Het Europees Hof van Justitie (EHJ) maakte op 6 maart een uitspraak bekend die ook belangrijk kan zijn voor de strijd tegen de vrijhandels- en investeringsverdragen zoals TTIP, CETA en andere. Zoals bekend zijn de uitzonderingsrechtbanken voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en overheden (bekend als ISDS, in een recentere versie als ICS, zie bv. ref. 1) één van de grote bezwaren tegen dit soort verdragen. Het EHJ oordeelde dat het ISDS-mechanisme opgenomen in een bilateraal verdrag tussen Nederland en Slovakije onverenigbaar is met het Europees recht.

(Oorspronkelijk verschenen op Ander Europa)

Daarmee komen ook ongeveer 200 andere bilaterale verdragen tussen EU-lidstaten op de helling te staan. Verre van ons om te beweren dat het EHJ de ultieme legitimiteit vertegenwoordigt in de EU, maar als een uitspraak van dit Hof het verzet tegen het neoliberaal Europa kan versterken juichen we dit natuurlijk toe.

Voor het goede begrip: het gaat om een bilateraal verdrag binnen de EU, tussen twee lidstaten van de Europese Unie, nl. Nederland en Slovakije. Investeerders van het Nederlandse Achmea zijn sinds 1997 actief op de Slovaakse verzekeringsmarkt, vanaf 2006 ook op de private ziekteverzekeringsmarkt. Ze spanden een zaak in tegen de Slovaakse overheid, dit na een aantal hervormingen in de ziekteverzekering. Achmea beriep zich op het investeringsverdrag Nederland-Slovakije. en kreeg gelijk van een geschillentribunaal van het ISDS-type; Slovakije werd veroordeeld tot een boete van 25 miljoen €. Maar de overheid weigerde te betalen. Achmea bracht de zaak voor een Duitse rechtbank, die de vraag stelde aan het Europees Hof van Justitie of het Nederlands-Slovaaks verdrag in overeenstemming is met de Europese verdragen.

Het EHJ maakte vandaag bekend dat het bilateraal Nederlands-Slovaaks verdrag strijdig is met het Europees recht. Slovakije krijgt dus gelijk, maar de logische implicatie is dat ook de zowat 200 andere gelijkaardige bilaterale verdragen tussen Europese lidstaten (meestal tussen een West-Europese ‘kernstaat’ en een Oost-Europese nieuwe lidstaat) dus strijdig zijn met het Europees recht. Bovendien zou dit ook relevant kunnen zijn voor de fel betwiste handels- en investeringsverdragen tussen de EU en derde landen, zoals het CETA-verdrag met Canada. Een uitspraak van het EHJ hierover wordt volgend jaar verwacht. Eventueel dus nieuwe munitie voor de activisten overal in Europa.

Voor een eerste evaluatie van het vonnis, zie het artikel (in het Engels) van Laurens Ankersmit, juridisch expert bij ClienEarth.

Met dank aan Paul-Emile Dupret, adviseur van de linkse fractie (GUE/NGL) in het Europees Parlement, voor zijn snelle mededeling aan het netwerk van Stop-TTIP-CETA activisten. (hm)

Toegevoegd op 7 maart: persbericht van 11.11.11 


(1) ISDS: dood of springlevend? Ander Europa, 19 april 2016.