Een gekleurd relaas over ideologie, media, diplomatie en wapens, maar ook over de bondgenootschappen van gisteren en van morgen. Historicus Jude Woodward verdedigt China en valt de VS aan.

(Door Martin Broek, overgenomen van Konfrontatie.nl)

De Verenigde Staten is in Azië aanwezig alsof dat de regel is. De Britse historicus Jude Woodward beschrijft in haar boek Amerika tegen China waarom de VS deze positie zo gewoon vindt. Maar ze analyseert vooral de Chinese economische macht die een einde zal maken aan de Amerikaanse overheersing van Azië. Aziatische landen zullen eieren voor hun geld kiezen. Liever moeizame relaties met de grote buur, dan met een tanende militaire macht.

In de westerse media is het omgekeerde gebruikelijker. China is een gevaar voor onze welvaart en waarden, zo start het Belgische tv-programma Nachtwacht bijvoorbeeld. Het is de mediagenieke geostrateeg Jonathan Holslag die deze stelling verdedigt. Lopen we in de val van een autoritair regime, vraagt de redactie zich af.

Hylke Vandenbussche, hoofd van de Onderzoeksgroep Internationale Economie van de Universiteit Leuven, typeert de woorden van Holslag als angst en paniek zaaien. Ze zegt dat dit eerder rond Japan gebeurde. “Het is niet het eerste gele gevaar waarvoor we gewaarschuwd worden?”, vraagt de gespreksleider dan weinig kies.

Koude Oorlog?

Jude Woodward schreef het boek met als ondertitel De nieuwe Koude Oorlog? Je zou bijna denken dat die aan de horizon opdoemt als je kijkt naar een tv-programma als Nachtwacht. De ander wegzetten als (geel) gevaar maakt immers onderdeel uit van de strijd om de wereldmacht. Hoe goed een tegenwicht ook is, het boek lees ik met gemengde gevoelens. Woodward stelt veel vragen die gesteld moeten worden. Tegelijkertijd heb ik regelmatig het idee dat ik een werk lees uit de school van de Chinese propaganda.

Het focussen op machtspolitieke ontwikkelingen betekent dat mensen die zoeken naar mensenrechten er bekaaid vanaf komen. Zo'n keuze valt te begrijpen. Het boek gaat over machtsverhoudingen, niet over mensenrechten. Pijnlijk is dat daar waar wel over mensenrechten wordt gesproken het vooral is om te laten zien hoe de slachtoffers middelen zijn in de handen van de Verenigde Staten, zoals bij steunbetuigingen voor studenten op het Tiananmenplein (plein van de Hemelse Vrede) in Peking, het oprakelen van Free Tibet, en de protesten tegen het bestrijden van terroristische groepen in Xinjiang die banden hebben met Al-Qaida.

De demonstraties in Hong Kong van 2014 worden afgedaan als door de westerse media opgeklopte opwinding. Dat China het niet zo heeft op democratische bewegingen wordt als een neutraal gegeven vermeld, want de Chinese overheid bemoeid zich immers ook niet met binnenlandse zaken van andere landen. Woodward draait niet om de hete brei heen maar je vraagt je af of ze de brei wel heet vindt.

In het boek maakt de schrijfster een denkbeeldige reis door de landen die rondom China liggen, zoals die in Centraal-Azië, Zuidoost-Azië, Japan, de Korea's, Taiwan, Australië, India, ze staat wat langer stil bij Moskou. Ze beschouwt de economische, diplomatieke en militaire relaties van Washington en Beijing in die landen.

De economische relaties worden aangetoond met veel cijfers voor import en export en voor buitenlandse investeringen (die hadden overzichtelijker in een tabel kunnen staan). De cijfers tonen dat China overal sterke economische relaties aanknoopt en zo invloed verwerft. De diplomatieke relaties van China gaan uit van economische samenwerking en beogen een win-winsituatie.

Europa, de VS en Rusland

Zo'n rondreis is een heldere en interessante manier om naar een groot land als China te kijken. Opmerkelijk zijn de minimale bezoeken aan de Europese Unie gedurende deze reis. Op een zoektocht naar macht is die in het verdeelde Europa misschien nauwelijks te vinden. De 28 lidstaten van de EU vormen samen de grootste economie van de wereld, groter dan die van de VS en China.

De EU wordt wel genoemd als belangrijke handelspartner van China, ver voor Rusland en India, landen die veel meer aandacht krijgen in het boek. Rusland lijkt gewonnen als stevige bondgenoot voor China tegen de VS, en India wordt dat mogelijk ook wat meer. New Delhi onthield zich bijvoorbeeld van stemming in de VN toen Rusland in 2014 werd veroordeeld vanwege de inlijving van de Krim. Maar het opbouwen van een stevige relatie met Europa zou belangrijker kunnen zijn. Voorlopig haalt China daar nog veel van zijn kennis (zie ook mijn eerdere bijdrage op Broekstukken over dual use export).

De Europese landen spelen wel een rol als bondgenoot van de VS en om de verslechterde relatie aan te geven. Woodward: “Angela Merkel, anders dan andere westerse leiders, besefte al snel dat de dreigementen van Trump en zijn adviseurs tegen Duitsland en de EU geen holle woorden waren, maar een gevaarlijke desintegrerende kracht in Europa.”

Ook Engeland komt aan bod omdat het steun gaf aan de grotendeels door China gefinancierde Asia Infrastructure Investment Bank (AIIB). De VS zag als hoeder van de internationale economische orde de 'onafhankelijke' internationale ontwikkelingsbank als aantasting van die positie. De Britten wilden echter dat de City het belangrijkste entrepot voor de opkomende Chinese munt, de renminbi, zou blijven. Die inzet ging boven de goede relaties met Washington.

Ook de afwezigheid van Europa valt te billijken. Het boek gaat over de verhouding tussen de VS en China en de dans om de macht. Maar hier ligt juist de reden voor het gemis. Welke rol zou Europa kunnen spelen in dit bal der grootmachten? Wat zou daarvoor moeten veranderen? Is een verdere Europese militarisering noodzaak? Zou een model voor samenwerking gevonden kunnen worden?

Deze materie komt nauwelijks aan bod. Behalve een terloopse opmerking dat Trump met zijn agressieve handelsbeleid de band tussen China en Europa wel eens sterker kan maken. Hier ligt een schat aan argumenten voor Woodward's theorie dat China de overhand krijgt door economische samenwerking boven de militaire samenwerking die de VS biedt. Het is een akker die ze braak laat liggen.

Marco Poloroute

Is Europa in staat een eigen Marco Poloroute naar het Oosten op te zetten, zoals China investeert in zijn handelsroute van oost naar west, het zogenaamde Belt and Road Initiative (BRI)? Kunnen die twee elkaar versterken? Chinese bedrijven willen investeren, waar anderen het risico te groot achten. Als de investeringen de positie van China verbeteren dan staat er een machtige overheid achter de bedrijven. Dat maakt het nemen van risico's wat eenvoudiger.

Het niet volgen van de vrije markt route geeft ze een voorsprong ten opzichte van een kapitalistische wereld die juist controle uit handen heeft gegeven. Wat kan Brussel behalve de strategische delen van de Europese economie beter afschermen? Kan het samen met of naast China een eigen economische positie opbouwen?

Het economisch veel kleinere Rusland heeft een veel prominentere rol in het boek. Het is een bondgenoot die China een stuk sterker maakt als Euraziatische macht. Wil de VS China de loef afsteken dan moet ze Moskou losweken van Beijing. Voorlopig is de beweging al weer jaren de andere kant op. Het opschuiven van de NAVO, het embargo na de inlijving van de Krim en de treurige implosie van Rusland na de val van de Sovjet-Unie hebben het land niet alleen dichter bij China gebracht, het is ook een geschiedenis die door China als waarschuwing wordt gezien.

De fout van Gorbatsjov en Jeltsin, die het land in chaos deed storten waarbij hulp uit het Westen een fata morgana bleek, wil de Chinese Communistische Partij niet herhalen. Met wie Rusland de sterkste band zal hebben, is waarschijnlijk de belangrijkste factor in de komende geopolitieke ontwikkelingen, zo benadrukt de schrijfster regelmatig.

Volgens de Russische ex-diplomaat Alexander Lukin (die vorig jaar een boek publiceerde over de Russisch-Chinese relaties*) is een terugkeer van Rusland naar het Westen ondenkbaar. Het is geen factor van betekenis aangezien een alliantie met de VS tegen China ondenkbaar is. Maar de relatie van Londen, Brussel (of afzonderlijke Europese hoofdsteden) met Beijing, dat zijn vraagstukken die minimaal even belangrijk zijn maar geen aandacht krijgen van Woodward.

Draaipunt richting Azië

De Verenigde Staten kondigde in 2011 aan dat de nadruk van het beleid voortaan op Azië zou liggen. Die draai werd bekend door het begrip pivot to Asia. Onder Obama speelde niet alleen het handelsverdrag TTIP tussen de VS en Europa, maar ook het Trans-Pacific Partnerschap (TTP) om de landen in Azië te binden aan de Amerikaanse economie. Naast de verschuiving van de militaire middelen stond dit verdrag centraal in de aanpak van de VS in Azië.

TTP draaide de soep in door het beleid van Trump om zich niet op internationale samenwerking te richten, maar uit te gaan van de Amerikaanse machtspositie om unilateraal een betere positie te bedingen. Het is een voorbeeld dat wordt aangehaald om te onderstrepen dat de Amerikaanse draai naar Azië is mislukt. In plaats van een Nieuwe Amerikaanse Eeuw zien we het begin van een eeuw van Azië. Fukuyama voorspelde ooit het einde van de geschiedenis.

In dit boek komt Fukuyama ook aan het woord. Hij zegt dat de VS door ISIS wordt afgeleid van wat veel belangrijker is, de dreiging van China. Het wordt verkocht alsof het een natuurwet is: de VS is leider van de wereld en die orde moet ten alle prijzen verdedigd worden. Al vanaf het begin van het bestaan van de Verenigde Staten wordt gesteld dat Amerikaanse belangen parallel lopen met de belangen van de democratie en de 'vrije wereld'. Woodward vat in een paar pagina's dit concept van het Amerikaanse exceptionalisme en haar kritiek erop samen.

“Het ideaal van Amerika is in hoge mate het ideaal van de hele mensheid”, stelde Thomas Paine, een van de grondleggers van de Verenigde Staten al in 1776. De tweede president van de VS, John Adams formuleert het in 1813 nog wat scherper: “Onze zuivere, rechtschapen, sociaal gezinde, federatieve republiek zal eeuwig blijven bestaan, de aarde besturen en de ideale mens introduceren.”

Dat idee bestaat nog steeds en de VS zet hun tanden in de rest van de wereld als het hen goeddunkt. In 1870 had de VS Groot-Brittannië al ingehaald als grootste economie van de wereld. Toch hebben ze de rol van wereldleider pas zo'n 80 jaar geleden echt overgenomen van de Britten en Fransen. Dit nadat de economie van de VS tijdens de Tweede Wereldoorlog verdubbelde en Europa en Japan juist op hun rug lagen.

Woodward haalt linkse denkers aan om te stellen dat het Amerikaanse beleid in de eerste plaats de belangen van het Amerikaanse kapitaal heeft gediend en niet die van de vrije wereld. Inderdaad was het nog nooit zo duidelijk als nu dat de steun aan de vrije wereld een mythe is. Een columniste van The Guardian schreef dit jaar bijvoorbeeld dat het beleid van Trump bedoeld is Europa te vernielen.

Chinese assertiviteit

Dat betekent niet dat de hele elite in de VS het erover eens is dat ze zo hun uitzonderlijke rol moeten vervullen. Dat de plicht bestaat de 'vrije wereld' te verdedigen tegen de bedreiging van autocratie en staatsbemoeienis, daarover bestaan weinig meningsverschillen. De vrije wereld, die andere delen van de wereld de vrijheid met geweld mag opleggen, loopt daarbij op tegen een autocratie van de Chinese Eenpartijstaat die niet van wijken weet en de wereld aan zich bindt door de eigen markt te beschermen en te profiteren van de vrijheid bij de ander om zich daar in te kopen.

China is in dit krachtenspel de voorzichtige, maar allang niet meer onzichtbare macht. Nog meer assertiviteit valt te verwachten. Woodward doet alsof het heden ook de toekomst bepaalt en dat ze onbekend is met de slogan “resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.”

Ze betoogt: “In dit boek probeer ik aan te tonen dat het Chinese buitenland beleid in de praktijk strookt met deze principes en ideeën [bevorderen wereldvrede en wederzijdse ontwikkeling] en dat de sceptici die beweren dat dit alleen maar mooie woorden zijn om een meedogenloze opmars naar regionale hegemonie te verhullen dat niet overtuigend kunnen bewijzen.”

Hoewel het Chinese leger wel in het buitenland is ingezet (Cambodja, Korea, Vietnam) heeft China “nooit een aanvalsoorlog gevoerd om ook maar een inch grond van een ander land te bezetten”, citeert ze de Chinese overheid. De VS en veel Europese landen kunnen Beijing dat niet nazeggen.

Woodward citeert veel en vaak treffend. Hier komt een ex-diplomaat uit Singapore aan het woord: “Beijing heeft bijna een geopolitiek wonder verricht door de tweede wereldmacht te worden zonder de wereldorde te verstoren (...) Als het Westen strategisch even terughoudend zou zijn als China, kon het misschien eindelijk een decennium van geopolitieke mislukkingen afsluiten.”

Om haar punt te maken haalt ze met instemming cracks uit de Amerikaanse geopolitieke wereld aan. De neoliberale politiek denker Nye zegt: “Als macht het vermogen is anderen te beïnvloeden teneinde de gewenste uitkomsten te bereiken, mogen we niet vergeten dat onze macht soms groter is als we samenwerken met anderen dan wanneer we ze commanderen.”

Henry Kissinger, een nog bekendere Amerikaan (zeker als het om China en machtspolitiek gaat) zegt: “In een echt conflict hebben beide partijen de mogelijkheid en de vindingrijkheid om elkaar catastrofale schade te berokkenen. Tegen de tijd dat zo'n hypothetische brandhaard zou uitdoven, zouden alle deelnemers uitgeput en verzwakt zijn. Ze zouden dan opnieuw geconfronteerd worden met taken die ze nu al onder ogen moeten zien: de opbouw van een internationale orde waar beiden landen een belangrijk deel van uitmaken.”

Toch winnen volgens Woodward de agressieve neoconservatieven steeds opnieuw. Dat is een terechte waarschuwing met een Nationaal Veiligheidsadviseur als de Amerikaan John Bolton, een rabiaat China-hater.

Bouwen aan de vrede?

Intussen is de westerse militaire strategie erop gericht de Chinese defensieve systemen te doorbreken. Het kan immers niet zo zijn dat China de westerse militairen toegang tot het land ontzegt. Het opbouwen van nog sterkere defensiesystemen door Beijing is daarom niet onbegrijpelijk, dat ben ik met Woodward eens. Maar zijn de killer robots die China ontwikkelt alleen voor zelfbescherming – tegen die de VS ontwikkelen – of gaan ze later ook verder van de eigen kusten en grenzen opereren?

“China heeft defensie nodig die krachtiger is dan waarover ze nu bezit om vrede te ontwikkelen in Azië-Pacific en daarbuiten. Een vredig Azië-Pacific zal Europa ten goede komen”, aldus een Chinese militaire publicatie op het internet. Vrede is prachtig, maar wat betekent het bouwen van vrede hier?

Woodward steekt haar hand in het vuur voor de Chinese intenties. Het volksleger ontwikkelt zich om wereldwijd aan vrede te bouwen. Een wat sceptischer houding zou niet misstaan, omdat in China ook verschillende ideeën bestaan over hoe het militaire apparaat op moet kunnen treden. Dat overheersing ook met economische middelen kan worden vormgegeven, waarbij een sterkere partij de zwakkere een poot (een haven bijvoorbeeld) uitdraait, dat kom je in het boek niet tegen of wordt vergoelijkt, zoals in het geval van Sri Lanka waar China op die manier een zeehaven in bezit kreeg.

Europa werd in de jaren '80 ook gezien als een succesvol economisch project, goed voor de markt en goed voor de vrede. Maar dit jaar zette de EU een fonds voor de wapenindustrie op en de afgelopen decennia namen Europese landen deel aan een serie Amerikaanse interventies. Daarmee is het beeld minder rooskleurig geworden.

Als in 2011 een deel van de Libische bevolking in opstand komt tegen het bewind van Gaddafi dan neemt de Verenigde Naties een resolutie aan die luchtsteun mogelijk maakt zodra de bevolking wordt aangevallen. Die resolutie wordt door de Europese landen dermate breed uitgelegd zodat het een mogelijkheid biedt om sowieso luchtsteun te verlenen aan de opstandelingen.

China, Rusland en de landen van de Afrikaanse Unie zijn niet blij met deze creatieve uitleg. Voor China en Rusland zou het betekenen dat ze in het vervolg vaker tegen resoluties in de VN zullen stemmen. Het Europese misbruik van de VN heeft alleen al daarom meer kwaad dan goed gedaan. Deze Europese misstap is een verklaring voor de assertieve Chinese positie, maar kan toch niet gebruikt worden als blinddoek om een andere kijk op de militaire ontwikkelingen in dat land te ontkennen en mee te gaan in het Chinese verhaal.

Koude Oorlog

De bedoeling van de Verenigde Staten is om China via militaire bondgenootschappen te omsingelen, buurlanden te bewapenen en conflicten te stimuleren, schrijft Woodward. “Het eindspel is een strop die kan worden aangetrokken om China op militair, economisch en diplomatiek gebied te vetoën, te straffen, te bedreigen, of onder druk te zetten, en de Chinese opties te beperken.”

Eindspel moeten we dan bijna lezen als oorlog. De onvrede bevorderen, klinkt als een complot. Complot of niet, veel deskundigen voorspellen dat China uiteen zal vallen door onvrede in achtergestelde gebieden, een onevenwichtige bevolkingsopbouw, ethische spanningen en de volksverhuizing van platte land naar de stad en geven daarmee brandstof aan de mogelijke onvrede. Woodward rekent met al deze negatieve voorspellingen af.

Even verder schrijft ze dat het ware doel van de Amerikaanse politiek is om de technologische ontwikkeling en de groei van China af te remmen en zo de onvrede en politieke instabiliteit te bevorderen. Het afremmen van technologische ontwikkelingen is momenteel het meest zichtbaar rond telecomgigant Huawei. Het bedrijf komt in het boek één keer voor en dat geeft aan hoe snel ontwikkelingen gaan. Wat een bijzaak lijkt, kan al snel onderdeel van de hoofdzaak zijn.

Het is onduidelijk wie deze slag tegen Huawei gaat winnen of dat er zelfs een onderhandelde oplossing komt. Momenteel claimen beiden de voorsprong op de ander: de Global Times publiceert een cartoon waar het Amerikaanse bedrijf Apple Sansyung en Huawei uit Azië niet bij kan benen. Een Amerikaanse site stelt dat de bondgenoten van de VS Huawei laten vallen.

Het lijkt er volgens Woodward op of de VS aanzet tot iets wat sterk lijkt op een nieuwe Koude Oorlog. Ze zet in het laatste hoofdstuk van haar boek uiteen dat de situatie tussen de Sovjet-Unie en VS van 1949-1989 een heel andere was dan de huidige. De machtsverhoudingen zijn anders dan 70 jaar geleden. De Sovjet-Unie is economisch gezien nooit een gelijke partij geweest voor de VS. Op militair gebied is de VS wel de machtigste staat ter wereld, maar economisch haalt China de VS binnenkort in.

President Trump probeert als antwoord de militaire bondgenoten te dwingen een groter deel van de militaire kosten voor hun rekening te nemen en voert een agressief America First handelsbeleid om het tij te keren. Hij speelt daarmee wel met vuur in eigen keuken, want de bondgenoten zijn onmisbaar bij het kopen van schatkistpapieren om de VS van een faillissement te redden. Dat begrotingstekort loopt ieder jaar opnieuw in de honderden miljarden, maar de VS is vooralsnog too big to fail.

China vriendelijk

China is vreedzaam want initiatieven van Beijing faciliteren handel en energiezekerheid, zijn gericht op het ontwikkelen van internationale partnerschappen, het ontwikkelen van Azië (BRI handelsroute), en het heeft wel militaire relaties met buurlanden versterkt, maar geen allianties gevormd. Als China zijn vloot westwaarts stuurt en havenfaciliteiten verwerft dan is dit een strategie die alle landen die aan deze oceanen en zeeën liggen voordelen biedt.

Dit alles wordt met droge ogen opgeschreven door Woodward. Zou je ditzelfde stellen als het westerse initiatieven gold, dan word je, en niet ten onrechte, naïviteit verweten. Het is niet afwijkend dat een grootmacht zijn militaire greep vergroot. Dat deden Spanje, Nederland, Engeland, Frankrijk en de VS immers ook. Maar het militair beschermen van handelsbelangen tot in de Middellandse Zee is militaire expansie voor een land dat nog maar dertig jaar geleden nauwelijks een marinevloot had.

Woodward rekent af met critici van China, of ze nu rechts zijn of links. Wang Chaohua, die in 2015 voor de New Left Review een artikel schreef hoe het Chinese beleid van de bevolking op het platteland paupers maakte, roept de toorn over haar af: “Er klopt niets van”. Als ik de conclusie van Chaohua's artikel lees, snap ik dat het niet past binnen de visie van Woodward.

Ik zal Wang hier uitgebreid citeren: “De Chinese samenleving heeft een uitgebreid proces van commercialisering en vermarkting doorlopen – dat betreft economische activiteiten, sociale diensten tot het culturele leven – waarin financieel kapitaal (van staat of buitenland) de drijvende kracht was. Boeren, werknemers en zelfs kleine bedrijven hebben heel weinig macht om hun eigen belangen te beschermen. En als ze dat toch proberen, worden ze vaker geconfronteerd met vertegenwoordigers van de staat – ambtenaren, partijkaders, stadspatrouilles (chengguan), politie en in ernstige gevallen, de strijdkrachten – dan met de vertegenwoordigers van het kapitaal.”

“Deze instanties”, zo vervolgt Wang, “handelen in naam, niet van het kapitalisme, maar van het socialisme – of met een hedendaagse saus, de 'harmonieuze samenleving' genoemd. Als dorpsbewoners uit hun huizen worden verdreven door dammen aan de Jangtsekiang, of herders uit hun weiden in Binnen-Mongolië, dan staat dit allemaal in het teken van het grotere 'socialistische' goed. De bruikbaarheid van het discours van 'socialisme met Chinese kenmerken' ligt dan ook in het maskeren van het tegenovergestelde van de principes die het veronderstelt te verdedigen.”

Woodward relativeert de visie dat mensen zonder vergunning om in de stad te wonen (het hukou-systeem) tweederangsburgers zijn. Ze leven dan wel onder harde omstandigheden, maar elders in Azië is het veel slechter gesteld. Je moet China beoordelen als land in het zuiden, schrijft ze. Dat het ook een land met supermacht aspiraties en uitgaven is, wordt dan weer even vergeten.

Naast deze dooddoener wordt het hukou-systeem in China gelukkig echt hervormd. Want velen leven wel degelijk onder mensonterende omstandigheden in Chinese steden.(**) Vergunningen om in kleinere steden te wonen zijn sinds 2014 mogelijk en het systeem wordt geleidelijk afgebouwd. Ontwikkelingen in China gaan snel, zeker niet alleen ten kwade, ook wel ten goede onder hoede van de Partij en partijleider Xi.

Amerikaanse neergang

China krabbelt weer op en is zeker geen nieuwkomer op het internationale toneel. Zo'n twee eeuwen geleden was het een belangrijke economische macht (zie grafiek) die door Westerse landen en zeer gewelddadige interne strijd op de knieën is gedwongen. Woodward toont de Chinese groei op alle mogelijke manieren aan.

Dat het internationale bankwezen, met vier Chinese banken aan de top, wordt gedomineerd door de Chinezen, beschreef ik al in de bespreking over de Britse relaties met de Golf van David Wearing. Dat bankwezen komt ook in dit boek aan de orde. Woodward bekijkt de Forbes-lijst met de 2.000 grootste bedrijven en noteert dat dat er vijftien Chinese bedrijven bij de eerste honderd staan. China groeit en verandert snel – het kan niet vaak genoeg herhaald worden – en de lijst over 2018 levert twintig bedrijven op, waarvan twee in Hong Kong.

Tegelijkertijd neemt de macht van de VS militair en economisch af en wordt de grootmacht in de steek gelaten door bondgenoten. Zelfs Taiwan, dat toch afhankelijk is van bescherming door de VS om zelfstandig te kunnen bestaan, weigerde zich ondanks Amerikaanse druk uit te spreken tegen de Chinese Air Defence Indification Zone (ADIZ) die de zone van Taiwan overlapte.

Zo bevat het boek tientallen voorbeelden van afvalligheid van Amerikaanse bondgenoten. Vietnam, een land met een eeuwenlang conflict met de grote noorderbuur, balanceert “op het slappe koord, waarvan China het ene uiteinde vasthoudt en de VS het andere.” Ze meent dat landen voor China kiezen omdat de VS niet meer weet te domineren in de regio en aan militaire bescherming een prijskaartje van binnenlandse bemoeienis heeft gehangen.

Wapentuig

Als gevolg van die neerwaartse beweging is de VS ook minder in staat de politiek van landen naar hun hand te zetten. De VS is ook niet langer in staat om de dominante wereldmacht te zijn door gebrek aan middelen. Vandaar ook dat ze zich wil terugtrekken uit gebieden en bondgenoten dwingend vraagt meer te besteden aan wapens (bij voorkeur wel gekocht in de VS).

De weg leidt onherroepelijk naar het einde van het Amerikaanse wereldleiderschap. Het vertoog van Woodward speelt in de kaart van hen die een krachtiger VS willen zien tegenover het machtige China en is daarmee eerder een steun aan dan een verzwakking van de opflakkerende Koude Oorlogretoriek.

Bovendien moet je bij die tanende Amerikaanse militaire invloed wel vraagtekens zetten. Die zogenaamd zwakke VS kon in 2018 beschikken over 4.000 kernkoppen (minus die op ontmanteling wachten) en China in 2015 volgens een schatting over 260 kernkoppen. De VS is ook op conventioneel niveau een stuk sterker dan China. Heel Azië beschikt over vier vliegdekschepen (China, India, Rusland, Thailand allen één). De VS over elf vliegdekschepen, plus negen met F-35 uitgeruste landingsschepen (America en Wasp klasse).

Ook de Amerikaanse bondgenoot Japan beschikt over twee schepen die uitgerust kunnen worden met de F-35. Juist deze grote en kwetsbare vliegdekschepen en mogelijkheden tot penetratie spelen een rol in het doorbreken van de Chinese defensie. Onderzeeërs uitgerust met strategische kernwapens, verhouding 14:6 met de VS in het voordeel (beide landen zijn bezig met nieuwbouw).

Woodward kan het niet laten om China toch sterker te maken dan het is. De J-20 zou een beter gevechtsvliegtuig zijn dan de Amerikaanse of Europese gevechtsvliegtuigen. Het is gelukkig nog niet getest en we moeten het bij die bewering doen met een artikel uit de Wall Street Journal van 2011. Een lange neus trekken naar een land dat militair de rest van de wereld nog steeds ver achter zich laat en de spil is van het machtigste militaire bondgenootschap ooit, de NAVO met partners zoals Japan, Australië en Zuid-Korea, is wat te makkelijk. Die militaire achterstand zien de Chinese buitenland-deskundigen zelf ook.

Regionale conflicten

Het boek bevat een kaartje van de Chinese aanspraken op de Chinese Zee. Het viel me op dat de Natuna eilanden net buiten deze negen-strepen-lijn vallen. Toch ziet Indonesië de Chinese claim op een deel van de Natuna eilanden als illegaal. De strijd om de eilanden zullen voorlopig wel een ernstige bron van conflicten blijven en inderdaad uitgespeeld worden door de VS, zoals Woodward uitgebreid betoogt, om hun militaire aanwezigheid te legitimeren.

Al die conflicten worden uitgewerkt in overzichtelijke hoofdstukjes, maar daarbij wordt dan toch vooral de Chinese argumentatie gevolgd. Als je dat op de koop toeneemt dan bevatten de paragrafen een schat aan informatie. Bijvoorbeeld hoe de Vietnamese leiding verdeeld is over de manier waarop de conflicten moeten worden opgelost, waarbij de pro-Chinese vleugel de overhand kreeg.

Dat de conflicten het best in overleg kunnen worden opgelost, daarover zijn de meeste betrokkenen het eens. Maar dat betekent niet dat alle Chinese claims in 'de Chinese achtertuin' kloppen, ook niet als de VS en Groot-Brittannië eerder dergelijke streken uithaalden in de wateren bij Alaska of rond de Falklands. Dat is een jij-bak die geen recht doet aan de kleinere landen rond de Zuid-Chinese Zee.

Dat de Chinezen zelf in vredestijd weinig belang hebben bij het hinderen van het vrije scheepvaartverkeer is duidelijk, daar hebben ze de VS niet voor nodig. Dat China weinig behoefte heeft aan militaire bases van andere landen die menen recht te hebben op de riffen en kliffen is begrijpelijk, maar dat maakt onderdeel uit van een onderhandelingsproces, niet van een claim. Als dat niet onderling opgelost kan worden, dan moet er bij voorkeur in het kader van het VN Verdrag voor de Zee (UNCLOS) naar een oplossing gezocht worden.

Kwesties

Naast portretjes van de conflicten rondom eilanden, zijn er hoofdstukjes over de bescherming van kwetsbare zeeroutes, over de kwestie Taiwan, etc. Het boek barst uit zijn voegen van allerlei kwesties die minutieus en zeer informatief beschreven worden. De meeste Amerikaanse militairen buiten de VS zijn gelegerd in Japan, bijna 50.000. En ook in Zuid-Korea is een flinke Amerikaanse legermacht van 23.468 militairen geïnstalleerd. Dit soort feiten zetten me aan het denken. Stel je voor dat in Engeland 50.000 Chinezen zouden zitten en in Denemarken nog eens 25.000. Het zou ons in Nederland op zijn minst zenuwachtig maken.

Er zijn ook heel veel vergeten of onbekende feitjes. Zo heeft de NAVO samenwerkingsverbanden met landen elders op de wereld. Eén van die landen is het ver weg aan de Chinese grens gelegen Mongolië. China is na Nederland de grootste investeerder in dat land. Het zijn van die opmerkingen die nieuwsgierig maken.

Waarin investeert, of beter, investeerde Nederland in dat lege land van het wuivende gras en een extreem klimaat? Het waren de belastingvoordelen die een verdrag tussen Nederland en Mongolië tot stand deed komen. De Australische mijnbouwreus Rio Tinto wist die weg eerder te vinden. Want het is niet alleen China dat de economie inzet om ten koste van anderen een win-win winst te maken.

Woodward gaat uitgebreid in op Centraal-Azië. De landen daar zijn lid van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SFO) die in bekendheid onder doet voor BRICS (het overleg tussen Brazilië, India, China en Zuid-Afrika), maar minstens even belangrijk is en sterk groeiende qua inhoud en geografische omvang.

Vaak begint Woodward een deel van haar boek met een korte samenvatting. De samenvatting rond Centraal-Azië luidt zo: “Hier kijk ik naar de onderlinge strategische relaties van de VS, China en Rusland in Centraal-Azië vanuit het perspectief van de Chinese zorg over de stabiliteit van de kwetsbare provincie Xinjiang, en de kansen die de Verenigde Staten zien voor een militaire en strategische opmars in de regio.”

Genoeg stof voor een nieuw boek lijkt me, want de huidige pagina's stippen veel problemen aan die om een samenhangende uitwerking vragen. Wat betekent de aanwezigheid van de NAVO in Afghanistan? Hoe wordt economische ongelijkheid (voedingsbodem voor Oeigoerse protesten) in Xinjiang opgelost? Verliest de VS terrein aan Rusland met zijn wapenleveranties en aan China met zijn Handelsroute in Centraal-Azië? China ziet de regio op langere termijn als de spil om van Europa en Azië een gebied te maken door Oost-West routes over land. Welke mogelijke conflicten levert dat op?

Staat van dienst

Op zoek naar informatie over Jude Woodward op het internet vond ik een foto van haar uit 1971. Uit die tijd stamt ook zo'n beetje de enige kritiek op China in haar boek. Het is verklaarbaar dat China in 1971 koos voor het aanhalen van de banden met de VS om zo de kwetsbaarheid te verkleinen, stelt ze. Maar China “verloor de steun van de ontwikkelingslanden en de loyaliteit van linkse bewegingen”, omdat het banden onderhield met het Chili van Pinochet, het weigerde Israël te veroordelen en leverde wapens aan UNITA, de rechtse rebellen in Angola.

Ze haalt inmiddels de leer van Adam Smith en Karl Marx aan als verklaring voor het Chinese succes boven het westerse falen. Dat ook de Chinese groei vertraagt, is echter geen verzinsel uit het Westen, maar een reëel probleem waar de Chinese overheid op reageert met investeringen in megaprojecten.

Walden Bello, een man met een enorme staat van dienst als het gaat om de economische ontwikkelingen in de wereld en Zuidoost-Azië in het bijzonder, waarschuwt in zijn komende boek dat het Chinese model wel eens kan vastlopen. Dan bestaat ook nog de mogelijkheid dat de Chinese positie in het Zuiden verslechtert als China havens en eilanden van andere landen claimt in ruil voor (niet terugbetaalde) leningen.

Laten we hopen dat het zover niet zal komen. Veel Chinezen hebben de extreme armoede achter zich kunnen laten en dat de Chinese economie in 2015 7 procent groeide en het energieverbruik met 0,5 procent is natuurlijk goed nieuws. Daar kan het Westen nog wat van leren. Maar het is jammer dat Woodward bijna onvoorwaardelijk voor de zijde van de Chinese leiding heeft gekozen. Dat ondergraaft de boodschap dat samenwerking wel eens tot meer ontwikkeling kan leiden dan ingevlogen militaire steun en wapens.

Amerika tegen China. De nieuwe Koude Oorlog?
auteur Jude Woodward
uitgave Paperback, 440 pagina's
uitgever EPO, 2018
prijs 29,90 euro
isbn 9789462671430

Noot van de redactie:
Waar in de tekst verwezen wordt naar illustraties en grafieken en dergelijke, moet men die in de originele versie raadplegen. Konfrontatie plaatst in principe geen materiaal waarop mogelijk copyright van derden rust.

Noten:
* Alexander Lukin, China and Russia; the new rapprochement (Polity: Cambridge 2018)

** Hsiao-hung Pai, Scattered sand; the story of China's rural migrants (Verso: Londen, 2012)

(Overgenomen van www.broekstukken.blogspot.com)