Een actie is pas geslaagd als deze het Journaal en de ochtendbladen haalt. Waarom eigenlijk? De gedachte dat een televisie-item of krantenbericht de lezer op kijker op andere gedachten brengt lijkt nergens op gebaseerd. Of is de actie zelf de boodschap?

Uit een oude Ravage (2002)


"Gaat er nog wat gebeuren?", vraagt een van de opgetrommelde actievoerders. Ze is wat chagrijnig omdat ze zo vroeg haar bed uit moest en wil toch tenminste wat spektakel. Er wordt haar gevraagd nog even geduld te hebben. De fotograaf van het ANP en de cameraploegen van Hart van Nederland en het NOS-Journaal zijn nog niet gearriveerd. Zolang die er niet zijn heeft het weinig zin tot actie over te gaan... Een acties is een kleine explosie in de leegte van de normaliteit. Ontbreekt de mediale schittering dan wordt het al snel een pijnlijk gênante vertoning.

Ook Groen Front! blijkt inmiddels die mening toegedaan. "Het ANP wil ons niet op de telex zitten", beklaagt een van de Groen Front!-actievoersters zich bij de redactie van Ravage. Zij hebben in het kader van de internationale vrouwendag het bouwterrein van de Sophiatunnel bij Alblasserdam bezet. Nu de media het niet willen coveren is alle moeite voor niks geweest. Maar deze actiebeweging baseert zich toch op het idee van onbemiddelde directe actie: het stoppen of verhinderen van voor het milieu schadelijke praktijken. Als een boom gekapt dreigt te worden ga je er in zitten. Als ergens een weg of spoorlijn aan wordt gelegd, bezet je het bouwterrein of een machine. Niet zozeer om de media te halen, maar om het werken onmogelijk te maken en de aannemer op kosten te jagen. Inmiddels is dat dus niet meer genoeg.

Robert Bloemen van het ANP laat, gevraagd om opheldering, geïrriteerd weten dat zijn dienst geen servicebureau is. ,,Als ANP plaatsen we niet automatisch alle acties van Groen Front! op de telex. Dit was niet de eerste bezettingsactie van Groen Front! en waarschijnlijk ook niet de laatste'', zo motiveerde Bloemen de weigering. Gelukkig, zo melden twee van de actievoersters naderhand in Ravage, was er ondanks de weigering van het ANP voldoende media-aandacht. De actie was zo toch nog een succes geworden...

Mediastrijd

Groen Front! is niet de eerste directe actiegroep die bezwijkt voor de media. Zo was kraken in eerste instantie ook 'slechts' een praktische oplossing voor een praktisch probleem. De pers had in de jaren '70 en begin jaren '80 geen belangstelling voor de krakers en omgekeerd idem dito. Als later echter de media 'de kraakbeweging' uitvinden en de krakers zelf ook gaan geloven dat het van belang is dat hun acties worden gecoverd en hun motieven in de media komen, verliezen de krakers de regie. De pers komt immers alleen maar opdraven als ze de garantie krijgen dat de actie mooie mediamieke plaatjes oplevert voor de massa's thuis. De kraakbeweging kan die verleiding van de media niet weerstaan en maar al te vaak bepaalt de tot publieke opinie gestolde massa het scenario van een ontruiming of actie.

Toen de kraakbeweging eind jaren tachtig uit de media verdween moest een 'Persgroep Hoofdstedelijk Kraaknieuws' de kraakbeweging nieuw leven in blazen. Er werd nog steeds volop gekraakt, maar de pers had geen aandacht meer voor haar verhalen en daar baalde men van. De leus 'kraken gaat door' werd eerder een schreeuw om aandacht dan de uitdrukking van een zelfverzekerd geloof in eigen kracht. Nu rond de ontruiming van de Kalenderpanden, de perikelen over de kroeg in Vrankrijk en het gedoe met de Broedplaatsen weer veelvuldig - en ook nog in positieve zin - over kraken wordt geschreven, neemt het zelfvertrouwen toe.

Lonend

Sociale bewegingen en actiegroepen ontlenen hun succes maar al te vaak aan hun aanwezigheid in de media. Een media optreden is ook vaak zeer lonend. Zo zag de Vereniging tot Behoud van de Waddenzee haar ledental in 1990 na een lange televisieuitzending verdubbelen. De media-aandacht voor kraken of de acties van Groen Front! heeft er waarschijnlijk ook toe bijgedragen dat mensen eens een kijkje kwamen nemen. Een club als Greenpeace dankt haar grote aanhang vooral aan professioneel opgezette media-campagnes. Door alle aandacht in de media weet Greenpeace steeds het beeld op te roepen van een zeer succesvolle actiegroep. Het succes betreft hier dan vooral het aantal leden en mediaminuten. Of dit succes ook positieve gevolgen heeft voor het milieu is minder duidelijk.

Volgens Greenpeace wordt de strijd om het milieu in de eerste plaats in de media uitgevochten. "We zagen het als een media-oorlog", zegt Robert Hunter over de eerste Greenpeace campagne tegen de kernproeven op Amchitka in 1971. "Het idee was om de gevestigde pers, de alternatieve pers en de tv-kanalen in één keer te raken. We wilden iedereen bewust maken van wat hier aan de hand is", aldus Hunter in The Greenpeace Chronicle. Niet zozeer een directe verbetering van het milieu, maar het bevorderen van het milieubewustzijn is het belangrijkste doel van deze media-oorlog.

Informatie

Bewustmaking is altijd een van de centrale elementen van radicale politieke actie geweest. De in de regel onwetende burger moet zich door een actie en de bijgeleverde kritische informatie bewust worden van een bepaald probleem. Eenmaal geïnformeerd zal de burger zijn gedrag veranderen of tot actie overgaan, zo wordt verondersteld.

Omdat de 'burgerlijke' media niet altijd aan de verspreiding van deze informatie wilden meewerken, verrezen er talloze alternatieve media die alsnog de 'waarheid' verkondigden. Door het verspreiden van kritische inhoud kon het netwerk van manipulerende boodschappen waarmee de media het bewustzijn van de massa's dagelijks beïnvloeden doorbroken worden en de burger op andere gedachten worden gebracht, zo was en ís de gedachte.

De Duitse activisten van de Autonome A.F.R.I.K.A.-Gruppe vragen zich na jarenlang flyers, brochures en informatie-avonden over allerlei misstanden te hebben geproduceerd af of dit vertrouwen in de kracht en glorie van informatie wel ergens op gebaseerd is. "Te lang hebben we gedacht dat informatie de mentaliteit aantast en de wereld verandert. Maar zowel de euforische als pessimistische verhalen over de informatiemaatschappij hebben geen oog voor het cruciale probleem van de burgerlijke representatieve democratieën: feiten en informatie, zelfs als ze gemeengoed zijn geworden, hebben geen enkele consequentie".

Het honderdste rapport over het gat in de ozonlaag zal nauwelijks auto's minder doen rijden, geen mens minder laten vliegen en zeker niet leiden tot een 'succesvolle' klimaatconferentie. Dat er dagelijks honderden nieuwe feiten over het wereldgebeuren gepubliceerd worden, verandert niets aan de loop der dingen.

De expansie van de media en dus van informatie heeft ook niet geleid tot een groei van sociale bewegingen en kritische praktijken, wel tot een accumulatie van naar zichzelf verwijzende 'items'. Van de verwoestende brand bij vleesproducent Dumeco in Boxtel belanden we in de discussie over de foute vader (en moeder) van Maxima om vervolgens terug te keren naar een huilende boer die treurt omdat zijn 'gezonde' koeien die moeten worden geruimd wegens de smetvrees van de lijkenvretende consument.

De media hanteren bij elk voorval dezelfde formule en nivelleren ze tot bijna identieke beelden. Zo wordt een mediale werkelijkheid gecreëerd waarin de snel opeenvolgende onderwerpen van verschillende aard eerder fragmenteren dan dat ze verenigen en mobiliseren. De enige context van de plaats waar men naar kijkt is het beeld dat er op volgt. Journaal kijken is een toeristische ervaring waarin men in twintig minuten een aantal 'exotische' oorden bezoekt, om daarna over te gaan tot het opruimen van de koffiekopjes. Biertje?

Verdwijnen

Het besef dat informatie op zichzelf geen helende of subversieve eigenschappen bezit, heeft in sommige sociale en autonome bewegingen geleid tot een gezonde dosis media-scepticisme of soms zelf regelrechte afkeer van de media. In de Amsterdamse kraakbeweging van de jaren negentig bijvoorbeeld trok een groot deel van de krakers lange tijd van pand naar pand zonder dat ze zich verzetten tegen de ontruiming of de buurt op de hoogte stelde van haar motieven. Ze geloofden er niet langer in dat een pand met behulp van stenen, pamfletten, manifesten of andere media verdedigd kon worden.

Ook de Britse protestbeweging rond de aanleg van snelwegen heeft in de jaren negentig lange tijd de pers gemeden. Deze Do-it-Yourself beweging had geen enkel vertrouwen in de strategie van op media gerichte organisaties als Greenpeace. "Enkele minuten televisie-zendtijd over de bevestiging van een spandoek aan een afvoerpijp maakt mensen misschien wel bewust van de milieucrisis, maar het zorgt er niet voor dat deze crisis de volgende dag gewoon voortduurt", aldus Earth First!-activist Thomas Harding. Bovendien verbonden zij directe actie met het experimenteren met andere manieren van leven. Voor de media was hier zeker geen plaats. "Wij doen ons best om uit 'de' realiteit te blijven, zodat 'onze' realiteit aan kracht kan winnen", aldus een lid van de Donga Tribe die is voortgekomen uit het verzet tegen de aanleg van een snelweg bij Twyford Down.

Dat de media het niet op prijs stellen als nadrukkelijk wordt gekozen voor een strategie van verdwijning, ondervond de Britse ravecultuur. Toen de media eenmaal van deze beweging op de hoogte raakten, lieten ze er niks aan gelegen liggen om de ravers te demoniseren. Er ging een schok door de natie, mede omdat de ravers uit het niks tevoorschijn leken te komen. De overheid sloeg hard terug en verklaarde de danspraktijken, die zich al jarenlang buiten het zicht van de media hadden afgespeeld, illegaal. Eenmaal ontdekt door de media was haar doodvonnis getekend; terugkeren naar de realiteit bleek niet meer mogelijk.

Guerrilla

Voor een beweging die het creëren van een eigen parallelle of autonome werkelijkheid waarin het prettig toeven is tot voornaamste inzet heeft, is het van levensbelang geen sporen in de media achter te laten. Voor een directe actiebeweging lijkt deze optie vrijwel uitgesloten. Elke actie, hoe klein ook, straalt naar alle kanten informatie uit en er is altijd wel een medium dat dit oppikt. Bovendien heeft veel sociale en politieke strijd heeft de straat en de bedrijfsvloer al lang geleden achter zich gelaten en is verhuisd naar de ideologische sfeer van de representatie, geconstrueerd door en via de media.

Volgens de media-activisten Geert Lovink en David Garcia is het in een tijd waarin het aantal media kanalen voortdurend groeit en de verschillende virtuele ruimten zich in ras tempo uitbreiden, onzin om nog te praten van een 'terugkeer naar de werkelijkheid'. "In feite moeten we ons afvragen of er nog een betekenisvolle politiek kan bestaan buiten de mediasfeer?" aldus Lovink en Garcia.

Zolang het einde van de media, een totale implosie van het gehele spectaculaire mediacircus, een utopische optie is, zullen sociale bewegingen met de media moeten leren leven. Dit is misschien vervelend, maar niet onoverkomelijk. Wanneer politiek zich nog voornamelijk of in ieder geval voor een groot deel afspeelt in de media zal deze (virtuele) werkelijkheid zelf eveneens terrein van actie moeten zijn.

De Autonome A.F.R.I.K.A.-gruppe heeft zich enkele jaren geleden al hard gemaakt om wat vaker te rellen en keten in het rijk van de tekens. In deze communicatieguerrilla wordt het idee dat de media kunnen worden gebruikt om de onwetende massa te 'verlichten' overboord gezet, maar gaat het er eerder om dat de dagelijkse informatie- en beeldenstroom verstoord worden door vreemde en tegenstrijdige berichten de media in te slingeren.

Taarten, adbusten, pranken, hacken, camcorder kamikaze, rappen... Het zijn enkele voorbeelden van door de jaren heen beproefde recepten. Dat de media ook in dit geval alleen maar de verstoring van de normaliteit registreren en geen aandacht schenken aan de motieven van bijvoorbeeld de taartgooier, doet er dan niet meer toe. De taart is immers zelf de boodschap.




(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Freek Kallenberg.)