aanbevelingen.

1) Duurzaam boeren kan alleen als er een eerlijke prijs wordt betaald. Zorg daarom voor belasting op niet duurzaam geproduceerd voedsel voor de externe kosten die het met zich meebrengen en maak daardoor duurzaam geproduceerde producten relatief goedkoper. Een mix van heffingen op ongewenste externe effecten, differentiatie met BTW en betalingen voor maatschappelijke diensten is een randvoorwaarde om te zorgen dat duurzaamheid loont. Hier draagt de gehele keten een grote verantwoordelijkheid. Als de prijzen worden gecorrigeerd naar de daadwerkelijke kosten, zal iedere consument graag voor de duurzame (biologische) producten kiezen. Ook fiscale maatregelen die nu veelal gericht zijn op investeringen in schaalvergroting en productieverhoging moeten worden omgebogen om de gecombineerde maatschappelijke opgaves te realiseren.

2) Richt je met beprijzen en wetgeving op bronmaatregelen. Een grote groep boeren laat zien dat dierwaardige landbouw zonder kunstmest of bestrijdingsmiddelen en geen of beperkte import van veevoer prima mogelijk is. Ook reductie van stikstof begint bij het terugdringen van import van veevoer en toepassing van stikstof-kunstmest. Technologie kan behulpzaam zijn in de landbouw, maar moet dienend zijn aan systeemoplossingen en  dierenwelzijn. De beloftes voor inzet van nieuwe technologie zijn vaak sterk gekleurd vanuit de financiële belangen van de leveranciers en kredietverstrekkers. De noodzakelijke omslag van ons voedselsysteem zal onvermijdelijk ook een verschuiving betekenen van het verdienmodel van toeleveranciers en afnemers, naar een verdienmodel voor de boer en zijn omgeving.

3) Streef naar een grondgebonden landbouw en sluit de kringloop in de vorm van volledig plantaardige of gemengde bedrijven of koppelbedrijven die mest en voer uitwisselen. Daarnaast is er ruimte voor een sterk gereduceerde varkens- en pluimveesector die vooral vanuit reststromen worden gevoerd en waar dieren op een dierwaardige manier worden gehouden. Laat grote, intensieve veebedrijven met weinig of geen grond, die vaak de grootste piekbelasters zijn, als eerste in aanmerking komen voor uitkoop. Bij het sluiten van de kringloop hoort onderzoek naar het terugbrengen van humane mest in de kringloop en het voorkomen van voedselverspilling.

4) Zorg voor maatwerk en duidelijkheid met oog voor de boeren die deel van de oplossing zijn.
Geef boeren die willen stoppen een passende vergoeding voor hun bedrijf. Maar borg als overheid dat die gronden, al dan niet als landschapsgrond, beschikbaar komen voor boeren, ook eerste generatie boeren, die de gecombineerde maatschappelijke opgaves dienen. Boeren die vanwege hun bedrijfsmodel niet of nauwelijks bijdragen aan de problemen en juist inhoud geven aan het perspectief moeten - in lijn met de recentelijk aangenomen motie in de Tweede Kamer hierover - zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen dat ze door kunnen met hun bedrijf. Dat biedt ook perspectief voor nieuwe boeren en boeren die de omslag nog gaan maken.

5) Zorg voor ondersteuning voor iedere boer die zich verder wil ontwikkelen op het pad van verduurzaming. Zowel op teelttechnisch als bedrijfseconomisch- en sociaal-psychologisch vlak. Geef daarbij ook duidelijke richtlijnen over de tijdshorizon voor verandering en zorg voor onafhankelijk advies. Hiervoor zijn relevante voorstellen uitgewerkt door Boerenperspectief en de Plaatsen. Benut en waardeer daarbij de kennis en ervaring van boeren die verschillende vormen van kringlooplandbouw al hebben ontwikkeld of hiermee experimenteren. Stimuleer en erken
collegiale toetsing. Een waardevolle, stimulerende en ook bindende vorm voor de ontwikkeling van een boerenbedrijf. Gebruik deze methode als waardevol alternatief voor externe controleurs die straks de scores op de KPI’s gaan turven.

6) Zorg voor voorlichting over duurzame voeding, leg reclame voor ongezonde voeding aan banden en geef als overheid het goede voorbeeld met inkoopbeleid. Zorg voor een stimuleringsbeleid om het aandeel biologisch, plantaardig en duurzaam lokaal voedsel in het bestedingspatroon van burgers fors te verhogen in lijn met de Europese Farm to Fork strategie. En stimuleer een gezond voedselpatroon, ook door reclame voor ongezonde voeding aan banden te leggen. Wees alert op greenwashing met nieuwe termen die niet vanuit ofwel een directe boer-burger verbinding komen ofwel middels onafhankelijke keurmerken worden geborgd. Geef als overheid als ‘launching costumer’ het goede voorbeeld met een duurzaam inkoopbeleid voor overheidsinstellingen en met subsidies ondersteunde partijen. Zo draagt de overheid direct bij aan het creëren van een substantiële markt voor deze producten.

7) Versterk de positie van de boer in de korte keten. Investeer in gezamenlijke klimaatneutrale regionale transportsystemen, in transparantie over de mate van duurzaamheid van de lokale boeren en producenten en ondersteun effectieve (digitale) verkoopkanalen. Zorg in de eerste ontwikkelfase voor afstemming van vraag en aanbod voor lokale producten door regie te voeren per gebied. Als de boer een serieus alternatief verkoopkanaal heeft versterkt dit zijn of haar relatie tot de andere ketenpartijen zoals supermarkten.

8) Grondbeleid moet ten dienste staan van duurzame landbouw. Extensieve landbouw kan niet tot bloei komen zonder toegang tot betaalbare grond. De grondprijzen zijn extreem hoog. Zorg met fiscaal aantrekkelijke instrumenten voor investeringen in landbouwgrond door bijvoorbeeld gespecialiseerde grondbanken of pensioenfondsen, op voorwaarde dat deze gronden voor reële vergoeding langjarig worden verpacht aan boeren die aantoonbaar rekening houden met de natuur. Dit geeft ruimte aan een nieuwe generatie boeren die als gevolg van de huidige grondprijzen onmogelijk een duurzaam bedrijfsmodel kunnen realiseren. Herzie hiervoor ook de pachtwet, zodat deze dienend wordt aan de lange termijn opgaves en uitputting van bodems middels kortlopende pacht wordt voorkomen.

9) Veranker de principes van natuur-inclusief boeren in het agrarisch onderwijs en betrek boeren bij het onderzoek naar de transitie. Het agrarisch onderwijs zal als vertrekpunt moeten nemen hoe je als toekomstige boer klimaatneutraal en dierwaardig kan boeren op basis van de ecologische draagkracht van de omgeving. Daarnaast is er behoefte aan participatief onderzoek naar vormen van agro-ecologische, biologische en natuurinclusieve bedrijfsvoering. Het huidige model van ‘topsectoren’ onderzoek, waarbij een groot aandeel aan private financiering wordt vereist, leidt tot eenzijdig onderzoek met bestaande commerciële belangen. Onderzoek naar nieuwe vormen van waardencreatie komt zo niet tot stand. Financier maatschappelijk relevant onderzoek en betaal de  deelnemende boeren die hun kennis en ervaringen willen delen.

10) Zorg voor rechtvaardige, passende en stimulerende wet- en regelgeving. De huidige wet- en regelgeving is vooral gericht op een industriële landbouw en de voedingsmiddelenindustrie. Het heeft geleid tot hinderende wetgeving en subsidieprogramma’s die niet aansluiten, vrijwel onhaalbare vereisten voor de omgang met vee en onnodige administratieve lasten voor kleinschalig werkende boeren en boeren met gemengde bedrijven. Zorg daarom voor een ander wetgevend kader gebaseerd op vertrouwen en passend beleid voor duurzame boeren en geef zo ruimte voor een natuurvriendelijke werkwijze. Maak het daarmee ook aantrekkelijk voor andere boeren om naar deze vorm van landbouw over te stappen. Wees qua beleid consequent op nationaal, Europees en mondiaal niveau. Pleit voor gelijkwaardige criteria voor import en het sluiten van de Europese grenzen voor producten die niet aan onze eigen standaarden voldoen. Pas die criteria ook toe bij projecten in derde landen.

Woensdag 6 juli 2022
Ondertekend door:
Biohuis, Caring Farmers, Federatie van Agro-ecologische Boeren (BD-Vereniging, Bio-Tuinders Vereniging, Bio-Vegan Netwerk, CSA Netwerk Nederland, Vereniging Toekomstboeren), Herenboeren Nederland

Ondersteund door:
Bionext, Land & Co, Louis Bolk Instituut, Stichting Aardpeer, Stichting BD-Grondbeheer, Stichting Demeter, Stichting Land van Ons, Stichting Lenteland, Stichting Warmonderhof, Transitiecoalitie Voedsel, Triodos Bank