In Maastricht vond een conferentie over het effect van privatisering op mensenrechten plaats. Hierbij een schematisch verslag van de bijeenkomst.

Conference on Privatization and Human Rights, Maastricht, 25 February 2005

Voorzitter: Dr. J. Ritzen, President, Executive Board, Maastricht University
Presentatie van het boek Privatisation and Human Rights; in the Age of Globalisation, Koen de Feyter & Felipe Gomez [eds.], Intersentia, 2005
Verslag: Sharon van Ede

1.
Prof. W. Devroe (University of Leuven and Maastricht University): Conceptual Aspects of Privatization

Dhr. Devroe, econoom, legt de begrippen privatisering, liberalisering en deregulatie uit. Vooral privatisering is meervoudig interpreteerbaar vanwege de enorme variatie aan manieren waaróp je een privatisering kan uitvoeren, en het begrip wordt vaak automatisch over een kam geschoren met liberalisering en deregulatie, terwijl dat in feite afzonderlijke maatregelen zijn die al of niet kunnen samengaan.

Kern van het betoog is dat de grens tussen wat publiek en wat privaat is, vervaagt, evenals de definitie van natuurlijke monopolies. Privatisering lijkt een trend te zijn van slechts de afgelopen 25 jaar. De rest van de twintigste eeuw werd juist gekenmerkt door nationalisering.

Redenen voor privatisering kunnen zijn: ideologie, verhoging van efficiency, budgetbeperkingen, taking orders (bijvoorbeeld van IFIs) en context (bijvoorbeeld in transitie-economieen). Duidelijk is dat de impact op arbeid (verschuiving) en inkomen (vergroting van het gat tussen arm en rijk) enorm is en de risicos groot. Een aantal risicos: staatsmacht in privé-handen, ongelijkheid & uitsluiting, gebrek aan supervisie.

Dhr. Devroe waarschuwt tenslotte voor over-deregularisering en voor globalisation of supervision. Hij wijst bij wijze van voorbeeld de WTO aan als mogelijke waakhond voor over-deregularisering.

2.
Prof. F. Hampson (University of Essex and member of the UN Sub-Commission for the Promotion and Protection of Human Rights): The Relationship Between Globalization, Privatization and Human Rights

Mevr. Hampson opent met het statement dat multinationale ondernemingen géén maatschappelijk werkers zijn en dat zij zich altijd primair zullen richten op het maken van winst. Dit ziet zij echter niet als een principieel probleem voor haar als human rights lawyer, want mensenrechtenactivisten en mnos hebben iets gemeen: als de mensenrechten niet gerespecteerd worden zal dit tot sociale onrust leiden met negatieve gevolgen voor bedrijfsresultaten. Er zijn dus voldoende mogelijkheden voor onderhandelingen tussen de partijen.

De eerste en eindverantwoordelijke voor bescherming van de mensenrechten is de staat, ook in het geval van privatisering van (voormalige) overheidstaken. Dramatisch is, dat belangrijke vertegenwoordigers van staten, zoals bijvoorbeeld de afgevaardigden bij de WTO, geen flauw benul hebben van de gevolgen van hun beleidsvoorstellen voor mensenrechten. Zij moeten hierover hoognodig ge-brieft worden.

Wat betreft de regulatie van bedrijven pleit Mevr. Hampson om praktische redenen om eerst op nationaal niveau goede reguleringsmaatregelen af te dwingen (is nl. nu al legitiem), daarna is het pas zaak een internationaal reguleringssysteem op te zetten.

3.
Mr. M. Klein (Vice-President, Private Sector Development, World Bank): The Social Effects of Privatization: The Position and Role of InternationalFinancial Institutions
Dhr. Klein beperkt zich in zijn verhaal tot het voorbeeld van de privatisering van (drink-) waterleveranciers. Uit onderzoek van de Wereldbank is gebleken dat sinds de privatiseringsgolf de toegang tot betaalbaar drinkwater in aantallen mensen is toegenomen. Echter, niet alleen de private ondernemingen zijn daarvoor verantwoordelijk, de publieke leveranciers hebben hun diensten zodanig aangepast dat ook zij meer mensen van water bedienen dan voorheen. Het lijkt alsof de dreiging van privatisering in sommige gevallen voldoende was om de dienstverlening te verbeteren.

De reden waarom privatisering soms tot problemen leidt is volgens dhr. Klein de vraag wie betaalt voor de diensten. In het geval van water in ontwikkelingslanden stijgen de prijzen vrijwel zeker na privatisering, omdat water daarvoor doorgaans tegen slechts 30% van de kosten werd geleverd. Hij geeft aan dat dit probleem met een ander systeem van subsidies voor de armsten opgelost kan worden.

In geval van een zwakke overheid is de roep om privatisering vaak groot. Dat is in feite paradoxaal want als een overheid al niet in staat is om interne activiteiten in goede banen te leiden, waarom zou zij dan wel effectief zijn in het reguleren van private ondernemingen?

Het essentiële verschil tussen de watersector, die wereldwijd tot veel problemen heeft geleid bij privatisering, en de telecomsector, is: geld. In de telecomsector ontstaan ook problemen bij privatisering, maar daar zijn de (mogelijke) opbrengsten zo groot, dat er meer daadkracht is bij het vinden van oplossingen.

Een opmerking over de eerder genoemde reden voor privatisering, taking orders, wordt door dhr. Klein tegengesproken: volgens hem is geen enkele organisatie in staat om een overheid te dwingen tot maatregelen die intern niet gesteund worden. Dit punt leidt tot nogal wat discussie, maar dhr. Klein blijft in deze bij zijn standpunt.

Tenslotte geeft dhr. Klein aan dat hij de mensenrechten ziet als een poging tot een eerste universeel systeem van waarden. Hij betwijfelt of dit systeem werkelijk universeel kan worden zonder dwang toe te passen - historisch gezien zou dat uniek zijn.

(De aanwezigen splitsen zich op in 4 werkgroepen, met als onderwerpen Privatization of Public Utilities [vol], Privatization of Social Security Arrangements, Privatization of Prisons en Privatization of Health Care.)

4.
Workshop: Privatization of Health Care: Prof. G. Bloche (Georgetown University, USA).
Commentator: Mr H. Maarse (Faculty of Health Sciences, Maastricht University)

Dhr. Bloche opent door te stellen dat gezondheidszorg in feite geen mensenrecht is, getuige artikel 12 van het Convenant voor Economische, Sociale en Culturele Rechten (1976; hierin wordt overigens aan other entities evenveel verantwoordelijkheid toegeschreven als aan overheden). De zorg zelf is maar verantwoordelijk van ongeveer 20% van de volksgezondheid. De overige 80% heeft dus te maken met andere zaken, zoals goede voeding en levensgewoonten. Om het recht op gezondheid te beschermen zouden overheden dus wijs zijn om zich te richten op de belangrijkere en betaalbaardere factoren, in plaats van gezondheidszorg. Of privatisering van de gezondheidszorg een goed idee is blijft de vraag. In ieder geval moet door middel van regelgeving voorkomen worden dat bepaalde groepen uitgesloten worden. Overigens is in de meeste landen de gezondheidssector al deels geprivatiseerd en gaat het meer om de vraag welke mix van publieke en private inzet wenselijk is.

De deelnemers waren schijnbaar enigszins uit het veld geslagen door dit inzicht, want niemand ging hierover de discussie aan. Wel werd er gepriegeld over zaken al is gezondheidszorg een produkt en is de mens in dezen een consument? Ook het co-referaat van dhr. Maarse bracht niet veel discussie teweeg. Hij benadrukte vooral dat het bij privatisering om een dynamisch proces gaat, waarbij de mensenrechten in ieder stadium in acht genomen moeten worden.

5.
Prof. F. Gomez (University of Deusto, Bilbao): Concluding presentation

Privatisering wordt alom gezien als een fait accompli: de werkelijkheid is doorspekt met publieke-private constructies waarbij de verantwoordelijkheid voor mensenrechten uiteindelijk altijd bij de staat blijft. Failing states kunnen aanleiding zijn tot privatisering, maar bij failing companies kan de staat niet anders dan wederom haar verantwoordelijkheid nemen. Die verantwoordelijkheid is, de voorwaarden te scheppen voor een betaalbare levering van diensten zonder discriminatie en andere vormen van uitsluiting. Of de overheid die levering zelf regelt of laat uitvoeren door private ondernemingen is van ondergeschikt belang. Er is behoefte aan een raamwerk met randvoorwaarden voor privatisering. Het VN-comittee voor Sociale, Economische en Culturele Rechten is hiermee bezig. Vanuit het publiek voegt dhr. Klein nog de waarneming toe dat er ten aanzien van failing states meer tolerantie lijkt te zijn dan ten aanzien van failing companies. Dit heeft een negatieve invloed op de prestaties van overheidsondernemingen.

(Einde.)

(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Sharon van Ede.)