Het onvermogen van de WTO-onderhandelingen in Buenos Aires om tot een resultaat van enige betekenis te komen, is een overwinning voor de bevolking. Dit is een duidelijke en significante terreinwinst tegen de WTO en haar expansionistische anti-ontwikkelings-agenda.

(Door Focus on the Global South (bron) foto met dank aan Javier Echaide, vertaling globalinfo.nl)

(MC11 = Elfde Ministeriële Conferentie van de WTO)

Focus on the Global South voegt zich bij talloze volksbewegingen uit de hele wereld tegen de WTO en vrijhandel in het vieren van de mislukking van de onderhandelingen, omdat dat een dreun is voor het neoliberale, door grote bedrijven aangestuurde project van economische globalisering.

We zagen in Buenos Aires dezelfde arrogante ‘graag of helemaal niet’-houding van de grootste spelers. Wij zijn één met diverse basisbewegingen in het aan de kaak stellen van het unilateralisme van de Verenigde Staten en het chauvinisme van de regering Trump die voortgaan met het voorkomen dat er zinvol overleg wordt gepleegd over kritieke kwesties zoals publieke aanschaf van voedsel, lonende prijzen voor de kleine boeren, en waarborgen tegen het dumpen van landbouwproducten en prijsvolatiliteit in ontwikkelingslanden. Dat de MC11-besprekingen beëindigd werden door de Amerikaanse afwijzing van de voorgestelde permanente oplossing op het gebied van voedselzekerheid, onderstreept alleen de volstrekte minachting van enkele rijke landen jegens kwesties die van belang zijn voor de ontwikkelingslanden.

We moeten echter ook het multilateralisme van de WTO verwerpen dat de laatste twee decennia toezicht heeft gehouden op een agressieve agenda voor economische liberalisering, en de ontwikkeling van de mondiale handelsregels die de wereldwijde ongelijkheid verder hebben verergerd en het vermogen van de staten - vooral in arme landen - heeft verzwakt om handel te bevorderen in de context van hun eigen ontwikkelingsdoelen. Het multilateralisme van de WTO geeft blijk van een enorm democratisch tekort, waar de besluitvorming is geconcentreerd in de handen van een paar rijke en machtige landen die de handelsagenda bepalen,  gesteund door de belangen van de multinationals.

De 11e ministeriële conferentie van de Wereldhandelsorganisatie begon met een vurig pleidooi van de  voorzitter en gastheer van de conferentie, de Argentijnse minister van Handel Susanna Malcorra, om "de burgers te betrekken en zich hard te maken voor de positieve zaken die handel brengt voor de economische groei en ontwikkeling." Maar in de dagen voor de opening van de conferentie gingen de krantenkoppen vooral over de beslissing van de regering-Macri in Argentinië om een aantal maatschappelijke organisatie te verbieden om de MC11 bij te wonen, zogenaamd vanwege "gewelddadige neigingen." Nu ze er zelfs niet in geslaagd zijn om een ministeriële slotverklaring te produceren,  is het verhaal in Buenos Aires dat van een instelling die duidelijk het contact heeft verloren met de werkelijkheid, en de behoeften en aspiraties van de mensen.

De pressie voor nieuwe onderwerpen

 

Een aantal nieuwe onderwerpen werd in Buenos Aires ingebracht door rijke landen, terwijl de lang geleden aangegane verplichtingen ten opzichte van billijkheid in de marge bleef hangen. In de eerste plaats was er een pressie voor nieuwe handelsregels voor de wereldwijde e-commercemarkt die vele miljarden dollars bedraagt. Er is een wild gevecht gaande tussen de grootste e-commerce-bedrijven om regels af te spreken binnen de WTO die hun concurrentiepositie veilig kunnen stellen en hun voorsprongspositie kan zeker stellen.  Wat echter nodig is door de meerderheid van de bevolking zijn handelsregels met strengere nationale regelgeving voor investeringen die de belangen waarborgen van de armen en gemarginaliseerden, niet regels die de grote bedrijven goed uitkomen. Voor ontwikkelingslanden die nog steeds vechten voor basisbehoeften zoals water en elektriciteit, en waar de burgers nog steeds kampen met honger en ziekten op een dagelijkse basis, worden de eisen voor eerlijke handelsregels gevestigd op de naleving van deze basisbehoeften in plaats van de zoektocht naar het veiligstellen van meer winst voor bedrijven.

De oude kwestie van ontwikkeling

 

De fictie van de Doha Ontwikkelings Agenda (Doha Development Agenda , DDA) ronde - dat het een instrument zou kunnen zijn voor ontwikkeling, en dat op een of andere manier de uitvoering van de afspraken van Doha van de WTO kan worden hervormd om de fundamentele problemen van ongelijkheid en armoede aan te pakken  - moet eens en voor altijd te rusten worden gelegd, begraven onder het puin van 20 jaar mislukte beloftes.
In 2001, werd de zogenaamde "ontwikkeling agenda" in de lucht gehouden en gebruikt om ontwikkelingslanden binnenboord te halen voor wat in wezen een nieuwe ronde was van liberalisering van de handel. Maar zoals velen van ons al verzekerd hebben de laatste 16 jaren, ging de Doha Ontwikkelings agenda nooit over ontwikkeling, en zal ze dat ook nooit doen. Het feit dat ontwikkelingslanden in Buenos Aires in 2017 nog steeds moesten vechten om hun rechten te verdedigen op het gebied van landbouw, voedselzekerheid, volksgezondheid en de toegang tot medicijnen, maakt het drama duidelijk van het faillissement van de WTO en de Doha-ronde van vergaderingen.

Het is een vergissing om de Doha-ronde te zien als een strijd om de vraag of de belangen van ontwikkelingslanden kunnen worden besproken onder hoede van de WTO in het kader van een meer ambitieuze en uitgebreide handels- en investeringsagenda. Het Doha-pakket bevat niet de eisen van bevolkingen uit de hele wereld en de Doha-ronde was vanaf de eerste dag van die onderhandelingen een defensieve strijd voor de ontwikkelingslanden. Het is nu tijd voor ontwikkelingslanden om het offensief op zich te nemen, in naam van de soevereiniteit van de bevolking en van ontwikkeling.

In de aanloop naar MC11 in Buenos Aires verwierf de ontwikkelingsagenda nieuwe namen: midden- en kleinbedrijf, vrouwen en ontwikkeling, visserijsubsidies, investeringsfacilitering voor ontwikkeling, het waren allemaal niets meer dan pogingen om de diepgewortelde grote bedrijven-agenda mooi te verven. Naarmate deze nieuwe onderwerpen naar voren kwamen, werden oudere problemen verder begraven. Landbouw zal altijd een centraal terrein van de strijd blijven in de WTO. De richting die de Doha-ronde-onderhandelingen de afgelopen jaren genomen heeft op het gebied van de landbouw, is een duidelijk bewijs van het anti-ontwikkelingskarakter van de onderhandelingen en van de WTO. Bij de landbouwonderhandelingen is in toenemende mate geprobeerd de rechten van boeren te ondermijnen, het vermogen van staten om ontwikkeling en landbouw op het platteland te bevorderen uit te roeien, en lokale voedselsystemen te verzwakken ten gunste van bedrijfsmatige, vercommercialiseerde landbouw voor grote bedrijven.

 

Verzet en alternatieven van de bevolking

De volledige mislukking van de WTO-onderhandelingen te midden van de toenemende frustratie en het pessimisme van de lidstaten vormt een groot contrast met de hoop en het optimisme die de discussies op de Peoples Summit in Buenos Aires kenmerkten. Daar werden eenheid en consensus gesmeed rond een gemeenschappelijke verklaring die het besluit uiteenzette om door te gaan met het opbouwen en versterken van basisbewegingen; om gemeenschappelijke strijd te ondersteunen; de neoliberale agenda op alle fronten te weerstaan, en; om de alternatieven vanuit de bevolking te ontwikkelen en te verrijken. Het falen van de WTO in Buenos Aires geeft ons het momentum om verder te gaan.

Focus op het Global South,
Vrijdag 15 december 2017