Protest tegen duurte en mijnbouw – inheemse bevolking Ecuador roept nationale staking uit

(Door Acción Ecológica, vertaald door Jan Paul Smit/Doorbraak Foto: Josefina Tunki, eerste vrouwelijke voorzitter van de PSHA, loopt samen met mensen van de Shuar Arutam bevolking in een demonstratie tegen de mijnbouw, in de stad Limón, in 2020. (foto: Lluvia Comunicación))

Op 13 juni riep de Confederación de Nacionalidades Indígenas del Ecuador (CONAIE), een grote koepel van inheemse organisaties van Ecuador, samen met enkele andere koepels een nationale staking uit als protest tegen de hoge brandstofprijzen. Tegelijkertijd eisten zij schuldhulpverlening, subsidie voor kunstmest en het stopzetten van mijnbouw in de gebieden van de inheemse bevolking. De kosten van het levensonderhoud zijn in Ecuador fors gestegen door de coronapandemie, wereldwijde prijsverhogingen voor brandstof, speculatie met graan rond de oorlog in de Oekraïne en door bezuinigingsmaatregelen die het IMF eiste in ruil voor een lening van 6,5 miljard dollar.

Verklaring van 21 juni 2022 van Acción Ecológica, een belangrijke milieuorganisatie uit Ecuador, waarom inheemse gemeenschappen die bedreigd worden door mijnbouw deelnemen aan de nationale staking.

Elke dag worden in Ecuador de mensenrechten, de rechten van inheemse gemeenschappen en van de natuur geschonden. Mijnbouwbedrijven gaan maar door natuurgebieden te vernietigen, rivieren te vervuilen en inheemse gemeenschappen te beroven van hun middelen van bestaan en hun voorouderlijk grondgebied. Daarom organiseren mannen en vrouwen zich elke dag om hun leven te verdedigen.

EcuadorProtest1 1024x683

Protesten in Quito op 22 juni dit jaar. (foto: CONAIE.)

Mijnbouw dreigt akkers en natuurgebieden in ons land te vernietigen. Daarom eisen de gemeenschappen dat de regering haar plicht doet en een beleid voert dat het leven beschermt. Het is onaanvaardbaar dat nationale en transnationale mijnbouwbedrijven de plaats van de staat innemen door “hulp”, zoals studiebeurzen, voedsel en geneesmiddelen, te verstrekken in ruil voor plundering van hulpbronnen en uitbuiting van arbeid. Door dit te accepteren is de staat nalatig en maakt zij zich medeplichtig aan de vernietiging van de systemen die een alternatief bieden voor “ontwikkeling door mijnbouw”, alternatieven die géén schade veroorzaken.

Door deel te nemen aan de nationale staking geven de gemeenschappen die zich tegen mijnbouw verzetten uiting aan hun verontwaardiging over alle pogingen om hen het zwijgen op te leggen. Zij eisen dat hun rechten worden geëerbiedigd. Ze vinden het stuitend dat ongeveer vijftien procent van de nationale grond weggegeven is aan mijnbouwconcessies, en dat meer dan drie miljoen hectare – waarvan 400.000 in inheemse gebieden – onderzocht gaat worden op de aanwezigheid van ertsen. Zij wijzen er ook op dat grootschalige mijnbouw slechts 1,65 procent van het bruto binnenlands product voortbrengt en slechts 0,12 procent van de beroepsbevolking werk verschaft, terwijl zij tienduizenden banen in de landbouw en het toerisme vernietigt. Zij herinneren ons eraan dat mijnbouwbedrijven nauwelijks belasting betalen, maar wel blijvende ernstige schade aanrichten in de gebieden waar zij opereren.

QuitoProtests 1024x683

 (foto: CONAIE.)

De zogenaamde “gobierno del encuentro” (“regering van de ontmoeting”) heeft de procedures versneld voor mijnbouwactiviteiten en bevoordeelt stelselmatig grote ondernemingen. Voor het huidige mijnbouwbeleid nam ons land een lening van bijna tachtig miljoen dollar bij de Amerikaanse IDB-bank – voor het onder andere scheppen van een gunstig ondernemingsklimaat voor buitenlandse investeringen.

Nawoord

Na ruim twee weken van grote demonstraties, wegblokkades en hier en daar gevechten met de politie ging de regering door de bocht en zegde toe de brandstofprijzen iets te verlagen, mijnbouw te beperken en andere kwesties met organisaties van de inheemse bevolking te bespreken.

EcuadorProtest2 1024x683

Vertaling, intro en bewerking: Jan Paul Smit. De oorspronkelijke Spaanse tekst vind je hier en een Engelse vertaling hier.