Nieuwe gelekte documenten onthullen hoe onze democratie achter gesloten deuren wegonderhandeld wordt onder het mom van een 'handelsverdrag'- is TTIP bezig om zo'n hete aardappel te worden dat geen enkele politicus die bij zinnen is er nog aan wil?

 (Engelstalig origineel op Open Democracy, Foto: War on Want)

Deze week vindt de start plaats van de negende ronde van besprekingen voor het beruchte Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP), het verdrag tussen de EU en de VS dat door velen gezien wordt als de grootste bedreiging van de democratie in de 21e eeuw.

Onderhandelaars van de Europese Commissie en de VS-regering ontmoeten elkaar in New York om te pogen om een overeenkomst vlot te trekken die in snel tempo bezig is te 'giftig' te worden voor politici om erbij betrokken te zijn. Gelukkig voor hen, worden de onderhandelingen altijd achter gesloten deuren gehouden.

Ondanks de geheimhouding hebben uitgelekte documenten onthuld dat de besprekingen van deze week zich richten op een uitruil tussen het openen van de Europese landbouwmarkt aan de ene kant (een van de belangrijkste eisen van de VS) en toegang tot contracten voor openbare aanbestedingen in de VS aan de andere (en van de hoofddoelen van de EU). In de verwrongen logica van het vrije marktfundamentalisme, zijn de EU-onderhandelaars van plan om de landbouwsector van Europa op te offeren aan de reuzen van de VS agribusiness in de hoop dat grote Europese bedrijven dan toegang krijgen tot locale overheidscontracten in de deelstaten van de VS.

Beide zaken zijn een ongewenst resultaat. Boeren in verschillende Europese landen luiden al de alarmbel in het vooruitzicht dat de Europese landbouw wordt weggevaagd door oneerlijke concurrentie van landbouwbedrijven in de VS, die niet hoeven te voldoen aan de standaarden voor voedselveiligheid en milieu die we in Europa zo op prijs stellen. De Europese Commissie werpt tegen dat ze onze standaarden nooit op zou offeren op het altaar van de vrije markt, maar is al begonnen om een aantal regels voor voedselveiligheid te verslappen als lokkertje voor de uiteindelijke overeenkomt.

Aan de Amerikaanse kant is er publieke weerstand tegen het idee dat lokale aanbestedingscontracten opengegooid zouden kunnen worden voor grote Europese bedrijven, met als enige doel dat de snelle jongens aan deze kant van de Atlantische Oceaan hun zakken nog wat meer kunnen vullen. Veel van deze contracten zijn bewust afgeschermd ten gunste van kleinschalige bedrijven en familiebedrijven, om banen te behouden in de plaatselijke economie. Officiële schattingen voorspellen dat honderdduizenden banen in de VS verloren zullen gaan als direct resultaat van de opening van de markt die TTIP zal brengen, net als dat voorspeld wordt dat honderdduizenden Europeanen hun banen zullen verbeuren ten gevolge van de marktliberalisering hier.

Geen wonder dus, dat op de wereldwijde actiedag op zaterdag 18 april tegen TTIP en andere vrijhandelsverdragen, meer dan 750 verschillende protesten in steden en plekken over de hele wereld te zien waren. Honderdduizenden mensen gingen de straat op om publiekelijk de woede te uiten tegen het aanhoudende nastreven van TTIP om meer winst voor het bedrijfsleven te leveren, ten koste van alles. Verbonden in verschillende landen hebben voorkeur voor verschillende aspecten van het TTIP-verdrag – de bedreiging van onze publieke diensten, het vooruitzicht van stijgende consumptie van fossiele brandstoffen of de ondermijning van de milieubeschermingswetten van de EU, om maar een paar te noemen. Toch stemmen alle actievoerders overeen in hun afschuw over de volledige veronachtzaming door TTIP van democratische integriteit en het rechtssysteem.

Nu de Europese Commissie steeds meer verzet ziet ontstaan, heeft ze als reactie de kop in het zand gestoken en probeert te ontkennen dat er iets mis aan is. Voor degenen onder ons die de afgelopen 20 jaar betrokken zijn geweest bij debatten omtrent handelsbeleid, is dit de standaard reflex van de Commissie elke keer als die het gevoel heeft dat z'n geloofwaardigheid aan het wegebben is. Uiteindelijk gaat het om een niet gekozen orgaan dat geen verantwoording hoeft af te leggen naar de Europese bevolking. Zoals onverkozen organen in de rest van de wereld, voert ze alleen de propaganda op, in plaats van in te gaan op haar falen.

Ik maakte dit punt naar de Commissaris voor Handel van de EU, Cecilia Malmström, toen we een onderhoud met haar hadden in haar kantoor aan de vooravond van de vorige onderhandelingsronde in februari. Malmström gaf toe dat TTIP in toenemende mate populariteit aan het verliezen is, nu mensen uitvinden wat het voor hen zou betekenen. Maar ze voegde daar koeltjes aan toe dat ze op geen enkele manier afhankelijk is van de goedkeuring van het Europese publiek. Uiteindelijk hoeft Malmström alleen maar te reageren op de bedrijfslobby die TTIP in de eerste plaats ontworpen heeft, en die nog steeds aan haar touwtjes trekt.

Deze arrogantie doet het niet zo goed bij die personen die wel gekozen moeten worden, en daar op dit moment naarstig naar streven. In het Verenigd Koninkrijk zijn er steeds meer Labour-politici die zich nu keren tegen de steun die hun partij aan TTIP geeft, omdat ze inzien dat die hun kansen op succes op 7 mei (verkiezingsdag in het VK, vert.) niet echt vergroot. Ik nam vorige week deel aan een verkiezingsdebat in de Kieskring van Brighton, Kemptown, waarbij de Labour-kandidaat vastbesloten stelde dat ze het standpunt van de partijleiding zou weerstaan en tegen TTIP zou stemmen, mocht dat ooit in het parlement ter stemming komen. Andere parlementaire kandidaten nemen dezelfde positie in, waarbij het feit dat ze zenuwachtig worden goed aangeeft hoe sterk de beweging is.

De campagne tegen TTIP zal doorgaan, onafhankelijk van welke partij uiteindelijk de regering vormt in het VK. De golf aan kwaadheid vanuit de bevolking over de overeenkomst wordt elke maand sterker, en de Europese Commissie heeft al erkend dat ze nooit zal slagen voor de oorspronkelijk gestelde streefdatum van het einde van dit jaar. De tekens staan op de muur voor TTIP. Slimme politici zouden eieren voor hun geld moeten kiezen, ter voorbereiding van diens nederlaag.