Een van de boektitels van de negentiende eeuwse Russische anarchist Peter Kropotkin (1842-1921) luidt Wederkerig dienstbetoon of in het Engels Mutual Aid, A Factor of Evolution [1902]. In dit boek behandelt hij vele voorbeelden van samenwerking tussen dieren zowel als mensen onderling. Hij wil daarmee aannemelijk maken dat, naast de opvatting van Darwin dat ‘strijd’ een factor van evolutie is, ook onderlinge samenwerking evolutie genereert. Die twee verschillende bronnen (strijd / onderlinge samenwerking) corresponderen met twee verschillende sociaaleconomische ideologieën. De ideologie van ‘the survival of the fittest’, strijd dus, en die ook kan worden teruggevonden in het sociaaldarwinisme, valt samen met het kapitalisme. De ideologie van de onderlinge samenwerking, op basis van gelijkheid, valt samen met het vrijheidlievende socialisme (een antikapitalisme).

(Oorspronkelijk gepubliceerd op libertaire orde

Het blijkt nu dat er vele voorbeelden van hedendaagse wederkerig dienstbetoon en vele organisaties die zich daarvan bedienen, zijn te vinden om er weerstand mee te bieden tegen de bestaande, door het neoliberalisme geïnfecteerde sociaaleconomische orde. En de praktijk leert: het werkt! Om dit na te gaan hebben journalisten van het Franse weekblad Marianne (van 13-19 april 2013) een omvangrijk ‘dossier’ aangelegd van de vele vormen en mogelijkheden van wederkerig dienstbetoon in de huidige Franse maatschappij. Een aantal van die voorbeelden laat zich overigens gemakkelijk herkennen in de Nederlandse maatschappij. Omdat het om actuele voorbeelden gaat, spreek ik hier over ‘moderne’ vormen van wederkerig dienstbetoon. Hetgeen Marianne bijeen heeft gebracht, is overweldigend. Het ‘dossier’ werkt een twintigtal vormen uit (p. 87-129).

Nabijheid

In de inleiding bij het dossier wordt gewezen op bepaalde concentrische kringen van vertrouwen. Die kringen verwijzen naar groepen mensen die elkaar op grond van (relatieve) nabijheid kennen (familie, straat, wijk, dorpsgemeenschap, gemeenschap van een agglomeratie van dorpen).

Veel van de mensen die zich met het opzetten van vormen van wederkerige dienstbetoon bezighouden, zijn voormalige politieke, syndicalistische activisten. Wil je de wereld veranderen, dan kan je – nu en hier – beginnen, zo is het algemene credo van hen. Die instelling is niet verwonderlijk, als men bedenkt dat deze mensen vaak vertrouwd blijken te zijn met de denkbeelden van Jacques Ellul (1912-1994), Ivan Illich (1926-2002) en André Gorz (1923-2007). Het betreft enkele van de activistische filosofen die verkondigden: ‘op twee benen vooruitgaan: mondiaal denken en lokaal handelen’.

Hightech

De rijkdom, inventiviteit en diversiteit van de initiatieven viel Marianne op. Zo nam het blad in zijn dossier op de overname van een high-tech fabriek door de werknemers in een vorm van arbeiderszelfbestuur en gedeelde eigendom (de fabriek stond op kapot gaan door buitenlandse speculatie). Verder treft men verschillende vormen van agrarische activiteiten aan in allerhande coöperatieve verbanden ten behoeve van productie en verkoop in de ‘nabijheid’ (uitschakeling van de tussenhandel).

Die meer agrarische activiteiten spelen zich vooral af in buitengebieden. In Parijs trof Marianne evenwel een arbeiderscoöperatie waarin 600 mensen zich hebben georganiseerd. Het gaat om mensen met een of twee beroepen, die getroffen zijn door wat in neoliberale termen heet ‘flexisecuriteit’ (waarin past het werken met nul-uren contracten). Deze ‘productiecoöperatie’, Coopaname geheten, draait de neoliberale optie om: men moet inkomensafhankelijken veiligheid bieden en het kader van het werk flexibiliseren! Coopaname maakt het mogelijk dat iedereen zijn beroep kan uitoefenen binnen een zo soepel mogelijk verband. Tot slot nog twee andere van de genoemde voorbeelden.

Coopaname

Levende agglomeratie

Wie via de secundaire wegen door Frankrijk rijdt, komt regelmatig dorpen tegen die uitgestorven lijken (soms zijn ze dat ook). Vanwege allerlei oorzaken is het leven uit die dorpen gezogen. Zo treft men er geen kleine winkels meer aan: geen opvolging meer of gewoon op de fles gegaan omdat zich in de omgeving een supermarkt heeft gevestigd.

In een dorp (2600 inwoners) in de Auvergne heeft de gemeenteraad, uit voorzorg, daarom in het plaatselijke bestemmingsplan opgenomen, dat er geen commerciële bebouwing is toegestaan van meer dan 150 m2. Het dorp heeft een streekfunctie zodat men uit naastgelegen dorpen eveneens klandizie heeft (totale gemeenschap van 6000 mensen). De bepaling in het bestemmingsplan heeft er toe geleid dat het arsenaal kleine en gespecialiseerde winkels inmiddels zo is gegroeid, dat het weer een levend dorp is geworden. Opvalt is ook hier: in dit soort gevallen vervult de burgemeester vaak een drijvende kracht. Laten we daarbij niet vergeten: de burgemeester wordt op grond van directe verkiezingen gekozen! (Het moderne Nederland moet het wat dat betreft nog van een monarchaal stelsel hebben. Inderdaad: hé, het is 2013!!).

Dorp

Financiële coöperatie

Het laatste voorbeeld dat ik hier wil noemen betreft een initiatief van een Nederlander (Sjoerd Wartena), die al lange tijd in Frankrijk woont. Na een aanlooptijd van enkele jaren richtte hij in 2003 de financiële coöperatie Terre de liens op. Deze coöperatie koopt landbouwgrond op om dat vervolgens aan bio-boeren te verhuren. Een van de achtergronden van dit initiatief is, het behoud realiseren van de diversiteit van de agrarisch-natuurlijke omgeving. Dit moet een dam opwerpen tegen de agrarische industrie.

Sympathiek, maar wat is de kans van slagen? Het initiatief van Wartena komt niet uit de lucht vallen. Zo was hij bekend met het al enige jaren lopende  overeenkomstige initiatief, in een andere streek van Frankrijk ten behoeve van biologische agrarische activiteiten. Daarvoor was er tevens samenwerking met de Nationale Federatie op dat vlak.

Een paar jaar na de start in 2003, ging ‘Terre de liens’ een partnerschap aan met ondermeer ‘La Nouvelle Economie Fraternité’. Inmiddels kent ‘Terre de liens’ 8000 geldschieters (zonder dividend) voor een bedrag van 30 miljoen euro. Daarmee worden 100 boerderijen in heel Frankrijk op de been gehouden. Die zijn veelal aan jonge bio-boeren verhuurd, die zelf te weinig eigen kapitaal kunnen inbrengen om hun werk te beginnen. Langs deze weg kunnen zij wel een onderdeel gaan uitmaken van een heel bio-agrarisch netwerk.

Hetgeen hier door Marianne in kaart is gebracht zou, in aangepaste vorm, niet misstaan als hoofdstuk in Wederkerig dienstbetoon. Dit boek van Kropotkin zou in een klap geactualiseerd zijn.

Thom Holterman

MARIANNE, nummer 834, van 13-19 april 2013.