Een van de roergangers van de bloeiende Franse 'beweging tegen economische groei' was op bezoek in Nederland. Hij belegde enkele informele bijeenkomsten om de achtergronden van de Franse organisatie uit te leggen. En kreeg met opmerkelijke reacties te maken.
ImageEen van de hardnekkigste dogma's van de huidige economie, is dat 'groei' noodzakelijk is. Zonder een permanente groei zou er crisis ontstaan en zouden allerlei uitgaven niet meer op te brengen zijn, houden politici en andere sleutelfiguren uit bedrijfsleven en vakbeweging ons altijd voor. Maar er is steeds meer gemor te horen vanwege de onontkoombare schizofrenie van deze opstelling: veel van de problemen, met name op ecologisch gebied, worden juist veroorzaakt door ongebreidelde economische activiteiten en zullen bij groei alleen maar toenemen. En van veel andere sociale problemen is bekend dat ze niet 'automatisch' op zullen lossen bij meer rijkdom maar dat ze politieke problemen zijn. Het is algemeen bekend dat er allang genoeg welvaart en voedsel op deze planeet is om iedereen in zijn basisbehoeftes te voorzien. Er is dus niet 'meer' nodig maar 'beter', met name betere verdeling.

Er waren altijd al wel wat denkers die hier op wezen, zoals in het kielzog van de eerste alarmerende rapporten van de Club van Rome. Ook in Nederland waren en zijn er mensen die er op wijzen, zoals voormalig CDA-adviseur Bob Goudzwaard met zijn 'Economie van het Genoeg' (*) Maar ze zijn een vreemde eend in de bijt en het is allerminst een sterke stroming.

In Frankrijk is daar de laatste tijd verandering in gekomen. Daar lijkt een heuse beweging te ontstaan rond het begrip 'décroissance' (ontgroeiing, oftewel krimp). De beweging is voortgekomen uit de tamelijk spontaan ge-erupteerde beweging tegen reclame casseurs de pub (zie eerder artikel op globalinfo). Nu zijn er zo'n 50 lokale afdelingen van 'krimp-groepen' en de tweemaandelijkse krant La Decroissance heeft een oplage van 45.000 exemplaren. Groei-kritici noemen zichzelf wel 'objecteur de croissance', een woordspeling met de naam voor weigeraars van militaire dienst ('Objecteurs de Conscience')

Een van de meest actieve personen binnen die beweging, Jean-Claude Besson-Girard, was in september op bezoek in Nederland. Hij gaf in informele kring uitleg over de ontwikkelingen in Frankrijk. Hierbij een impressie van zijn lezing op een avondje georganiseerd door de 'golf-groep' in een bovenzaaltje van de ABC-Treehouse Galerie in Amsterdam.

=====================

Jean-Claude Besson-Girard is een tanige, grijzende man met een opgeruimde en bescheiden verteltrend. Na een korte introductie door gespreksleider professor Arthur Mitzman, begint hij te vertellen. Eerst schetst hij hoe hij jarenlang met een groep mensen een collectieve boerderij in stand gehouden heeft in de Franse Cevennes, in de buurt van Avignon. Twaalf jaar lang deden ze dat, en ze hadden er eeuwig mee door kunnen gaan, ware het niet dat ze steeds meer last kregen van de wereld om hen heen. "Met de boerderij ging het wel goed, en met de woongroep ook. We hadden ook best commercieel kunnen overleven, met de beperkte consumptie-eisen die we hadden. Maar we hadden steeds meer last van de staat, die werkte ons tegen. Het was niet in de eerste plaats de markt die ons tegenzat, maar de overheid met al z'n regels en dwangmaatregelen". Hij gaat verder met het beschrijven van het groeiende bewustzijn dat ze het niet zouden redden door alleen "eilandjes van goede wil" te creëren. "Let wel, die zijn belangrijk hoor, maar we moeten ook tornen aan de overige maatschappij, aan de wortels van de problemen. We besloten dat we aandacht moesten schenken aan de gehele heersende manier van economie bedrijven en ontdekten dat de kern van het probleem onder andere lag in het productivisme; de opvatting dat hoe meer economische productie er is, hoe beter dat is. Terwijl we om ons heen zagen dat dat juist voor groeiende problemen zorgde, maar dat maar weinigen dat ter discussie stelden."

Besson-Girard, voor zich op tafel een stapeltje van zijn nieuwste boek Decrescendo Cantabile is blij verrast met het onverwachte succes van de Franse krimp-beweging: "We bestaan pas drie jaar en nu al hebben we tientallen lokale groepen en een tijdschrift met een oplage van ik geloof meer dan 40.000 exemplaren. En dat ik nu ook bij jullie in Nederland op bezoek ben, toont wel aan dat we nog steeds verder ontwikkelen". "In het begin waren we met een klein groepje mensen die het thema belangrijk vonden. We begonnen met een workshop op de grote manifestatie in de Larzac (uit solidariteit met de boeren die in 1999 een McDonalds uit elkaar gehaald hadden, GI). Die puilde meteen uit. Een jaar later organiseerden we een eigen conferentie in Lyon, waar zoveel mensen op afkwamen dat we honderden mensen buiten de zaal moesten laten. En nu zijn er overal in het land groepjes mee bezig." In zijn verhaal benadrukt Besson-Girard dat ze de problematiek bewust niet zien als een puur economische kwestie: "Het gaat om ons hele leven. Het gaat erom dat mensen weer andere waarden ontdekken dan alleen geld. Het heeft met alles te maken; bewustzijn, cultuur, technologie, arbeid, hoe mensen zich voelen... Al die dingen hebben natuurlijk met economie te maken, maar ook met allerlei andere zaken." De spreker merkt zelf op dat ze daarbij geen haast hebben. Het is een kwestie van veel geduld hebben, het moet zich organisch ontwikkelen, doordat mensen het zelf ontdekken en dragen. "Ik ben een veteraan van de jaren '60. Ik heb meegestreden in alle bewegingen sindsdien. Tegen de oorlog in Vietnam, tegen atoomenergie, al die verloren slagen." zegt hij, om zichzelf lachend. "We hebben daar veel van kunnen leren, hoe we dingen aan moeten pakken, maar ook hoe het níet moet".

"We zijn maar met een klein groepje, als je bekijkt hoeveel mensen er een groot deel van hun tijd in kunnen steken, misschien twaalf mensen. De lokale groepen zijn vooral op praktisch niveau bezig; hoe vind je praktische alternatieven. Dat is weinig ideologisch en dat is ook goed zo. Mentaliteitsverandering zullen we niet krijgen door veel droge theorie rond te strooien, maar door aandacht te hebben voor hoe mensen hun werkelijkheid ervaren, voor het gevoel, en dus ook voor esthetiek. We moeten in deze supercommerciële tijden onze 'verbeelding dekoloniseren'. En wat ook belangrijk is, is dat we hoop bieden dat het anders kan. Dat is een heel ingewikkeld proces, aan de ene kant vertellen we hoe verkeerd het gaat met de wereld en op welke ecologische en sociale rampen we afkoersen. Maar we willen natuurlijk niet dat mensen wanhopig worden, ze moeten juist wat gaan doen! Serge Latouche (**) gelooft in de 'pedagogie van de rampen', het shockeffect. Maar ik ben bang dat dat alleen tijdelijk werkt, mensen raken zo gruwelijk snel gewend. De rampen zijn er bovendien allang, we zijn zo verschrikkelijk niet-duurzaam bezig dat je overal de effecten om je heen ziet. Denk aan het klimaat, biodiversiteit, vruchtbaarheid; we zijn bezig onszelf te vernietigen. We hoeven dus alleen de feiten maar naar voren te brengen. Maar dan vermengd met 'politiek enthousiasme' en ze verbinden aan de dagelijkse praktijk van mensen. Inspirerend waren bijvoorbeeld de Argentijnse toestanden; hoe mensen daar reageerden op de ineenstorting van de economie: met verzet en met het opzetten van collectieve alternatieven. Dat toont goed aan welke capaciteit mensen hebben om te overleven en hun eigen omstandigheden vorm te geven."

De toehoorders in het Amsterdamse zaaltje - een groepje dat we oneerbiedig zouden kunnen schetsen als progressief doch tamelijk welgesteld en van gemiddeld pensioengerechtigde leeftijd - tonen zich niet makkelijk overtuigd van Besson-Girard's verhaal. De eerste reacties zijn stekelig en betwijfelen of het wel zo slecht gaat met de wereld en met het milieu in Nederland. Consumeren heeft ook zoveel voordelen, verklaart een mevrouw, "bijvoorbeeld dat je kunt reizen en de wereld rond kunt vliegen en al die andere culturen ontmoeten, moeten we dat dan opgeven?". Besson-Girard hoort het vriendelijk glimlachend aan, en antwoordt dat ze haar dilemma's toch echt zelf op zal moeten lossen: "Ik kan niet voor u antwoorden, dat zult u zelf moeten doen". Ook de hoop op technische oplossingen moet niet overdreven worden. "Dat gehype van internet bijvoorbeeld, begint steeds vervelender te worden. Dan wordt gezegd dat je er zo goed mee kunt communiceren, terwijl mensen er vooral eenzaam mee zitten te worden. Het is geen communicatiemiddel, maar hoogstens een informatiemiddel". Vervolgens wordt de spreker bekritiseerd omdat zijn verhaal te 'klein' en vaag zou zijn. Het verwachte pasklare antwoord ontbrak. Meerdere keren wordt ook hoopvol gevraagd of er dan geen politieke partijen zijn, die als bondgenoten beschouwd kunnen worden en de fakkel van ons over zouden kunnen nemen. Jean-Claude Besson-Girard heeft daar niet zoveel mee. "Er zijn wel wat contacten met mensen van de Groene Partij, sommigen zijn ook actief in de décroissance-kringen." Belangrijker dan je hoop vestigen op de grote instellingen, is juist het kleinere werk, het jezelf organiseren en geduldig uitbreiden van het netwerk. "Maar dat wil niet zeggen dat ons doel niet is om uiteindelijk grote veranderingen te bereiken. Je zou het communisme kunnen noemen; belangrijke zaken in het leven mogen niet door een paar rijke machtigen bepaald worden. Veel van onze ideeën zijn ook helemaal niet nieuw, er zijn veel mensen mee bezig geweest, Gandhi, Ivan illich, Jacques Ellul. Maar ook schrijvers als Thoreau, of Georges Bataille. De Griekse filosoof en econoom Cornelius Castoriadis heeft belangrijk werk op dit gebied verzet. Ik ben altijd groot fan geweest van de utopische socialist Charles Fourier, die al begin 1800 uitgebreide en praktische voorstellen deed voor een gelijkwaardiger samenleving."

"Wat helemaal nog niet zo'n oud is, is het begrip economische groei. Zo'n 50 jaar geleden bestond het nog niet eens en het is ongelofelijk welk een vaart dat genomen heeft. Ik geloof dat de Oostenrijkse econoom Schumpeter het pas in 1949 als eerste gebruikt heeft. Tot die tijd konden ze dus zonder. En nu wordt het door politici als een onaantastbaar dogma beschouwd. Maar we hoeven alleen maar te wijzen op de schadelijkheid van deze manier van denken en doen, om al een voorsprong te hebben in het debat. We moeten ophouden met denken dat we alleen maar méér kunnen produceren en alles voortdurend 'ontwikkeld' moet worden. Soms is het gewoon genoeg geweest en is het veel belangrijk om 'beter' te krijgen, dan 'meer'."

Noten:

*) De beste verzameling bronnen vindt u op dit moment bij Vóór de Verandering.
**) Serge Latouche is een van de belangrijkste strijdmakkers van de spreker. Zie voor twee vertaalde stukken van zijn hand over groei/krimp:
Naar een Krimpsamenleving en
Ecofascisme of Ecodemocratie?

Website decroissance
Website apres developpement

(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Kees Hudig.)