Verkeert de andersglobaliseringsbeweging in ademnood? Een pleidooi voor een tweetandige strategie.


Aan de vooravond van de informele mini-conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Montreal, kondigde Pierre Pettigrew, de Canadese minister van Handel, de dood van de andersglobaliseringsbeweging aan. Deze minitop werd georganiseerd om te verhinderen dat de 'echte' Vijfde Ministeriële Conferentie van de WTO, die aanstaande september in Cancun (Mexico) plaatsvindt, op een fiasco zou uitdraaien. De aanloop naar Cancun verloopt immes bijzonder stroef, vandaar dat er een aantal zorgvuldig geselecteerde landen werden uitgenodigd voor een onderonsje. Ondanks het feit dat deze top inderhaast gepland was, trotseerden in Montreal een tweeduizendtal radicale andersglobalisten de plaatselijke repressietroepen. Enkele weken later kwamen 200.000 hoofdzakelijk Franse andersglobalisten samen op het festival in het Zuid-Franse Larzac. De meest opgemerkte aanwezigen waren de populaire andersglobalistenband Manu Chao en José Bové, de zopas vrijgelaten kaasboer en tevens één van de coryfeeën van de beweging. Montreal en Larzac zijn een voorsmaakje van het protest waar de 'Heersers der Aarde' zich in Cancun mogen aan verwachten. Denken we daarnaast ook aan de massale protesten tegen de Oorlog in Irak, met als hoogtepunt de betogingen op 15 februari die wereldwijd 10 miljoen mensen op de been brachten. De beweging is dus lang niet dood. Meneer Pettigrew heeft zich duidelijk vergist.

VAN HET TOPHOPPEN NAAR EEN TWEETANDIGE STRATEGIE

Toch ventileert Pettigrew in zekere zin een gevoel dat misschien ook door sommige progressievere mensen wordt gedeeld. Verkeert de andersglobaliseringsbeweging in ademnood? Was het niet de zoveelste hype die ondertussen al flink geluwd is? Een juist antwoord geven op deze vragen is geen sinecure. Bovendien hangt veel ervan af welke definitie men hanteert van 'de andersglobaliseringsbeweging' en welke verwachtingspatronen men er van heeft.

Een beweging van bewegingen

Eerst en vooral kan men eigenlijk niet spreken van één beweging; veeleer betreft het een internetachtige mozaïek van bewegingen, organisaties, actiecollectieven, individuen, een multitude van onaangepasten en uitgeslotenen etc. die allen overtuigd zijn dat de uiteenlopende problemen waarmee ze dagelijks geconfronteerd worden het gevolg zijn van een ondemocratisch globaliseringsmodel dat hen van bovenaf wordt opgelegd. Deze beweging vormt een 'beweging van bewegingen': diffuus, zonder centraal comité, meerkoppig, en daarom onmogelijk te onthoofden.

De andersglobaliseringsbeweging kan men evenmin herleiden tot de mediagenieke seriële massaoptredens in Seattle, Washington, Genua etc. of tot de jaarlijkse samenkomsten van het Wereld Sociaal Forum (Porto Alegre 2001, 2002, 2003). Al deze bijeenkomsten vormen slechts het zichtbare topje van een ijsberg van mondiaal verzet, waaraan tal van massaorganisaties uit het Zuiden eveneens deelnemen (cfr. landloze boeren in Brazilië, inheemse volkeren zoals de Zapatisten, boerenbewegingen in India, piqueteros in Argentinië).

McProtest

Het neoliberalisme verkeert vandaag in een legitimiteitscrisis. Bijna niemand durft nog openlijk dit model verdedigen. Zelfs de systeembeheerders beseffen dat zij grondige wijzigen aan de architectuur van de global governance moeten uitvoeren, teneinde te verhinderen dat het boeltje in elkaar klapt. De eerste fase van de groei van de andersglobaliseringsbeweging is dus voltooid: het aan het licht brengen van de mislukkingen van het hedendaagse globaliseringsmodel. Binnen de beweging is bijna iedereen het er min of meer over eens dat dit model op alle vlakken ziek is:

* Sociaal-economische dualisering: de ongelijkheid neemt toe zowel tussen als binnen landen;
* Democratisch deficit: verantwoordelijkheid wordt steeds verder weggedelegeerd naar ondemocratisch functionerende instellingen zoals het IMF, de Wereldbank en de WTO; terwijl multinationale ondernemingen zulke buitenproportionele macht hebben dat zij het beleid van een land drastisch kunnen beïnvloeden;
* Ecologisch deficit: het neoliberalisme poogt een consumptiegerichte levenswijze uit te voeren naar de hele wereldbevolking die wegens het beperkte ecologische draagvlak van de aarde helemaal niet te veralgemenen is (wellicht dé Achilleshiel van het neoliberalisme!);
* Cultureel deficit: het neoliberalisme vernietigt lokale culturen en legt een geuniformiseerde McDonalds-levenswijze op, hoewel als gevolg van de combinatie van 'postmoderne' en 'premoderne' elementen ook nieuwe hybride culturen het levenslicht zien;
* Moreel-menselijke verschraling: de loodzware prestatiedruk, de daarmee verbonden faalangst en de sluimerende agressiviteit stimuleren een soort psychosociale neerwaartse spiraal die leidt tot de verdere vervreemding van de arbeid, de medemens en de natuur, en uiteindelijk ook van zichzelf;
* Genderdeficit: neoliberale beleidsmaatregelen zoals de Structurele Aanpassingsprogamma's van het IMF hebben in het Zuiden geleid tot een verslechtering van de politieke, sociale en economische positie van de vrouw;
* Vredesdeficit: oorlogen zijn noodzakelijk om de winstcijfers van de wapenindustrie te bestendigen; burgeroorlogen in Afrika worden gestimuleerd om de plundering van de grondstoffen te vergemakkelijken; een nieuwe anti-Islamideologie vervangt de Koude-Oorlogsretoriek als legitimatie van de gigantische oorlogsuitgaven.

Ondanks de reële legitimiteitscrisis van instellingen zoals de WTO, het IMF en de Wereldbank, blijft dit model, hoe paradoxaal het ook moge klinken, tot op heden nog steeds hegemonisch. Anderzijds stellen we vast dat er sinds recent een evolutie aan de gang is waarbij de haviken uit de VS een poging ondernemen om de huidige 'multilaterale' globalisering (in het belang van alle elites ter wereld) uit te hollen en ze te vervangen door een unilateraal model (ten voordele van beperkte nationale elites uit de VS). Het is op dit moment koffiedik kijken; maar het is mogelijk dat de VS in Cancun pogingen zal ondernemen om de WTO te ondermijnen, niet omdat haar regels oneerlijk zijn maar veeleer omdat ze niet oneerlijk genoeg zijn. George W. Bush wenst ogenschijnlijk een 'multilateraal' handelssysteem te vervangen door een 'imperiaal' stelsel, waarin zijn belangen nog beter behartigd kunnen worden. Dit plaatst de andersglobaliseringsbeweging voor een moeilijke situatie. Doch dit even terzijde.

Wat er ook van zij, het verstoren van een aantal tops van de Groten der Aarde is niet langer voldoende.'Van de ingegooide ruiten bij McDonalds tot de reuzenpoppen lijken ze iets van een McProtest te krijgen', stelt Naomi Klein in No Logo (2001). We botsen hier op de limiet van deze actievorm. Bovendien dwingt het feit dat de neoliberale instellingen onze agenda schijnen te bepalen, ons tot een defensieve opstelling. Dit kan al snel een gevoel van machteloosheid en demotivatie in de hand werken, vooral in het geval er geen zichtbare directe resultaten totstandkomen. Daarbij komt dat er slechts een zeer kleine minderheid van de bevolking in de mogelijkheid verkeert deze verre reizen te ondernemen of zich wenst bloot te stellen aan de potentiële orgieën van geweld die met deze (tegen)tops geregeld gepaard gaan. De afhankelijkheid van de bereidwilligheid van de media om te berichten over deze manifestaties en tegentops, vormt een ander belangrijke tekortkoming van deze actievorm. Wellicht is de afkalvende berichtgeving over de altermondialisten één van de oorzaken waarom sommigen van mening zijn dat de beweging aan het doodbloeden is. In wezen klopt dit natuurlijk niet. De reden waarom de media minder aandacht aan ons schenken, is simpelweg omdat het nieuwe er een beetje af is. En zoals we allen weten, kicken de media, net zoals kleine kinderen, op steeds nieuwe ervaringen.

Tweetandstrategie

De eerste fase van de andersglobalistenbeweging moet dus overstegen worden. Dat betekent niet dat we de grote tops vanaf heden moeten laten voor wat ze zijn. Integendeel, de vastberaden en militante aanwezigheid op de vanitasvertoningen van WTO en co blijft van ontzettend belang. Betogen is echter niet voldoende. Zoals we reeds schreven in Ya Basta! (Dessers, Dumolyn & Jones, 2002), bestaat de grote uitdaging voor de beweging om het 'anti-verzet' te verankeren in de maatschappij en het te vertalen in concrete tegenprojecten en praktijken. De enige gezonde weg voorwaarts is dan ook dat het globale en het lokale verzet samenkomen. Wat we vandaag beschouwen als de andersglobaliseringsbeweging, moet omgevormd worden tot duizend en één lokale bewegingen en organisaties die ook op het concrete microniveau weerstand bieden aan de neoliberale politiek. De verdere opmars van de beweging vereist dus een tweetandige strategie: globaal en lokaal verzet, macropolitieke én micropolitieke strijd. De strijd tegen de GATS-akkoorden vormt daar een mooie illustratie van.

WE KNOW WHAT THEY DON'T WANT, BUT WHAT DO THEY WANT?

Een tweede belangrijke reden waarom sommige criticasters nogal meewarig doen over deze beweging, is hun onvrede bij het zien van zoveel chaos, decentralisatie, gebrek aan leiderschap of gedeelde ideologieën: 'diffuus, non-lineair, met een gebrek aan focus' (Klein, 2002). Zij beschuldigen de beweging dat ze geen programma hebben en daarom ad infinitum tot machteloosheid veroordeeld zijn. In de Angelsaksische wereld komt dit tot uiting met de eindeloos gestelde vraag: 'We know what they don't want, but what do they want?' Vanuit het perspectief van de macht wordt een verzetsbeweging pas écht geloofwaardig wanneer zij meedoet aan de wedloop om de machtsposities te veroveren. Deze afwijzing van het klassieke politieke bedrijf door vele radicale andersglobalisten evoceert tal van discussies binnen de beweging zelf. Sommigen nemen de kritiek vanuit de top ter harte en komen dan maar zelf op de proppen met een tienpuntenprogramma dat ze vervolgens trachten op te dringen aan de rest van de beweging. Anderen beschouwen de huidige diversiteit binnen de beweging als een onnoemelijke zwakte die dringend te boven moet gekomen worden. Met hun vingertje in de hoogte komen zij dan betweterig aandraven: 'Laten we serieus blijven, laten we ons organiseren, laten we ons structureren en centraliseren.'

De kwestie van de macht

Wij zijn het daar alvast niet mee eens. De 'twee-stappen-strategie' - eerst de macht grijpen via een strak georganiseerde voorhoedeorganisatie, daarna de wereld van daaruit veranderen - is naar de prullenmand van de geschiedenis verwezen. De mislukking van de marxistisch-leninistische of maoïstische guerillabewegingen, de nationalistische bevrijdingsbewegingen in het Zuiden evenals de inkapseling van de sociaal-democratie in het Westen zijn daar het levende bewijs van. De kwestie van de macht staat centraler dan ooit. Zoals bekend is de andersglobaliseringsbeweging in ruime mate schatplichtig aan de Zapatistische filosofie: 'Het is niet noodzakelijk de wereld te veroveren. Het volstaat dat wij haar nieuw maken.' Hun doel is 'de opbouw van een politieke praktijk die niet de machtsovername beoogt, maar de organisatie van de maatschappij'.

Veranderingen vanuit de top die geen steun genieten aan de basis zijn steeds gedoemd tot mislukken. Een meer rechtvaardige maatschappij moet groeien vanuit de multipliciteit van concrete levenswijzen en situaties van de mensen zelf. Tal van auteurs benadrukken het belang van de ontwikkeling van non-kapitalistische micropraktijken, hier en nu, waardoor nieuwe waarden zich kunnen kristalliseren vanuit de basis. De totstandkoming van dergelijke waarden en alternatieve verlangens - Anders Gaan Verlangen ? - is van essentieel belang: het kapitalisme zit in elk van ons; in de mate dat we in ons dagelijks leven voortdurend worden verplicht contractuele en utilitaire verbanden met anderen aan te gaan. Er bestaat geen Rood Boekje met de toverformules waarmee dit alles kan bewerkstelligd worden. Aubenas en Benasayag beschrijven in Verzet als scheppende kracht (2003) deze nieuwe uitdaging op de volgende wijze: 'Wij bevinden ons niet langer in het kader van de klassieke revolutionaire strijd die stelde: wij voeren strijd want wij hebben een alternatief model, een plan van de wereld met sleutel-op-de-deur dat kan toegepast worden zodra we de macht gegrepen hebben. Wij bevinden ons evenmin in een postmoderne strijd waarin, hortend en stotend, het protest probeerde het hoofd boven water te houden alhoewel er geen model was. Deze keer houdt zij vol dankzij het feit dat er geen model meer bestaat.' Gelijkaardige geluiden hoort men bij de Zapatisten en Naomi Klein: 'Essentieel is het ontwikkelen van een politiek discours dat niet bang is voor diversiteit, dat niet probeert elke politieke beweging binnen één enkel model te passen. De neoliberale globalisering is zelf een oorlog tegen de diversiteit en daarom is er een tegenbeweging nodig die zich inzet voor diversiteit: culturele diversiteit, ecologische diversiteit, agrarische diversiteit - en ja, ook politieke diversiteit: verschillende manieren om politiek te bedrijven. Het doel is niet betere regels en bestuurders ver weg maar democratie dicht aan de basis'.

Tussen versnippering en centralisme

In tegenstelling tot het ééndimensionale universalisme van de oude sociale bewegingen, stellen nieuwe sociale bewegingen en eigentijdse directe actiegroepen dat deze Nouvelle Radicalité de bevrijding van het verschil moet verwezenlijken (Benasayag & Scavino, 1997; Aubenas & Benasayag, 2003). De belangen van één particuliere groep - bijvoorbeeld de westerse industriële arbeiders - vallen immers nog niet noodzakelijk samen met de universele belangen van de mensheid. Wél moet men steeds in het achterhoofd houden dat de nadruk op verschil niet mag ontaarden in een gefragmentariseerde identiteitspolitiek waarbij iedere beweging op zijn eigen eilandje strijdt, soms zelfs ten koste van de emancipatie van andere groepen. Zoals we vroeger al aangaven, was dat juist één van de oorzaken van de precaire toestand van de linkerzijde vóór de opkomst van de andersglobaliseringsbeweging. De vernieuwing kwam er toen men in Seattle komaf maakte met deze verspreide slagorde en tegelijkertijd afrekende met zowel de Scylla van de versnippering als de Charybdis van een verstikkend centralisme. Het samenkomen van radicale directe actiegroepen, oude en nieuwe sociale bewegingen, inheemse groepen, landloze boeren en ngo's uit Noord en Zuid, maakte dat het geheel meer was dan de som van de delen.

IS ER NOOD AAN EEN VISIE?

We know what they don't want, but what do they want? De vraag achtervolgt ons als onze schaduw. Wat willen we? Vaag uitgedrukt komt het erop neer dat we een inclusieve globalisering wensen, 'één waar het leven voorrang krijgt op het geld, waar directe democratie en ecologische duurzaamheid de norm worden, waar vooruitgang gedefinieerd wordt door de hoeveelheid diversiteit en waardigheid in de wereld, in plaats van de hoeveelheid geld die de wereld rondflitst', zoals de Britse activist John Jordan het poëtisch verwoordde. De hamvraag blijft natuurlijk hoe we dit alles kunnen genereren? Binnen de beweging, in haar ruime betekenis, bestaan er tal van ideeën hierover. We kunnen de reële meningsverschillen niet onder de mat vegen alsof ze enkel in het rijk der fantasie zouden bestaan. Enkele heikele punten die regelmatig op het voorplan treden, zijn onder andere:

* Een eerste tegenstelling behelst de klassieke linkse discussie over 'revolutie of reformisme'. Wil men het kapitalisme hervormen of verwerpt men het in zijn totaliteit?
* Een andere tegenstelling is de schijnbare tegenspraak tussen het pleidooi van milieuactivisten voor de erkenning van de 'grenzen aan de groei' en de eis van de arbeidersbeweging voor meer groei om de werkloosheid terug te schroeven.
* Binnen de arbeidersbeweging bestaat er ook een tegenstelling over de eis van de vakbonden in het Noorden om in internationale handels- en investeringsakkoorden standaarden op te nemen inzake het respecteren van de mensenrechten. Zuiderse arbeiders zien dat echter vaak als een verdoken vorm van protectionisme.
* Een vierde conflict gaat over het spanningsveld tussen westerse en universele waarden. Ligt het alternatief voor de universele aanvaarding van westerse waarden (eurocentrisme) in het cultuurrelativisme, of moeten we beide overstijgen?
* Een vijfde kwestie kadert in de discussie omtrent het gewicht dat moet toegekend worden aan het lokale, het nationale en het globale. Lokalisme, nationalisme of kosmopolitisme? Of kan men een multi-level perspectief naar voren schuiven?
* Wat is tenslotte de rol van (internationale) handel in een meer egalitaire wereldorde? Hoe eerlijk en ecologisch duurzaam is eerlijke handel?

Hoewel vele andersglobalisten het erover eens zijn dat het weinig zin heeft om tot een ééngemaakt tienpuntenprogramma te komen, dringt zich wel de vraag op of er nood is aan het democratisch uitwerken van een visie waarin men beschrijft hoe die andere wereld(en) er kan (kunnen) uitzien? Moeten we niet trachten te werken aan de convergentie van de verschillende uitgangspunten en aspiraties van de onderscheiden componenten van de beweging, zonder te vervallen in één te nemen of te laten zaligmakend blauwdrukmodel voor een andere wereld? De meningen zijn verdeeld. Persoonlijk zijn we ervan overtuigd, net zoals Immanuel Wallerstein, Michael Albert of Noam Chomsky, dat het de beweging op langere termijn ten goede kan komen om te werken aan een globale visie: 'Om haar tegenstellingen te boven te komen, moet de beweging voor een globalisering van onderop een visie uitwerken voor de beweging in haar totaliteit. Zij moet werken aan gemeenschappelijke, integrerende opvattingen, ze opnemen in het perspectief van elk deel van de beweging, en ze gebruiken als een richtsnoer voor hun actie' (Brecher, Costello, Smith, 2000). Zo'n visie behelst geen ontwerp voor een plan om alle problemen van de wereld als sneeuw voor zon te doen verdwijnen. Zij tracht wél een kader te scheppen waarin de noden, belangen en bekommernissen complementair worden in plaats van contradictorisch. In plaats van handel, financies, milieu, landbouw en alle andere aspecten van de globalisering als geïsoleerde entiteiten te behandelen, moet zo'n visie de ammunitie leveren om de globalisering op een holistische wijze te benaderen. In tegenstelling tot klassieke linkse visies die zich fixeerden op de economische aspecten (de socialisatie van de belangrijkste productiemiddelen), moet er vandaag eveneens aandacht uitgaan naar alle andere vormen van ongelijkheid, ook diegene veroorzaakt door gender, etniciteit, seksuele voorkeur, cultuur etc.

Noord-Zuid

Tezelfdertijd moeten we ook rekening houden met de Noord-Zuid-ongelijkheid qua rijkdom en macht. Een verregaande herverdeling van de rijkdom is noodzakelijk. Ongetwijfeld vormt dat voor sommigen een bittere pil om te slikken. Levend op een aarde die fundamenteel afgebakend is door biofysische en thermodynamische grenzen moeten we leren beseffen dat de huidige groeimanie in het Westen en de mimetische strijd van het Zuiden niet vol te houden zijn. Duurzame (westerse) ontwikkeling is een contradictio in terminis: het economisch realisme - dat zowel bij centrum-links als bij centrum-rechts welig tiert - is niet realistisch. We hebben nood aan nieuwe ontwikkelingsparadigma's, voorbij het éénzijdig economisch denken in termen van BNP's, groei- en exportcijfers (Jones, 2003). Dit is vooral een uitdaging voor allen die geloven dat er structurele (neokeynesiaanse) oplossingen voorhanden zijn zonder de intrinsieke logica van het kapitalistisch wereldsysteem in vraag te stellen. Daarbij maken we even abstractie van de wijze waarop we dit bestel kunnen overstijgen. Interessante signalen voor de constructie van nieuwe ontwikkelingsparadigma's worden ons aangereikt door figuren zoals de Filippijn Walden Bello of de Indische Vandana Shiva.

Democratisering

De constructie van zo'n eigentijdse en enthousiasmerende visie bevindt zich vandaag nog in haar kinderschoenen; het is een continu werk waaraan alle componenten van de beweging kunnen (moeten) participeren. Vandaar het immense belang van de sociale fora; ook al moet men daar onmiddellijk bij opmerken dat deze fora zich meer moeite moeten getroosten om alle delen van het geheel te betrekken, zonder daarbij het werk aan de basis ('de tweede tand') te verwaarlozen. Vandaag stelt men immers vast dat er een negatieve evolutie aan de gang is waarbij zich een exclusieve professionalisering aan het doorzetten is. Freek Kallenberg drukte het als volgt uit: 'Hiërarchisch georganiseerde ngo's, vakbonden en linkse politieke partijen manifesteren zich steeds meer op de voorgrond. Basisdemocratische meer libertair of anarchistisch geïnspireerde groepen worden verdreven naar de marge waar ze, zoals tijdens het Europees Sociaal Forum in Firenze, noodgedwongen hun eigen programma organiseren' (Kallenberg, 2003) Tezelfdertijd stellen we ook een totale ondervertegenwoordiging vast van Afrikanen en Aziaten op het Wereld Sociaal Forum. De beweging zal dus moeten werken aan een meer democratische en participatieve aanpak.

Onzekerheid troef

Vandaag bevindt het neoliberalisme zich, na een hegemonische periode van meer dan twee decennia, in een ware legitimiteitscrisis. Immanuel Wallerstein spreekt zelfs van een 'systemische crisis' waarvan de afloop fundamenteel onvoorspelbaar is (Wallerstein, 2003). In de chaostheorie zegt men dat, wanneer een systeem te ver van zijn evenwichtssituatie is afgedreven, het voor een onvoorspelbaar en chaotisch moment van 'bifurcatie' (opsplitsing) komt te staan. Het nieuwe eindresultaat is dan fundamenteel onzeker en onbepaald. Wallerstein heeft gelijk: 'De geschiedenis staat aan niemands kant. Ieder van ons kan de toekomst beïnvloeden' (Wallerstein, 2003). Meneer Pettigrew zal dat proberen; wij, andersglobalisten, ook!

BIBLIOGRAFIE

Aubenas, F., Bensayag, M., Verzet als scheppende kracht, Gent, 2003.
Benasayag, M., Scavino, D., Pour une nouvelle radicalité, Parijs, 1997.
Brecher, J., Costello, T., Smith, B., Globalization from Below, Cambridge-MA, 2000.
Dessers, D., Dumolyn, J., Jones, P.T., Ya Basta! Globalisering van onderop, Gent, 2002.
Jones, P.T., 'Het blijft ook volgende week te warm', De Financieel Economische Tijd, 13/8/2003.
Jordan, J., 'Rumours of a hurricane' (26/1/2003), http://weareeverywhere.org.
Kallenberg, F., 'De andere wereld laat op zich wachten', Buiten De Orde, Nr. 1, 2003, 3-5.
Klein, N., Dagboek van een activiste, Rotterdam, 2002.
Klein, N., No Logo, Londen, 2001.
Wallerstein, I., 'Een linkse politiek voor de 21e eeuw?', VMT, 37 (1), 2003, 79-93.



(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Peter Tom Jones & Jan Dumolyn.)