In 1943 pleitte de Franse libertaire filosofe Simone Weil (1909-1943) voor de afschaffing van politieke partijen. Dit thema werd een aantal jaren later overgenomen door de Franse schrijver en surrealist André Breton (1896-1966). Over de schadelijkheid van politieke partijen vond een discussie plaatst en Breton publiceerde erover. De Belgische libertaire auteur Johny Lenaerts vertaalde daarvan een fragment dat hieronder wordt weergegeven.

(Door Thom Holterman, oorspronkelijk verschenen op Libertaire orde)

Dit staat niet op zichzelf. De oppositie van Simone Weil tegen politieke partijen heeft een plaats tussen haar overige politieke denkbeelden. En precies daarover is onlang een bundel bij de Kelderuitgeverij te Utrecht uitgekomen met een zevental bijdragen van haar. Die teksten zijn eveneens door Johny Lenaerts vertaald. De titel ervan luidt Onderdrukking en Vrijheid. Na het fragment van Breton over Weil vindt u meer informatie over de genoemde bundel. [ThH]

Breton en Weil

André Breton

…Bestaat er niet in de structuur van elke politieke partij een onoverkomelijke anomalie, een afwijking die door en door voor de mens schadelijk is? Dat hebben uiteenlopende maar goed geïnformeerde personen de een na de ander vastgesteld. Op de meeting die vorig jaar [1949] in Pleyel over het thema ‘De Internationale van de geest’ georganiseerd werd, had ik de kans om in zijn aanwezigheid eraan te herinneren dat Albert Camus in het afwijzen van het lidmaatschap van elk soort partij de eerste voorwaarde ziet voor een diepe en hartstochtelijke uitwisseling van standpunten en ideeën waarbij men nog een remedie voor het huidige kwaad zou kunnen vinden. [Onwillekeur moet ik denken aan Menno ter Braak, Politicus zonder partij,1933; thh.] We stellen immers vast dat hoe groter de discipline in de schoot van een partij is, des te meer haar leidende ideeën stereotiep worden en verstarren. Denken we maar terug aan de meesterlijke bladzijden waarin Jules Monnerot in zijn zeer belangrijke Sociologie du communisme aantoont hoe een dergelijke partij zich meester maakt van het ‘ideaal-ik’ en het ten dienste stelt van haar eigen socialisering.

Simone Weil

Maar de veruit meest cruciale getuigenis over dit onderwerp wordt geleverd door een artikel van Simone Weil dat gepubliceerd is in nummer 26 (februari 1950) van La Table ronde onder de titel: ‘Aantekening over de algemene afschaffing van de politieke partijen’. Deze twintig bladzijden, die in alle opzichten op een bewonderenswaardige wijze getuigen van scherpzinnigheid en waardigheid, vormen een aanklacht zonder mogelijk beroep tegen de misdaad het denkvermogen op te geven (het afstand doen van zijn meest onvervreemdbare prerogatieven) dat de werkingswijze van de partijen met zich meebrengt. Eens en voor altijd heeft men een van de ergste aberraties van het ogenblik aan het licht gebracht, namelijk dat voor de meesten ‘de drijfveer van het denken niet langer het onvoorwaardelijke, niet gedefinieerde verlangen naar waarheid is maar verlangen om zich te conformeren aan een vooraf vastgelegde leerstelling’. We kunnen enkel maar hopen dat deze ‘aantekening’ afzonderlijk zal uitgegeven worden en een grote verspreiding zal kennen.

Tegenover het voortbestaan van de onderdanigheid en van de agressieve vormen dat dit met zich meebrengt is het tijd dat degenen die samen met Simone Weil van oordeel zijn dat de ‘afschaffing van de partijen een haast zuivere weldaad is’, zich laten horen. Het spreekt vanzelf dat een dergelijke afschaffing (daarom verkies ik de uitdrukking ‘verbannen’) zonder absolute vervalsing nooit kan voortvloeien uit een gewelddaad: ze kan zich enkel voordoen na een redelijk lang proces van collectieve ontgoocheling. Voor we zo ver zijn mogen we op z’n minst verwachten dat bij de komende verkiezingen opnieuw een kiesstelsel zal ingesteld worden waarin niet langer op een systematische wijze de kandidaat die zich als de verantwoordelijke voor de kiezers opwerpt zal benadeeld worden ten voordele van degene die enkel verantwoording moet afleggen aan zijn partij – des te méér als dat een partij is waarin de officiële leiders er zich toe beperken de bevelen uit te voeren die ze vanuit het buitenland krijgen.

[André Breton ‘Combat’, 21 april 1950 (fragment)]

Onderdrukking en vrijheid

Uit de bijdrage van Simone Weil getiteld ‘Over de oorzaken van vrijheid en maatschappelijke onderdrukkng’ (1934) stamt de volgende typering: ‘En toch kan niets ter wereld de mens het gevoel ontnemen dat hij voor vrijheid geboren is. Wat er ook moge gebeuren, nooit kan hij het knechtschap verdragen; want hij kan denken. Hij heeft nooit opgehouden te dromen van een grenzeloze vrijheid, hetzij in de vorm van een geluk dat voorbij is en waarvan hij als straf beroofd werd, hetzij in de vorm van een toekomstig geluk dat hem gebracht zal worden door middel van een pact met een mysterieuze voorzienigheid. Het door Marx voorgestelde communisme is de jongste vorm van deze droom. Deze droom is steeds vruchteloos gebleken, net als alle dromen, of wanneer hij een troost was, dan enkel als opium. Het wordt tijd niet langer van vrijheid te dromen en te besluiten de vrijheid te denken.’ Het gaat Weil om dit laatste en om de vraag hoe dit in de praktijk te brengen. In de bundel Onderdrukking en vrijheid vindt men de hele bijdrage naast zes andere van haar.

De filosoof en historicus Thomas Decreus schetst in zijn voorwoord bij de bundel de ontwikkeling van het denken van Simone Weil en geeft aan wat haar belang voor vandaag is. In de bundel komt ook een biografische schets van haar voor, van de hand van de vertaler Johny Lenaerts. En zoals hierboven aangekondigd kan men in de bundel integraal haar ‘Aantekening over de algemene afschaffing van de politieke partijen’ (1943) lezen. Daarin verwoordt zij de observatie die een ieder zal herkennen: ‘Iemand die tot een partij toetreedt heeft waarschijnlijk in de actie en de propaganda van deze partij dingen ontdekt die hem goed of juist lijken. Maar hij heeft nooit het standpunt van de partij over alle problemen van het openbare leven onderzocht. Door lid te worden … accepteert hij standpunten waar hij geen weet van heeft. Zo onderwerpt hij zijn denken aan de autoriteit van de partij. Wanneer hij deze standpunten langzaam leert kennen, zal hij ze zonder onderzoek overnemen.’

[ThH]

WEIL, Simone, Onderdrukking en vrijheid, Kelderuitgeverij, Utrecht, 2018, 284 blz., prijs 17, 50 euro; te bestellen bij Kelderuitgeverij