Zoals 'focus' hoog scoort bij voetballers en 'target' bij managers, hebben beleidsmakers hun mond vol van 'transparantie'. Na de tot missie verklaarde "transparante besluitvorming" door de vers opgerichte Europese Unie in 1992 (Maastricht), kon geen organisatie achterblijven. Voorbeelden te over. De Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht via een transparantierichtlijn. Het accountants- en belastingadviseursbedrijf PwC reikt een jaarlijkse Transparant Prijs uit. FNV Zelfstandigen leert zzp'ers "zichzelf op een transparante wijze aan de markt te presenteren".

(Bron: konfrontatie.nl)

Als een olievlek gingen de ideeën van zichtbaarheid, openheid en toegankelijkheid door de beleidswereld van politiek en bedrijf. De pretenties zijn niet mals. Een bron van innovatie is aangeboord, de achterkamertjes zullen sneuvelen, zo ook kostbare beschermingsconstructies. Transparantie, zo heet het, garandeert verantwoordingsplicht, maakt controle mogelijk, bevordert burgerparticipatie en belet corruptie. Een nieuwe deugd was geboren, een morele plicht zelfs, die laat zien wat 'we met elkaar' hebben afgesproken. Georganiseerde instemming dus; een democratisch middel?

Selectieve openheid

Alleen al de hooggestemde verwachtingen geven te denken. Geheimhouding en vertrouwelijkheid zijn immers al of niet wettelijk vastgelegd. Onderhandelingen floreren bij gesloten deuren. Klokkenluiders kiezen de anonimiteit. Assange, Manning en Snowden tellen als staatsvijanden. Het veel geprezen, uniek genoemde FNV Ledenparlement kent geen openbare verslagen.
Juist deze beperkingen illustreren dat de door velen gewaardeerde pleidooien voor transparantie, niet gericht zijn op openbaarheid, maar op het kweken van vertrouwen. De burger, een lid, een functionaris dient te geloven dat slechts verborgen blijft wat schadelijk is voor het landsbelang, de positie op de markt of in onderhandelingen, enzovoort. De andere kant van deze 'natuurlijke' aanvaarding is de uitoefening van een vanzelfsprekende macht; wat we niet weten is relevant …..
Op degenen waarvoor de beoogde geheimhouding niet geldt, wacht overigens een aardige beleidsklus. Hoe te verklaren dat gedurende de jaren waarin transparantie opgeld doet, het vertrouwen in met name 'de politiek' en de overheidsburelen slinkt? Roept onvolledige transparantie, hoe gewenst ook, onverschilligheid en wantrouwen op?

Deze selectieve openheid is mede een gevolg van de fundamentele grenzen die de kapitalistische concurrentie aan het beleid oplegt. Geheimhouding, intern en extern, is een voorwaarde om te overleven en te expanderen. De druk daarop wordt versterkt door de ongrijpbare digitale informatievoorziening en de transnationalisering van de markt van producten, diensten en mensen. Wordt daaraan toegevoegd, weer zeer actueel, de globaliserende productie en verkoop van militaire middelen, dan is beleidstransparantie eerder macaber dan doelmatig.

Gesuggereerd vertrouwen

Buiten de wederwaardigheden van non-gouvernementele organisaties, politieke partijen en vakbeweging in hun contacten met de beleidsapparaten van bijvoorbeeld de Europese Unie, de Nederlandse staat en de (internationale) ondernemingen zijn er de meer alledaagse ervaringen van een actiegroep, burgercomité of ondernemingsraad. In al die situaties spelen kwesties als: welke informatie wordt beschikbaar gesteld, uit welk belang, wanneer en door wie. Gevolgd door even voor de hand liggende vragen over de bij de 'ontvangers' ter beschikking staande kennis en middelen om controle uit te oefenen. Ook wanneer dat (min of meer) het geval is, staan zij voor de beslissing 'wat te doen' met de (al of niet onder druk) verworven gegevens, waarbij vroeg of laat het 'machtsvraagstuk' aan de orde komt. Zijn de gewenste gegevens binnen te halen of alleen af te dwingen?
Hier doorheen lopen de advies- en argumentatiefabrieken die trouw aan de opdrachtgever onafhankelijkheid en volledigheid suggereren, voorgekookte keuzes uitstallen en selecties maken, ook in de presentatie van voor- en nadelen. Gretig zullen ze benadrukken - vanwege de concurrent, moeizame onderhandelingen, bescherming van bronnen, enzovoort - dat het helaas niet mogelijk is alles open en bloot op tafel te leggen. Het eventuele sluitstuk dat onder voorwaarden een hoge uitzondering denkbaar is, versterkt de suggestie dat transparantie rust op wederzijds vertrouwen.

Dat vertrouwen is een sleutelbegrip. Zowel voor de inhoud, de omvang en het tijdstip van de informatie als de analyse, visie en strategie van het geboden beleid. Om maar niet te spreken van de betrouwbaarheid van de beleidsmaker. Deze deelt in de geschonken openheid de beleidsverantwoordelijkheid met de ontvanger. Gezien de algemeen geldende machtsverhoudingen komt dat erop neer dat de verantwoordelijkheid uiteindelijk gelegd wordt bij de burger, de werknemer, het lid enzovoort. Met als cadeau een gereguleerde participatie.
Kortom, transparantie is niet meer dan een keurmerk, met de schijn van democratie. Een nieuwerwets machtsmiddel dat schreeuwt om een hernieuwde uitwerking van de oude, antikapitalistische leus 'open de boeken'.

(zie voor een ander begrip van de beleidspredikanten: http://www.solidariteit.nl/commentaren/com-254_13-7-2014.html)