Een van de eerste nummers van het anarchistische tijdschrift de AS had als thema ‘Zelfbestuur’ (nr. 5, 1973). (...) Artikelen in het genoemde AS-nummer (uit 1973, GI) werken dit uit. En dan te beseffen dat dit weer allemaal berust op wat in vele voorgaande decennia is gedacht, geschreven en in de praktijk gebracht. Anno 2017 is het dus nog moeilijker om over ‘zelfbestuur’ te schrijven en origineel te zijn. Toch heeft de CNT-RP het aangedurfd om met een vuistdikke bundel van tegen de vierhonderd bladzijden uit te komen.

(Door Thom Holterman, oorspronkelijk verschenen op Libertaire Orde)

Een van de eerste nummers van het anarchistische tijdschrift de AS had als thema ‘Zelfbestuur’ (nr. 5, 1973). Het redactioneel omschreef dat begrip als volgt: ‘Onder zelfbeheer verstaan wij de organisatie van de maatschappij door de mensen zelf. Zelfbeheer is een regelrechte bedreiging van de huidige kapitalistische en autoritaire samenleving. Vandaar dat de LIP-arbeiders in het Franse Besançon op hardnekkig verzet stuiten bij hun pogingen de productie in eigen beheer voort te zetten. Want om zelfbeheer te verwezenlijken is het noodzakelijk dat de producenten de beschikking krijgen over de productiemiddelen en de mogelijkheid om in vrijheid hun eigen leef- en werksfeer te ordenen’. Artikelen in het genoemde AS-nummer werken dit uit. En dan te beseffen dat dit weer allemaal berust op wat in vele voorgaande decennia is gedacht, geschreven en in de praktijk gebracht. Anno 2017 is het dus nog moeilijker om over ‘zelfbestuur’ te schrijven en origineel te zijn. Toch heeft de CNT-RP het aangedurfd om met een vuistdikke bundel van tegen de vierhonderd bladzijden uit te komen. De eerste druk uit 2013 was uitverkocht. In een nieuwe druk zouden kritieken kunnen worden verwerkt. En er waren actuele zaken te melden gelet op wat zich voor had gedaan op het vlak van zelfbestuur, in Frankrijk en elders in de wereld. Onlangs verscheen bij de Confédération Nationale du Travail (CNT) – Région Parisiène (RP) dan ook de nieuwe versie van de bundel getiteld de l’Autogestion, théories et pratiques, geproduceerd door een collectief. Hieronder de bespreking ervan. Alvorens daartoe over te gaan, eerst nog een korte verklaring.

Zelfbestuur, arbeiderszelfbestuur, vormt een van de constanten binnen het anarchisme. Maar, zoals we weten, is er ook sprake van lokaal zelfbestuur (communalisme). Al deze vormen van (relatieve) autonomie kennen binnen het libertaire denken weer hun gefedereerde opbouw waar dat wordt nodig geacht. Dit is opgenomen in een ‘juridisch plan’ waarvan Daniel Guérin sprak in zijn ‘Proudhon en het arbeiderszelfbestuur’ (te vinden in zijn Pour un marxisme libertaire, 1969, p. 109). Dit juridisch plan is te typeren als een ‘dubbele intercommunale verbinding’, zoals Martin Buber dat in zijn Paden in Utopia noemde (1950, 1972, p. 54). Een omvattend boek daarover is nog niet geschreven. Wel zijn en worden telkens losse onderdelen ervan geformuleerd. In de hieronder te bespreken bundel wordt er verschillende aangeboden. Eind vorig jaar nam ik een ander onderdeel op in de vorm van een bewerkte bijdrage van Alex Kolokotronis onder de titel ‘Gemeentelijke syndicalisme’. Binnenkort zal ik van de hand van Johny Lenaerts twee bijdragen opnemen, een over ‘Wijkraden, de lokale basis van het politiek leven’, en de ander getiteld ‘Benjamin Barber: Naar directe democratie via wijkraden’. Maar nu eerst de bundel over ‘zelfbestuur’.

Opzet van de bundel

In het subhoofdstuk van de bundel onder de titel ‘Terug naar de bronnen’ komt een behandeling voor van een brochure uit 2006 getiteld Anarchistisch zelfbestuur (Éditions du Monde libertaire). Daaruit is een lang citaat overgenomen, waarin op het volgende wordt gewezen: ‘Zelfbestuur levert geen debat meer op. Het is een alledaagse zaak voor anarchisten die vaak niet eens op de hoogte zijn van wat er allemaal onder dat begrip schuil gaat. Het is dus onvoldoende om het woord ‘zelfbestuur’ uit te spreken en dan te denken dat het als een toverformule werkt voor het spontaan laten ontstaan van gewenste situaties of gebeurtenissen’. Daarna volgen in het citaat aanwijzingen van historische aard. Die sporen weer met wat in de bundel op breedvoerige wijze aan gegevens wordt verwerkt. Dat zit allemaal in het eerste deel van de bundel onder de titel ‘Geschiedenis van zelfbestuur’ (de eerste 100 pagina’s omvattend).

Het tweede deel met als titel ‘De weg is het doel’ laat niet alleen zien, dat er meerdere wegen en middelen zijn (welke organisatietypen om welk doel te bereiken?), maar ook dat er successen en teleurstellen te boeken zijn voor het syndicalisme. Tevens wordt duidelijk gemaakt dat zelfbestuur meer is dan een economisch verschijnsel. Zo vraagt zelfbestuur om ‘geleerd’ te worden door doen en dus ontstaat er ‘pedagogisch zelfbestuur’ (scholen in zelfbestuur). Verder treft men in dit deel informatie over organisaties van syndicalistische huize, die zich op zelfbestuur beroepen. Daaronder vallen de Franse Confédération Nationale de Travail (CNT) en de CNT van Spaanse origine met een rijke geschiedenis (Spaanse sociale revolutie 1936-1938).

Het derde deel richt zich op een uitwerking van het laatste genoemde (‘De CNT en zelfbestuur’). Daar wordt ingegaan op wat de CNT zoal naar buiten gericht te doen staat. Men vindt er evenwel ook aandacht voor het verschijnsel coöperatie voor zover die zelfbestuur kent en een sociaal alternatief biedt. Tevens komt de kwestie van de organisatie van ‘publieke diensten’ aan de orde. Het vierde en laatste deel behandelt een aantal uiteenlopende vormen van zelfbestuur in de praktijk. Daaronder bevinden zich de Zapatisten in Chiapas. Wat Frankrijk betreft, komt men onder meer tegen agrarische coöperatieve systemen, de ZAD (zone à défendre) van Notre-Dame-des-Landes, de zelfbestuurde bakkerij ‘La Conquête du pain’. Afgesloten wordt met enkele conclusies en perspectieven.

Zelfbestuur

De term zelfbestuur werd in Frankrijk in 1960 in het woordenboek opgenomen en betekent ‘bestuur (van een onderneming, een collectief) door hen die er werken’. Het gaat in die beschrijving om bestuur van een beperkte reikwijdte. Vormen van algemeen, publiek bestuur lijken erbuiten te vallen (zoals gemeenteraden, regionale raden in een confederale structuur). Let men op de herkomst van de term, dat wil zeggen op de route die er is gevolgd, dan is de opgemerkte beperking niet vreemd. Het lijkt er namelijk op dat de Russisch-Franse socioloog Georges Gurvitch (1894-1965) – een kenner van het werk van Proudhon, waarvan hij een aanmerkelijke invloed heeft ondergaan – de eerste is, dan wel een van de eersten, die de term introduceerde. En dat liep als volgt (de route dus).

In 1957 hield Gurvitch in het toenmalige Joegoslavië een inleiding voor arbeidersraden, waarbij hij van de term ‘zelfbestuur’ gebruikmaakte, wat een vertaling van een Servo-Kroatisch woord bleek. Dat het Joegoslavië van de jaren 1950 de bron van de term lijkt, is politiek gezien niet verwonderlijk. De autoritaire Joegoslavische leider van die tijd, Josip Broz, bijgenaamd maarschalk Tito (1892-1980), verzette zich na de Tweede Wereldoorlog tegen (te grote) Russische invloed in het land en trachtte in dat verband medewerking onder de bevolking te verwerven. Daarvoor draagt hij het idee van zelfbestuur – in bedrijven – aan, maar niet van het land…

voorkant broekmeyerIn een nadere uitwerking wordt dit in de bundel verder uitgewerkt aan de hand van Franse auteurs in die tijd. Maar ook in Nederland was er bij sommige auteurs grote belangstelling voor het Joegoslavische experiment van arbeiderszelfbestuur. Met die laatste term is de beperktheid van de reikwijdte waarover ik het had meteen zichtbaar: zelfbestuur van arbeiders in bedrijven. In Nederland hield onder meer Marius Joseph Broekmeyer (1927-2007), Oost-Europaspecialist, zich in de jaren 1970 bezig met het Joegoslavisch arbeiderszelfbestuur. Samen met Igor Cornelissen, schreef hij Arbeidersraad of ondernemersstaat. Machten en machtsstrijd in Nederland en in Joegoslavië, Amsterdam, 1969. Anderen waren Rob Boonzajer Flaes en Joop Ramondt. Zij publiceerden samen Autoriteit en democratie. Arbeiderszelfbestuur in rijke en arme Joegoslavische ondernemingen, (Rotterdam, 1974). Enkele jaren geleden heb ik deze geschiedenis nog eens samengevat in een item over zelfbestuur, waarin een groot aantal verwijzingen zit (klik HIER voor dat stuk uit mei 2013). In dat geval gaat het om een bespreking van een bijzonder nummer van Le Monde libertaire (nr. 49, mei-juni 2013) dat als thema had…Zelfbestuur! Inmiddels ging dat, net als in de bundel, veel verder dan alleen zelfbestuur van arbeiders in bedrijven…

Tegenstanders van zelfbestuur

Het laat zich raden dat er ook tegenstanders van ‘zelfbestuur’ bestaan, vanzelfsprekend bij politiek rechts, maar niet alleen daar. Vanwege het type argumentatie is het goed daar enige aandacht aan te besteden, waarbij ik volg wat erover in de bundel te vinden is. Zo wordt duidelijk gemaakt dat een groot deel van de orthodoxe leninisten er niets van moesten hebben. Voor hen geldt dat het enige middel voor de arbeidersklasse om zich van de controle over de economie te verzekeren is: de politieke macht verwerven.

mei 68 frIedereen die dat anders zag, zoals syndicalisten die aansturen op zelfbestuur, werd in het gebruikelijke concept van de ‘kleinburgerlijke sector van het socialisme’ ondergebracht. Ook de Franse socialistische partij uit de jaren 1970 verzette zich tegen een ‘zelfsturend socialisme’, waarvan de Franse communistische partij (PCF) in die jaren zelfs een karikatuur maakte. Zij plaatste zich dan ook binnen het kader van het orthodoxe leninisme: het grijpen van de politieke macht is de voorwaarde voor maatschappijverandering. Heb je die eenmaal in handen, dan weten we wat er gebeurt. Tijdens de mei 1968 opstand in Frankrijk, die op enig moment een algemene werkstaking kende, hield de PCF niet op zich te verzetten tegen het samengaan van de arbeiders en de jongerenrevolte; de jongeren beschouwde de PCF als ‘rijkeluiszoontjes’. En in augustus 1968 veroordeelde de PCF niet de bezetting van Tsjechoslowakije door Russische tanks. Argument voor die afwezigheid: ‘De spontaniteit van de massabeweging staat in schrille tegenstelling tot het concept van de leidinggevende, hiërarchisch en verticaal georganiseerde partij’.

didntMet dit soort politieke ‘vrienden’ heb je geen vijanden nodig. Andere vijanden vindt men bij de verdedigers van de kapitalistische economie. De Spaanse syndicalisten hebben dat ervaren en in de bundel is uitvoerig aandacht voor hen. Vanuit wat hier is geschetst, vervolgt de tekst in de bundel zijn weg. Omdat de opgenomen artikelen en bijdragen op zichzelf staand te lezen zijn en tegelijk een onderling verband kennen, kan de lezer onderdelen bestuderen die hem of haar het meest aan het hart liggen. Dit maakt het een ‘rijke’ bundel over een onderwerp dat van ver komt en tegelijk hoogst actueel is, zoals ook in de bundel is weergegeven, zeker waar zelfbestuur in een antikapitalistische omgeving wordt bezien. Daarmee krijgt ook de factor ‘arbeid’ een andere, niet kapitalistische inhoud (eliminatie van de abstracte ‘ruilwaarde’; herintroductie van de (concrete) ‘gebruikswaarde’). Zelfbestuur breidt zich daarmee uit tot het opnieuw controle nemen over het eigen leven. Dat is wellicht iets voor een derde druk over een paar jaar…

Thom Holterman

De l’Autogestion, Théorie et pratiques, [2013], , Éditions CNT-RP, Paris, 2017 (tweede, herziene druk), 389 blz., prijs 15 euro.