In de supermarkt koop je een doos eieren, thuis ontdek je dat er eentje van de zes of tien kapot is. Geen toeval en ik kan het weten, ex-vakkenvuller zijnde. Een doos met een gebarsten ei zette de vulploeg vooraan opdat die snel werd meegenomen door een klant die onoplettend of goed van vertrouwen was. Daar ben ik mooi vanaf! denkt dan de supermarktchef. Omzet gered, schade afgewenteld, en in die zin missie geslaagd. Wat hij niet ziet is de klant die een systeem in het bedrog ontdekt en na verloop van tijd zich kwaad begint te maken. Tot aan de dag dat die kwaadheid tot een uitbarsting komt, denkt de winkelier wat de man die van een wolkenkrabber valt zichzelf voorhoudt bij elke verdieping die hij passeert: tot nu toe gaat alles goed, tot nu toe gaat alles goed, tot nu toe gaat alles goed.*

(Oorspronkelijk verschenen bij konfrontatie.nl)

Drie komma zeven miljard aan belastinggeld gaat naar een bank die in problemen is gekomen door wanbeleid van bonusgraaiers. En wie betaalt het? In een prettig boze Volkskrant-column gaf Jan Bennink daar dit antwoord op: ‘De hardwerkende dolgedraaide Nederlander, maar ook het omaatje van wie het pensioentje toch al werd gekort, de gehandicapten, de chronisch zieken. De kinderen in de kinderopvang. Iedereen gaat bloeden voor de zoveelste bestuurlijke megafaal die dit keer SNS Bank heet. Iedereen, behalve natuurlijk de volgevreten falende SNS-klootzakken zelf.’ Dus was en is de voor de hand liggende vraag: waarom pikken we dit nog langer? Of, in de formulering van VPRO’s Tegenlicht: waar is de woede?

Wel, de woede is er al lang en ze groeit. Ze is misschien nog niet voor iedereen zichtbaar, want verspreid en versnipperd over velen: studenten die wakker liggen van hun studieschuld, arbeiders die als vuilnis op straat worden gezet, zzp’ers die een dag te laat waren met de btw-aangifte, automobilisten die zeven kilometer harder dan toegestaan langs een flitsagentje reden, iedereen voor wie huur en zorgpremie een wurgkoord rond de nek is dat elke maand wat strakker aangetrokken wordt en die dan Mark fokking Rutte horen verklaren dat ze blij moeten zijn dat de nieuwe topman van SNS Reaal 550.000 (vijf-hon-derd-vijf-tig-dui-zend) euro gaat verdienen, want jawel, de premier kreeg het zijn bek uit: ‘Dit is een marktconform salaris in het belang van de belastingbetaler.’

Het zijn allemaal kapotte en steeds rottere eieren die ons door de strot worden geduwd door omhooggevallen supermarkteigenaars die er geen idee van hebben wat ze aanrichten en hoezeer de verontwaardiging onder de klandizie stijgt. Bankiers en investeerders gaan met belastinggeld om alsof het op de vloer gevonden cash in het casino is. Winst belandt in eigen zak, voor verliezen draait het volk op. Het begint te morren, maar hé – tot nu toe gaat alles goed, tot nu toe gaat alles goed, tot nu toe gaat alles goed.

Wat kan het kwaaie volk doen? Demonstreren? Staken? Dat levert alleen wat op wanneer iedereen meedoet en dat gebeurt nooit, het is en blijft ieder voor zich en tv voor ons allen. Dus wat is dan – vanuit de macht gezien – gevaarlijk? Elk moment dat het volk tezamen komt. En wat doet de elite, op het hoogtepunt van de crisis? Een feest plannen. Het kreunende volk opschepen met een nieuwe vorst, die ook weer – zonder iets te doen of te kunnen of zelfs maar gesolliciteerd te hebben – samen met zijn vrouw kapitalen uit de staatskas gaat roven, uiteraard ook dat in het belang van de belastingbetaler.
Kapot ei? Bewaren. Amsterdam, 30 april!

* Ontleend aan de film La Haine (Mathieu Kassovitz, 1995); aldaar: ‘jusqu’ici tout va bien, jusqu’ici tout va bien, jusqu’ici tout va bien’. Het volledige citaat is te vinden op http://fr.wikiquote.org/wiki/La_Haine.