het tweede deel van het hoofdstuk van Paul Kingsnorth, dat te lang was om in één file te passen)

(het eerste deel staat hier.)

Amusementsindustrie

Ik lig in mijn motelkamer in Colorado en ben uitgeput. Het is laat in de avond. Amerika is veel groter dan ik dacht. Op de een of andere reden dacht ik dat een trip van Californië via Arizona naar Colorado ongeveer hetzelfde is als een uitstapje van Londen naar Bristol. Ik heb mij grondig vergist en nu lig ik bekaf op bed naast een walgelijke pizza en zoek een zender op de 60 kanalen van mijn televisie, die ik kan bekijken zonder dat ik meteen misselijk wordt. Aan het eind heb ik succes: Simpsons! Dat is precies dat ik nu nodig heb, mijn uitgeputte hersenen zullen zich ontspannen en mij afleiden van hoe ver mijn pizza is. Bovendien kom ik dan niet op het idee iets al te serieus te nemen. Ik maak het me gemakkelijk en wat krijg ik te zien:

Een korte inleiding van de Simpsons.
Meteen een reclamepauze: huidzalf, donuts, pakketdienst, mobiele telefoons.
De tekenfilm begint: zes minuten.
Nog een keer reclame: mobiele telefoons (vrije keuze in uw draadloze leven), TacoBell, driemaal make-up, kauwgum, lokale radiozender, ziektekostenverzekering.
Tekenfilm gaat verder: bijtende satire op de Amerikaanse omgang met wapens (zeven minuten).
Nog meer reclame: avondnieuws (Is Bin Laden dood? Een extra uitzending!, kaasburgers, steakrestaurant, grillrestaurant, Jeep liberty, Coca Cola, honkbal, nieuwe tvserie).
Teken film eindigt: zeven minuten.
Nog meer reclame: en kassucces met Kiefer Sutherland, lokale telefoonmaatschappij.
Aftiteling van de Simpsons.

Ik ben voor de eerste keer in de Verenigde Staten. Blijkbaar ben ik een beetje naïef. Zo iets heb ik nog nooit gezien. Ik ben terneergeslagen. Ik leg mijn pizza weg en ga slapen.
De volgende morgen word ik wakker onder een blauwe hemel in het mid-westen en trek het gordijn weg: voor mij rijzen de bruine uitlopers op van de Rocky Mountains. Ik bevind mij in Boulder in Colorado en ben hier naartoe gekomen omdat ik met een man wil spreken die uitstekend kan uitleggen dat reclame en branding beslist niet de enige middelen zijn waarmee de consumptiemaatschappij de burgers haar ideologie inprent.
In de ogen van veel activisten in de VS en elders is de reclamecultuur in werkelijkheid niet eens het meest geniepige middel waarmee de consumptieboodschap overgebracht wordt. Bij reclame weet je tenminste waaraan het ligt: je weet dat daarvoor geld uitgegeven wordt, dat ze probeert ons te conditioneren, iemand te overtuigen de portemonnee te openen. Aan de andere kant van het hek staan echter de Nieuwsmedia, die over de hele wereld als kenteken van de democratie worden aangeprezen - een kenteken dat naar de mening van velen een deel van het probleem is en niet de oplossing.
De grote mainstream media wordt in de USA door de activisten verweten, dat zij de egocentrische wegwerpmaatschappij weerspiegelen en propageren en de wereld slechts uit het standpunt van een geglobaliseerde, vrije markteconomie laten zien. Zij hebben zonder meer gelijk. De Amerikaanse media vooral radio en televisie behoren tot de grofweg commercieelste van de gehele wereld. Het recht van bestaan van een aanzienlijk aantal televisiekanalen, radiozenders en publikaties bestaat enkel en alleen daaruit hun adverteerders een publiek te verschaffen. Zo goed als alle radio- en televisiezenders, kranten en tijdschriften van het land zijn op reclameinkomsten aangewezen. Dat leidt er onvermijdelijk toe dat de reclame makende ondernemingen directe of indirecte invloed hebben op wat openbaar wordt gemaakt en uitgezonden.
Ondernemingen letten er steeds zorgvuldig op dat hun advertenties niet in de buurt van ongelegen bijdragen geplaatst worden. Coca-Cola, schrijft Cokes reclamebureau in een memorandum voor tijdschriften, verlangt dat alle advertenties in de buurt van bijdragen worden geplaatst die met de strategie van het merk overeenkomt. De volgende themas houden wij voor ongepast: slechte boodschappen, seks, voedsel, politieke themas, milieubescherming.
Dergelijke dictaten van ondernemingen zijn in geen geval uitzondering. Het tijdschrift Adbuster leverde enige jaren geleden een schoolvoorbeeld toen zij antwoorden openbaarde, die ze van Amerikaanse tv-zenders had gekregen op haar verzoek een reclamespot voor de Koop Niks dag uit te zenden. Ondanks de hoge artistieke waarde en ondanks het feit dat het geld op tafel lag wilde geen enkele zender de spot uitzenden.
Het palet van genoemde redenen reikte van Wij willen geen reclame aannemen die onze eigen legitieme bedrijfsinteresse in de weg staat (NBC) tot de bijna stalinistische reden: Deze spot is in tegenspraak met de huidige economische politiek van de Verenigde Staten. (CBS).
Een ander belangrijk punt bij de media is de vraag van het eigendomsrecht. De overweldigende meerderheid van de Amerikaanse tv- en radiozenders, tijdschriften, uitgevers, filmstudios, platenmaatschappijen en zelfs pretparken zijn in het bezit van slechts tien multinationals uit de amusementsbranche: AOL, Time Warner, AT&T, General Electric, News Corporations, Viacom, Random House/Barte;smann, Disney, Vivendi, Liberty en Sony.
Voor het geval dat nu een of andere niet-Amerikaan zich zelfgenoegzaam op de schouder klopt: zes van de tien genoemde ondernemingen controleren bovendien grote delen van de media in de rest van de wereld, en de omvang neemt voortdurend toe.
Wat daarbij op de markt komt wanneer men toelaat dat de hoofdbronnen van de informatie, nieuwsberichten, en de culturele uitingen van een land door een steeds kleiner wordende groep van gigantische winstzoekende amusementconcerns wordt gecontroleerd, is elke keer te zien wanneer je in de VS een televisietoestel aanzet. De stellingname van Disneys president commissaris Michael Eisner brengt de zaak zo duidelijk tot de kern, dat een activist het niet beter zou kunnen formuleren. De opdracht van zijn onderneming verklaart Eisner op de volgende manier: Wij zijn niet verplicht geschiedenis te schrijven; wij zijn niet verplicht kunst te maken; wij zijn niet verplicht een stellingname in te nemen. Geld verdienen is ons enige doel.
Deze situatie is het rechtstreekse gevolg van de voortschrijdende afbouw van regelingen die de publieke mediaorganisaties voor de dwang van de macht moesten beschermen. Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw werden stapsgewijs wetten afgeschaft die het bezit van verschillende media-instellingen verboden, die bepaalde ondernemingen hinderden de markt te domineren en het voortbestaan van lokale en gemeentelijke media zeker stelde niet in de laatste plaats door massieve druk van de mediareuzen. Sinds George W. Bush republikeinse elite in het jaar 2000 de macht overnam en in 2002 consolideerde, is deze ontwikkeling nog verder versnelt.

[Donateurs verkiezingscampagne George W. Bush:
Disney 640.000 $; Ford 510.000$; General Motors 510.000$; texaco 800.000$; General Electric 1.100.000$; Pepsi720.000$; Boeing 1.000.000$; American Airlines 900.000$; Microsoft 2.400.000$; Coca-Cola 610.000$; McDonalds 1.000.000; Altria (Kraft, Philip Morris) 2.900.000$; Pfizer (farmacie) 1.900.000$; ExxonMobil/Esso 1.200.000$ en nog velen meer..]

De Federal Communications Commission (FCC), een reguleringsdienst voor de media, is geplaatst onder de verantwoordelijkheid van een uitgesproken voorstander van de vrije markt. Het is Michael Powell (de zoon van de minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell), die ooit op de vraag publiek belang te definiëren antwoordde: ik heb geen idee. Powell heeft een overvloed van regelingen opnieuw laten overwegen, waaronder wetten die verhinderen moeten dat één enkele onderneming een groot gedeelte van radiozenders bezit en televisie en pers in een regio controleert. Andere wetten moeten onafhankelijke geluiden op de lokale televisie garanderen. Februari 2002 schoof de FCC twee belangrijke bepalingen aan de kant: een 60 jaar oud voorschrift dat moest verhinderen, dat een televisiezender meer dan 35 procent van het landelijke publiek bereikt, en een voorschrift die het ondernemingen verbood in dezelfde stad een kabelkanaal en een zender te bezitten. Verdere openingen van de markt zijn in de planning.
Het ziet er helemaal naar uit dat dit fenomeen zich overal ter wereld zal herhalen, want de globalisering opent nieuwe afzetmogelijkheden in de ongelukkige, onderontwikkelde naties, die met bioscopen en promenades onderbedeelde, nog altijd op kabels wachtende wereld, zoals een media-adviseur hen een keer noemde. Voor AOL Time Warners voormalige chef Gerry Levin was het doel, zo gaf hij publiekelijk aan, om in een toekomstige WTO-overeenkomst ondernemingen als gereedschap van de publieke diensten opnieuw te definiëren hij beriep zich op de Algemene Overeenkomst voor handel met Dienstverlening (General Agreement on Trade in Services, GATS), waar de mediaondernemingen beslist invloed op willen uitoefenen. De GATS zal, zo hopen ze, nationale en regionale regelingen ter bescherming van de publiek-rechtelijke media-instellingen, en ter inperking van het privébezit, verbieden of tenminste afzwakken.
Maar of ze het nu via de WTO of via andere wegen bereiken, er bestaat geen enkele twijfel over wat de oprichters van de wereldwijde media-imperiums willen: een controle over informatie en amusement, zoals al realiteit is in de VS: een wereldwijde vrijbrief.
Onder zulke voorwaarden is de kans klein dat de media echt vrij zijn. Precies om deze reden beschouwen steeds meer mensen binnen de beweging de grote mediabedrijven als een gevaar en niet als potentiële bondgenoten. David Barsamian behoort daar ook toe. Terwijl ik met hem klets in een luidruchtig café in Boulder, wordt mij duidelijk wat de argumenten van de culture jammers met het werk van mensen als hem verbindt. Mij wordt duidelijk dat het om een strijd om informatie gaat: een strijd om het recht om verhalen te vertellen die de eigen samenleving vormen.
Barsamian is oprichter en directeur van een alternatieve radiozender, die hij bijna zonder ervaring bij wijze van proef in 1986 startte en wiens programmas ondertussen wereldwijd door 125 zenders worden uitgezonden en miljoenen mensen bereiken. De vooraanstaande en compromisloze mediacriticus spreekt vol hartstocht, intelligent en snel. Steeds weer glijdt er een schalks lachje over zijn gezicht. Hij draagt een dikke bril en zijn volle haardos wordt grijs.
Wij waren eerder in de studio van de zender. Volgens Barsamian symboliseert die plek zijn positie binnen de mainstream massamedia: aan het eind van een straat, achter een huis, boven een garage. In de studio drukt hij me de teksten van de laatste uitzendingen in de hand, onder andere Michael Parentis The manufacture of History, Robert McChesneys Corporate Media and the Threat of Democracy, Eqbal Ahmads Terrorism Theirs and ours, en Arundhati Roys A writers place in politics. Niet bepaald makkelijk kost.
Bekijk de gehele ontwikkeling, zegt Barsamian. Zie wat er gebeurd is met de Amerikaanse journalistiek. Ben Bagdikians klassieker The media monopoly is altijd het standaardwerk voor de ontwikkeling van onze media geweest. Het is 1983 verschenen, en hij somde daarin 50 ondernemingen op die het grootste deel van de media in de Verenigde Staten controleren. In de tweede druk waren het nog 28 ondernemingen, in de derde 23, de vierde 14, de vijfde tien. In de laatste druk uit het jaar 2000 noemt hij nog zes ondernemingen. En zelfs deze werden ondertussen door nog grotere ondernemingen opgeslokt. CNN en ABC worden door Disney gecontroleerd en NBC door General Electrics. Dat zijn geen nieuwsverzamelende organisaties meer, die hun lot zelf in de hand hebben. Zij worden door amusementconcerns gecontroleerd, die geïnteresseerd zijn in winstmaximalisatie, Hij zucht, maar slechts kort. Barsamian is een typ die alles snel afhandelt. Hij heeft vandaag nog 17 andere afspraken, de meeste daarvan tegelijkertijd.
Deze concentratie van de controle over informatie is een ernstige bedreiging voor de democratie, gaat hij verder. Niet alleen mensen die zich links of vooruitstrevend beschouwen moeten zich daarom zorgen maken. Mensen als Thomas Jefferson en James Madison conservatieve theoretici zeiden dat de staatsburgers een breed palet van meningen moeten kennen om bij de actuele belangrijke vragen hun eigen beslissingen te kunnen nemen. Het palet van meningen moest van A tot Z reiken. Vandaag de dag gaat dit meningenpalet in de Verenigde Staten nog net van A tot B. De Amerikaanse democratie heeft sterk geleden omdat we geen levendige media meer hebben.
Ook Barsamian bevestigt dat de media als gevolg van privatisering en deregulering meer waarde toekennen aan amusement dan aan informatie, vorming of nieuws. Dat is verder ook niet verwonderlijk, maar het onvermijdelijke gevolg wanneer de produktie van informatie in de handen van weinig concurrerende, winstgeörienteerde ondernemingen wordt gelegd.
Door de controle door ondernemingen worden de media hier aangespoord geen reportages te produceren maar winst, zegt hij. Onderzoeksjournalistiek is zo goed als afgeschaft een restje daarvan is nog in de kranten te vinden, maar in de elektronische journalistiek is zij praktisch verdwenen. Achtergrondreportages kosten geld en tijd. Door de concentraties van de media wordt de ruimte voor nieuwsberichten, voor het verzamelen van berichten en voor de achtergrond die nodig is om iets te begrijpen, daadwerkelijk ingesnoerd. Als gevolg daarvan krijgen wij in plaats van een verklaring voor, laten we zeggen, Afghanistan, het schema Goed tegen Kwaad, Vrijheid tegen Haat, Zwart tegen Wit. Aan welke kant sta jij? Ben je voor ons of voor de terroristen? Een goede berichtgeving probeert het grijze gebied te verklaren. Door ondernemingen gecontroleerde informatie is structureel gebonden en niet in staat in deze grijze gebieden door te dringen dat is te duur, kost teveel tijd en brengt niet dezelfde winsten op. Hij roert hectisch in zijn koffie-verkeerd.
De mensen zijn niet dom, verklaart hij nadrukkelijk, alsof plotseling iemand onder de tafel vandaan is gekropen en hem heeft gemaand het tegendeel te bewijzen. Domheid wordt gemaakt. Men hoort in veel propaganda dat de Amerikanen apathisch zijn ze willen niets anders dan Football kijken en bier drinken. Dat is niet genetisch bepaalt, het is geconstrueerd. Het is door media en onderwijssysteem veroorzaakt. Zij leren ons dat onze rol als staatsburgers zijn ultieme vervulling heeft gevonden wanneer je consument bent geworden.
Niet als mens, die bij belangrijke beslissingen wordt betrokken, waaraan het geld uitgegeven zou moeten worden, hoe beslissingen in de Amerikaanse buitenlandse politiek worden genomen wat dan ook. Er wordt verwacht dat men zich geheel op vragen concentreert als hoezo hebben de Denver Broncos dit jaar een slecht Footballteam? en zo meer. Over zulke themas mag men discuteren, mag men zelfs beledigend worden., maar op belangrijke gebieden van de buitenlandse politiek, bij levensbelangrijke beslissingen over nationale zekerheid, bijvoorbeeld of wij al dan niet Afghanistan moeten bombarderen, daar wordt van iemand verwacht dat die de vlag uitrolt, zich zelf erin wikkelt en zegt: ik ben een loyale Amerikaan, ik volg mijn leider.
Wanneer het werkelijk zo is, zeg ik, wat kan men dan tegen de controle van de media over informatie en tegen de gepropageerde waarden ondernemen?
Welnu, zegt hij zonder lang na te denken, het probleem is dat de media in het algemeen en in het bijzonder de elektronische media, niet de nodige verklaringen leveren die je nodig hebt om de gebeurtenissen te analyseren. Niets dan winstbejag, weet je. Wat onder zulke voorwaarden in de regel gebeurd, is de weergave van kreten, van aangelegenheden waarin iedereen geloofd dat de Verenigde Staten de vrijheid verdedigen, dat de VS de grootsten in democratie zijn, zoals George Bush zegt daarvoor hoef je geen enkel bewijs te leveren, omdat men zonder meer oudbeproefde wijsheden verspreidt. Wanneer je daar met recht tegen verklaart, dat de VS lange tijd één van de hoofdondersteuners van het internationale terrorisme waren, komt prompt de reactie: Hoe zegt u? Je hebt tijd nodig om dat te verklaren, nader uit te leggen, je kan niet eenvoudigweg met het gebruikelijke effectbejag van de media komen aanlopen. De mensen verlangen antwoorden, je moet uitleggen hoe de CIA terreurgroepen in Centraal Afrika heeft opgeleid, hoe de Mudschaheddin financieel werd ondersteund .. Je moet feiten tonen wanneer je de beschreven wijsheden op een manier ter discussie stelt, zoals niemand zou doen die ze ondersteunt. Dat betekent dat echte journalistiek, kritische journalistiek meer tijd vraagt en het moet zijn toegestaan, de onderwerpen op een manier te onderzoeken, zoals de huidige vorm van berichtgeving eenvoudigweg niet toelaat. Wat volgt daaruit? Ten eerste moet de concentratie van de media in de handen van ondernemingen gebroken worden, in plaats van ze te steunen. Dat betekent dat de Federal Communications Commission, die toch eigenlijk het publieke belang moet verdedigen, ervan moet worden gebracht de bedrijfsinteressen van Wall Street en Madison Avenue nog langer te behartigen. Dat betekent ook dat wij onze eigen media op gang moeten brengen. Meer dan ooit bestaan de mogelijkheden daarvoor, en nooit tevoren was het zo eenvoudig. De koffie heeft hij ondertussen leeggedronken. Met de lepel speelt hij desondanks door.
De concentratie van de media in de handen van ondernemingen, het is een dolk op de keel van de democratie, zegt hij. Precies dat is het: een dolk.

Zie ook mediachannel voor kritiek op media, alternatieven en honderden links naar kritische media-projecten.

Indymedia

Barsamian zal vermoedelijk zichzelf regelmatig een eenzame roeper in de woestijn voelen, maar toch is hij dat niet. Een van de belangrijkste zaken die veel activisten op de gehele wereld aan het doen zijn is het aan de orde stellen van de ideologie en de werkzaamheden van de massamedia, en meer of minder succesvolle alternatieven daarvoor aan te bieden. Het is naïef te geloven, dat een beweging die ideeën wil overdragen, die weinigen ook maar in overweging hebben genomen ideeën die de macht aan de kaak stellen en wel op alle niveaus, ideeën over waardebepalingen -, dat met zulk een beweging in de mainstream media op een redelijke manier rekening wordt gehouden.

Toen ik de kranten doorbladerde en de tv-berichten over de protesten in Genua bekeek, hoorde en zag ik haast niets over de debatten die al een week voor de protesten werden gevoerd. Een week lang hadden we ons in een tentenkamp aan de kust verzamelt en over alle mogelijke problemen en oplossingsvoorstellen gediscussieerd, van speculatie met deviezen tot de regulering van ondernemingen, van veranderingen van de landbouwpolitiek tot een landhervorming. Organisaties uit de hele wereld waren samengekomen en mengden zich in een intelligent debat over de toestand van de wereld. En in de pers lazen we slechts over stenen, traangas, kogels en kapotgeslagen ruiten.
Hetzelfde patroon wordt toegepast waar dat ook demonstranten zich verzamelen; doorgaans berichten de media of over gewelddaden of, als die er niet waren, helemaal niets. In Genua gingen 300 000 mensen de straat op en demonstreerden; de straatgevechten werden in de nieuwsuitzendingen gemeld en de onderwerpen vergeten. Een jaar later, in maart 2002, kwamen in Barcelona 500 000 mensen samen om over de EU-top te spreken en daartegen bezwaar te maken. Het kwam niet uitspattingen, en daarom werd er ook nauwelijks over bericht. Dat is in de ogen van de activisten slechts één duidelijk (zij het veel voorkomend) voorbeeld van een mediawereld, die steeds maar weer weigert of niet in staat schijnt haar zaak redelijk weer te geven. Dan is het slechts consequent eigen media op te zetten.
Dat is niets nieuws dat hebben de politieke bewegingen altijd gedaan, van kleine brochures, circulaires en onafhankelijke kranten tot volgroeide partijpropaganda. De huidige situatie onderscheidt zich echter op twee punten. Ten eerste huldigt in een beweging, die hartstochtelijk het concept van de verscheidenheid en decentralisatie bepleit, ook diens media deze principes er is geen krant, geen radiozender, geen webpagina of iets vergelijkbaars, dat aanspraak maken kan of wil, de beweging als geheel te vertegenwoordigen.
Ten tweede heeft echter dezelfde technologie, die zich in een soort van symbiose gemeenschappelijk met de globalisering heeft ontwikkeld, het de alternatieve media mogelijk gemaakt zich in een nog nooit eerder bestaande wijze te ontplooien. In een wereld waarin digitale cameras en camcorders nog maar enkele honderden euros kosten, en waar met de ondersteuning van Desktop Publishing binnen een paar uur professioneel uitziende tijdschriften kunnen worden gemaakt en een zelfgemaakte website een handvol geëngageerde mensen de mogelijkheid geeft met miljoenen anderen te communiceren in zon wereld hebben alternatieve vormen van informatieverspreiding eindelijk de kans werkelijk invloed te verwerven, werkelijk populair te worden. Over de vraag hoe lang deze toestand zal voortduren hoe lang bijvoorbeeld het internet een in hoge mate vrij en democratisch medium zal blijven wordt nog altijd heftig gediscussieerd. Maar zolang het duurt dienen zich vele mogelijkheden aan om, zoals David Barsamian zei, de eigen media op gang te brengen.
De tot nu toe meest succesvolle en systematische poging is Indymedia, een zich wereldwijd nog steeds uitbreidend netwerk lokaal verzorgde websites (en in veel gevallen radiozender en videoprojecten), dat tot doel heeft: basisgeoriënteerd en concernkritisch over gebeurtenissen te berichten. Indymedia (met de leus: Haat de media niet, wordt media!) werd in 1994 tijdens de protesten in Seattle in het leven geroepen. Een groep schrijvers, webontwerpers, activisten, filmmakers en anderen stelden een website samen en plaatsten mededelingen van de WTO-top en de protesten die in de grote media niet werden gepubliceerd. De site werd gedurende de top 1.5 miljoen keer bezocht, en in de daarop volgende vier jaar heeft indymedia zich over de gehele wereld verspreid.
Op dit moment zijn er ongeveer honderd sites van indymedia in meer dan 30 landen, van Israel tot Finland, Nigeria, Spanje, Indonesië, Columbia, India en Rusland aan toe. Indymedia berichtte per minuut over Genua, de medewerkers werden door de politie gewelddadig aangevallen vanwege hun effectieve inspanningen. Op Indymedia Chiaspas staan de nieuwste berichten over de Zapatistas en toen ik in Zuid Afrika was nam ik deel aan een eerste bijeenkomst van Indymedia aldaar, die net was opgericht.
En toch bestaat Indymedia als organisatie eigenlijk helemaal niet. Er is geen hoofdkantoor, er zijn geen betaalde medewerkers, geen voorschriften, er is zelfs geen gemeenschappelijke stellingname over de eigen missie. Het project wordt gefinancieerd door giften, er wordt geen reclameruimte verkocht, het is noch onderworpen aan een politieke partij noch aan een geloofsrichting of ondernemingspolitiek, noch aan een geloofsrichting. Slechts weinig medewerkers zijn opgeleide journalisten, ook er is geen officiële hiërarchie. Communicatie, planning en coördinatie vinden via email en chatrooms plaats. Iedereen kan welke tekst dan ook op een pagina van Indymedia plaatsen, wiens verschillende centra slechts los en onofficieel met elkaar verboden zijn. Wat ze werkelijk verbindt, is de wens berichten te verspreiden, die door de media niet worden gemeld, of aan onopgemerkte aspecten aandacht te besteden, waarvan anders nooit iets zou worden vernomen.
Indymedia brengt dus verhalen over gebeurtenissen als in Genua, Praag, Seattle of Durban, die je nooit in de kranten noch in de journaaluitzendingen te zien krijgt. Het vertelt het verhaal over de belegering van de Geboortekerk in Jeruzalem vanuit het gezichtspunt van de ingeslotenen. Het vertelt over de massabijeenkomsten in de straten van Argentinië als gevolg van de economische ineenstorting van het land door de schulden vaan het IMF. Het beschrijft uitvoerig het verzet tegen de privatisering van water in India en bericht van anti-zionistische demonstraties in Israël, waarvan men anders vermoedelijk nooit iets zou hebben gehoord.
Er zijn twee grondpijlers waarop Indymedia vooral steunt: een horizontale organisatie en publikatievrijheid.
Het eerste is vanzelfsprekend. Activisten hebben, zoals de beweging als geheel, een traditionele afschuw tegenover elke vorm van hierarchie.
De tweede pijler is een rechtstreeks antwoord op zowel de toenemende controle van informatie door winstgeoriënteerde ondernemingen als ook op diens mogelijkheden om consumptisme, globalisering en de bijbehorende waarden te propageren.
De Indymedia-journalist Mattew Arnison noemt de publikatievrijheid een revolutionaire reactie op de privatisering van de informatie door multinationals. Het grondbeginsel is heel eenvoudig, zoals ook op de sites gedemonstreerd: iedereen kan alles publiceren. Er zijn geen professionele journalisten of redacteuren beslissen wat een bericht is en wat niet, er is geen filter en geen partijlijn ook al is er sprake van een globalisering-vijandige teneur bij alle plaatsers op Indymedia. Dat betekent evenwel dat er naast goed materiaal ook een hoop bagger te vinden is: leugens, fouten, samenzweringstheorieën, dubieuze haatgeschriften.
Zo bezien is Indymedia zoiets als de journalistieke versie van een groepsgesprek in plaats van een monoloog; de lezers maken de berichten. Niet alles is het waard gelezen te worden, maar Indymedia gaat ervan uit dat de meeste mensen zo intelligent zijn dat ze goede journalistiek van onzin kunnen onderscheiden.Mediabedrijven gaan ervan uit dat de toeschouwers dom zijn, schrijft Arnison. In hun ogen put het gehele creatieve potentieel van het publiek zich uit in Funniest Home Video. Creatieve mensen kopen niet langer ramsj, zij maken hun eigen programma. Dat is het probleem van de mediamulties. Ze vertrouwen hun eigen publiek niet wanneer het creatief is. Dat zou eens slecht kunnen zijn voor de winsten. Maar dat is volkomen oké. Het publiek vertrouwt de mediamulties tenslotte ook niet.
Indymedia zal nauwelijks de normale berichtgeving in de media vervangen. Het heeft noch de benodigde reikwijdte noch de bronnen, vakkennis, het publiek of zelfs de wens dat te doen. Maar het is een fenomeen en wel een belangrijk. Met Indymedia dat andere open publikatieprojecten op internet tot voorbeeld was heeft de beweging op zn minst de eerste stap van een antwoord gegeven op de angsten, die dominee Billy, Kalle Lasn, de Billboard Liberation Front, Agent Apple en David Barsamian allemaal uiten. En ik deel deze angsten: na alles wat ik heb gezien kan ik niet anders. Angsten die in twee woorden zou kunnen worden samengevat: culturele inpalming.
Wij bevinden ons midden in een wereldwijde informatie-revolutie. Zij leidt echter niet, zoals hun pleitbezorgers beweren, tot meer keuzevrijheid, betere media en een grotere verscheidenheid aan gezichtspunten over de wereld, maar tot een steeds kleiner wordende groep wereldomvattende bedrijven, die ons gebeurtenissen vertellen en op deze manier onze wereld organiseren. Wij worden consumenten, niet alleen van produkten, maar ook van ideeën, wereldbeschouwingen, ideologieën. Ze amuseren ons, wij zitten en luisteren, maar pas nadat wij hen hebben betaald. Altijd hebben samenlevingen en culturen zichzelf door de bril van hun geschiedenis en verhalen bekeken en gedefinieerd. Vandaag is de bril, waardoor we de wereld bekijken, van CNN en de sprookjes worden verteld door Disney, terwijl de merchandising wordt overgenomen door Burger King.
Dit is de privatisering van het voorstellingsvermogen in de extreme situatie. Om dat te verhinderen ontwikkelen activisten een alternatief die ons allen oproept de gekoloniseerde ruimte in onze lichamen te bevrijden. Wees je eigen media. Schrijf je eigen berichten. Definieer je eigen ruimte, de publieke en de culturele. Vertel je eigen verhalen opdat niet anderen ze in jouw plaats vertellen: slim en keurig verpakt en verkocht in een wereldomvattend winkelcentrum, waarin alles - van schoenen via democratie tot de sprookjes, die je grootmoeder jullie heeft verteld verwordt tot koopwaar met een prijskaartje.