Op 14 september 2020, voor een publiek van leidinggevenden van digitale ondernemingen, sprak de Franse president Emmanuel Macron de volgende volzin over de tegenstanders van 5G uit: ‘Ik hoor veel stemmen opgaan om ons uit te leggen dat we de complexiteit van hedendaagse problemen moeten aanpakken door terug te keren naar de olielamp! Ik denk niet dat het Amish model de manier is om de uitdagingen van de hedendaagse ecologie op te lossen.’ Op deze manier beledigde de arrogante kwal Macron niet alleen de geloofsgemeenschap van de Amish, maar ook serieuze tegenstanders van kapitalistische vooruitganggedachte. Deze kwal zal snel kunnen roepen: ‘Maar ik had niet de bedoeling hen te beledigen. Mijn excuus als ik dat wel deed’. Wat, praatte je niet bewust over deze moeilijke kwesties? Dan moet er zo snel mogelijk ander werk voor je worden gevonden.

(Door Thom Holterman, oorspronkelijk verschenen op Libertaire Orde)

Natuurlijk praten dit soort lui heel bewust over deze kwesties. Net zo bewust liegen ze alles bij elkaar (Online). Ze willen in een goed blaadje staan bij de leiders van de multinationale bedrijven, de grote banken, kortom het financieel kapitalisme. Groei? We noemen het wel groen en het gewone volk zal daar intrappen, want wat is mooier dan ‘Groene groei’? Wel dat is net zo destructief als groei van welke kleur ook. Het gaat immers om de poen.

Op een veel nettere manier en meer doordacht dan ik dat hier vertolk, toont de Franse econome Hélène Tordjman aan hoe, onder het mom van ‘ecologische overgang’, het financieel kapitalisme doorgaat met de vernietiging van de planeet. Zij doet dat in haar onlangs verschenen boek La croissance verte contre la nature. Op de site Reporterre trof ik van Amélie Quentel een bespreking van dat boek aan, die ik vertaalde. Hieronder de bespreking. [ThH]

In een stimulerend boek, La croissance verte contre la nature – Critique de l’écologie marchande (Groene groei strijdig met de natuur – Een kritiek op de marktecologie), poogt de econome Hélène Tordjman deze ‘absolute tegenstelling’ te deconstrueren. Volgens haar is die representatief voor onze schadelijke verhouding tot de natuur sinds de opkomst van het kapitalisme: een utilitaire, antropocentrische verhouding, die de mens boven andere levensvormen plaatst, terwijl een dergelijke houding in feite niet meer is dan een kwestie van neoliberale ideologie.

Met veel didactiek, ondanks de complexiteit van het onderwerp, laat de docente aan de universiteit van Sorbonne Paris Nord zien hoe de grote internationale instellingen, staten en multinationals, onder het mom van ‘ecologische en digitale transitie’, ‘vooruitgang’ of ‘groene groei’, uiteindelijk alleen maar de ecologische crisis verergeren die ze met de hand op het hart beweren te willen stoppen… nadat ze er zelf de oorzaak van zijn geweest.

‘Financialisering van de natuur’

In dit essay wordt ingegaan op de fabricage van nieuwe organismen voor de productie van benzine of plastic, op ‘big data’, nanotechnologie en de privatisering van genetische informatie. Dit alles wordt omgezet in middelen voor commerciële uitwisseling. Kortom, het monetarisme en de ‘financialisering van de natuur’, zijn verschijnselen die leiden tot ‘een zekere vorm van dematerialisatie en ontmenselijking: een bos wordt niet langer gezien als een populatie bomen met gevarieerde soorten en gekenmerkt door subtiele interacties, maar als een voorraad biomassa en/of een koolstofput’ (Tordjman).

Een visie gebaseerd op ‘verhoogde prestaties’ en ‘het streven naar maximale winst’, die door de auteur als rampzalig wordt beschouwd, herinnert ons aan ‘de mythe van de neutraliteit van wetenschap en technologie’. Een mythe ja, aangezien ‘de wisselwerking van machtsspelletjes, institutionele structuren en ideologische impregnatie ertoe leiden dat bepaalde opties worden bevoordeeld onder de veelheid van mogelijkheden die door de wetenschap worden onderzocht’ (Tordjman).

Zij toont ook duidelijk aan hoe het streven naar efficiëntie, dat eigen is aan het ‘gefinancialiseerde’ kapitalisme, zich soms ‘tegen zichzelf keert’. In de traditie van Jacques Ellul, een kritisch denker van de technologische maatschappij, wijdt zij boeiende bladzijden aan de zelfverheerlijking en autonomie van de moderne technologie: ‘De nieuwe technieken zullen op hun beurt nieuwe problemen creëren, die de uitvinding van nieuwe middelen zullen vereisen, en dit in een eindeloos proces’ (Tordjman). 

‘Eten of rijden, je moet kiezen’

Om haar stelling kracht bij te zetten, en niet zonder humor, legt Hélène Tordjman bijvoorbeeld uit dat je tegenwoordig moet kiezen tussen ‘eten of rijden’: de toenemende productie van agrobrandstoffen om de brandstoftank van onze auto’s te vullen, betekent dat land dat oorspronkelijk bestemd was voor voedingsgewassen, moet worden omgeploegd… Het overgrote deel van deze grond wordt gebruikt door het agro-industriële systeem, dat niet alleen zeer vervuilend is, maar ook veel minder voedsel produceert dan kleine landbouwbedrijven (deze laatste zijn verantwoordelijk voor 80% van het voedsel in niet-geïndustrialiseerde landen, volgens een studie uit 2014 van de vereniging Grain). 

Dit zet de onderzoeker ertoe aan enkele denk- en actiepistes te schetsen voor een paradigmaverschuiving, ver van de zogenaamde ‘groene lapmiddelen’ die bijvoorbeeld in het in 2019 gelanceerde Europese ‘groene pact’ naar voren worden geschoven. ‘In tegenstelling tot wat de liberalen al veertig jaar beweren, zijn er andere levensvatbare oplossingen denkbaar’, schrijft ze, en ze denkt aan zelfbeheer of zelfs aan een project van ‘sociale voedselzekerheid’, gedragen door boeren en ingenieurs.

Hélène Tordjman is zich ervan bewust dat deze lokale agro-ecologische en boereninitiatieven niet voldoende zullen zijn om het systeem te veranderen – zij pleit ook voor een uittreding uit het kapitalisme, maar voegt er nederig aan toe dat zij geen ‘plan B’ heeft om voor te stellen – en is van mening dat een eerste stap een ingrijpende hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zou kunnen zijn. Om dat te doen, hebben we echter ‘een beetje politieke moed’ nodig.

Amélie Quentel  (integraal te lezen op de site Reporterre ; vertaling Thom Holterman)

Tordjman, Hélène, La croissance verte contre la nature – Critique de l’écologie marchande, Éditions La Découverte, Paris, 2021, 352 blz., 22 euro.