ImageWe consumeren ons kapot, te midden van onze ongekende rijkdom, zonder dat meer consumptie ons geluk nog verhoogt. Dat is onze paradoxale toestand in de 21ste eeuw, de eeuw van de hyperconsumptie.

Dit stuk is oorspronkelijk verschenen op het weblog van de auteur

Onze ecologische voetafdruk is onhoudbaar. We consumeren alsof we vier planeten hebben. De klimaatopwarming is slechts één van de alarmsignalen. Bovendien maakt de groeiende consumptie ons niet langer gelukkiger. De tevredenheid stijgt niet meer met de toename van onze materiële rijkdom. Mensen lopen tegen hun grenzen aan. Ze raken verstrikt in een eindeloze cyclus van werken en consumeren. Tijdsdruk en stress groeien. In die rat-race ontbreekt de tijd om te genieten van onze ongekende rijkdom. Het maakt ons economisch gedrag irrationeel, onze economie inefficiënt. We staren ons als boekhouders blind op het BNP, op de omzet van ons land, zonder de uitputting van de planeet of de druk op ons welzijn te verrekenen.

Afkicken van onze consumptieverslaving betekent niet stoppen met consumeren, wél duurzaam consumeren: binnen ecologische grenzen genieten van onze overvloed zonder anderen eenzelfde genot te ontzeggen. Het gaat om het herontdekken van sufficiëntie, een norm van genoeg. Van niets te veel stond boven de Apollotempel in Delphi.

Om onze ecologische voetafdruk te verkleinen, moet de eco-efficiëntie van wat we produceren en consumeren omhoog. Maar we consumeren de winst van eco-technologie onmiddellijk op als we onze consumptiepatronen niet aanpassen. Eco-efficiëntie werkt niet zonder sufficiëntie, zonder een norm van genoeg. Dat vraagt een andere levenshouding. De klassieke theorieën verheerlijken schaarste en stimuleren onze zogenaamd eindeloze behoeften. Een eigentijdse benadering vertrekt vanuit de ecologische grenzen en sociale rechtvaardigheid. Anders zal de verdelingsstrijd alleen verscherpen, zeker wanneer de ecologische impact van onze consumptie de levenskwaliteit bij ons en meer nog in het Zuiden verder aantast.

We moeten met schaarste leren leven als een deel van onze menselijke conditie. Noem het een duurzaam hedonisme. Niet meer maar beter, dat is de keuze voor een omslag van onze economie en onze consumptie.

Daarbij heeft iedereen een verantwoordelijkheid. Een samenleving bouw je immers niet op een eigen-ik-eerst-logica, op een consumentistisch nastreven van eigenbelang. We moeten opnieuw sterker als burger handelen, vanuit een rijker mensbeeld dan de huidige consu-mens. Een moreel appel is echter te vrijblijvend. Een andere economie overstijgt de mogelijkheden van individuele consumenten. Zo'n ecologische omslag vereist dat de overheid er maximaal op inzet, met oog voor de levenskwaliteit van de 21ste eeuw én voor grotere sociale rechtvaardigheid, in eigen land, mondiaal en tegenover volgende generaties. Het gaat er niet om meer mensen als consument te overtuigen om tegen de stroom in te zwemmen, het gaat om het veranderen van de stroomrichting. Kortom, duurzaam leren genieten van onze overvloed en ook anderen de kans geven ervan te genieten, vandaag en de volgende generaties. Anders consumeren we ons kapot."

Dirk Geldof, We consumeren ons kapot. Uitgeverij Houtekiet. 2007, 200 p.