demonstrations in maputo 180Het geweld in Maputo is slechts de laatste manifestatie van de tekortkomingen van de verzwakte wereldeconomie.

 

(Vertaling van een artikel van Raj Patel in The Observer van zondag 5 september 2010 Vertaling Tijn van Beurden) 

Het was een zomer van recordtemperaturen, Japan had de heetste ooit geregistreerde zomer, net als Zuid Florida en New York. Tegelijkertijd overstroomden Pakistan en Niger en het oostelijke deel van de VS is aan het opdweilen na de orkaan Earl. Geen van deze individuele gebeurtenissen kan definitief worden toegeschreven aan de mondiale opwarming. Maar om te weten hoe de klimaatverandering in de 21e eeuw uitwerkt, hoef je niet naar de weersvoorspellingen te kijken. In plaats daarvan kun je zien hoe de doden en de brandende autobanden tijdens de ‘voedselrellen’ in Mozambique weerspiegelen wat er gebeurt als extreme natuurlijke fenomenen en ons onrechtvaardig economisch systeem elkaar beïnvloeden.

De directe oorzaak van de protesten in de Mozambiquaanse hoofdstad Maputo en in Chimoio ongeveer 500 mijl noordelijker, is een verhoging met 30 procent van de broodprijs, samen met een recente tweecijferige verhoging van de water en energieprijzen. Omdat ongeveer driekwart van het huishoudbudget aan voedsel wordt besteed, kunnen maar weinig Mozambiquanen die verhoging opbrengen.

Dieperliggende oorzaken voor de prijsverhogingen in Mozambique kunnen een continent verderop worden gevonden. Dat de tarweprijzen op de wereldmarkten tijdens de zomer in de hoogte vlogen is voor een groot deel toe te schrijven aan het feit dat Rusland, de derde grootste exporteur ter wereld, te maken had met catastrofale branden in haar belangrijkste productiegebieden. Die branden werden op hun beurt veroorzaakt door de povere brandbestrijdingsinfrastructuur en door de ergste hittegolf in meer dan een eeuw. Op donderdag vaardigde Vladimir Poetin een exportverbod uit als antwoord op nieuwe golven van branden in de graangebieden, wat voor de markten betekende dat Russische tarwe niet buiten Rusland verkrijgbaar zou zijn. Omdat Mozambique meer dan 60 procent van zijn tarwebehoefte importeert, werd het land gegijzeld door de internationale markten.  

Dat kan vrij bekend in de oren klinken. In 2008 vlogen de prijzen van olie, tarwe , graan en rijst op de internationale markten omhoog, de graanprijzen lieten zelfs bijna een verdrievoudiging zien tussen 2005 en 2008. Daarbij traden in tientallen voedselimporterende landen voedselrellen op.

De protesten in 2008 hadden allereerst een achtergrond van natuurlijke gebeurtenissen die leken op passages uit het boek der openbaringen; droogte in Australië, gewasziektes in Centraal Azië en overstromingen in Zuidoost-Azië. De sociale systemen versterkten die effecten waardoor de gevolgen in toenemende mate voelbaar werden. Olieprijzen waren torenhoog, wat hogere transportkosten en stijgende prijzen voor kunstmest, die van fossiele brandstoffen wordt geproduceerd, betekende. Het biobrandstofbeleid, vooral dat van de VS, zorgde voor verschuiving van land en gewassen naar de ethanolproductie. Voedsel werd zo omgeleid van magen naar brandstoftanks. Lange termijntrends bij bevolkingsgroei en vleesconsumptie in ontwikkelingslanden droegen ook bij aan de druk. Financiële speculanten wierpen zich massaal op voedselgewassen, waardoor de prijs nog verder buiten bereik van de armen kwam. Tenslotte maakten enkele handelaren gebruik van de situatie om de prijzen nog verder op te drijven. Terwijl de prijzen van grondstoffen terugvielen naar het niveau van voor de crisis, was daar voor de meeste van ons weinig van te merken.

Krijgen we zo een herhaling van 2008? Het weer is compleet van slag, vleesprijzen laten het  hoogste niveau van de laatste twintig jaar zien, levensmiddelenwinkels worden beroofd en staatshoofden roepen op tot kalmte. Vanuit de kantoren van de grondstofhandelaren ziet de situatie er niet zo ernstig uit als twee jaar geleden. Brandstof is relatief goedkoop en de graanschuren zijn goed gevuld. We zijn op weg naar de derde grootste oogst aller tijden volgens de FAO (Food and Agriculture Organisation of the United Nations). Dat mag dan wel waar zijn, maar daar gaat het niet om: voor de meeste hongerige mensen is 2008 nog niet voorbij. De gebeurtenissen van 2007-2008 hebben meer dan 100 miljoen mensen extra honger bezorgd en de wereldrecessie betekende ook dat ze daar niet vanaf kwamen. In 2006 bedroeg het aantal ondervoede mensen 854 miljoen. In 2009 was dat 1,02 miljard, het hoogste niveau sinds de registratie begon. Gezinnen met vrouwelijke gezinshoofden waren in de VS en wereldwijd de zwaarst getroffen groep door die prijsstijgingen.

Niet alleen is de honger nog steeds aanwezig, maar de voedselrellen bleven ook voortduren. In India werd een dubbelcijferige voedselprijsinflatie beantwoord met gewelddadige straatprotesten eind 2009. De prijsstijgingen waren weer het resultaat van een combinatie van extreme en onvoorzienbare moessons in 2009 en een in toenemende mate falend sociaal vangnet om honger te voorkomen. Er waren dit jaar herhaaldelijk publiekelijke protesten tegen de graanprijzen in Egypte, Servië en Pakistan.

Ofschoon de grondstofprijzen na 2008 daalden, bleef de structuur van het voedselsysteem grotendeels hetzelfde in de afgelopen twintig jaar. Bill Clinton heeft verscheidene mea culpas uitgesproken met betrekking tot het internationale handels en ontwikkelingsbeleid dat de voedselcrisis veroorzaakte. Eerder dit jaar nam hij de schuld op zich voor de kwetsbaarheid van Haïti voor prijsschommelingen. “Dat deed ik” zei hij tijdens een getuigenverklaring in de Senaat van de VS. “Ik moet elke dag leven met de gevolgen van het feit dat Haïti niet langer de rijst kan produceren om zijn bevolking te voeden. Niemand anders.” In algemenere zin merkte Clinton in 2008 op dat “voedsel niet zo maar een handelswaar is….het is gekkenwerk om te denken dat we deze landen kunnen ontwikkelen door voedsel te behandelen alsof het een kleurentv zou zijn.”

Maar mondiale speculanten gaan door met het behandelen van voedsel alsof het een handelswaar zou zijn net als kleurentv’s, met weinig uitzicht op het beëindigen van wat de World Development Movement bestempelde als het “speculeren met honger op de financiële markten”. De recente US Wall Street Reform Act bevat enkele bepalingen die deze speculatieve activiteiten zouden kunnen beperken, maar hun volle uitwerking moet nog duidelijk worden. Europa heeft helemaal geen mechanisme om dit soort speculatieve handel te reguleren. Landbouw in ontwikkelingslanden wordt nog steeds beheerst door het “Washington consensus” model, waarbij de markten domineren en de regeringen de private sector voor laat gaan. De enige reden waarom biobrandstoffen niet méér worden gebruikt, is dat de olie die ze moeten vervangen op dit moment goedkoop is.

Zaken als graanspeculatie, dwang op landen om te vertrouwen op internationale markten  voor de voedselvoorziening , aanmoedigingen om agrarische hulpbronnen in te zetten voor brandstof in plaats van voedsel, dat zijn allemaal geen natuurlijke verschijnselen. Het zijn politieke besluiten, genomen en bekrachtigd door niet alleen Bill Clinton, maar legioenen van internationale ontwikkelingsprofessionals die nauwelijks verantwoording hoeven af te leggen. Met de gevolgen van die besluiten moet de bevolking van de ontwikkelingslanden iedere dag leven. Waarmee we terug zijn in Maputo.

Eerder zagen we al dat de straatprotesten niet alleen samenvielen met een verhoging van de broodprijs, maar ook met prijsstijgingen van elektriciteit en water. In een interview met het Portugese nieuwsagentschap Lusa, gebruikte Alice Mabota van de Mozambiquaanse League of Human Rights de term “voedselrellen” niet. Haar woorden waren: “De regering kan of wil niet begrijpen dat dit een protest is tegen de hogere kosten van levensonderhoud.” De acties op straat zijn niet alleen een simpel protest over voedsel, maar een bredere daad van rebellie. De helft van de armen van Mozambique leden al aan acute ondervoeding volgens de FAO. Het extreme weer achter de graanbranden in Rusland creëerde een politieke context waarin burgers steeds woedender en gefrustreerder werden op hun eigen regeringen.

Gisteren had ik contact met Diamantino Nhampossa, de coördinator van de União Nacional de Camponeses (Nationale boerenbeweging van Mozambique). “Deze protesten zullen ophouden”, zei hij tegen  mij. “Maar ze zullen altijd terugkomen. Dit cadeau hebben we te danken aan het ontwikkelingsmodel dat we volgen.” Zoals veel Mozambikanen weet hij heel goed hoe de wind waait.

Zie ook: Interview met Raj Patel op democracy now
Website Raj Patel

Overigens heeft de Mozambikaanse regering de prijsverhoging voorlopig ongedaan gemaakt.